Wat treft u aan op deze website!

Zwolle - Algemeen

Zwolle - Algemeen

Algemene info over de stad

Onder dit item krijgt u een simpel algemeen beeld van onze mooie Hanzestad Zwolle
Foto's, video's en artikelen

Foto's, video's en artikelen

De stad Zwolle in beeld en in tekst!

Foto's, video's en artikelen uit het heden en verleden van de oude Hanzestad Zwolle!
Zwolle in Beeld Info

Zwolle in Beeld Info

Brede informatie over de website!

Hier vindt u alle informatie over de website, inclusief het contactadres en de privacy- en cookie verklaring!
Links

Links

Links naar interessante websites!

Hebt u vragen of wilt u informatie over bepaalde items die gelinkt zijn aan de stad Zwolle, dan vindt u hier een aantal links naar Zwolse bedrijven, organisaties of verenigingen!

Het laatst geplaatst

Zoeken op de website!

Naar Foto's van Zwolle
Naar Zwolse herinneringen

Wie is Dick? Zwollenaar Dick Algra (1948) was van juni 1967 tot februari 1982 directeur/eigenaar van Algra Koffie en Thee Zwolle, het tegenwoordige Mocca d'Ór. In zijn leven heeft Dick een groot aantal bestuursfuncties bekleed, waaronder meerdere voorzitterschappen. Hij is een geboren en getogen Zwollenaar en heeft een speciale band met zijn geboortestad. Dick praat er graag over en haalt ook graag herinneringen op uit zijn jeugdjaren. 
Nadat hij in februari 2020, na zo'n 15 jaar het voorzitterschap van het Christelijk Mannenkoor Zwolle, had neergelegd, werd zijn dagelijkse leven weer net even anders ingevuld. Mede gezien het feit, dat hij van jongs af aan meer dan veel met pen en papier heeft gestoeid, besloot hij na enkele weken rust, iedere dag een foto te maken en daarbij een kort verhaaltje te schrijven. Hiermee wilde hij zichzelf bewijzen of hij de discipline van "het dagelijks doen" op kon brengen. 

Dick's herinneringen uit zijn jeugdjaren deelde hij met veel plezier met zijn Facebookvrienden. Om meer mensen deelgenoot te laten worden, heeft Dick op mijn verzoek toestemming gegeven zijn herinneringen op Zwolle in Beeld te plaatsen. Uiteraard ben ik hem daar zeer dankbaar voor. Het zijn korte verhaaltjes met veel herkenning voor degenen bij wie het blauw-witte bloed door de aderen stroomt.

Dick is nu al een redelijke tijd met zijn "project" bezig. Hopelijk is hij er achter gekomen, dat hij nog steeds de discipline van het dagelijks doen op kan brengen. Het zou voor veel Zwollenaren betekenen, dat zij nog veel van zijn herinneringen kunnen genieten!

 

Veemarkt


 117 Veemarkt bew

De IJsselhallen zullen naar verluidt binnenkort verleden tijd zijn. Net als de, door de Mkz-crisis in 2001, verdwenen handel in vee. En nog eerder het verhuizen in 1974 van Vleesverwerkingsbedrijf L. van der Bend dat gebruik maakte van het slachthuis, op de foto van vandaag, ongeveer gesitueerd op de plek waar de bomenrij staat. Als leerling op een van de scholen aan de Veerallee was er niets mooiers dan tijdens “vrije uren” op veemarktdagen rond te lopen tussen de boeren, de handelaars en de verkopers van de hulpmiddelen die boeren dagelijks gebruikten. Zaken die varieerden van gereedschap en klompen tot droge worst en gebakken vis. Het meeste gebeurde in de open lucht maar aan één kant van de markt was de horeca te vinden waar de (ver)kopen werden afgehandeld.

Ik kreeg in 1969 verkering met een dochter van een slager. Eén van de twee - de ander was slager Huijgen aan de Van Karnebeekstraat - nog zelf slachtende slagers van Zwolle.  Zij kochten hun te slachten vee niet bij de groothandel maar rechtstreeks bij een boer of op deze veemarkt. Waarschijnlijk om een witvoetje te halen vroeg ik hem al snel of ik een keer mee mocht naar de markt. Hij vond het prima, liep een poosje rond, deed hier en daar wat handjeklap en kocht zo een koe die hem wel zinde. Opvallend vond ik dat het handjeklap werd afgesloten met een slotklap en de zin: “En een gulden in gelag”. Daarmee was de koop gesloten en het borreltje bij de afrekening was voor rekening van de koper.  Toen ik weer thuiskwam, ’t was rond half negen in de ochtend, stond mijn moeder bovenaan de trap en riep me toe:” Alsjeblieft trek achter het huis je kleren uit en ga douchen, wat een lucht!” Nou zei ze altijd dat ze een neus als een hazewindhond had, maar mij leek het in dit geval pure suggestie. Want al die keren dat ik daarvoor over diezelfde markt had gebanjerd, alleen ze wist daar niet van, had ze er nooit een opmerking over gemaakt. Dat zijn nou van die dingen die je graag nog eens zou willen navragen. Maar helaas!

18-10-2020

 

Bergklooster


116 Bergklooster bew

Ik weet niet hoe het anderen vergaat maar ik mag graag rondwandelen op een begraafplaats.  Dat deed ik al ver voor ik er beroepshalve mee in aanraking kwam. Begraafplaats “Bergklooster” - vandaag voor een deel op de foto - is ontstaan op de plek waar ooit het klooster stond waar Thomas à Kempis zijn wereldberoemde boek “De Navolging van Christus” schreef. Naar men zegt, op de bijbel na, het meest gelezen boek ter wereld.

In de vorige eeuw leefde in Zwolle Jan Tulp (1914-1985) een man die verstandelijk niet goed kon meekomen met de wereld om hem heen. Wel kon hij geweldig orgel spelen, wist alles over de klassieke componisten en was gezegend met een absoluut gehoor.  Zo kreeg hij van een orgelbouwer bij een muzikaal jubileum ooit een bloemstuk met daarin een orgelpijp verwerkt. Jan kon het niet nalaten daar lucht door te blazen en bij het horen van de toon zei hij voldaan: E-mineur.

Op Bergklooster, zo kondigde hij ooit aan, wilde hij niet begraven worden want zo zei hij: “Daar klinkt de klok vals, ik wil daar niet bij liggen!”  Hij is dan ook op Begraafplaats “Kranenburg” ter aarde besteld. Tweeëndertig jaar na zijn dood hebben ze op “Bergklooster” een nieuwe luidklok in gebruik genomen.  Jan zal zich er ongetwijfeld niet druk meer over hebben gemaakt.

Zelf is mij toentertijd nooit opgevallen dat luidklok niet op toon was, ik hoorde dat simpelweg niet.  Wel mag ik graag “grafschriften” lezen. Een vroegere beheerder van “Kranenburg” hield niet van stenen met veel tekst. “Dan zijn het meer rouwadvertenties” zei hij me eens. Teksten als: “Hier rust mijn allerliefste vrouw” kunnen ook niet, want eigenlijk staat er dat de achtergebleven man meerdere echtgenotes had. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Gelukkig lezen we daar meestal overheen.  Dat wordt lastiger als er opvallende teksten op staan, zoals het in de Verenigde Staten wel gebeurt. Daar staat bijvoorbeeld op een steen: “Sorry dat ik niet voor je opsta!”

En persoonlijk vind ik dit wel een ijzersterke tekst, die daar ook te vinden is: “Ik had zo gehoopt op een piramide.”

17-10-2020

 

Naam


115 Naam bew

Shakespeare zei het al: “What’s in a name ?” We kennen en kenden veel namen voor buurten dan wel wijken in Zwolle. Een deel van Assendorp heet de Pierik, een deel van het Wipstrikkwartier wordt de Zeeheldenbuurt genoemd en de foto van vandaag is genomen in de Indische buurt.  Niet dat er allemaal Indische mensen woonden, nee, de straatnamen vinden hun oorsprong in de onze koloniale geschiedenis. Zo kennen we er bijvoorbeeld de Sumatrastraat, de Javastraat en de Borneostraat. De eerste 96 woningen werden er, het gebied heette “de Vlasakkers”, in 1907 gebouwd mede als gevolg van de woningwet die in 1901 was aangenomen.  De buurt is intussen al enkele malen aan de eisen van de tijd aangepast en ook nu is men er weer aan het renoveren. 

Terug naar de naam. Ik groeide op, zeg maar naast de Indische buurt. Alleen de Nieuwe Vecht lag er tussen die wij als kinderen nooit zo noemden.  Wij noemden het kanaal naar de weg die ernaast lag, de Vondelkade. Dus we schaatsten op de Vondelkade en we visten en vielen in de Vondelkade. Als we er zo over praatten, was er niemand  die ons verbeterde.

Naast de Pierik was in Assendorp ook een wijk waar veel personeel van de Nederlandse Spoorwegen huisde.  Met straatnamen als de Eendrachtstraat, de Commissiestraat en zelfs de Spoorstraat.  Dat deel van Assendorp kreeg dan ook de Zwolse (bij-)naam “de Spoor’azenbuurte”.

De eerlijkheid gebiedt ons wel dat we ons moeten realiseren dat de genoemde buurten eigenlijk allemaal zogenoemde “arbeiderswijken” waren en er een te groot verschil was tussen de woningen van het lagere en hogere personeel. Wel waren het heel sociale en gezellige buurten waar men veel voor elkaar over had en er werd vaak en veel gelachen. Want humor sleept mensen door moeilijke tijden heen.  In het midden van de vorige eeuw werd in die laatstgenoemde buurt het grapje over het veel “duurdere” Veeralleekwartier gemaakt als je half bakje koffie of thee voorgeschoteld kreeg: “Hé, wie bint ‘ier niet in de Veerallee!”

16-10-2020

 

Wipstrik


114 Wipstrik

Daar waar in Zwolle de Herenweg en Wipstrikkerallee samenkomen, dat werd in de negentiende eeuw een lommerrijke buurt genoemd en was favoriet bij wandelaars. Of dat in het najaar of winter ook het geval was vertellen de geschiedenisboeken niet. De kleuterschool, waar ik toch wel iets meer leerde dan gekleurde papiertjes tot scheepjes te vouwen, was gevestigd op de zolder van een schoolgebouw aan die Wipstrikkerallee. En we wandelden bij mooi weer vaak richting het punt op de foto van vandaag.

De Leo Majorlaan doorkruiste de Wipstrik, zo werd de naam van de weg meestal afgekort, nog niet. Op die plek stond een Rooms-Katholieke kleuterschool waar de kinderen les kregen van een paar nonnen nog in habijt met een grote kap met witte of zwarte sluier.  Als protestants jongetje vond ik dat maar niets. Ik had gelukkig van doen met onder meer Juf Groenenberg.  Een lievere Juf kon ik mij niet voorstellen.  Ze heeft zich tot aan haar pensionering gewijd aan het kleuteronderwijs. Haar sterkste kant was wel dat zij kinderen als volwaardige mensen zag. Later begreep ik dat ze didactisch een methode gebruikte waaraan een nadeel kleefde. We moesten altijd heel stil zijn in de klas. Zitten op een klein stoeltje achter een klein tafeltje. Veel beweging kregen we als kleuter niet.  Het gevolg was thuis te merken, als de school was afgelopen, dan moest alle opgekropte energie eruit en zat ons moeder opgescheept met een stel tierende kinderen.

Toch bleef iedereen Juf Groenenberg een lief mens vinden en het wekte jarenlang verbazing dat ze vrijgezel bleef. Ze woonde met een zus en broer samen in De Genestetstraat, bij ons in de buurt, en zo maakte ze tot haar dood deel uit van ons leven. Gisteren eindigde ik m’n verhaaltje met een woorden van de dichter Vondel. Ik kan vandaag er niet onderuit De Genestet te citeren: “ ’t Leven alleen is de school van het leven.”  Het leven dwingt me vandaag het woord Juf steeds met een hoofdletter de schrijven.

15-10-2020

 

Flat


113 Flat

In het weekend las ik dat onze burgermeester, die van Zwolle dus, woont in een appartement in de binnenstad.  Aan de foto’s te zien, woont hij gewoon in een huis vlakbij de Sassenpoort. 

Waar komt het vandaan de term “appartement”?

Deze weken is het 50 jaar geleden dat ik mijn eerste woning kreeg toegewezen.  Een flat aan de Obrechtstraat.

Als je in die tijd woningzoekende was, en weet wel, een hele net-naoorlogse generatie zocht met je mee, was je blij met een flat. Wilden wij aangeven waar wij in de Obrechtstraat woonden, zeiden we: “In de maisonnettes tegenover het evenemententerrein”. Daar waar anno nu de parkeergarage van Het Deltion College is. Wij waren er in die tijd mee verguld. Want een maisonnette was eigenlijk een woning met twee verdiepingen in een flat. En het uitzicht over Zwolle was subliem. Ik kon er de schoorsteen van onze koffiebranderij zien roken.  Maar dat ik in een appartement woonde, kon ik toen niet bevroeden. Net zomin als een student die ergens op een kamer zat, dacht dat zo’n duur verhuurd vertrek later een “studio” genoemd zou worden.  Onze flat kreeg, zoals zovele, later ook nog een chique naam. “Jacob Obrechtveste”.  Of komt het door de enorm gestegen huizen- en huurprijzen dat het te gênant voor woorden wordt om zoveel geld voor een heel normale woning te vragen ?  Of willen we niet meer zeggen dat we een flat of huurhuis wonen en klinkt appartement simpelweg beter ? Zeker is dat, zoals in veel gevallen in onze maatschappij, de vlag de lading zelden dekt.

Ons gezin breidde zich in de flat snel uit en daarom moesten we wel verhuizen. Toen ik vanmorgen de naam las, ontkwam ik niet aan de regels van de dichter Vondel: “Het Hemelse gerecht heeft zich ten lange leste, ontfermd over mij en mijn benauwde veste”.

14-10-2020

 

100


100 640px

Nee, het wordt geen verhaal over het tekort aan openbare toiletten in Zwolle. Hoewel dat onderwerp wel van meer aandacht van de gemeentebestuurders mag hebben.  Naar men weet hebben mannen er minder moeite mee, maar hoe voorzichtig je het ook doet, het blijft wildplassen. Voor de dames is er een groot tekort. Deze op de foto staat trouwens op de hoek van de Luttekestraat en Potgietersingel. Daarmee sluit ik het onderwerp af.

Vandaag gaat het over kamertje 100.

De afgelopen maanden schreef ik - als dit stukje ook op de website “Zwolle in beeld” wordt geplaatst - in mijn kamertje honderd en meer verhaaltjes naar aanleiding van een eerder op de dag gemaakte foto. Dat betekende dat ik in mijn kamertje honderd en meer titels en slotzinnen heb bedacht.  Maar bovenal dat ik in mijn kamertje honderd verhaaltjes over Zwolle heb geschreven. En wel op de kop af.  Reden voor mij om er mee op te houden. Niet met het schrijven. Ik ben namelijk geen historicus, wel zo ontdekte ik, al schrijvend, een verhalenverteller. Hoe eigenwijs het misschien mag klinken, ik verbaasde mezelf meermaals, omdat ik heel vaak wel een foto had gemaakt maar nog niet wist wat ik erbij zou vertellen. En toch lukte het elke keer weer. Vandaar de verbazing.  Daarbij opgeteld de reacties die ik kreeg, stimuleren enorm en ik was en ben er blij mee.

Ik blijf er dus mee doorgaan. We zullen elkaar, u als lezer, ik als verteller vast blijven ontmoeten. In een andere frequentie wellicht in een andere vorm, maar ik blijf een oprechte Zwollenaar, dus zal het vaak met die stad en z’n blauwvingers te maken hebben. Want Zwolle: Döör bint mi'j de stienen nog eigen !

25-06-2020

 

Loge


Loge 640px

Er mist een streepje boven de “e” denkt u misschien en dat zou terecht zijn als het gebouw op de foto de functie zou hebben behouden van vroegere eeuwen, namelijk dat van logement. Het pand staat al sinds 1554 in de gemeentelijke boeken. Toen heette de straat trouwens nog Pasmanstraat. Toen de familie Bloemendal het pand betrok kreeg de straat ook die naam.  We hebben het dus over Het Logegebouw van de Vrijmetselaars in Zwolle aan de Bloemendalstraat 11.

De Vrijmetselarij is afkomstig uit Engeland, waar het woord Lodge in de betekenis van ontmoetingsplaats voor leden van de vrijmetselarij vandaan komt en in Nederland veranderd is naar Loge. In Zwolle kwamen de leden al in 1764 voor het eerst bij elkaar en in de loop de tijden op heel veel goede en ook slechte, in ieder geval verschillende plaatsen. De oudste loge heet “Fides Mutua” en heeft lang gezocht naar een eigen vaste plek. Op 20 november 1867 passeerde uiteindelijk de koopakte en zo werd “Fides Mutua” voor fl. 5415,— eigenaar van Bloemendalstraat 11. O ja, ze moesten nog fl. 100,— bijbetalen voor het overnemen van de gasleidingen.

Intussen zijn er meer loges de gezamenlijke eigenaar. Naast “Fides Mutua” de loges “In Vrijheid Gebonden” en “De Arbeidsvloer”. In die loges probeert men - in mijn woorden - door gesprek en daarbij elkaar in eigen waarde te laten, door avonden - die volgens vaste patronen verlopen - te beleven en herbeleven, van elkaar en van jezelf te leren. Met het doel jezelf beter te leren kennen, beter mens te worden en daardoor de wereld iets te verbeteren.

Misschien was dat ook wel een drijfveer voor de aanschaf van dit gebouw. Want daarvoor werd vergaderd in de Nieuwstraat, met een bordeel al buren. Ken U zelve ?

24-06-2020

 

Skyline


Skyline 640px

De skyline van Zwolle is, in de ogen van het gemeentebestuur een aantal jaren een belangrijk issue geweest. Uit die tijd stamt ook het stelletje wolkenkrabbers dat je tegenkomt als je uit het zuiden via de A28 Zwolle nadert. Met het logo van een grote bank opzichtig on top. Alsof daarmee een stad aantrekkelijk wordt voor toeristen, het bedrijfsleven en de zorg, om maar eens wat te noemen.

Rond de skyline op de foto van vandaag, genomen op de Burgemeester Drijbersingel, zouden we vroeger de gasfabriek hebben zien staan, of de St. Michaelskerk in de binnenstad en zagen we vooral kleinschalige gebouwen als een verzorgingshuis, een veevoederfabriek en heel veel kleine middenstand. Zwolle had, vooral een regiofunctie met bijvoorbeeld veel winkels, en twee, wat kleinere, ziekenhuizen met ieder hun eigen manier van patiëntbenadering, waardoor de Zwollenaar en regio kon kiezen waar men “medisch”geholpen wilde worden. De binnenstad van Zwolle was nog niet het evenbeeld van de binnenstad van Leeuwarden of Amersfoort, om maar een paar willekeurige steden te noemen.

Want in geen enkele andere stad was een vestiging van Jülf Albers of van Heeger ten Brink, de herenmodezaak om maar weer eens wat te noemen. Gelukkig kennen we in Zwolle ook nu nog, en ook nu weer, heel specifieke gebouwen als Schouwburg De Spiegel of het Museum De Fundatie.  Gelukkig blijft de oude en vertrouwde “Peperbus”, de toren die onlosmakelijk bij de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming hoort, vanuit vele hoeken toch wel het belangrijkste herkenningspunt van Zwolle. Mijn moeder geboren en getogen in het Friese Bolsward kwam na haar huwelijk is Zwolle wonen en heeft zich er altijd “poerbêst” gevoeld. Kwam ze terug van een bezoek elders in het land en ze zag bij het naderen van Zwolle, die toren weer zei ze vaak: “Gelukkig, het Zoutvaatje!”

23-06-2020

 

Hopmanshuis


Hopmanshuis 640px

Toen onze koffiebranderij nog aan de Thorbeckegracht gevestigd was, waren we de overburen, of beter gezegd: achterburen, van het Hopmanshuis. Eigenlijk maar eventjes, zo’n zestig jaar. Want het huis staat er namelijk al sinds 1663 dus bijna driehonderd jaar langer. Gebouwd in opdracht koopman Claes Cock (ja, met C-o-c-k). Het pand lag er strategisch want aan de achterzijde stroomde de gracht langs de fundamenten en konden schepen aanmeren want het was èn de woning èn het pakhuis van Claes Cock (ja, met C-o-c-k). Zijn erfgenamen, met name Jannes Nauta, hopman van de stedelijke militie, liet het ingrijpend verbouwen. Waarschijnlijk is het pand toen aan de bijnaam “het huis met de negenennegentig vensters gekomen. In de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg het voor de eerste keer een horecafunctie als De Nieuwe Stadsherberg. Begin vorige eeuw werd het weer pakhuis en in 1930 dacht de gemeente aan sloop. Gelukkig is dat niet gebeurd. Wel werd er in 1961 een weg om het Hopmanshuis heen gelegd om de Jufferenwal te verbreden en aan te sluiten op de Buitenkant. (voor niet-Zwollenaren, de Buitenkant is een straatnaam in Zwolle). De kunstenaarsvereniging Palet had er een poos haar onderkomen, een projectontwikkelaar werd na de restauratie in 1974 eigenaar en de laatste jaren heeft het voornamelijk een horecafunctie.

In 1730 trouwens werd Jannes Nauta verdacht van homoseksuele handelingen, een in de ogen van zijn medeburgers gruwelijke wandaad. Om erger te voorkomen vertrok hij met stille trom. Twee andere Zwolse mannen werden door de magistraat wegens de verfoeilijke misdaad van sodomie ter dood veroordeeld en opgehangen. Waarmee maar weer bewezen wordt dat de goede en slechte resultaten van het heden hun wortels hebben in het verleden.

22-06-2020

 

Sportpark


Sportpark 640px

Het sportcomplex aan de Ceintuurbaan in Zwolle, de thuisbasis van de voetbalclub PEC Zwolle, heeft nu, voor mij de onbegrijpelijke, naam: “MAC³-Park Stadion”. Het werd tot de jaren tachtig van de vorige eeuw gewoon het Gemeentelijk Sportpark genoemd. Bij de opening in 1935 is het eigenlijk een renbaan waarbinnen een voetbalveld lag. Met een tribune waar 800 personen een plek konden vinden en aan de overkant, op een heuvel staanplaatsen. PEC was de eerste club die er speelde en is dat ook bijna altijd geweest. In 1958 even kort samen met de Zwolsche Boys, maar dat vond PEC niet prettig en verhuisde naar De Vrolijkheid. In 1970 kwamen ze terug en zijn er nooit weer vertrokken.

De Ceintuurbaan liep tot de jaren zestig van de Meppelerstraatweg tot aan de Brederostraat/Boerendanserdijk. Voor het Sportpark, met aan de overkant het Openluchtbad, lag een grote bestrate ruimte waar fietsen gestald konden worden. De rekken die nu nog steeds bij het zwembad gebruikt worden, zijn er de laatste overblijfselen van. Het terrein waar nu ook Ceintuurbaan ligt, tussen het zwembad en de Leo Majorlaan, was ruw terrein , wij noemden het “het landje”.   Het was een ideaal gebied voor jongetjes om er bijvoorbeeld kerstbomen te verbranden of hutten te bouwen en een goede mogelijkheid om illegaal het sportpark binnen te glippen en gratis naar een voetbalwedstrijd te kijken. Het er zien te komen was vaak spannender dan de wedstrijd die er gaande was. Wie zei ook weer: “Elk voordeel hep z’n nadeel?”

Jarenlang heeft er een loopbrug gelegen waardoor je ter hoogte van de Brederostraat veilig de Ceintuurbaan kon oversteken. Bij voetbalwedstrijden stonden daar ook altijd een aantal Zwollenaren op, om zonder toegangsbewijs, de wedstrijd te bekijken. Wel met heel veel commentaar op de Zwolse club en heel sportief bijna altijd een sigaar of sjekkie op de lip.

21-06-2020

 

Autowas


Autowas 640px

Mijn vader heeft zijn leven lang geweigerd een visitekaartje bij zich te hebben. Geen idee waarom. Wel vond hij zijn auto zijn visitekaartje en daarom moest die er altijd keurig uitzien.  Zo hadden zijn auto’s heel lang banden met een wit zijvlak, die dus ook echt wit moesten zijn. Driemaal raden wie wekelijks het haasje was om aan vaders ideaalbeeld van een auto vorm te geven? Juist!

Nou was het heel gewoon om destijds je auto, voor je eigen deur te gaan wassen, zo mogelijk met tuinslang en wasborstel (waar in de luxe uitvoering zelfs zeepstaafjes konden voor een lekker sopje), of je liep een keer of wat met een emmer op en neer naar de keukenkraan. Mijn vader wilde dat er alleen maar met koud water werd gewerkt, alleen de genoemde witte zijvlakken kregen een behandeling met groene zeep.

In onze straat woonden jongens die voor hun buurman, tegen betaling de auto wasten. Ik vond dat ik de beste autowasser van de straat was, maar kreeg er nog geen dubbeltje voor.

Toen kwam de eerste autowasstraat in Zwolle. En nog wel bij ons in de buurt, op de hoek van de Tesselschadestraat en de Betje Wolffstraat. Mijn teleurstelling was groot toen mijn vader besloot er geen gebruik van te maken. Er zouden krassen op de auto kunnen komen en nummerplaten verkleurden of raakten zoek. Dat het een onderdeel van Garage Smit was, de Opel Garage aan de Ceintuurbaan, toch lang een favoriet garagebedrijf voor hem, telde niet mee.  Hoe bijzonder kan het gaan. Die eerste wasstraat is er niet meer, en ziet er (zie foto) heel anders uit. Garage Smit is ook verdwenen en het pand veranderde in een hele grote autowasstraat.

Trouwens, amper achttien jaar oud, mocht ik op kosten van mijn vader mijn rijbewijs gaan halen. Totale kosten, ik weet het nog steeds, slechts fl. 132.50. Toch ben ik hem er nog steeds dankbaar voor.

20-06-2020

 

Lijntje


Lijntje 640px

Zo te zien niets bijzonders, een enkel spoor richting de verte. Maar ’t is wel het Kamperlijntje. Of het nog zo is, ik weet het niet, maar jarenlang was het ook het meest rendabele stukje spoor van Nederland. Op de plek van de foto, de spoorwegovergang in de Veerallee was tot 1970 zelfs een officiële stop, Station Veerallee dus. Het gebouw is in 2000 gesloopt. Het was de trein naar Kampen, maar bij het station daar, staan borden met het opschrift IJsselmuiden. Ja, sinds 2000 onderdeel van gemeente Kampen, maar daarvoor een zelfstandige gemeente. Toch lag het station altijd al op het grondgebied van Kampen. Vanuit die stad werd al heel lang geleden de brug over de IJssel aangelegd, en wettelijk werd het gebied met het bruggenhoofd “aan de overkant” daarmee grondgebied van Kampen.  Om daar zeker van te zijn en te blijven richtte, de garnizoensstad Kampen een wachtpost in aan die overkant, die ze de Buitenwacht noemden. En nu herinnert u zich vast de grote brand op 13 juli 2010 waarbij uitgaanscentrum De Buitenwacht bij het station van Kampen totaal is afgebrand.

Aan Zwolse kant was en is het Kamperlijntje een lastige hindernis voor het verkeer. Toen ik als puber naar mijn school in de Veerallee fietste, moest er vaak en soms erg lang gewacht worden, vooral als de trein vanuit Kampen kwam. Ver voor zijn aankomst bij “Station Veerallee” gingen de spoorbomen (met van die rammelende hekken eraan) al naar beneden. De trein moest nog stoppen, mensen uit- en instappen en dan pas reed de trein de weg over. Er werd vaak geprobeerd illegaal de spoorbaan over te steken.  Leerlingen werden meestal betrapt door de rector. Aardrijkskundeleraar Zuurbier was het wachten ooit ook zat. Hij smeet zijn fiets over spoorboom 1, klom er zelf over, hetgeen zich herhaalde bij spoorboom 2 en fietste door naar school. De rector keek toevallig een andere kant uit. Van de wachtende leerlingen kreeg hij applaus, dat wel!

19-06-2020

 

Thomas


Thomas 640px

De Thomas a Kempisstraat in Zwolle, ligt er voor lange tijd, zo goed als helemaal uit.  Niet voor het eerst, vast ook niet voor het laatst. In de tijd en door de tijd verandert er veel. Thomas a Kempis heette eigenlijk Thomas van Kempen en kwam uit het Rijnland. Hij werd bewoner van het klooster, waarvan de historie teruggaat naar1395. Dan wordt er een kapel opgericht “te Nemele in den berghe” waarvan de naam later veranderd in, u raadt het al, Nemelerberg. In 1399 wordt het Agnietenklooster opgericht, en zo weet u ook waar de naam van het Theehuis De Agnietenberg vandaan komt.

Het klooster was gewijd aan de zgn. Moderne Devotie, opgericht door Gerrit de Groote, ook wel Geert Groote genoemd (1340-1384). 
De belangrijkste volgeling van Geert Groote, en ook de belangrijkste bewoner van het Agnietenklooster was toch wel, hij is al genoemd, Thomas van Kempen (zie foto) die van 1406 tot zijn dood in 1471 in het Agnietenklooster werkte en woonde. Aan Thomas à Kempis wordt o.a. het boek "De Imitiatione Christi:" (over de navolging van Christus) toegeschreven, dat nu nog, na de Bijbel het meest verspreide boek kan worden genoemd. Eigenlijk is het troostboek een soort van omnibus, een verzameling van wat ze toen traktaten noemden, wellicht nog beter gezegd, de man z’n levenswerk.

’t Is mooi dat ze de uitvalsweg die richting het klooster liep naar Van Kempen hebben vernoemd.  Het heeft wel even geduurd want heel lang heette het De Nystad, later de Nieuwstad, de verzamelnaam voor de hele buurt. Zo bezien passen de renovaties van de Thomas a Kempisstraat goed in het geheel van veranderingen. We geven haar maar een bijnaam: De Vernieuwstraat.

18-06-2020

 

Brood


Brood 2 640px

Vanmorgen reed ik door de Fuchsiastraat toen me te binnen schoot dat op nummer 34 Herman Brood werd geboren. Maar ergens door opvallen doet het huis niet. Omdat ik toch in de Isala moest zijn, dacht ik, dan maak ik een foto van het kunstwerk dat Herman maakte in opdracht van de Maatschap voor Cardiologie en dat aan het ziekenhuis (toen nog De Weezenlanden) cadeau werd gedaan.

Gesteld kan worden dat een groot deel van de Nederlanders Herman Brood een geweldig artiest vindt, een ander groot deel vindt het een vreemde aandachttrekkende paljas.  Ik sta er, om een kunstsector-woord te gebruiken, ambivalent in. 

Ik was in 1997 aanwezig bij het vervaardigen van het schilderij op de foto. De voorbereidingen en gedoe erom heen namen veel meer tijd in beslag dan het maken van het schilderij zelf. Een wit schilderslinnen van geschat 120 x 180 cm lag op de vloer van de hal op Herman te wachten.  Een aantal bussen met acrylverf en enkele glazen Pisang Ambon en Blue Curaçao stonden klaar. Er kwam een heel gezelschap vreemde vogels binnen, met aan de leiding, op een levensgrote step, Herman Brood.  Die in een razend tempo, binnen 15 minuten, het schilderij maakte. Op de vraag van een van de aanwezigen of hij het ook met een blinddoek voor zou kunnen, zei hij iets als “jazeker” en liet zich een zwarte doek voor de ogen binden. Met één grote haal trok hij, met een spuitbus witte verf, een nog steeds zichtbare, streep dwars over de onderste helft van het doek en zette er tot slot een titel op: “Zoek Hart”. Raakte de drank in het geheel niet aan en vertrok onder luid applaus. Vier jaar later sprong hij van het dak van het Hilton Hotel in Amsterdam.  Nog steeds op zoek, denk ik.

17-06-2020

 

Miljoenste


Miljoenste 640px

Je zult maar een woning krijgen toegewezen, bent er erg blij mee want je hebt net je tweede kind gekregen en dan word je verteld dat de koningin op bezoek gaat komen. Dat overkwam in 1962 de familie Hendriks, omdat hun woning, Hogenkampsweg 139 in Zwolle, was uitgekozen om de miljoenste na-oorlogse nieuwbouwwoning te zijn.

Ter herinnering aan dit heugelijke feit, staat er voor de woningen een kunstwerk van Henk Krijger, dat als titel “Het Gezin” heeft meegekregen. Toen ik er vanmorgen een foto van maakte en weer thuiskwam, las ik op internet het bericht dat er de komende tien jaar 845.000 woningen moeten worden gebouwd om het woningtekort weg te werken. Je vraagt je wel af, wat is er dan met al die woningen gebeurd is, die sinds 1962 zijn gebouwd, maar dat terzijde.  Terug naar de miljoenste.

De gemeente Zwolle maakte er voor die tijd een grootste happening van.

Koningin Juliana werd ontvangen in Odeon, luisterde naar toespraken, reed naar de Hogenkampsweg, kreeg van de familie Hendriks een kopje thee, bekeek het huis en daarna vanaf het balkon een defilé. De bouwbedrijven uit de regio lieten in een stoet van 64 wagens, hun mooiste en modernste materieel zien. Of de majesteit daar heel erg in geïnteresseerd was? Zouden de organisatoren het zich hebben afgevraagd?  Ze vertrok wel na het defilé via de rondweg, zoals het toen werd genoemd, richting paleis Soestdijk. De overige aanwezigen werd in Odeon nog het een en ander aan “versnaperingen” aangeboden. Cabaretier Wim Kan, was gevraagd er enige woorden in zijn bekende stijl uit te spreken. Hij had voor de gelegenheid ook een klein gedichtje geschreven dat als volgt ging:

Het is geen huis, het is een flat, maar dat doet niets af aan de pret

’t Is er enkel neergezet voor het lopende buffet.

16-06-2020

 

Passiebloem


Passiebloem 640px

Hemelsbreed staat deze in 1776 gebouwde molen op nog geen 100 meter afstand van de straat waarin ik opgroeide. Heel lang heb ik niet geweten waarvoor hij, in het verleden, diende. Dat hij de passie niet tot bloem vermaalde, dat vermoeden was er wel. Nee, veel later hoorde, las en zag ik dat het een oliemolen is. Er vlakbij stond, zo melden de boeken, een tweede molen, de Roode Molen. Die is in 1934 afgebroken toen de Ceintuurbaan werd aangelegd. Beide molens werden in 1896 gehuurd door Koert Reinders uit Hoogezand, die eerder twee stoomoliefabrieken aan de Boerendanserdijk had overgenomen. De overeengekomen huurprijs voor beide molens was 460 gulden per jaar. In 1926 werd een nieuw contract opgemaakt, en ja, de huur werd zelfs lager, ging naar 400 gulden. Wat er met de laatste zin, van dat huurcontract bedoeld werd, is nog steeds opmerkelijk. Er staat namelijk: “Op gevoelens van de Schoonheidscommissie zal door ondergeteekenden geen acht worden gegeven”, het gebeurt nu nog, maar men zet het niet op papier. Het bedrijf produceerde veevoer, en bij zijn overlijden in 1917 werd Koert Reinders genoemd als een van de grootste industriëlen van Zwolle met 110 arbeiders in dienst. De fabriek werd in 1970 overgenomen door Golden Wonder en in 1989 afgebroken. In de loop van de tijd is de Passiebloem een aantal malen gerestaureerd. De laatste keer was in 2010 en 2011. Sindsdien wordt met hulp van vrijwilligers de molen gaande gehouden en wordt er soms ook “olie geslagen”. Sinds de invoering van het kadaster weten we dat de families Ovink, Visscher en Gorter eigenaar waren van de molen. De laatste Gorter was notaris. Hij verkocht in 1931 de boel aan de Gemeente Zwolle. Hij heeft, geheel in stijl, het nalaten nagelaten.

15-06-2020

 

Stroomberg


Stroomberg 640px

Het café in Zwolle bekend als “Stroomberg” bestaat al sinds 1861 en werd gestart door ene Marten Doggenaar en kreeg de naam “De Nieuwstad”. Genoemd naar de “Nijstad”, waar het gebied dat voor de Diezerpoort lag, mee werd aangeduid. Egbert Stroomberg nam een dikke twintig jaar later het café over. Naast kastelein was hij ook scheepstimmerman, dus bestond de klantenkring voor een groot deel uit (turf)schippers en voor het overige deel tramreizigers en paardenhandelaars en de naam van het café wijzigde als vanzelf.

In 1937 kwam er een slijterij bij die vanuit de Thomas à Kempisstraat en vanuit het café te bereiken is. Die slijterij is qua oppervlakte heel klein gebleven maar als slijter heeft Stroomberg in Zwolle nog vier andere locaties en zelfs eentje in Genemuiden. Sinds 1955 bestiert de familie Mensink, die een grote vaste klantenkring, heeft de zaak, dat mag wel gezegd worden, met succes. Schakers, kaarters, biljarters en vergaderaars vinden er hun vaste plek.

Zo kocht mijn vader er jarenlang het wekelijkse portie witte port en Beerenburg en betaalde die toentertijd met een betaalcheque. Bij een belastingcontrole van de administratie, vroeg de belastingman aan mijn vader; “Heet uw hulp in de huishouding mevrouw Mensink?”  Waarop mijn vader antwoordde met de wedervraag: “Hoezo?”

Het antwoord van de controleur was: “Ik vind hier een wekelijkse, dezelfde betaling aan een mevrouw met die naam, vandaar.”

Hij was duidelijk niet bekend met café Stroomberg en had daarom ook nooit het devies gezien dat er al heel lang boven de bar hangt: “Drinck als regel maetig, maar dan wel regelmaetig”.

14-06-2020

 

Apotheek


Apotheek 640px

In mijn jeugd was in de verste verten geen apotheek te vinden in het Wipstrikkwartier van Zwolle. We werden dan ook naar “Apotheek Ir. A.W.Vervloet” in de Diezerstraat gestuurd. Met het receptenpapiertje in mijn knuistje geklemd, - nee dat klinkt wat pathetisch, misschien wat Jugendstil achtig - moest ik er toch vaak tweemaal heen. Om het recept te brengen en later weer om de medicijnen op te halen.  En ik zag niet hoe mooi het hele pand eigenlijk was. Want ook het interieur had de stijl, die aan nu aan de buitenkant zo herkenbaar is.

De capsule en de doordrukstrip moesten nog worden uitgevonden dus werd er veel zelf bereid en kreeg je het in flesjes of in poedervorm mee. Daardoor rook het er naar een mengsel van lysol en ether, of iets dat daar op lijkt.  Gelukkig voor ons verhuisde de opvolger van Vervloet, ene Drs Cath, al snel naar de Thomas à Kempisstraat en kreeg dit pand een andere bestemming.  Wat ik zelf mooi en passend vind is dat het pand een naam heeft. Die staat op de daklijst: “Het Witte Kruis”. Dat doet mij ook weer aan vroeger denken. Nu slikken we onnoemlijk veel paracetamol, ten tijde van deze apotheek, kochten we buisjes “Chefarine 4” of doosjes “Witte Kruis” poeders om hoofdpijn, koorts of koezenzeerte te bestrijden.

Een eindje terug in Diezerstraat was in diezelfde tijd ook een drogist “De Oude Gaper”, waar ook vanuit allerlei laatjes, potten en flessen, van alles, zelfs wat je niet kon bedenken, te koop was. Een winkel van Sinkel dus, niet met de hoeden petten en damescorsetten maar wel met dropjes om te snoepen en pilletjes om te poepen.

13-06-2020

 

Theodorakapel


Theodora 640px

Er gaat bij slopen vaak iets mis. Maar Theodora was schijnbaar een bijzondere vrouw want hier is meer dan eens iets goed gegaan. In 1904 laat zij, Theodora Ludovica Vos de Wael als burgemeestersdochter, een legaat van vijfduizend gulden na aan de parochie Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming. Die stichten daarvan, op de plek van haar woning aan de Harm Smeengekade, een pension waar eerst vrouwen en later ook mannen liefdevol werden verzorgd door de Zusters van Carolus Borromeus. Dat groeide uit naar een klooster en weer later naar het verzorgingshuis De Nieuwe Haven.

Toen dat niet meer aan de eisen voldeed is er in 2011 achter het klooster nieuwbouw gepleegd (IJsselheem) en het oude hoofdgebouw is als appartementengebouw gerenoveerd. De restanten van het klooster werden gesloopt en gelukkig besloot men deze kapel voor de sloop te behoeden. De nieuwbouw in de buurt ervan is, zoals op de foto te zien is, in een bijpassend stijl ontworpen. Ook is de kapel weer een in het oog springend object geworden en wordt nog vaak voor vieringen door de bewoners van IJsselheem èn anderen gebruikt. Eerder al vond men sporen van het tegenhouden van een sloop. In 2007 werd in de Theodorakapel een Piëta gevonden. Het beeld van de treurende Maria met overleden Jezus in haar armen was verborgen achter een blinde muur, in een afgesloten nis. Het beeld is rond 1900 gemaakt door kunstenaar Bokhoven. Het verhaal gaat dat midden jaren zestig één van de arbeiders die in de kapel werkte het niet over zijn hart kon krijgen het beeld te vernietigen als gevolg van besluiten van het tweede Vaticaanse Concilie, ook wel bekend als de tweede Beeldenstorm. Juist vandaag de dag is er weer een beeldenstorm gaande, Het bovenstaande leert ons: “Bezint eer ge aan slopen begint.”

12-06-2020

 

Vidiveni


Vidiveni 640px

Sinds 2012 zit in het pand dat bij heel veel Zwollenaren bekend staat als dat van Dansschool Drenth nu een restaurant met de naam die doet denken aan “Veni, vidi vici” oftewel, “Ik kwam, zag en overwon”. De betekenis van die naam is, naar men mij vertelde, daar ook van afgeleid en men mag zelf bedenken wat er nu mee bedoeld wordt.  Uit ervaring weet ik dat als je er eenmaal ben geweest, je graag wilt terugkomen.

Zoals gemeld heeft er jarenlang een heel andere naam op de deuren geprijkt namelijk die van Dansschool Drenth. In het centrum van Zwolle waren in het verleden twee bekende dansscholen. Die van Wiering in de Kamperstraat en die van Drenth op de plek waar we het vandaag over hebben. Beide gestart in een tijd waarin ‘dansles”, het leren stijldansen, als een onderdeel van de opvoeding werd beschouwd.  Niet iedere dansschool leerling was er dan ook op geheel vrijwillige basis, hetgeen dan aan het gedrag te merken was.

Bij de familie Drenth was het dansen eerst hobby en later is het tot hun professie uitgegroeid. Tot Klaas Drenth in 2006 meldde dat het beter was dat die “ouwe knar” van de dansvloer verdween. Zoon Jan zet het bedrijf sindsdien in Epe voort.

Er staat nog een naam op de gevel, namelijk “Christelijk Volksonderwijs”, een instantie die zich vooral ten doel stelde het Hervormde onderwijs in Zwolle te bevorderen. De Oranjeschool, die er jarenlang, op diezelfde Jufferenwal, tegenover stond behoorde ook tot die organisatie. Zo hebben zij ooit kweekscholen opgericht, waarvan die aan de Ten Oeverstraat er eentje was. De originele oprichters, zouden, als ze nog leefden, er vast moeite mee hebben dat die pedagogische academie nu een Katholieke instelling is. Waarom ik dat denk? Zij vonden zich dubbel-christelijk. ’t Staat namelijk ook op de achtergevel.

11-06-2020

 

Bank


Bank 3441 640px

Dit pand, vandaag op de foto, is heel lang het onderkomen van een bank geweest. Net boven de voordeur staat het jaartal 1914. We hebben het over de bank Doijer & Kalff, op de hoek van de Van Nagellstraat en de Burgemeester Van Roijensingel in Zwolle. Zoals ze zelf zeggen: “Doijer & Kalff is opgericht als kleinschalige, onafhankelijke bank in 1825. Doijer & Kalff stond toen al bekend als betrouwbare, onafhankelijke bewaarder van kostbare bezittingen en specialist op het gebied van edelmetalen. De kernwaarden van Doijer & Kalff zijn nog altijd onveranderd: discretie, integriteit en persoonlijke aandacht”, einde citaat.

Ze bestaan nog steeds en zijn na zo’n zeventig jaar zakelijke avonturen - als “gewone bank” met ondermeer de Amro bank, - terug bij het begin met nu hun hoofdvestiging in Amsterdam. Ze doen, zeg maar in beheer en adviezen op het terrein van bezittingen en beleggingen.

Ontegenzeggelijk is hun eerste ‘hoofdkantoor” nu nog een mooi gebouw. Ik vraag me wel af, al zolang ik een beetje kennis heb van deze instituten, waarom er, door een aantal ervan, gekozen wordt voor pracht en praal, als het over hun huisvesting gaat. Ik had liever dat er ‘zuinig en effectief” met “mijn” geld werd omgegaan, daarom mogen de “voordeur en de voorpui” wel wat soberder.

Tegenwoordig is het helemaal andersom. Vestigingen herken je niet meer zo makkelijk als bank en ze verdwijnen als sneeuw voor de zon.  We moeten vooral thuisbankieren, hoeven dan wel geen of weinig rente te betalen, maar krijgen het ook niet en moeten voor elk wissewasje betalen. Misschien was het zakendoen met een andere Doijer toen plezieriger. Die startte, iets eerder al in 1814, ook in Zwolle, samen met ene Van Deventer een distilleerderij. Blijft de vraag: “Wie was zijn bankier?”

10-06-2020

 

Open


Open 640px

“Ben je in de kerk geboren?” Dat schoot door me heen toen ik vandaag de Dominicanenkerk hier in Zwolle binnen liep.  Dat kan sinds kort weer, na wekenlang dicht te zijn geweest naar aanleiding van de uitbraak van het Covid-19 virus. “Ben je in de kerk geboren?” was nooit een serieuze vraag maar meer kritiek op je gedrag, want als dat je gezegd wordt, laat je een deur open staan en hoor je beter te weten. Ik vind het elke keer een belevenis om door zo’n openstaande deur een poosje in een kerk als deze te zijn. Alsof je in een andere wereld bent. Even een kaars aansteken geeft ook een goed gevoel. Al met al, fijn dus dat het weer kan. Ik voeg me wel af waarom het bijna uitsluitend rooms-katholieke kerken zijn die hun deuren hebben open staan. Heel veel protestants-christelijke kerken zitten door de week op slot. Ik denk dat de katholieke traditie - vroeger gingen veel roomse christenen dagelijks naar de kerk - daar debet aan is. Op internet las ik van een orthodoxe protestantse groepering dat zij vindt dat als je ’s zondags niet in de kerk komt, je dat ook door de week niet hoeft te kunnen. Ja, Onze-Lieve-Heer heeft rare kostgangers, ook dat is een bekend gezegde. Het is jammer dat heel veel kerken definitief gesloten, soms gesloopt worden. Ze maken een wezenlijk onderdeel van onze cultuur uit. Als de religie uit het leven verdwijnt, sterker nog als veel wat te maken heeft met de spiritualiteit in het leven, ondergesneeuwd raakt door bijvoorbeeld de steeds groter wordende digitale invloed, krijgen we een saaie, te voorspelbare wereld. Hoeft de betekenis ook niet meer uitgelegd te worden van het gezegde: “Voor het zingen de kerk verlaten”.

09-06-2020

 

Raadhuis


Raadhuis 640px

Goed beschouwd was het een rare situatie, maar daarover zo dadelijk meer. Eerst wat verder terug in de tijd. In 1883 kocht wijnhandelaar A.P.J. Trip van twee eigenaren de grond en liet daar een villa en koetshuis op bouwen. We zien het op de foto en heeft als officieel adres: Ter Pelkwijkpark 18. Het pand werd in 1894 opgeleverd en vier jaar later verkocht voor het nu luttele bedrag van hfl 30.000, = aan Ir. J.A. Roetert Tak, werkzaam bij de spoorwegen. Elf jaar na zijn overlijden verkocht zijn weduwe het met verlies voor hfl 23.000, = aan de gemeente Zwollerkerspel. En dan ben ik terug bij het begin, want die gemeente nam het pand in gebruik als Raadhuis. Opmerkelijk een gemeente met het Raadhuis op het grondgebied van een andere gemeente.

De gemeente Zwollerkerspel was in 1803 opgericht en lag als een ring van dorpen en buurtschappen om Zwolle. Ze had zich aanvankelijk voor de administratieve werkzaamheden moeten behelpen met het huren van kamers. Eerst in 1875 kocht de gemeente Zwollerkerspel een eigen pand aan de Nieuwe Markt dat in 1904 werd geruild voor een pand aan de Melkmarkt. Met de aanschaf van het pand op de foto kreeg die gemeente pas voor het eerst een representatief onderkomen. Nu lag de stad Zwolle, wel centraal te midden van de gemeente Zwollerkerspel maar op den duur werd het een beknellende toestand, waaraan in 1967 een einde kwam toen de gemeente Zwollerkerspel werd opgeheven. Zwolle kreeg er in één klap 12857 inwoners bij, zo’n 1760 werden aan Genemuiden, Hasselt, Heino en IJsselmuiden “toebedeeld”.  De oud-Zwollenaar van nu moet zich wel realiseren dat de gemeente Zwollerkerspel toen, 13% meer grondoppervlakte had dan de Gemeente Zwolle nu. Doar ‘ebbie nie van terugge, of wel dan?

08-06-2020

 

Bootjes


Bootjes 640px

Sommige mensen vinden vissen, en ik doel dan op de hengelsport, iets van “Twee dooie pieren aan elke kant van de hengel”, voor anderen is het de sport van hun leven.  Voor hen was vroeger de periode van 1 april tot 1 juni een ramp, want dan mocht er in het geheel niet gevist worden. In de nacht van 31 mei op die eerste juni bleven veel vissers op zodat ze om 00.01 uur met hun zo geliefde bezigheid te konden beginnen. Er waren die nacht zelfs radioprogramma’s aan gewijd, die live vanaf de waterkant de ether in werden gestuurd.

De hele fanatieke visser heeft meerdere hengels en een scala aan accessoires, de buitencategorie heeft zelfs een boot. Ik heb het bewust over de buitencategorie want een hengel kun je meenemen vanuit huis, op de fiets of in de auto, een boot is een heel ander verhaal.  Gelukkig heeft de hengelsportvereniging van Zwolle daarvoor een oplossing. Ze hebben op drie plaatsen een botenhaven, waarvan die bij de Noorderkolk, dichtbij het Zwartewater, op de foto te zien is. Het is de grootste haven, geschikt voor 150 bootjes, in beide andere kunnen samen nog eens 30 boten liggen. Helaas is er meer vraag dan aanbod dus is er een wachtlijst. Ik kreeg vanmorgen, toen ik er was, een wat somber gevoel bij het zien van al die lege, stil liggende bootjes. Ik mocht namelijk een aantal jaren Bijzonder Ambtenaar van de Burgerlijke Stand zijn en vaak bracht het aanstaande bruidspaar enthousiast “het huwelijksbootje” ter sprake. Vanmorgen, bij de geschetste aanblik moest ik daaraan denken. Hoeveel van die besproken huwelijksbootjes zouden er nu stilletje liggen dobberen op de levenszee?  Met aan boord twee dooie pieren aan elke kant van …….. ?

07-06-2020

 

PI


PI 640px

Een wiskundige denkt nu gelijk aan 3,14 met nog een oneindige rij getallen er achteraan. Voor velen, denk ik minder boeiend, dan waar het vandaag over gaat, de PI Zwolle, de Penitentiaire Inrichting, in de volksmond de bajes of gevangenis in Zuid genoemd. Zo rond de millenniumwisseling is in Zwolle met de bouw begonnen en ik schat dat de eerste klanten er in 2004 hun intrek hebben genomen. Het complex, een aantal jaren later nog wat uitgebreid, bestaat uit een Huis van Bewaring, een Gevangenis en een Penitentiair Psychiatrisch Centrum waar, in totaal, ruim vierhonderd gedetineerden hun verplichte korte of langere tijd kunnen verblijven.  Onderweg er heen regende het even en moest ik denken aan het regeltje dat we vroeger opzegden:

”Als’t re gènt is’t verve lènd in de gé van génis van De vènter.” Ik zou er op zo’n saai moment wel eens binnen willen kijken maar dat schijnt geen eenvoudige zaak te zijn. Natuurlijk zijn er illegale methoden, die vallen in de categorie; Hoe kom ik het snelst in het ziekenhuis? Antwoord: Zonder uit te kijken de Ceintuurbaan oversteken.

Het personeel dat vroeger in de oude bajes van Zwolle heeft gewerkt, nu De Librije, kijkt nog vaak met weemoed terug. Omdat er maximaal zestig gedetineerden waren en alles dus veel kleinschaliger georganiseerd was.

Bij slecht weer was het daar trouwens helemaal slecht toeven. Je zàt er, bijna letterlijk, je straf uit want er was maar een kleine betegelde binnenplaats en een benauwd sportzaaltje op zolder.

Als de nieuwe bajes ooit een andere bestemming moet krijgen, is in het kader van de “nieuwe-anderhalve-meter-maatschappij”, een horecabedrijf ook wel weer een optie. Ruimte genoeg en zitplaatsen zat!

06-06-2020

 

Piet


Piet 640px

Piet was vanaf 1955 de buurman van mijn ouders. Had als gediplomeerd loodgietersknecht vanuit Scheveningen gesolliciteerd bij de Zwolse Gasfabriek. De overeenkomst tussen hem en mijn vader was een redelijk groot aantal dochters. Het grote verschil, mijn vader was a-technisch, sloeg met de zijkant van een nijptang een spijker in de muur, terwijl Piet twee enorm rechterhanden had. Als enige zoon van een a-techneut zocht ik mijn heil op klusgebied daarom bij Piet, die dat, zeg ik achteraf bezien, erg leuk vond, maar dat niet zo liet blijken. Hooguit met de zin: “Dat moet je anders doen” in plaats van kritiek te hebben.

Piet werd van onderhoudsmonteur, storingenman, kreeg eerst een brommer en een leren jas, daarna een Daf-33 in besteluitvoering, en nog later werd hij opzichter en in de avonduren leraar aan de ambachtsschool.  Het was in de tijd dat de gasfabriek, nog volop stadsgas maakte. Op de plek waar nu het parkeerdek Noordereiland ligt en waarvan de foto van vandaag, richting Hedon, is gemaakt.  Stadsgas werd gemaakt van steenkool hetgeen inhield dat de omgeving bepaald niet gevrijwaard was van kwalijk stoffen. Als er ooit nieuwbouw gepleegd gaat worden, zal er vast het een en ander aan bodemsanering gedaan moeten worden.

Het was in de tijd dat het gasbedrijf reclame maakte op hun VW-busjes met de zin: “Kookt, verwarmt en koelt met gas!”  Dat koelen met gas is nooit echt wat geworden, het koken en verwarmen des te meer. Door de komst van het aardgas verdween wel, na 122 jaar, de fabriek met de karakteristieke gashouders. Piet heb ik er nooit moeilijk over horen doen. Waarschijnlijk dacht hij daar net zo over als toen hij over zijn eigen naderend einde hoorde, waarover hij kort maar krachtig zei: “ Pech gehad!”

05-06-2020

 

Zuinig


Zuinig 640px

Eén van de straten, gebouwd in de jaren dertig, en waar ik twintig jaar later mijn jeugd doorbracht, is de Bilderdijkstraat in Zwolle. Die straat was eigenlijk in eerste instantie maar half afgebouwd. Van de andere helft lag het fundament er al, en ruim twintig jaar later bouwde een aannemer daarop voor Philips twee blokken rijtjeshuizen. Van een huidige bewoner hoorde ik dat verhaal en hij vertelde dat de nieuwbouw eigenlijk niet paste op dat oude fundament. Kortom een aannemer die vast en zeker tegen de regels in bouwde en er extra geld aan overhield.  Dat deed me denken aan een rij huizen in de Van Lennepstraat, daar vlakbij en op de foto van vandaag.

Toch al niet, voor huidige begrippen, zulke grote huizen maar toentertijd woonden er toch redelijke grote gezinnen in, zelfs met dertien kinderen. En het werden desondanks ruime huizen genoemd. De aannemer van de huizen aan de oneven kant, zo gaat het verhaal, besloot elk huis tien tot twintig centimeter smaller te bouwen dan in zijn bestek stond. Als je het eenmaal weet vallen de smalle gang en overloop op, is er een slaapkamer minder en heeft een andere slaapkamer een enorm loze hoek. Uiteindelijk hield hij op de hele rij zoveel ruimte over dat hij een extra woning kon bouwen en ook hij hield er dus ook extra geld aan over. Of het toezicht op de bouw tegenwoordig beter geregeld is, ik weet het niet. Die aannemers behoren bij de categorie “handige jongens”. Nog beter gezegd: “Het zijn jongens van de straat!”

04-0-2020

 

PvdA


PvdA 640px

De Ossenmarkt, het plein waarop de Basiliek staat met De Peperbus, is een toch wat desolaat plein in de binnenstad van Zwolle. Niets anders, dan de naam, doet herinneren aan de handel in vee die er vroeger heeft plaatsgehad. Lang werd er tegen de achterkant van bedrijven aan de Voorstraat, Luttekestraat en Kamperstraat aangekeken. De laatste decennia komt er langzaam verandering in. Zo had de firma Runhaar een winkel in zonwering aan de Voorstraat en (nog jaren daarna) een werkplaats aan de Ossenmarkt en wel op nummer 9, het pand op de foto van vandaag. Nadat Runhaar het pand overdeed aan een horecaonderneming kreeg het een oude naam terug, De Atlas, want ooit was er volgens de krant, een stoffig en donker vergaderzaaltje gevestigd.

Gevelsteen SDAP 7V6A9879

Op zondag 26 augustus 1894 werd daar de oudste voorloper van de PvdA opgericht. Een gedenksteen aan de gevel (rechts) herinnert er nog aan. Het initiatief daartoe ging uit van twee Zwollenaren en prominente socialistische politici uit die tijd, de meest bekende daarvan is toch wel Pieter Jelles Troelstra, waren er aanwezig. Hoewel de PvdA in Zwolle nooit een heel grote aanhang had, speelden hun politici vaak landelijke rollen. Nelleke Vedelaar, ooit wethouder in Zwolle is nu voorzitter en ook Margriet Meindertsma speelde tot 2011 een belangrijk rol in de Eerste Kamer. In het Zwolse college is heel lang plaats geweest voor enkele wethouders van PvdA-huize zoals Nooter, Witvliet en Dijkstra.  Wethouder Nooter is nog steeds bekend door het educatieve park “De Nooterhof”.  Ik kende hem ook als een bijzonder automobilist. Hij woonde bij ons in de straat en als hij wegreed ging dat héél voorzichtig. Wij als kinderen zeiden altijd: “Als hij bij de hoek is, stapt hij uit om te kijken of het veilig genoeg is om door te rijden”. Misschien wel vanuit de gedachte: ”Ik heb een educatieve voorbeeldfunctie.”

03-06-2020

 

Plein


Plein 640px

Je zou het niet meer zeggen, maar ooit stond het Van Nahuysplein in een kwade reuk. Van oorsprong lag er een zeventiende-eeuws bastion: de Sassenpoortenwal. Na het slopen van het vestingwerk zo rond 1850 verrezen er de eerste villa’s. Op de plaats van de gesloopte vestingmuur lag een verzameling krotwoningen die bij de Zwollenaren bekend stonden als De Kwade Negen.  Ze werden gezien als bron van besmetting en daarom werden ook zij gesloopt. In 1886 was alles klaar en doopte men het plein tot Potgieterplein. Amper zeven jaar later werd de naam alweer veranderd in Van Nahuysplein, naar de toenmalige burgermeester, voor wie een jaar eerder - naar aanleiding van zijn 25-jarig ambtsjubileum - de nu nog aanwezige fontein was geplaatst.

Vanuit de Sassenpoort gezien, staat in de rechter achterhoek van het plein een witte villa. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw bekend als het Zuster Schefferhuis, een particulier verpleeghuis. Toen het werd opgeheven verhuisden de “cliënten” naar de nieuwe afdeling B4 van het Ziekenhuis De Weezenlanden. Weer een aantal jaren later werd die afdeling opgeheven en werd er verhuisd naar het veel grotere en ruimere Verpleeghuis De Weezenlanden, dat pal naast het ziekenhuis was verrezen. Inmiddels is dat verpleeghuis “gefuseerd met “De Nieuwe Haven” waarna het een en ander weer is opgegaan in IJsselheem, de stichting waartoe nu, zeg maar, de Nieuwe Nieuwe Haven, aan de Burgemeester Vos de Waelstraat (nog steeds vlak bij de Veemarkt) deel uitmaakt. Als je als 70-jarige in het Zuster Schefferhuis terecht was gekomen, je was goed verzorgd en je had alle verhuizingen overleefd zat je dus nu, als 120-jarige in IJsselheem. Kwam de huidige burgermeester vast en zeker wekelijks bij je langs.

02-06-2020

 

Openluchtbad


Openluchtbad 640px

Het lag er op deze tweede pinksterdag zonnig maar ongebruikt bij, het Zwolse Openluchtbad. Ik kreeg de neiging om over het hek te klimmen en het water in te duiken. Want dat is een heel bijzonder gevoel, als enige zo’n groot leeg bad induiken. Ik mocht het in 1991 meemaken toen ik me had aangesloten bij “de bezetters van het openluchtbad”. De gemeente Zwolle had namelijk in haar wijsheid besloten dat Zwolle genoeg zou hebben aan het toen nieuwgebouwde overdekte “Hanzebad” en daarom werden de twee al jaren bestaande zwembaden gesloten. Het lapje grond waar dit bad van gebruik van maakt, zou, omdat het aan de ringweg om Zwolle ligt, veel geld op brengen. Dat vonden de bezetters een “kul-reden” en bij een stad met toen meer dan honderdduizend inwoners hoort toch ook een openluchtbad.  De gemeente nam de bezetters in eerste instantie niet zo serieus. Pas toen, de veel te vroeg overleden Paul Uil, bezetter van het eerste uur, uitvond dat een zwembad, ontworpen door architect Jan Gerko Wiebenga de monumentenstatus verdiende, moest de gemeente wel om.

Het zwembad werd daarna redelijke succesvol geëxploiteerd door vrijwilligers en wilde men er zwemmen moest men ook een aantal taken op zich nemen.

De Gemeente besloot na een aantal jaren toekijken, met ruime subsidies haar verantwoordelijkheid weer vaste vorm te geven, waarmee het zwembad zekerheid en nu een prima toekomst voor zich lijkt te hebben.

Mijn eerste zwemlessen kreeg ik hier in 1955, maar we werden, wegens het koude weer, al snel thuisgehouden. Toch heb ik er heel goed leren zwemmen. Waarmee maar weer bewezen is, mijn kleinkinderen moeten dit niet lezen, je ook zonder diploma niet gelijk kopje onder gaat.

01-06-2020

 

Telefoon


Telefoon 640px

Hij is niet meer weg te denken uit onze maatschappij, de mobiele telefoon, in de meeste gevallen een smartphone, waarmee je nog veel meer kunt dan telefoneren alleen. Toen ik in de jaren zestig met werken begon, bestonden er uitsluitend, telefoons met een kiesschijf van zwart bakeliet, niet te tillen zo zwaar. Later werden ze van een lichter materiaal, met een handgreep en in een onbestemde kleur groen gemaakt. De telefooncentrale van Zwolle was in die tijd gevestigd in het gebouw op de foto, Parkstraat 1. Het zat voor een heel groot deel vol met relais en schakelaars die al ratelend hun werk deden als men de telefoon gebruikte.

Mijn ouders, met een “eigen zaak”, hadden als een van de eersten in de straat telefoon en voor spoedeisende telefoontjes kwamen buren gewoon even langs. Iedereen kon meeluisteren als bijvoorbeeld met de huisarts gebeld moest worden. Dat iedereen kan meeluisteren, dat is niet veranderd met de komst van de smartphone. Heel veel mensen bellen er lustig en ongegeneerd op los, op straat, in supermarkten en in horecabedrijven, iedereen mag meeluisteren. Terwijl de wetgeving op het gebied van de privacy steeds strenger wordt. Vanmorgen nog hoorde ik een discussie over het gebruik van door telefoonproviders verzamelde data die gebruikt zou kunnen worden voor de bestrijding van Covid-19. Die privacywetgeving gaat dat zeer moeilijk maken terwijl wij Nederlanders met het grootste gemak zonder enige restrictie veel aan Google en Facebook c.s. toevertrouwen. Om over na te denken.

Vroeger was trouwens alles niet beter, dat wil ik er niet mee zeggen, ook in deze telefooncentrale werd, zo nodig afgeluisterd. En dan tot slot:
’s maandagsmorgens, zo rond de klok van half tien was het in deze centrale een hels kabaal. Dan ratelden vele, vele relais tegelijkertijd. Dan tilde “moeder-de-vrouw” de haak even van de telefoon, haalde een stofdoek over het apparaat en liet de kiesschijf een rondje maken.
Prrrt-prrr-prrrrrrrrrrrrrrt!

31-05-2020

 

Sluis


Sluis 640px

Vanmorgen moest ik even in Spoolde, een buurtschap van aan de rand van Zwolle en liggend aan de IJssel, zijn en zo kwam ik op de Nilantsweg terecht. Vroeger kwam ik er vaker, toen er nog een schoonzus en zwager woonden. Zwager Henk, bij iedereen daar bekend als ‘enke Boer, was geboren en getogen in Spoolde en woonde in het laatste huis, dus als het ware tegen het Zwolle-IJsselkanaal aan. Door, dat in de jaren zestig, gegraven kanaal werd het dagelijks leven in die hoek van Spoolde danig veranderd. Families die generaties lang elkaars buren waren geweest, moesten nu de fiets of auto pakken om, via de brug bij de Spooldersluis, bij elkaar op bezoek te  gaan.

Natuurlijk had het kanaal ook voordelen. ‘enke Boer bijvoorbeeld had een zuivelhandel en de via de sluis voorbijkomende schippers deden er nog vaak en graag even wat boodschappen. En de kinderen in de buurt hadden er heel mooi zwemwater bijgekregen, heel luxe, vlak bij huis. Staande op de dijk is het nog steeds een mooi gezicht. De overgang van kanaal naar IJssel en de schepen die er geschut worden, waardoor het ook een gebied geworden is waar veel gewandeld en gefietst wordt. De zwager en schoonzus hadden een grote tuin, liggend tegen de sluisdijk. Van die tuin werd door de familie dankbaar gebruik gemaakt als een van de katten het tijdelijke voor het eeuwige verruild had. Die kreeg “een eigen kuiltje” onder een van de bomen. Er werd dan ook nog wel eens gezegd, als we er op bezoek gingen: “Jongens, we gaan even naar de kattecomben!” We deden zwager en schoonzus ermee tekort, denk ik nu, maar als kattenhater vond ik het wel een passende term.

30-5-2020

 

Spoorbrug


Spoorbrug 640px

Van de ruim 135 jaar dat de “Hoge Spoorbrug” in Zwolle bestaat heb er meer dan de helft mogen meemaken. Toch is het aantal keren dat ik van de brug gebruik maakte, op de vingers van beide handen te tellen. Ook vanmorgen toen ik deze foto maakte was het er stil en zag ik niemand die dat deed. Toch is de niet weg te denken uit het Zwolse stadsbeeld, zeker niet uit het gebied rondom het station. Gebouwd in 1884, in drie boogdelen van elk ruim 35 meter, is de overspanning ruim 107 meter lang. In 1950 is de hele brug een stukje omhoog gebracht in verband met de elektrificatie van het spoorwegnet en in 1990 is de brug gerestaureerd en zijn de opritten vanwege de komst van de Van Karnebeektunnel veranderd.

Wonend in het Wipstrikkwartier hadden we weinig te zoeken in het buurtschap Schelle dat aan de andere kant van die brug lag. Eigenlijk kende ik de brug alleen maar als we er voorbij kwamen.  Dat was een paar keer in het jaar, Bijvoorbeeld als we als kinderen op de vrije woensdagmiddag, door slecht weer, het uurtje rust dat mijn moeder nodig had, dreigden te verstoren. De “busse van Skutte”, lijn 1 en lijn 2, kwam elk kwartier bij ons om de hoek langs en we “mochten” van ons moeder een rondje met de bus mee. We reden dan naar het station, bleven in de bus zitten en reden via Assendorp weer richting huis. Voor zo’n vijftig na-oorlogse centen had mijn moeder haar eigen uurtje.  En dan passeerden we, zoals gezegd deze brug, uitstappen kon niet, dus bleef de kinderwens bestaan om eens op die brug naar de treinen te kunnen kijken. Het had vanmorgen dus weer gekund, alleen was daar het maken van deze foto nooit gelukt.

29-5-2020

 

Rooie


Rooie 640px

In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er in Zwolle weinig kleine uitvaartbedrijven, wel twee grotere, de Monuta, gevestigd, in het pand op de foto, aan de Potgietersingel en de ZBV, de Zwolsche Begrafenis Onderneming, zetelend op de hoek van de Nieuwe Markt en de Samuel Hirschstraat, vlakbij de synagoge.   Bij de eerstgenoemde heb ik een aantal jaren mijn werkplek gehad en lag met grote regelmaat in de clinch met een toen heel bekende, dan wel beruchte, parkeerwachter Post, ook wel Rooie Post genoemd. Op de Potgietersingel was namelijk het merendeel van de parkeerplaatsen uitgegeven aan vergunninghouders, vooral aan de (advocaten)kantoren destijds veelal gevestigd in de Koestraat. Hetgeen inhield dat ’s avonds en in het weekend die plekken zo goed als niet gebruikt werden. Als Rooie Post wist dat er buiten kantoortijden een condoleance of uitvaart gepland stond, dat stond vaak in rouwadvertenties in de Zwolse Courant, en er dus vaak illegaal geparkeerd werd, kwam hij steevast een ris bekeuringen uitdelen. We hebben wat gemopperd dan wel gescholden op de man.

De twee uitvaartbedrijven mekkerden ook vaak en veel over en naar elkaar. Om in hun vaktermen te spreken, ze stonden elkaar naar het leven. Dat wisten ook veel Zwollenaren.  Zo was er een groepje mannen, allen al ver in de zeventig, dat er gewoonte van maakte om heel vaak te komen condoleren. Niet vanwege het meeleven maar om de gratis koffie.  Bij het weggaan van één van die semi-treurenden trof ik hem bij de deur.  Hij sprak voor mij de legendarische woorden: “Zo nu ga ik even naar de ZBV, daar is de cake lekkerder!”

28-05-2020

 

Paal


Paal 640px

“In het midden van ons landje ligt een stad die zeer bekoort,
Niet alleen door mooie singels maar ook door haar Sassenpoort.”

Het zijn de eerste twee regels van het Zwols stedelied, dat wij op de lagere school moesten leren in de zomer van 1958. Alle Zwolse lagere scholen waren gevraagd acte de présence te geven bij het heien van de eerste paal voor een geheel nieuw te bouwen woonwijk aan de noordkant van Zwolle. Voor de goede orde, het gebeurde op een plek in de nabijheid van de palen op de foto. Het Deltion College staat nu waar het eerste deel, Holtenbroek 1, van die nieuwe wijk destijds werd aangelegd.  Dat heien gebeurde op woensdag 17 september 1958 door Minister van Volkshuisvesting De Witte. Wij als leerlingen hadden voor die gelegenheid dat Zwols Stedelied dus moeten instuderen, elke week met alle leerlingen tegelijk op de zolder van de school, een lied met twee coupletten, een refrein en een melodie die eigenlijk al direct verbeterd had moeten worden. En zo wandelden we, op een niet al te warme septemberdag, van de Wipstrikkerallee naar het eind van Industrieweg, zo’n 3 kilometer, om ter plekke van het officiële deel niets te zien, maar wel uit volle borst dat Zwolse stedelied te zingen. Want, zo was ons verteld, we zouden de volgende dag in het radiojournaal te horen zijn.  En zo zat de volgende dag het hele gezin Algra om de luidspreker van de radiodistributie gespannen te wachten op het grote moment. En ja, daar werd met een deftige stem mededeling gedaan van de activiteiten van de minister.  Daarna klonk nog ongeveer 15 seconden van het door een paar honderd kinderen gezongen lied, en uit was de pret. Er is daarna nooit meer een gelegenheid geweest waar ik het lied kon zingen. Eén troost: Van minister De Witte heb ik ook nooit meer wat vernomen.

27-05-2020

 

Refter


Refter 640px

Ik wandelde vanmorgen vanaf de Sassenpoort de Sassenstraat in en op de hoek van de Nieuwe Markt, zag ik ineens een van de twee oudste gebouwen van Zwolle. Eerlijk gezegd wist ik het niet, dat van die oudste gebouwen. Ik las dat vanmiddag toen ik me erin verdiepte. In 1324 verwoestte een enorme stadsbrand het overgrote deel van de huidige binnenstad op dit pand “Het Refter” en de “Bethlehemse Kerk” na. Vandaar dat we nu spreken over de twee oudste panden van de stad. Gebouwd in, waarschijnlijk het jaar 1304 als respectievelijk eetzaal en kapel van een groot kloostercomplex.

Het Refter heeft in de loop der eeuwen veel functies gehad. Na de reformatie werd het lange tijd gebruikt als vergaderruimte voor de gilden, belangenorganisaties van mensen met dezelfde beroepen. Later werden er schermlessen in gegeven en diende het als kazerne voor Franse soldaten. In de laatste zeventig jaar bood het Refter onderdak aan de Handelsschool, vergaderingen van de PKN en de lokale VVV. Nu is het een horecabedrijf.

Het was de bedoeling dat ik, in navolging van mijn vader mijn opleiding, in de daar toen aanwezige Handelsschool zou gaan doen. Afgaande op de, meestal door vaders aangedikte, verhalen leek het me prima bij me passen en deed ik in het voorjaar toelatingsexamen. Met 13 andere jongens s en 1 meisje. Dat paste precies bij de verhalen die ik al kende. De verhouding in aantallen tussen jongens en meisjes. Ideaal voor een zoon die opgroeide met vijf zussen. Dat zou een bijzondere ervaring worden. Toen mijn vader van het aantal nieuwe leerlingen hoorde, “boekte hij mij nog tijdens de zomervakantie over” naar het Christelijk Lyceum in de Veerallee.

Hij kreeg een jaar later gelijk, de school werd wegens gebrek aan leerlingen opgeheven. Ik heb het nooit leuk gevonden in de Veerallee. U begrijpt het al: te veel meisjes!

26-05-2020

 

Brugwachter


Brugwachter 640px

Natuurlijk is het jammer dat beroepen verdwijnen. De stoker op de trein, maar ook de SRV-man, de broodventer, de lantaarnopsteker, de letterzetter, de kolenboer en de telegrambesteller om zo maar een paar, voor de vuist weg, op te noemen.

In Zwolle is de brugwachter ook verdwenen. Op de foto zijn onderkomen bij de Schoenkuiperbrug. Gelukkig verdween hij niet in heel Nederland. In Friesland bijvoorbeeld, zijn er, zeker tijdens het vaarseizoen, nog veel in actie te zien.  Ik schrijf daarom “gelukkig”.  Bij mij hoort bij het varen de romantiek van vrijheid, van roepen over het water, van wachten voor de sluis en wellicht een glaasje Beerenburg. En de brugwachter goed bejegenen. Zeker als er met een klompje aan een hengel wordt gewerkt. Ik weet wel, met romantiek kun je de bakker niet betalen, maar behaalde resultaten in het verleden zouden zeer wel de basis kunnen zijn van ons huidig levenspeil.

Niet alle brugwachters en schippers konden goed met elkaar opschieten. Toen de Vechtbrug, aan het begin van de Wipstrikkerallee, nog geopend kon worden, was er een binnenschipper - die bij Reinders Slaoliefabrieken moest lossen en lang had moeten wachten voordat hij aan de beurt was - die er de smoor behoorlijk over in had. Toen hij “het klompje” aangereikt kreeg, spuugde hij er een keer in en hield het tijdens het wegvaren net zo lang vast tot de brugwachter de hengel moest loslaten. De jeugd die voor de brug stond te wachten, joelde het uit. De schipper echter was vergeten dat hij de volgende dag op de terugreis weer met dezelfde brugwachter te maken kreeg. Ik heb daar maar niet op gewacht.

25-05-2020

 

Frankhuis


Frankhuis 640px

Door het, in de jaren zestig, graven van het Zwolle-IJsselkanaal raakte het buurtschap Frankhuis geheel afgezonderd van Zwolle. Het kwam in een hoek te liggen gevormd door dat kanaal en de wegen naar Kampen en Hasselt. Frankhuis kende zo’n veertig, vooral kleine (dijk-)huizen en tot ver in de jaren vijftig veel bedrijvigheid vooral door de aanwezigheid van één van de grotere woonwagenkampen “De Hanenrick”.  Als compensatie, voor het gegraven kanaal en de daardoor haperende wegverbinding, voer de eerste jaren een pontje en werd later deze brug aangelegd.  Een brug die, als je er eenmaal op staat een prachtig uitzicht geeft op de scheepvaart en omgeving, maar die, vooral voor fietsers lastig te nemen is, door de steile trappen. Hij wordt dan ook weinig gebruikt.  Begin jaren tachtig werden, langs de weg der geleidelijkheid, de grote woonwagenkampen gesloten. Het heeft dan ook jaren geduurd voordat de huidige situatie ontstond. Nu is het buurtschap een onderdeel van de nieuwbouwwijk “Stadshagen”. 
Er doet een verhaal de ronde dat het Sociaal Cultureel Planbureau in 1997 liet weten dat in het buurtschap Frankhuis bijna de helft van de huishoudens moest zien rond te komen van nog geen 14.000 gulden per jaar. Daarmee zouden in Frankhuis meer mensen onder de armoedegrens leven dan in de Rotterdamse drugswijk Spangen. Na een golf van publiciteit krabbelde het SCP terug. Het onderzochte postcodegebied zou te klein zijn geweest en er woonden toevallig veel woonwagenbewoners met een uitkering. Maar werd door die laatste groep nou zoveel armoede geleden? Veel buurtbewoners twijfelden daaraan, zoals een bewoonster van destijds tegen een journalist zei: “Als er nou enkel piepkleine woonwagens stonden?”

24-05-2020

 

Touwbaan


Touwbaan 640px

Misschien herinnert u zich, als Zwollenaar, dat aan het begin van de Van Karnebeekstraat een aantal jaren een bloemenwinkel heeft gezeten met de naam “De Touwbaan”.  Die naam is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Aan de overkant van de straat, daar waar nu het lange parkeerterrein (op de foto) ligt was vroeger een touwslagerij, ook wel lijnbaan en in Zwolle meestal touwbaan genoemd.  Op de touwbaan werd touw geslagen, dat wil zeggen er werd touw gemaakt door het ineen draaien van lange strengen. Doordat een aantal keren te herhalen kon een dikker touw worden verkregen.  Om letterlijk en figuurlijk “meters te kunnen maken” was daarom een behoorlijk lang terrein nodig. We kennen in Zwolle ook een Lijnbaan in de wijk “De Kamperpoort” waar al in de achttiende eeuw “touw geslagen” werd. In de Nederlandse taal is zelfs een oude uitdrukking: “Hij heeft en huis als een lijnbaan” wat zoveel wilde zeggen dat hij een huis met behoorlijke diepte in bezit had.

Touwbaan NL ZlHCO 1214 FD007089 1950bew

De touwbaan was in 1950 eigenlijk niets meer dan een lange verharde strook zand ...
(Bron: HCO - 1214 - FD007089)

Rond de eeuwwisseling eind 1900 waren er, zo kon ik terugvinden in de boeken, nog vier touwslagerijen in Zwolle, en nog redelijk dicht bij elkaar ook. Rond 1872 had ene H. De Vries Jzn  een touwbaan,  daar waar nu de huizen van de Rhijnvis Feithlaan staan. Aan de Thomas à Kempisstraat ter hoogte van nr.11 had de familie Meier er eentje en in de Vechtstraat op nr. 48 was een touwslagerij gevestigd die in een paar jaar tijd drie eigenaren versleet.

Derk van den Bos, die van de Touwbaan aan de Van Karnebeekstraat is er in 1966 officieel mee opgehouden. Als u er nu in de buurt bent, denkt u wellicht terug aan dit verhaal of u zegt zo dadelijk: “Ik kan er geen touw aan vastknopen!”

23-05-2020

 

Starfighter


Starfighter 640px

Het is voor veel jongens een droom: piloot worden. Brandweer- of politieman mag ook en misschien is profvoetballer ook wel een optie tegenwoordig. En het is bijzonder, tenminste ik denk het, dat het Deltioncollege meedraait in het opleidingstraject voor dit soort bijzondere beroepen. Hoewel, opleiding tot profvoetballer hier aan de Zwartewaterallee? Ik overvraag het Deltion daar waarschijnlijk mee.

Het is ook wel een beetje misleidend zo’n vliegtuig op je schoolterrein, alsof iedereen piloot kan worden voor dat type toestel.  Je moet er namelijk èn een goed stel hersenen èn een uitstekende lichamelijke gezondheid voor hebben, waardoor er uiteindelijke veel, zeer veel, kandidaten afvallen. Aan de andere kant is zo’n identified flying object ook bedoeld als aandachtstrekker en uitdaging. Want ook mens kan meer dan hij of zij zelf vermoedt.

De afgelopen tijd hebben we veel mensen met werk bezig gezien. Werk waarvan slechts weinigen het in het verleden spectaculair zouden noemen. U weet wel de mensen in de zorg, in de supermarkten, in de uitvaartzorg en noem maar op. En nee, ze worden niet zo goed betaald als de vliegenier van zo-even. Wonderbaarlijk, want we hebben de term cruciale beroepen ervoor uitgevonden, we hebben die mensen daarna ook met een straaljagervaart de hemel in geprezen. Meer dan terecht. Nu bijna iedereen weer met beide benen op de grond staat, wordt het tijd om hen allen cruciaal beter te gaan betalen. Als we daarmee wachten tot een volgende pandemie, dan zijn de lovende woorden van de afgelopen tijd gebakken lucht geweest. En daarin kan zelfs de allerbeste piloot niet vliegen.

22-05-2020

 

Philosofenallee


Philosofenallee 640px

De meeste kappers zijn wel praters, maar of het allemaal filosofen zijn is nog maar de vraag. Mijn eerste kapper, Wielink was zijn naam, had zijn “salon” rechts naast het pand met de dubbele deuren, vandaag op de foto gemaakt in de bovenstaande allee. Als kind, zeker in de jaren vijftig, was deze kapper knap indrukwekkend. Buiten dat hij moeilijk liep, omdat hij een klompvoet had, toen ook horrelvoet genoemd, werd er nog behoorlijk vaak geschoren en dat gedoe met messen langs kelen, vond ik beangstigend. De klant zou toch zomaar doorgebloed in de stoel kunnen liggen.  Je kwam toch al niet heel positief denkend bij de kapper binnen want je kwam bij de buurman langs. Die van de dubbele deuren, bij steenhouwer Luit die gespecialiseerd was in het maken van grafzerken.

Tegenwoordig worden de letters computergestuurd in de steen gegraveerd, toen ging dat nog met het handje, hamer en beitel. Ik kon er lang bij staan kijken, dat dan weer wel, want je zag langzaam en gestaag de hele tekst tevoorschijn komen. Ik vermoed dat het uurloon van de man niet hoog geweest kan zijn, anders was zo’n zerk niet te betalen. De kapper was ook niet duur, een haarcoupe had ook vaak veel weg van een bloempotmodel, vandaar ook dat scheren als bijverdienste. Ik zei het al, kappers waren nogal praterig, waarschijnlijk ook behoorlijk eigenwijs want de uitdrukking “Iemand knippen en scheren” betekent toch echt iemand de les lezen.

Kapper

In de kapsalon hing overigens een prent aan de muur van een bekend scheermiddelenfabrikant. Daar stond de volgende reclameleus op: “Wie scheert met verstand, Zeept in met “de Vergulde Hand”.” Jarenlang schoot, als ik er voorbij kwam, me die zin te binnen en ik dacht er vaak achteraan: “En als het moet, zelfs met een horrelvoet!”

21-05-2020

 

Watersteeg


Watersteeg 640px

Zo heette en noemden wij de Kuyerhuislaan in mijn jeugd. Oorspronkelijk had de Campherbeeklaan in Berkum ook deze natte naam en toen in 1967 Zwollerkerspel bij de gemeente Zwolle werd gevoegd verdween de naam Watersteeg geheel. Waarschijnlijk niet mooi genoeg voor de bewoners van de luxe huizen die er al stonden en later bij zouden komen. De Watersteeg, was een gewilde wandelroute voor de zondagmiddag en voor meer of minder verliefde stelletjes. Voor ons, de kinderen van de Wipstrikbuurt behoorden de Watersteeg en de kindertjesweilanden (daar waar nu ondermeer het ziekenhuis staat) tot ons speel-territorium. Het huidige Roodhuizerpad, nu een fietspad, was voor ons een sluipweggetje binnendoor en werd, vanwege de sintels waarmee het was verhard “het zwarte weggetje” genoemd. Kwam je daar de Watersteeg in kon je linksaf naar Berkum, rechtsaf richting Herfte. Deed je dat laatste, lag in de scherpe bocht naar rechts, in het bos, net zoals op de foto van vandaag, “De Kiekebelt”, rietgedekt en gebouwd in 1926. De naam betekent “uitkijkheuvel’ een soort van verdedigingswerk, waar de weg in een bocht van negentig graden omheen werd aangelegd. Zo kon de route naar Twente goed in de gaten gehouden worden.  De weg stond regelmatig onder water waarmee de naam Watersteeg” waarschijnlijk verklaard is. In mijn jeugd woonde in huize “De Kiekebelt” een neuroloog Van der Zwan. Even heb ik gedacht dat als ik voor zo’n beroep zou kiezen ik ook aan die steeg zou kunnen wonen. Het werd koffie en zo meer en ik werd heel gelukkig in de Aa-landen.

20-05-2020

 

Hanekamp


Hanekamp 640px

Tegenover mijn geboortehuis stond Herberg de Hanekamp aan de Wipstrikkerallee in Zwolle. Hij is in 1953 steen voor steen afgebroken en later in het Openluchtmuseum in Arnhem weer opgebouwd en is een bezoekje meer dan waard. De sloop, ik wist niets van herbouw, werd door mij gadegeslagen vanuit het zolderraam. Ook de start van de bouw van het nieuwe pand heb ik deels nog kunnen aanschouwen, toen verhuisden we. Het nieuwe gebouw op die plek bestaat tegenwoordig uit de winkel van De Graaf, landelijk bekend om de piano’s en vleugels, met daarboven drie lagen woningen. Het adres is niet meer aan de Wipstrik maar is nu Hanekamp 2-8.   Toen de bouw werd opgeleverd was op nummer 2: drogist Maarsen en van de Brink (later Bijsterveld), in het midden op 4 en 6: De Gruyter en geheel links op 8: de groentewinkel van Hovenga. Na een paar jaar, in 1960, kon De Graaf de winkel op nummer 8 huren en toen De Gruyter in 1975 vertrok en tot slot ook de drogist er mee ophield werd het één grote muziekwinkel.

Mijn grootouders waren een aantal jaren met veel plezier de eerste bewoners boven het middelste deel, hoewel het trappenhuis een beetje een bezwaar was. Natuurlijk kwamen wij er vaak evenals mijn ooms en tantes. Eén tante, die er zelfs enkele jaren bij inwoonde kocht ooit zes, zoals was aangeduid, onbreekbare glazen. Tegenwoordig noemen we dat pyrexglas. “We zullen even zien of ze onbreekbaar zijn, sprak tante en liet in het trappenhuis een glas twee verdiepingen naar beneden vallen. Het sprong als een autoruit in vele, vele kleine stukjes.  Waarmee bewezen wordt dat onze familie niet zo intelligent is als we eruit zien! Ik zal u voor zijn!

19-05-2020

 

Kapel


Kapel 640px

Het heeft een bijzondere vorm, dit kerkgebouw, ook wel de Kapel van de Vrije Evangelische Gemeente in Zwolle genoemd. Hij werd in de beginjaren ook wel het tentkerkje genoemd, de reden daarvoor moge duidelijk zijn.  Hij is, bij mijn weten in 1968 officieel in gebruik genomen,

Het is een geheel zelfstandige gemeente, gesticht in 1943, waarbij het aantal leden letterlijk van levensbelang is. De laatste jaren is er een groei in het aantal leden, waaruit ook de conclusie getrokken kan worden dat er een daling aan vooraf is gegaan. En ja, zo’n twaalf jaar geleden werd er zelfs overwogen te stoppen. Persoonlijk zou ik dat jammer vinden, kerkelijke variatie laat zien dat we allemaal verschillende mensen zijn. Gezien het aantal zitplaatsen in de kerk is het ledental niet reusachtig, dus zijn de lasten relatief zwaar. Zo moet het dak, en ik denk dat het dus ruim vijftig jaar oud is, hoognodig een onderhoudsbeurt hebben. Die is begroot op veel meer dan door henzelf kan worden opgebracht en daarom wordt naar financiële hulp gezocht. (veg.nl)

Ooit las ik dat de gemeenteleden van zichzelf zeggen: “We zijn vrolijk-orthodox.” Misschien daarom moeten ze wel de steun krijgen die ze verdienen. Lukt het niet, dan gelden misschien we de regels uit het liedboek voor de kerken: “Breek uw tent op ga op reis naar het land dat ik U wijs.”.

Misschien heeft de architect van destijds dit lied al laten meewegen in zijn ontwerp!

18-05-2020

 

IJsselbrug


Kleine Veer viaduct 640px

Vandaag reed ik over de Nilantsweg in Spoolde, een buurtschap dat bij Zwolle hoort en tegen de IJssel aan ligt. Opeens word je geconfronteerd met wat lijkt op een wel erg hoog viaduct.  Het is de toerit van de, zoals men hem in Zwolle noemt, nieuwe IJsselbrug, hoewel deze, als onderdeel van de A28 er alweer zo’n vijftig jaar ligt.  Eind jaren zestig ging ik bij de in aanbouw zijnde brug kijken samen met een zwager die toentertijd weg- en waterbouw studeerde.  We vonden het allebei indrukwekkend. Grote pijlers, met een hoogte van ruim dertien meter en een wegdek in een zogenoemde kokerconstructie. Daarbij zou de verkeersdruk op de Zwolle fors afnemen.

Dat het, voor die tijd, een bouwkundig huzarenstukje was, is ongetwijfeld waar. Maar als je de situatie anno 2020 bekijkt, schrik je, tenminste ik deed het. De verkeersdruk op de brug is in de loop der jaren ongekend toegenomen. Het aantal rijbanen is groter geworden, de vluchtstroken opgeofferd en als je nu “beneden staat” zie je vrachtauto’s vlak achter de glazen geluidschermen voorbij razen.  Je moet niet denken aan een ernstig ongeval waarbij, om maar iets te noemen, een tankauto betrokken is en die dwars door die schermen heen schiet. Want de huizen die er stonden, mochten gewoon blijven staan. Om over een veel sluipender gevaar, het fijnstof maar niet te spreken. Misschien wilden de toenmalige bewoners, met hun verkeersdrukte-kennis van toen, ook blijven, nu lijkt het heel onverantwoord. Misschien is dat stukje van het buurtschap voor de gemeente Zwolle economisch niet belangrijk genoeg om er een, voor deze tijd, goede oplossing voor te bedenken. Als ik er woonde zou ik, ondanks geluidschermen en wellicht oordopjes, ’s nachts vaak wakker liggen.

17-05-2020

 

Akke


Akke 640px

Het oude Sophiaziekenhuis aan de Rhijnvis Feithlaan wordt door veel Zwollenaren nog altijd zo genoemd hoewel het al in 1972 verlaten werd om nieuwbouw aan de Dokter van Heesweg te betrekken. In het deel dat op de foto te zien is, waren de operatiekamers gevestigd. Jaren reed ik er voor mijn werk in de koffiebranderij dagelijks een aantal keren langs, en werd mijn blik omhooggetrokken naar het uitstekende deel op de hoek. Naar daar waar het “moeilijke werk” werd verricht, die operatiekamers.  Meer dan de huidige, waren de ziekenhuizen ingericht op een langdurig verblijf van patiënten. Vroeger lag je voor een eenvoudige blindedarmoperatie minstens een week in een ziekenhuisbed tegenwoordig ben je na een openhartoperatie al na vijf dagen weer thuis. 

Beroemd van het “oude Sophietje” waren de grote zalen. Meer berucht dan beroemd was zaal 25, de mannenzaal. Niet elke hoofdzuster kon die zaal aan, de gezelligheid kon er wel eens uit de hand lopen. Zuster Zijlstra, een vrijgezelle verpleegster, die zoals haar naam al doet vermoeden, van Friese komaf was, had de zaak daar wel onder de duim. Ze hinkepinkte een beetje, maar met haar strenge gevatheid compenseerde ze dat, misschien door haar zelf niet zo ervaren, nadeel. Akke Zijlstra was een mens met een hart van goud. In haar privéleven betekende ze veel voor haar zus en zwager die met hun grote gezin op allerlei manieren door haar werden gesteund. Het zorgen voor anderen zat haar in het bloed.

Wij mochten in die jaren aan beide Zwolse ziekenhuizen koffie en thee leveren. Het verschil in gekozen kwaliteit was opvallend. Het Sophia koos voor veel goedkopere soorten dan het andere ziekenhuis. Dat kwam vooral omdat de gemeente voor veel kosten moest opdraaien.

Aan Akke kan het niet gelegen hebben!

16-05-2020

 

Recht


Recht 640px

Het Paleis van Justitie in Zwolle zien we vandaag op de foto. Maar of het die naam verdient? Bij het woord paleis doemen andere beelden bij mij op. Deze rechtbank staat hier sinds 1977. Het glazen deel aan de rechterkant is veel jonger en is nog maar een paar jaar in gebruik. Nee, het vorige gebouw, bij de Zwollenaren bekend als “De Rechtbank aan de Blijmarkt” had meer de allure van een paleis. In de opvatting van veel Zwollenaren is die allure verdwenen na de komst van reusachtige eivormige nieuwbouw waarin een tentoonstellingszaal van het Museum De Fundatie is gevestigd. Als u op Google de naam van het museum intikt, ziet u wat men bedoelt.  Dat voor rechtbanken zulke grote gebouwen met hoge zalen worden ontworpen, zal te maken hebben met de bedoeling de “klanten” van de rechtbank te imponeren.  Dat laatste lukt bij mij al niet sinds 1969 toen ik, met de officier van justitie Mr. Bins in “gevecht” was over het kunnen betalen van een boete. Ik wilde dat wel, alleen werd mij dat keer op keer onmogelijk gemaakt door administratieve blunders van rechtbankzijde. Na veel geharrewar bood Mr. Bins mij namens het personeel excuses aan. Ik kreeg een hand en mocht vertrekken. Toen ik bijna bij de uitgang was, klonk vanuit de hoogte vanaf een balustrade in de rechtbank: “Mijnheer Algra, U moet nog wel betalen, hoor!”
Ik weet nog, het ging om 35 gulden, dat ik dacht, “Ach wat kinderachtig, maar laat ik maar niet meer zeggen, want straks wordt de rechter linker!”

15-05-2020

 

Veemarkt


Veemarkt 640px

We kennen nu de Corona-crisis die heel de wereld treft. Alweer 19 jaar geleden heerste er opeens Mond- en Klauwzeer, een veeziekte, in Nederland die veel impact heeft gehad. Het werd in Engeland voor het eerst vastgesteld en kwam over naar Nederland. Ruim 300.000 zogenoemde eenhoevige dieren, in de buurt van de uitbraakplekken, werden hier preventief geruimd. De hele veehandel op markten werd stopgezet, en is, ondermeer door de opkomst van het internet, in die vorm niet weer teruggekomen. Jarenlang behoorde de veemarkt van Zwolle, die op deze plek in 1931 van start ging en zelfs een abattoir op het terrein had staan, tot de grootste drie van Nederland.  Helemaal toen in 1971 de IJsselhallen openden en een groot deel van de markt onder dak kwam. Bij de enorme aantallen vee, die wekelijks werden aangevoerd ontsnapte nogal eens een dier, dat vaak veel overlast veroorzaakte, of in de binnenstad of op de uitvalswegen in de buurt van de markt. Daarom moest om het hele terrein een hek komen.

Dat hek heeft nu voor de IJsselhallen wellicht grote financiële voordelen (een eigen afgeschermd parkeerterrein) maar geeft aan de hele buurt toch wel een getto-achtig uiterlijk. Daarnaast, en dat verwondert mij het meest, staat de gemeente allerlei zaken toe, zoals het stallen van bouwmaterialen en ander onduidelijk, met plastic en autobanden afgedekt, materiaal. Maar bovenal verloederen de panden aan de rand van de markt tot gelegenheden waar vroeger een bordje op gespijkerd zou worden met de tekst: “Onbewoonbaar verklaarde woning”. Waarom zien we die eigenlijk niet meer? Ik denk dat, zoals in veel gemeenten gebeurt, als de burgemeester of een van de wethouders vanuit zijn huis zicht zou hebben op dit “schoons”, er iets als renovatie allang gebeurd zou zijn.

14-05-2020

 

St. Jozephgebouw


St.Jozeph 640px

Wij veroordelen vanuit een overtuiging nogal eens de daden van mensen. Dat pakt niet altijd goed uit. Nog erger wordt het als de veroordeelden ook nog, al dan niet uit geloof of andere overtuiging handelden. Dat gebeurde vroeger ook al. Ook in Zwolle. De Rooms-katholieken bijvoorbeeld hadden het rond 1850 lang niet makkelijk. Zo hadden velen geen burgerrechten en moest er stiekeme kerkdiensten gehouden worden. Onder meer in een particulier huis op de hoek van de Nieuwstraat en de Rozemarijnstraat, toen nog -steeg genoemd. De schuilkerk werd “Onder de Boge” genoemd een naam die nu terug te vinden is bij het zo genoemde Aldo Eykplan, de nieuwbouw er vlakbij.

Toen scheiding van kerk en staat werd doorgevoerd mocht er een kerk gebouwd worden. Het werd de in 1848 gereed gekomen Michaëlskerk in de Nieuwstraat op de plek van de schuilkerk en staat nu bekend als het St,Jozephgebouw. De kerk werd met overheidsgeld gefinancierd en moest voldoen aan de eisen van het rijk vandaar dat het een waterstaatskerk wordt genoemd. Na de bouw van een nieuwe en mooiere Michaëlskerk (onnodig gesloopt in de jaren zestig) werd het gebouw overgedaan de RK-werkliedenvereniging en kreeg het de huidige naam. Door een bankdebacle moest het in 1892 van de hand worden gedaan en was het heel lang een pakhuis. In 1987 is het gebouw omgebouwd tot appartementencomplex.

Verderop in de Nieuwstraat staat het Pestengasthuys. Samen met de nonnen van de Congregatie “Onder de Bogen” werd in Zwolle de belangrijkste ziekenzorg gedaan. Die nonnen waren ooit de grondleggers van het Rooms Katholieke Ziekenhuis van Zwolle en vervulden nog lang een rol in het, in de Isala opgegane, ziekenhuis De Weezenlanden. En daarom citeer ik nog maar graag Toon Hermans die schreef:

Ik zie nog zuster Gracia
En zuster Aldegonde
Wanneer ze in de wind op ’t strand
Volop te wapp‘ren stonden
Als hemelvlaggen in de wind
Ik vond het zo apart
Daar tussen al die blote kleur
’t devote wit en zwart

Nu staan ze in hun jumpertjes
Wat grijsjes in de zon
En af en toe zegt iemand nog
Die juffrouw is een non

13-05-2020

 

Urbana


Urbana 640px

“Donkere wolken pakken zich samen boven “Urbana””, tenminste dat leek er vanmorgen op toen ik de foto maakte. Het lijkt er ook op als ik de krant mag geloven. De uitbater van het huidige bedrijf, Ben Schulte, ligt in onmin met de eigenaar van het pand. Er is sprake geweest van overname van het pand door “Loetje” een horecaketen gespecialiseerd in biefstukrecepten. Ik denk dat de naam Urbana dan zou verdwijnen. En dan te bedenken dat het ruim honderd jaar geleden als “buiten” werd gebouwd door notaris J van der Gronden. Zelf ben ik nog geen honderd, hoewel ik aardig op weg ben, maar ik ken Urbana wel heel mijn leven, als speeltuin, waar je ook wat kon drinken, later als feest- en danszaal. De familie Massier zwaaide er, nadat de villa in 1924 werd omgebouwd tot uitspanning en theetuin, de scepter. De heer Massier stopte ermee in 1973 en verkocht het geheel. Het raakte behoorlijk in verval tot in 1980 een Reimink, lid van de horecafamilie uit Lemelerveld het kocht, herbouwde en uitbreidde ondermeer met een bowlingbaan.

Zoals Urbana aan de rand van Zwolle ligt, zo hebben bedrijven van naam en faam hun plek gehad. Wat de denken van “De Vrolijkheid”, “Theetuin Thijssen”, onlangs nog op deze plek besproken, “De Jongejan” en “De Toerist”. Het zou mij een lief ding waard zijn als het de Zwolse gemeenschap zou lukken “Urbana” te behouden. Al was het alleen maar omdat er voor veel families mooie herinneringen liggen zoals verjaardagen en zilveren en gouden bruiloften. Zelf mocht ik er als Bijzonder Ambtenaar Burgerlijke Stand verscheidene huwelijke sluiten. En ik doe maar even alsof ik niet weet dat, zo laten de statistieken ons geloven, 30% daarvan al weer gescheiden is.

12-05-2020

 

Helden


Helden 640px

Op de foto van vandaag staat een van de Finse huizen in Zwolle. Finse huizen en scholen werden in de eerste jaren na de oorlog als bouwpakketten uit Finland aangeleverd in het kader van een Fins goodwillproject. Dit huis staat, met nog een paar in de zeeheldenbuurt, op de grens van vooroorlogse en naoorlogse bouw. De scholen zijn intussen gesloopt dan wel vervangen. De huizen bestaan, zoals u ziet, nog steeds. De zeeheldenbuurt ligt aan de zuidwestkant van de Wipstrikkerallee en werd vanaf 1920 gebouwd voor mensen die hun geld met hun handen verdienden. Aan de noordoostkant staan de huizen die vanaf 1930 verrezen voor de gegoede ambtenaren. Langs de genoemde allee bouwden de meest kapitaalkrachtige Zwollenaren hun villa’s. Als was het om “de buren” de ogen uit te steken.

Mijn lagere school lag ook aan de Wipstrik en ik moet zeggen, ik speelde eigenlijk liever bij mijn klasgenoten, uit de Ruyter- Bontekoe- en andere naar beroemde zeevaarders genoemde straten.  De sfeer was daar geheel anders dan bij ons in de schrijversbuurt aan de andere kant van de Wipstrik. Ik nam het verschil als vanzelfsprekend aan. Het zal gelegen hebben aan de wijze waarop de bewoners onderling met elkaar omgingen. In de ene buurt stonden de voor- en achterdeuren voortdurend open. In de andere buurt was de bel naast de voordeur erg belangrijk. Mijn schoolvriendjes van toen vertelden me later, veel later, dat zij spraken over onze buurt als “de betere kant van de Wipstrik”.  Ik vond het verschrikkelijk en leed bijna aan schaamte achteraf. Hoewel ik ook erg blij ben dat ze het niet voor me verborgen hebben gehouden. Het is eerlijk en schept duidelijkheid.  Voor mij zijn het nu de zeehelden van mijn school!

11-05-2020

 

Tachtig


Tachtig 640px

We lezen er weinig, zo niet niets over.  Dat het vandaag 10 mei 2020 tachtig jaar geleden is dat Nederland bij de Tweede Wereldoorlog werd betrokken.

Op de zonnige vrijdag 10 mei 1940 kwam de Duits inval voor de Zwollenaren als verrassing al waren er om 5 uur in de morgen waren er vliegtuigen te horen gevolgd door afweergeschut en zware explosies. Het (gemobiliseerde) Nederlandse leger liet om de opmars van de Duitsers te vertragen, de spoorbrug, de IJsselbrug en de Berkumerbrug de lucht invliegen en in de binnenstad de Vispoortenbrug en de Schoenkuiperbrug. Toch marcheerden ’s middags de Duitsers via de Luttekestraat, op de foto van vandaag, het centrum van Zwolle in. Wat daarna gebeurde, daaraan is de laatste weken gelukkig wel aandacht besteed.  Waarom schrijf ik dan nog dit verhaaltje? Hoe gek het ook moge klinken, vanwege mijn geboortedag, exact acht jaar na het uitbreken van die oorlog. Nee, het gaat me niet om felicitaties. De eerste jaren, zeg tot 1955, werd als men naar mijn geboortedatum vroeg heel vaak gereageerd met: ”Wat een nare dag om je verjaardag te vieren.”  Als kind van amper zes jaar vond ik dat vervelend, begreep het niet, ik was toch jarig? In die tijd hield de oorlog de mensen nog veel bezig. Men deed nog enorm aan wederopbouw en het verdriet was bij veel Nederlanders nog vers. Ze hadden vast moeite met vertrouwen hebben in hun toekomst. Heel begrijpelijk dus. Nu op 10 mei van dit jaar, met een crisis die ons hele leven beïnvloedt, is de toekomst voor velen ook onzeker. Toch heeft de tijd ons geleerd dat na rampzalige periodes het leven weer heel mooi kan worden. Misschien kan 10 mei jaarlijks wel als de dag van de hoop gevierd worden. Tenminste ik hoop van wel!

10-05-2020

 

Archief


Archief 640px

Als je zoekt naar de definitie van het woord archief kom je bijvoorbeeld deze tekst tegen: “Een archief is de bewaarplaats van belangrijke gegevens die zijn vastgelegd in documentvorm alsook de verzameling van documenten die voor een bepaald doel vervaardigd zijn.”

Dan is een presse-papier - dat stelt het kunstwerk op de foto voor - een passend symbool, tenminste tot 2001. Tot dan was hetzelfde gebouw, in een nog wat andere vorm, het Gemeente Archief van Zwolle. Nu heeft het een meer uitgebreidere functie gekregen, nadat het is samengegaan met het Rijksarchief van Overijssel tot het Historisch Centrum Overijssel (HCO). Dit soort archieven heeft, meen ik, als doelstelling het verzamelen van zoveel als mogelijk van en over de bevolking. Dat is goed, de geschiedenis leert ons veel. Maar als je dat te serieus meent en doet, kàn de relevantie in het geding komen.

Echte Zwollenaren zullen in de linkerbovenhoek van de foto het gebouw van de buurman, de Belastingdienst, aan de Burgemeester Drijbersingel herkennen. Ook een instelling die als doel heeft zoveel mogelijk gegevens te verzamelen over de burger, opdat op een rechtvaardige wijze belasting geheven kan worden. Tenminste dat denk ik. Tegenwoordig, in het kader van het leuker kunnen we het niet maken, meent men het ons makkelijker te maken met vooraf ingevulde aangifteformulieren. Ze zeggen er wel bij dat je dat, door hen ingevulde, moet controleren. Vul jij dan iets in dat zij niet wisten, corrigeren ze het met de mededeling dat zij het anders zien.  Meer een slogan van: Leuker kunnen we het niet maken, wel ergerlijk.  Ik weet wel, dit is maar één verhaal over het door de overheid omgaan met persoonlijke gegevens. Er zijn er vast meer. Ze kunnen er bij het HCO vast archiefkasten mee vullen.

09-05-2020

 

Flevo


Flevo 640px

Als “Ambachtskoele” was dit, als Flevogebouw bekendstaand, pand in 1898 ontworpen en gebouwd onder leiding van de Zwolse stadsarchitect van toen Van Essen. Als je eenmaal weet dat het als school ontworpen is herken je aan de ramen ook wel de structuur van het gebouw, iets met lokalen en dergelijke. Het was de voorloper - het was na dertig jaar al te klein - van het veel bekendere schoolgebouw aan de Mimosastraat. De in die tijd opgericht Dienst IJsselmeerpolders trok er toen in. Daar werden veel van de plannen ontwikkeld die eerst de Noordoostpolder deden ontstaan en nadat van de gemaakte fouten was geleerd, de Flevopolder. Zo was bijvoorbeeld bij de Noordoostpolder geen rekening gehouden met de daling van het grondwaterpeil in het ‘oude land” tijdens de drooglegging. Vandaar dat er om de Flevopolder een randmeer gekomen is.

Als kind reisde ik veel met mijn vader mee als hij probeerde koffie te verkopen dan wel te bezorgen. De Dienst IJsselmeerpolders was ook een afnemer en ik herinner me de enorme koolzaadvelden en daarbij behorende muggenplagen in het bijzonder. De polders horen nu onlosmakelijk bij ons landje en het gebouw werd later dan ook in gebruik genomen door de dienst “Stadsbeheer” van de Gemeente Zwolle. Voor de duidelijkheid daar vielen gemeentelijke diensten onder als Openbare Werken. Ik weet wel, grappen maken over de ambtenarij is niet gepast, maar toch.  Een goede kennis van me, altijd zelfstandig ondernemer was geweest, kreeg er op oudere leeftijd bij dat Stadsbeheer een baan. Deels als compensatie voor het verlies van zijn eigen bedrijf dat moest verdwijnen wegens reconstructie van een aantal straten in de stad. Toen ik hem vroeg hoe het hem er beviel, zei hij: “Prima, prima, prima, het harde werken heb ik wel afgeleerd!”  Dus toch!

08-05-2020

 

Zondags


Zondags 640px

Het heeft jaren geduurd voor ik wandelen leuk ben gaan vinden. Het komt misschien wel van het moeten wandelen in mijn jeugd. Vooral op zondag. Waarom juist dan? ’t Was voor een belangrijk deel tijdverdrijf, denk ik. De zondagsrust werd indertijd belangrijker gevonden dan vandaag de dag.

De verplichte wandeling ging, we woonden in de Wipstrikbuurt, bijna altijd richting Urbana. Woon je in de Aa-landen dan is een rondje Wijde Aa, vandaag op de foto, misschien nog wel die verplichte kost. Zondags wandelen daar, is mijn ervaring, meer mensen dan op andere dagen.

Wij zagen, als kinderen, niet hoe mooi het kon zijn onderweg, we zagen alleen maar de weg die we nog moesten gaan. En als we het toen al gekend hadden, zongen we mopperend het lied “Waarheen, waarvoor?”  We hoorden de vogels niet, we luisterden alleen naar elkaars chagrijn. En omdat we de zondagsrust wel erg respecteerden was uitblazen op een terrasje of een ijsje onderweg ook geen optie.

Bij ons in de straat woonde een, van de reumatiek stijf staande ruim tachtigjarige, weduwe wiens enige zoon, ver weg in Canada woonde. De hele straat noemde haar Tante Mienstra. Mijn moeder had haar als het ware geadopteerd en kookte bijvoorbeeld voor haar.  Zo’n tien jaar na het eerste paal heien in de toen nieuwe wijk Holtenbroek, meldde ze mijn moeder in vertrouwen dat zij Holtenbroek nog nooit gezien had. Waarop mijn ouders haar de zondag erna in hun auto zetten, met haar door Holtenbroek toerden, en via Hasselt en Rouveen weer thuiskwamen in Zwolle. Naar haar zeggen had ze een topmiddag gehad.

Bij het avondeten sprak mijn vader de voor ons legendarische woorden: “We hebben met tante Mienstra een grote fout begaan. We hadden haar ergens op een terras op koffie, gebak en een advocaatje moeten trakteren”.

Vanaf dat moment is die vorm van zondagsrust gelukkig uit hun en dus ook mijn leven verdwenen.  Amen.

07-05-2020

 

Tweederangs


Tweederangs 640px

Een achterafstraatje, zo worden dit soort straten wel genoemd. Een eindje weg van de belangrijke straten. Op de foto van vandaag zien we een stukje van de Langenholterweg, parallel aan de Thomas à Kempisstraat, die tegenwoordig volgens velen zo’n tweederangs straat is. Geheel ten onrechte natuurlijk Vroeger, begin vorige eeuw, was het een uitvalsweg van Zwolle en kwamen er de producten uit Langenholte Zwolle binnen. Langenholte en het gebied ten noorden van de Wipstrik, de Middelweg, Schelle en de Lure waren de leveranciers van tuinbouwproducten. Niet alleen voor Zwolle, ook gebieden als Twente en Salland behoorden tot de klantenkring. Tuinbouw was zo’n belangrijke economische pijler dat zelfs door twaalf plaatselijke tuinders een groenteveiling kon worden opgericht. En hoelang heeft Zwolle die niet gehad.

Belangrijke straten worden in de tijd soms minder interessant. De Kamperstraat, de Voorstraat, de Koestraat, het waren vroeger straten van betekenis, nu aanmerkelijk minder. Daar staat tegenover dat ander straten het tegenovergestelde meemaken. De Ceintuurbaan was vroeger doodlopend ter hoogte van het Openluchtbad en kijk nu eens. In de binnenstad veranderde de Kromme Jak van een beetje onguur steegje naar iets moois, a place to be, zeggen ze in de filmwereld.

Trouwens, Langenholte de buurt die ten noordwesten van de Agnietenberg ligt, had in 1946 een heus vliegveldje. Gelegen tussen de Brinkhoekweg en de Wijde Aa. Het had zelfs een naam. “De Koppels”. Wegens gebrek aan belangstelling hield dit vliegveld het nog geen jaar uit. Zouden ze deze laatste zin bij Lelystad Airport ook kennen? Of het woord “tweederangs”?

06-05-2020

 

Anne


Anne Haan 640px

Vader Haan hield van kinderen, daarom was hij ook onderwijzer en intussen ook een aantal malen vader geworden. Wellicht was hij ook rechtlijnig. Hij leerde zijn kinderen dat je als mens zelf verantwoordelijk bent voor de belangrijke keuzes in je leven.  En daarom had zoon Anne, 17 jaar oud en leerling machinist, geweigerd zich te melden bij de Arbeitseinzatz en zat hij met vele andere opgesloten in De Nieuwe Buitensocieteit, een film- en toneelzaal vlak bij het Station van Zwolle. Zo zal het misschien wel gegaan zijn. We hebben het over oktober 1944.

De Zwolse Courant van woensdag 13 oktober 2004 schreef zestig jaar na dato: "Eigenlijk was het een aanslag van niets. Er werden geen Duitse generaals gedood, er werd geen wapentransport vernietigd. De spoorlijn tussen Zwolle en Meppel werd vernield, dat wel, maar een dagje vlijtig doorwerken - wat de Duitsers wel was toevertrouwd - en het treinverkeer kon hervat worden. Toch moest er een daad gesteld worden, vond Brigadeführer Schöngart. Er moest bloed vloeien. Commandant Lütkenhus, die uiteindelijk de opdracht kreeg nam geen halve maatregelen. Hij liet op 13 oktober zeven mannen uit Zwolle en Zwollerkerspel oppakken, drie uit de gevangenis en vier uit de Nieuwe Buitensociëteit. Ze werden naar de schietbaan aan de Schrevenweg ( nu Haersterveerweg) gebracht en stierven daar voor het vuurpeloton. Anne Haan was de jongste van de zeven. Op de foto van vandaag staat het gedenkteken dat te vinden is aan de Haersterveerweg, tegen de A28 aan.

Anne 640px

Mijn vader vertelde mij erover ergens in de eerste tien jaar na de oorlog.

De familie Haan woonde bij hem/ons om de hoek. Mijn vader, vier jaar ouder dan Anne, weigerde zich ook te melden en dook onder in de buurt. Het heeft indruk op hem gemaakt, zodat hij het verhaal onuitwisbaar aan mij heeft overgebracht. Altijd nog moet ik aan dit verhaal denken als ik het huis van de familie Haan van toen voorbij kom. Jarenlang heeft die woning mij somber geleken. Het is denkbaar dat vader Haan na de 13 oktober 1944 de moed niet had om zijn leven op te pakken en daarom veel bij het oude heeft gelaten. De zinloze moordpartij moet bij hem een onvoorstelbaar verdriet veroorzaakt hebben. Dat werk je niet weg met een bevrijdingsfestival en popsterren in rondvliegende helikopters.  Daar past stilte bij, ook nu nog. Misschien moest het daarom wel zo zijn vandaag, na 75 jaar vrijheid.

05-05-2020

 

Fout


Fout 640px

Vanaf 1960 kreeg ik mijn gymnastieklessen in de gymzaal van het Gymnasium Celeanum, toen gevestigd in dit prachtige pand aan de Veerallee, vandaag op de foto. Dus net 15 jaar na het einde van de tweede wereldoorlog.  Niemand vertelde ons daar ook maar iets over wat er op vrijdag 2 oktober 1942 gebeurde en het duurde nog lang voordat het verhaal in Zwolle echt bekend werd.  Ik vind dat, sinds ik over de gebeurtenis van toen gehoord en gelezen heb, onbegrijpelijk.

Vierentachtig Joodse Zwollenaren werden vastgehouden in de gymzaal rechts op de foto. Dat waren voornamelijk vrouwen en kinderen van circa zestig Zwolse Joodse mannen die sinds de zomer van dat jaar gedwongen te werk waren gesteld in Nederlandse werkkampen in Overijssel en Friesland. Op zaterdag 3 oktober werd de hele groep onder het mom van gezinshereniging naar het doorgangskamp Westerbork gedeporteerd. Zeven personen wisten uit de gymnastiekzaal of kamp Westerbork te ontsnappen en overleefden in onderduik de oorlog. Alle overige mannen, vrouwen en kinderen werden naar de vernietigingskampen in het Oosten gedeporteerd. Slechts één van hen overleefde. In de gymzaal werden op de maandag na de deportatie ‘gewoon’ weer gymlessen gegeven.

Herdenking Monument Rozenboom 04102018 7V6A3762   Gevelsteen Delta Wonen 7V6A4216


Na de tweede wereldoorlog wisten wij Nederlanders, ook wij Zwollenaren heel goed aan te geven wie fout was geweest in de bezettingsjaren. En ik schrijf bewust ook wij Zwollenaren, want onlangs nog, anno 2020 zei er nog iemand tegen me; “Als ik geweten had dat ……… fout was in de oorlog dan had ik nu nog niets bij hem gekocht!”.  Ongetwijfeld waren er onder de fout-roepers ook mensen die het ook niet goed hadden gedaan, bijvoorbeeld omdat ze niets deden, onder het mom van dan kun je ook niets fout doen.  En er waren er die heel stilletjes veel goeds deden, maar die nog lang verdacht werden van fout-zijn.

Dat ons niets werd verteld in 1960 is een fout.  Zwijgen over het ons verleden is al fout.  Fouten uit het verleden verzwijgen is wellicht nog erger. We zijn en blijven hardnekkige foutenmakers terwijl we voortdurend worden gewaarschuwd dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst.

Vier en vijf mei zijn bij uitstek de dagen om over het verleden te spreken en opnieuw aan een toekomst te beginnen. Godfried Bomans had het er al over toen hij zei: “Elke weigering om een fout te herstellen heeft agressie tot gevolg.”    Daarom dus.

04-05-2020

 

Broek


Broek 640px

’t Is wonderbaarlijk, jarenlang ken ik de naam “Mastenbroek” als een poldergebied in de driehoek Zwolle-Kampen-Hasselt. Ik zette er fietstochten uit, ging er de glastuinbouw bewonderen en met Janny de lekkerste aardbeien uit de buurt kopen. Maar wat wist ik van de historie?

Vandaag besloot ik weer eens te gaan kijken in Stadshagen, een nieuwe wijk, voor een groot gedeelte gebouwd in die Mastenbroekerpolder.  Daarvoor moest ik de brug op de foto over, de brug over het Zwartewater, die het “oude Zwolle” koppelt aan het nieuwe stuk waar nu al zo’n 30.000 bewoners hun plek hebben gevonden. Reden genoeg me te verdiepen in de herkomst van de naam op de brug: Mastenbroekerbrug.

De polder heeft er na de ontginning rond 1400, daarvoor was het een drassig veengebied, eigenlijk onaangeroerd bijgelegen tot Zwolle met haar snode bouwplannen kwam.  En dan hebben we de naam Mastenbroek al voor de helft verklaard. “Broek” betekent in deze setting een drassig gebied.

Kunstwerken Mastenbroekerbrug 2017 7947   Kunstwerken Mastenbroekerbrug 2017 7950


De andere helft van de naam is wat onbekender.  Het toeval wil dat in het verhaal van gisteren over de theetuin kwam het woord “vetweiders” voorkomt.  Daar heeft het ook mee te maken. De polder werd eeuwen voornamelijk gebruikt als voeder-gebied van vee. Het zoeken naar de juiste voederplek, zo vertellen mij de historische boeken, werd “mast” genoemd. Ziedaar de combinatie. Mijn ouders, die samen tot 2001 in Westenholte woonden, gingen met grote regelmaat vissen in de polder en daar hoorde voeren bij. Hun visplekje vinden was voor hen een fluitje van een cent.

Als ze nu nog leefden zouden ze er een lieve duit voor over hebben als hen dat plekje nog aangewezen kon worden.

03-05-2020

 

Theetuin


Theetuin 640px

Aan het begin van de huidige Ruiterlaan ligt, iets hoger dan de omgeving, tussen het groen, een theekoepeltje.  Janny en ik wandelden er bij toeval vandaar de foto van vandaag. Het is een overblijfsel van “Theetuin Thijssen”, die zijn toptijd rond 1900 had.  Eigenlijk heette het bedrijf Uitspanning “Achter den Berge”, toepasselijk omdat het net achter de Spoolderberg te vinden was, maar de naam van de eigenaar Thijssen was meer bekend. De eerste eigenaar gokte op jagers en “vetweiders” als klanten. Vetweiders waren boeren die koeien fokten voor de slacht en die op andermans grond mochten grazen. Jagers kwamen er graag een borreltje halen met de smoes: “effen biesten kieken” en om de sterke verhalen van Thijssen.  Hijzelf was ook een verwoed jager en eindigde zijn verhalen meestal met: ‘mag’k barsten as ’t niet waor is”, waardoor hij vaak met zijn bijnaam “Mag’k barsten” werd aangeduid.

Theetuin Thijssen 2014 2877   Theetuin Thijssen 2014 2898

De volgende generaties bouwden de Theetuin het uit tot een bekend en gerenomeerd horecabedrijf, om maar een hedendaagse term te gebruiken. De aanwezige theekoepeltjes waren zeer geliefd. Ouders zaten er lekker rustig en voor de kinderen was er een speeltuin met schommel, wip en zweefmolen. De consumpties waren van een andere tijd. Begonnen werd met thee. Na een poos kwam de specialiteit van Thijssen op tafel. Schoteltjes dikke melk met kaneel en bruine suiker.  De concurrentie had het ook wel op de kaart staan maar de iedere Zwollenaar vond toch wel dat bij Thijssen de echte dikke melk werd geserveerd. Schuin er tegenover staat een huis te koop, gebouwd zo’n zestig jaar later, met ruimte genoeg om er in de tuin veel thee te schenken. Vraagprijs 1.350.000, — euro. Helaas gaan er dagen voorbij dat ik het niet in de zak heb. Even checken…. nee, vandaag ook niet!

02-05-2020

 

Twaalf


Twaalf 640px

De huisjes op de foto staan aan de Spinhuisbredehoek, een straat, de naam zegt het al, vlakbij de bajes, ofwel het Spinhuis, nu De Librije van Jonnie en Thérèse, in heel Nederland bekend.

De Spinhuisbredehoek is het eerste zijstraatje van de Thorbeckegracht, in de buurt van Het Pelserbrugje. Dat bruggetje is niet het eerste over de gracht. De buurtbewoners van de “Spinhuisbreehoek en Den Dijk (nu Thorbeckegracht)“ kregen in 1686 al het recht een voetbrug aan te leggen mits deze “van een wippe werd voorzien”.  Hij moest dus geopend kunnen worden. In een publicatie van augustus 1705 werd er als Pelserbruggetje” nog over gesproken. Daarna is het uit de boeken en de werkelijkheid verdwenen.

De huisjes op de foto zijn en lijken klein maar zijn riant vergeleken bij hetgeen er lang tegenover heeft gestaan.  Op de plek waar nu “Hästens” bedden verkoopt, stond tot 1931 een blok met 12 piepkleine woninkjes, ze werden De Twaalf Apostelen genoemd. De naam verwees naar de “apostolische armoede van de bewoners.”  En ik citeer: “Mochten die in hun armoede hebben overwogen van het pad der deugd af te wijken, dan was een blik door het raam richting Spinhuis, reden genoeg tot inkeer.”

Parkeerplaats Menno v Coehoornsingel 2001 DSC00182   Parkeerplaats Menno v Coehoornsingel 2001 DSC00188
Deze parkeerplaats (foto 2001) is opgeofferd voor de bouw van "De 12 Apostelen" ...

Na de sloop ontstond er een lege plek die jarenlang gediend heeft als parkeerterrein voor de bedrijven aan en de bewoners van de Menno van Coehoornsingel.  De luxe van de beddenwinkel van nu staat in schril contrast met de armoe in “De Twaalf Apostelen” van toen. Ik ken niemand die daar nog van wakker ligt.

01-05-2020

 

Lift


Lift 640px
Verkeerslichten, een ringweg, een stadion, roltrappen en liften, om die, als opgroeiende Zwolse jeugd in de jaren vijftig, te zien moest je eigenlijk naar de grotere steden in den lande. In Amsterdam kon je zo ongeveer het hele hierboven genoemde rijtje wel op één dag zien.  Waarom begin ik daar over?

De slopershamer gaat weer toeslaan in Zwolle. Dit keer moeten de woningen aan de Schuurmanstraat / Wiecherlinckstraat er aan geloven.  Het zijn flats met drie en zeven woonlagen.  Ze zijn in de jaren vijftig gebouwd en ik meen te weten dat de hoge flats de eersten waren waar de bewoners een lift ter beschikking kregen. Later werd in de geheel nieuwe wijk Holtenbroek meer van lift voorziene bouw gerealiseerd. Die eerste liften waren voor Zwolse jongetjes van rond de tien jaar oud een uitdaging. Tegenwoordig is elk appartementencomplex voorzien van deuren die pas opengaan na gebruik van een intercom, liefst met camera, toen kon je die flats zonder enige obstakel in- en weer uitlopen.  Voor een tochtje met de lift werd er zelf een einde omgereden want de Hanekampbrug bijvoorbeeld, moest nog worden aangelegd.

Lift 7V6A7990   Lift 7V6A7950

Terugkijkend kunnen we wel concluderen dat die jongetjes daar behoorlijk wat overlast hebben veroorzaakt. Waarvoor alsnog in ieder geval mijn excuses. Het neemt niet weg dat ik het spijtig vind dat die sloop plaatsvindt. De woningen zullen wel niet meer aan de huidige eisen voldoen en slopen zal goedkoper zijn dan verbouwen, vast wel. Maar als dat criterium de afgelopen eeuwen in Nederland de norm was geweest, was er weinig historisch meer te vinden. Om de Stalmeester van Wim Sonneveld maar eens te citeren: “Er is al genoeg waardevols naar de kloten gegaan de laatste tijd.”

30-04-2020

 

Philips


Philips 640px

Zoals in veel plaatsen in Nederland had ook Zwolle een Philips-vestiging. Tot ver in de regio bekend vanwege de ligging aan de Ceintuurbaan, een belangrijke invalsweg. Philips begon in Zwolle 1946 en telde in de hoogtijdagen (1975) tussen de duizend en elfhonderd werknemers. Er werden voornamelijk condensatoren gemaakt. Men zei daar altijd: “Overal waar een stekker aan zit, zit een condensator in.”  Philips was in elke Nederlands gezin de leverancier van veel. Veel consumentenelektronica, je kon het zo gek niet bedenken of ze maakten het wel, nu vooral medische apparatuur. 

Als je eenmaal een vaste baan had bij Philips werd je lid van de Philipsfamilie.  Ze hadden een eigen bibliotheek, eigen scholen, een eigen sportvereniging (PSV) en natuurlijk de personeelswinkel. Ze hadden zelfs eigen woningen, die beschikbaar waren voor woningzoekend personeel. In Zwolle was dat een heel stuk van de Bilderdijkstraat. Zelfs de bedrijfskantine, die op de plek stond waar nu McDonalds staat, had in het weekend een sociale functie. Hij fungeerde als kerkzaal. Niet dat het bedrijf evangelische doelstellingen had, maar het kwam de Hervormde Kerk te hulp die geen eigen kerkgebouw in dat deel van Zwolle had staan. Zo zag je, rond 1960, zondagsmorgens hele gezinnen het Philipsterrein opwandelen. Niet met een broodtrommeltje, wel met een psalmboek.  De betrokkenheid van Philips in het dagelijks leven kon heel ver gaan. Een bij Philips in Eindhoven werkzaam familielid had, ik heb het met eigen ogen mogen aanschouwen, een wc-bril waarop aan de onderkant het Philips logo stond. D’r stond nog niet: “Let’s make things better” bij.

29-04-2020

 

Bami


Bami 640px

Voor zover ik me kan herinneren was het eerste Chinese restaurant in Zwolle dat van de familie Tiën. Het heette “Shanghai” en had zijn plek in de straat die officieel “Eiland” heet.  Mijnheer Tiën was van Chinese afkomst en trouwde met een rasechte Zwolse, dus dat hij juist in onze stad een zaak begon, mag geen verbazing wekken.  Het begon klein, met een paar tafeltjes, gedekt met papier waarover doorzichtig plastic lag. Verder een kleine bar waarachter de keuken lag. Vader Tiën stond in die keuken, moeder achter de bar. “Het buiten de deur eten” was nog niet zo in zwang.  Het grootste deel van de omzet bestond daarom in de jaren ’55 - ’65 uit afgehaald eten. De keuze in die afhaalmaaltijden was beperkt. Je kon vooral kiezen tussen bami, bami en bami. Je bestelde gewoon voor het vereiste aantal eters thuis en, belangrijk, je nam zelf een pan mee. Daarom is het wel bijzonder dat je bij de huidige gebruiker van het pand juist pannen in alle maten en soorten kunt kopen.

Het restaurant groeide, zeker de eerste jaren, tegen de klippen op en men betrok zelfs het pand van de buren. De tweede generatie Tiën nam het over en zoon Jantjong maakte het bedrijf en zichzelf, dankzij televisieoptredens, landelijk bekend. Het aantal horecabedrijven op, zeg maar, Aziatische basis is na een enorme groei behoorlijk teruggelopen.  Daarom hebben velen een switch gemaakt naar de sushi-keuken.  Restaurant “Shanghai” is geheel van de kaart verdwenen. Wat gebleven is, zijn de bijzondere, vaak bloemrijke namen waarmee in die sector bedrijven zich tooien. Hoewel ik nog altijd twijfel of de voorloper van Restaurant “Taiwan”, ook in de binnenstad, serieus was toen hij de naam van destijds bedacht: “Tong Au”.

28-04-2020

 

Simon


Simon 640px

Vanmorgen moest ik wegens een blokkade van de Thomas à Kempisstraat, voor mij onverwacht een andere kant op dan bedoeld. En zo belandde ik op het Simon van Slingelandplein in de wijk Dieze-Oost van Zwolle. Een driehoekig plein met aan twee zijden een rij winkels met woningen erboven.

Op een van de etalageruiten staat een foto gemaakt door Dolf Henneke. Dat kon niet missen, die foto werd mijn foto van vandaag. In de tijd van Dolfs foto was er ondermeer een kledingzaak, een slager, een fietsenwinkel een warenhuis van Nico de Heus dat leek op de Blokker van nu, de leeszaal, zoals wij het filiaal van de Bibliotheek noemden en kapper De Ridder. Nog steeds is in datzelfde pand een kapperszaak, gevestigd. Wij gingen vrijwillig naar de leeszaal maar moesten verplicht naar De Ridder.  Dat zal wel gemoeten hebben omdat de kapper dezelfde kerkelijk signatuur had als die van mijn ouders. Het was zo’n kapsalon waar voorin een klein deel was gereserveerd voor de heren. Daarachter was een veel groter gedeelte bestemd voor de dames. Kapper de Ridder knipte de mannen en hoewel je het misschien niet verwacht, er werd veel gepraat, soms meer dan bij de dames. Wellicht kwam die onverwachte zwijgzaamheid daar wel door de overdaad aan geluid die de droogkappen en andere apparatuur van destijds veroorzaakten.  De communicatie met Kapper de Ridder verliep, zoals nu nog steeds bij elke kapper, via de spiegel, want hij stond het merendeel van de tijd achter je.  Ik kon hem soms slecht verstaan, en jammer genoeg lukte het liplezen dan via de spiegel zelden, want de man had altijd een stomp sigaar tussen die lippen. Bij het horen van de typisch Zwolse bijnaam: ”De Kolde Segaere” moest ik altijd aan die kapper denken, tot ik in 1987 hoorde dat het de toen overleden Hendrikus Burgman was.

27-04-2020

 

Geuren


Geuren

Als je in de jaren zeventig op dit plekje in Zwolle stond, kon het gebeuren dat je een mix van geuren rook.  Van rechts kwam meestal de geur van gebakken koekjes, want daar stond Boom’s banketfabriek en in het najaar die van speculaas. Van linksvoor kwam de lucht van verf en ’s morgens meestal het aroma van vers gebrande koffie van respectievelijk Schaepman’s lakfabriek en van de nu nog enige koffiebrander in Zwolle.

Nu wonen rechts veel studenten en starters op de woningmarkt. Daar waar koffie en verf een rol speelden, wonen vooral mensen die de startersfase zijn gepasseerd. De geuren zijn opgelost, hoewel al die extra bewoners vast ook hun eigen luchtjes hebben meegenomen, maar die wellicht minder pregnant zijn. Ook op andere plaatsen in de stad zijn de geuren van bedrijven verdwenen. Sommige mensen vinden dat jammer, voor anderen is het letterlijk en figuurlijk een verademing.  In de Indische buurt bijvoorbeeld is de specifieke lucht van de azijnfabriek van Schaapman en die van de productie van Reinders slaolie niet meer te ruiken.

Dijkstraat Vishandelaar Bastiaan1

Vishandel Marten Bastiaan in 2001 ...

Bij de Schuttevaerbrug, in de buurt van de plek op de foto, stond jarenlang een viskraam van de firma Bastiaans. Die hadden bij mijn weten meerdere kramen. Als reclamespreuk stond aan de bovenkant van de kraam: “Waarom heeft Bastiaans zulke lekkere vis? Omdat ze in Reinders slaolie gebakken is!” Schrijver dezes woonde, in zijn jeugd, letterlijk onder de rook van Reinders. Misschien is juist dat de reden dat hij nog steeds geen visliefhebber is.

25-04-2020

 

Verdwenen


Verdwenen

Als je, zoals ik de laatste tijd doe, je bezighoudt met je woonplaats ontdek je heel sterk wat er zoal veranderd is.  Hier in Zwolle heeft het gemeentebestuur in het verleden helaas gedacht dat verbeteren door slopen een mogelijkheid was.  Maar ook door heel andere oorzaken is er veel verdwenen. 

Sommige zaken nog maar pas zoals “De Vrolijkheid”. Om in de horecasector te blijven, “Restaurant Suisse” is ook opgegaan in een nieuwbouwproject net als “De Toerist” en wat langer geleden “Hotel Van Gijtenbeek”. Wat ook door velen node gemist wordt is een warenhuis als Vroom en Dreesmann en in het bedrijfsleven zaken als - het handelsgebeuren van - de Veemarkt, het Vervoerscentrum, ook wel bodecentrum genoemd, de Groenteveiling en voor sommigen hun heel persoonlijke ervaringen in het Rooms Katholieke Ziekenhuis of in het Stilobad. Ongetwijfeld valt er meer op te noemen.

Vrolijkheid 2016 3042 1100pxjpg

Begrijp me goed, ik wil niet beweren dat daar per definitie veel goeds mee verloren is gegaan, maar veel van wat hierboven genoemd wordt, heeft in het leven van veel Zwollenaren een belangrijke rol gespeeld. Herinneringen zijn mooi maar als ze, als het ware bijna nog fysiek kunnen worden herbeleefd, hebben ze, zeker bij oudere en eenzaam wordende mensen, veel betekenis. Mocht u trouwens nog niet ontdekt hebben welk bedrijf heeft gestaan op de plek die ik vandaag heb gefotografeerd, dan citeer ik als oplossing graag een couplet uit een versje van Toon Hermans voor u.

De lik heeft zijn doorn, de ledi zijn kant,
De neus heeft zijn hoorn, de oli zijn fant,
De loem heeft zijn pia, de abri zijn koos,
De Santa... Lucia en Van Gend heeft zijn …

24-04-2020

 

Zeikerd


Zeikerd

Met de herinrichting van de Brink in Zwolle is het nu, anno 2020 misschien wat lastig, maar het is leuk om het Blekerswegje eens op te wandelen. Ooit zat helemaal aan het eind Autospuiterij Kappel. Iets eerder het Gereformeerde Rusthuis dat later de naam “De Nijstad” aangemeten kreeg. Toen de bewoners verhuisden naar “De Wissel” nu “Berkumstede”, trok de Gemeentelijk Sociale dienst in het pand. Vandaag de dag is het gesloopt en staan er appartementen.  Ter plekke ligt nog, in het wegdek, 35 meter tramrails van en ter herinnering aan de tram van Dedemsvaart naar Zwolle.

Blekerswegje 10032005 DSC00808   Blekerswegje 10032005 DSC00790   Blekerswegje 21022005 DSC00490
Sloop en bouw aan het Blekerswegje in 2005 ...


De Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij (afgekort DSM) werd in 1885 opgericht en beëindigd in 1947. Die tram kwam via de Meppelerstraatweg en Thomas à Kempisstraat de stad in. Via de Diezerkade en de Stenen Pijp werd de binnenstad bereikt. Op de plek van de foto kon men overstappen op de boot naar Amsterdam, die via de Thorbeckegracht en de Willemsvaart de IJssel bereikte. Hoe vaak die boot die reis per week maakte, heb ik niet kunnen achterhalen. Wel heb ik ooit gehoord dat de reis met de nachtboot vooral bestond uit, samen met de medereizigers in het vooronder zitten, bij het licht van een kaarslamp, terwijl het er warm en benauwd was.  Er zal onderling daarom ook niet veel gesproken worden.  Er is een echt Zwolse uitdrukking die luidt: “Ze emmen der iene neudig op de nachtboot”, of te wel iemand die zeurt en zevert.  Welke type men precies bedoeld, dat staat boven dit stukje.

23-04-2020

 

VIVO


VIVO 640px

Vandaag reed ik via de wijk waarin ik ben opgegroeid naar het ziekenhuis aan de Ceintuurbaan.  Die wijk wordt begrensd door die Ceintuurbaan, de Wipstrikkerallee en de Vondelkade. Ook wel de schrijversbuurt genoemd.

Het overgrote deel stamt uit de jaren dertig en er is een nieuwer deel uit de jaren zestig en zeventig.  Op de hoek van de Tesselschadestraat en de Genestetstraat staat dit pand.  

Aan de kleurverschillen tussen de stenen van de voorpui is te zien dat er vroeger een groot raam in zat. Het was namelijk de VIVO-winkel van Frits van ’t Spijker (vivo = vrijwillige in- en verkooporganisatie).  En ik realiseerde me dat er in die wijk, begin jaren zestig, heel veel kleine winkels waren.  Zo was er een straat verder een groenteboer, op het Herfterplein een warme bakker en een slager, in de Huygensstraat een kruidenier en een melkhandel, in de Brederostraat een grotere kruidenierswinkel, twee sigarenzaken en een kapper en op de hoek van de Vondelkade en Tesselschadestraat een kruidenier, later automatiek/cafetaria.  De kapper is er nu nog en ongeveer in het midden van de wijk staat een kleine Spar supermarkt.

Bij die VIVO-winkel van Frits moest ik van mijn ouders, op een zondag - we hadden onverwacht extra eters gekregen - bij de achterdeur gaan vragen of hij ons om die reden aan een blik sperziebonen kon helpen. Natuurlijk kreeg ik ze mee, maar we mochten ze de dagen daarna niet afrekenen want, zo zei Frits: “Mensen in nood help je gewoon!”  Hij leerde ons gelijk af om zoiets ooit weer te doen.

Nu ik het bovenstaande nog eens lees, kan ik niet anders concluderen dan dat de meerderheid van die winkels van een kruidenier waren.  Mentaliteitskwestie ?

22-04-2020

 

Fenix


Fenix 640px

Wie Zwolle van, zeg voor 1995, goed gekend heeft weet dat in de wijk Kamperpoort zeepfabriek De Fenix haar plek had.  Die fabriek is groot geworden met het maken van Azon (een bleekmiddel) en Abro (vloeibare zeep, genoemd naar één van de directieleden A. Broek) en later het nu nog bekende Dubro (Dubbel Broek oftewel tweemaal zo sterk). Unilever nam het bedrijf over en nog meer bekende producten als Glorix, en Robijn verlieten het pand. In 1997 werd het bedrijf gesloten en in 2006 is begonnen met de sloop. Intussen is bijna de hele wijk gesloopt en herbouwd. De naam De Fenix is daar terug en te vinden op het Gezondheidscentrum in die wijk.  Terug naar de oude Fenix.

Reclamebord Abro 570   Reclamebord Azon 570

Eind jaren vijftig bedacht het bedrijf een reclameactie die de verkoop van Abro fors zou verhogen. Er werden aan elke fles Abro drie plastic kralen toegevoegd. Deze kralen konden aan elkaar geregen worden tot een armband of halsketting. Mijn moeder kocht geen Abro (in die tijd verkocht mijn vader naast koffie nog producten van de Klokzeepfabriek in Heerde) dus moesten mijn zusjes andere wegen bewandelen om die kralen te bemachtigen.  In heel veel lege retourflessen zaten vaak nog kralen, die De Fenix er uit spoelde en die daardoor in het riool en uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht kwamen. Mijn oudste zusje vernam dat en ging naar de Diezerpoortenbrug, aan het eind van de Diezerstraat, want daar kon en kun je nu nog je via een trapje het water van de stadsgrachten bereiken en zo viste ze menig kraaltje uit het water. 

Kamperpoort Buurtmuseum 19092017 7V6A1363

Pas onlangs vertelde zij me dit verhaal, en nog was ze, zo leek wel, er trots op dat dat haar gelukt was. Het heeft toch zo’n zestig jaar geduurd voordat ze het mij, haar enige broer, vertelde dus voor de zussen zal dit wellicht groot nieuws zijn.

21-04-2020

 

Muziek


Muziek 640px

Wie kent het plaatje niet van het hondje dat je bijna hoort denken: “Hé, daar zit muziek in !“, het logo van het platenlabel “His master’s voice”. Het is nu te vinden op de zijgevel van een kleine platenzaak Minstrel Music, op de hoek van de Assendorperstraat en de Commissiestraat, hier in Zwolle. Een platenzaak, want, hoewel ik er niet binnen ben geweest, denk ik dat er enkel elpees worden verkocht, of zoals het nu heet muziek op vinyl.

Lang geleden werd er uitsluitend muziek op vinyl verkocht. Voor populaire muziek, en de gedrukte Veronica Top-40, ging men naar Van der Wal, voor klassieke muziek naar Ansingh en voor geestelijke muziek naar Ganzevoort, alle drie in de Diezerstraat. Later kwamen daar zaken als de Artist, Fox, Plato en Free Record Shop bij, om de meest bekenden maar te noemen. Intussen is er veel veranderd, de Compact Disc kwam en is bijna verdwenen. We streamen de muziek nu langs de digitale weg. Veel romantiek rond het aanschaffen van muziek is daardoor jammer genoeg ook verdwenen.

Voor veel Zwolse jongeren was het een zeer romantisch moment in november 1965. “De Artist” aan de Voorstraat - ze waren bijna de directe buren van Café Stapp’s Inn - verhuisde naar de Luttekestraat. Ik meen naar het pand waarin nu makelaardij Voerman Greve is gevestigd.  Om het geheel bijzonder te maken boekte de eigenaar van “de Artist”, Henk Boelens,  een popidool  van destijds, Dave Berry die een nummer 1 hit had met “This Strange Effect”. Die zou de winkel openen.

Zeldzaam veel jongeren spijbelden van school en verdrongen zich in het smalle stukje Luttekestraat, waar de overige winkeliers met angst en beven keken naar hun op springen staande etalageruiten. Gelukkig is het allemaal net goed gegaan. Het werd als heel bijzonder gezien want het haalde zelfs het journaal. En wat werd er in november 1965 aan Dave Berry betaald?  Achthonderd gulden!  Het lijkt nu niet zoveel. Toen was wel achtmaal het minimum jeugdloon per week.

20-04-2020

 

Geestig


Geestig

Soms lopen de dingen anders dan je had gepland toen je aan de dag begon. Dat kennen we allemaal wel, denk ik. Zo ook bij mij. Ik reed vanmorgen op deze prachtige zondag weer richting huis, nadat ik de dagelijkse foto had gemaakt. Ik zat te denken, het kwam waarschijnlijk door het stralende weer, aan de aanstichters van de branden waarmee die hopen de zendmasten voor telefoon en beveiligingssystemen plat te leggen. Want zij denken dat het Corona-virus ontstaat door de straling van die masten. Hoewel dat nergens is aangetoond, menen zij tot bovenstaande daden te mogen komen. Ergens, dacht ik, is er in hun geest iets mis.

Juist op dat moment passeerde ik de Algemene Begraafplaats aan de Meppelerstraatweg hier in Zwolle en zag een boom staan in een prachtige kleur en daarom is het nu een andere foto dan ik eerder bedacht.

Alg Begraafplaats DSC00117   Alg Begraafplaats DSC00118 

De boom staat naast de voormalige beheerderswoning, die jaren heeft leeggestaan, nadat de beheerder is vertrokken. Er was te weinig werk voor hem, want nieuwe graven kwamen er niet meer bij, vandaar.  De laatste decennia wordt de woning, bijvoorbeeld als anti-kraak, verhuurd.  Het is al even geleden dat zo’n huurder mij vertelde, een jongeman die er met zijn vriendin in mocht verkeren, dat hij het griezelig vond, dat wonen daar. “Niet”, zo zei hij me, “dat ik bang was maar elke avond hoorde ik op het zoldertje geluiden alsof er iemand liep!”.  Ik heb hem schijnbaar ongelovig aan gekeken, want zei hij me: “Echt waar, ik ben niet gek!” Daarbij straalde hij alsnog onrust uit.

Ik denk dat we blij mogen zijn dat hij destijds de boel niet in de hens heeft gestoken.

19-04-2020

 

Huisarts


Huisarts

Verliet je in vroeger dagen Zwolle via de Luttekestraat, stond op het kruispunt met de Blijmarkt en de Kamperstraat, de eerste verkeerslichteninstallatie van Zwolle. Jarenlang een bekend fenomeen want winkeliers in de nabijheid adverteerden zelf met het zinnetje: “Bij de verkeerslichten”. Hoe verwarrend zou het zijn als men zo'n zin nu nog steeds zou gebruiken. Ging men daar rechtdoor, dat deel van de straat in waar nu Restaurant Poppe (vroeger Hoefsmid Poppe) aan staat, kon je rechtsaf de Eekwal op. Dat stukje straat rechtdoor werd vroeger Nieuwe Haven genoemd, maar de winkeliers aldaar hadden toch liever dat zij tot het verlengde van de Luttekestraat gingen behoren.

Op die Eekwal stonden in de eerste helft van de 19e eeuw leerlooierijen. Voor dat leerlooien had men eek (gemalen eikenschors) nodig vandaar de naam. Maar het geheel die Eekwal zag er armoedig uit. De Gemeente Zwolle, liet daarom het buurtje slopen, de wal deels afgraven en met liet het bouwen van mooie herenhuizen toe. Zo ook het pand op nummer 1 en vandaag het onderwerp op de foto.  Jarenlang was daar een huisarts in gevestigd. In de jaren vijftig was hij ook de huisarts van ons ouderlijk gezin, en gelijktijdig goede kennis van mijn ouders. 

Het was nog in de tijd dat huisartsen visite reden dus bij de mensen thuis kwamen. Was bij ons een ziek gezinslid bezocht, was het eerste wat de man daarna deed, op een stoel neerploffen en een sigaret van mijn ouders bietsen en opsteken. En dan even een sterk verhaal vertellen.

Dat roken vonden we allemaal heel gewoon. Tot in de jaren negentig was er in een van de Zwolse ziekenhuizen zelfs een longarts die in zijn spreekkamer een stief sigaartje rookte.  Het verhaal ging dat hij steevast aan zijn patiënten vroeg: “Hoest met de familie?”  Maar dat zal ook wel een sterk verhaal zijn.

18-04-2020

 

Frans


043 Frans 640px

Ik durf vanaf deze plek wel te beweren dat er weinig Zwollenaren, zonder te hoeven nadenken of zoeken, vanuit hun woonplek naar de Schoutenstraat kunnen fietsen. Ik zeg fietsen want er met de auto komen is lastiger. Onder de schaduw van de Sassenpoort ligt aan die Schoutenstraat, voor de duidelijkheid, tussen Sassenstraat en Wolweverstraat, de Waalse Kerk. Een welhaast bekender gebouw aan diezelfde straat en iets meer in het zicht is de Synagoge. En als ik dat zeg, klinkt er vast iets van: O. Ja, daar !

De in aanvang aan Sint Geertruid gewijde kapel is rond 1360 gesticht. Pas in 1686 werd het een Waalse Kerk nadat de Hugenoten (Walen) voor geloofsvervolging in Frankrijk vluchten en er in mochten kerken. Vandaar dat er nu nog steeds kerkdiensten in de Franse taal worden gehouden.

De Franse taal is voor mij persoonlijk altijd een probleem geweest. Ik geef nog steeds de schuld aan mijn eerste lerares Frans.  Om het in die taal uit te drukken: Ik vond het een serpent. Achteraf komt dat natuurlijk door mijzelf. Desondanks vind ik het nog steeds een taal met regels waarop uitzonderingen zijn waarop opnieuw uitzonderingen zijn. Ik kan mij niet voorstellen dat men het leren van de Franse taal leuk dan wel boeiend vindt.

De Waalse kerk heeft een opvallend detail. Het achtkantige traptorentje aan de linkerkant van de voorgevel maakt het geheel wat asymmetrisch. Alsof de verhoudingen niet geheel correct zijn. Net als bij Dick Algra en de Franse taal.

17-04-2020

 

Burgemeester


042 Burgemeester 640px

Namen en straatnamen zijn vaak of een bron van ergernis of van vermaak. Zo hebben we in Zwolle ook een Kalverstraat, maar de “nette” Zwollenaar wil er niet gezien worden vanwege de aanwezigheid, veel meer is er ook niet te vinden, van een privéclub. Dat daarmee het begrip kalverliefde is verklaard is geheid een misverstand.

De naam van de kerk, op de foto van vandaag, is gepast als we kijken naar de functie van het gebouw. De naam wordt leuk als we bedenken dat destijds de Burgemeester Drijbersingel genoemd is naar de ontwerper van de kunstmatige wereldtaal Esperanto: Zamenhof, velen zullen het nog weten: De Zamenhofsingel.

Esperanto Zamenhof 27032001 DSC00411 640px   Esperanto+Zamenhof DSC00187 640px
Bij de brug, de "Stenen Pijp" staat aan de rand van de gracht een herdenkingsteen aan L.L. Zamenhof.
Tevens is bij de rotonde Rembrandtlaan/Burgemeester Drijbersingel de bovenstaande plaquette geplaatst ...

Aan het begin van die singel staat aan de waterkant nog steeds een forse steen met een maquette die daaraan herinnert. De combinatie van Samenhof en Zamenhof was leuk maar het bijzondere verdween toen de singel in 2001 werd omgedoopt en de huidige naam kreeg. 

En dan te bedenken dat Drijber in 1959 juist die eerste naam heeft voorgesteld. Veel Zwollenaren vroegen zich destijds dan ook af of Drijber geen straat in Stadshagen kon krijgen. Het college hield de poot stijf, want zeiden ze: Burgemeesters verdienen waardige straten.  Je kunt je afvragen, bijvoorbeeld als bewoner van Stadshagen, wat je daarvan vinden moet. Zeker als je bedenkt dat er ook Zwolse burgemeesters zijn geweest die nimmer zijn vernoemd. Voor hen kun je zelfs de regels uit het lied “Jacob Olle” van Herman van Veen niet zingen: “Er is een pad naar hem genoemd. Want een straat kon er niet af.”

16-04-2020

 

Kamperweg


Kamperweg 640px

In mijn middelbareschooltijd (begin jaren zestig) begon de weg van Zwolle naar Kampen naast mijn school in de Veerallee, rechts vergezeld door het aloude en zeer bekende Kamperlijntje. Het was een heel gewone tweebaansweg, soms aan beide kanten, soms maar aan een kant een fietspad. Eenmaal Zwolle uit liep de weg dwars door Westenholte, even later door ’s-Heerenbroek. Enkele kilometers verder liet de weg Wilsum, op enige afstand, links liggen en eindigde bij het Station van Kampen in IJsselmuiden.

Kamperlijntje 9219   Kamperlijntje 2011 2922 

Er reed zoals gezegd een trein, er reden bussen en als je wilde kon je met je auto ook via Wezep en De Zande Kampen bereiken.  Van het Zwolse deel van de weg van destijds zijn hier en daar nog stukjes terug te vinden, waarbij de meeste delen onherkenbaar geworden zijn.

Westenholterbrug 9222 640px

Mijn ouders hebben vanaf 1987 samen nog zo’n kleine 15 jaar heel prettig in Westenholte gewoond dat nu ten zuidwesten van een drukke ringweg ligt.  Of ze de architectonisch mooie fietsbrug die over die weg heen ligt nog hebben meegemaakt, is te betwijfelen. Vanmorgen maakte ik daarop de foto van vandaag, richting Kampen.  En hoewel er tegenwoordig langs twee verschillende sporen treinen richting Kampen rijden en de N50 vanaf de A50 een snelle verbinding vanuit het zuiden is, lijkt het - tenminste buiten Coronatijd - er niet rustiger op geworden. Tenminste ik tel nu wel acht rijstroken. Je zou je kunnen afvragen: “Zijn we hier niet wat doorgeslagen?” Als ik dat van die acht stroken nu aan mijn, van oorsprong Friese, moeder zou kunnen vertellen, zou ze reageren met: “Èh, nee wol!”

15-04-2020

 

Dictee


Dictee Rhijnvis Feith 640px

“De oude vrouw kauwde benauwd op rauwe postelein.” is een bekende zin om te gebruiken in een dictee in de Nederlandse taal. Hier in Zwolle kunnen we hele mooie dictees maken met bijvoorbeeld straatnamen. Wat te denken van Keucheniusware, Terborchstraat, Philosofenallee en Rhijnvis Feithlaan.

Over de laatste wilde ik het even hebben vandaag. Niet over de straat maar de man Rhijnvis Feith, die, als ik de boeken mag geloven in heel Nederland bekend moet zijn geweest. In zijn tijd (1753-1824) was hij een bekend schrijver op velerlei gebied. Zo schreef hij het bekende lied: “Uren, dagen, maanden, jaren, vlieden als een schaduw heen”.  Met vrouw en negen kinderen woonde hij ’s zomers op zijn buiten “Boschwijk” aan de Heinoseweg  Zalné, ’s winters woonde hij in de binnenstad en wel in de Bloemendalstraat.  Hij overleed op 7 februari en werd begraven in de Grote Kerk. Goed een jaar later werd hij herbegraven op de net aangelegde Algemene Begraafplaats aan de Meppelerstraatweg. Daarmee werd een wens van hem vervuld want hij vond al heel lang, en was een van de ondertekenaars van een petitie ertegen, het begraven in de kerk een onhygiënische toestand. In menig kerk rook het, zoals ik iemand eens mooi heb horen zeggen, naar het stilstaande leven.

Het grafmonument is, nu nog zoals de foto bewijst, te vinden op die begraafplaats.  Een kleine week na zijn dood stond er, naar aanleiding van de melding in de Staatscourant van zijn overlijden een artikel in de stadscourant van Zwolle. Een en ander in zulk een lovende en hoogdravende taal dat het heel goed en heel lang als tekst voor een dictee Nederlands gediend zou kunnen hebben.

14-04-2020

 

Veranderd


039 Veranderd 640px

Er is in Zwolle, zoals in de meeste gemeentes, vanaf de jaren zestig veel veranderd. Zo lag er, vanuit het centrum gezien, achter het station een groen gebied, De Assendorperlure, en daar kocht men hetgeen men tegenwoordig in tuincentra haalt.  Dan was daar het dorp Ittersum en dan werd alles, tot aan de IJssel  agrarisch.

Nu is alles anders, daar waar de plantjes werden verkocht, staat nu het Stadskantoor, het politiebureau, veel kantoren en ligt er een woonwijk. Met allemaal mensen anno nu. Mensen met kantoorbanen, werkers in de zorg,  bouw en aanverwante sectoren  en iedereen met computers en mobiele telefoons.  Heel anders dan toen in die jaren zestig.  Mijn vader vond het bijvoorbeeld de plicht van elke Hollandse jongen dat hij leerde wat galant zijn betekent. Omdat ik zijn enige zoon was, naast vijf dochters, was ik op dat les-terrein, laat ik zeggen, het haasje.  Zo moest ik ook de vriendin van een van mijn zussen ’s avonds op de fiets begeleiden als ze naar weer naar huis wilde. Voor de goede orde, destijds woonden wij aan de noordkant van Zwolle (veel noordelijker kon het niet) en zij woonde in het genoemde Ittersum aan de Zwarteweg, de zuidkant dus. Wat het vervelend maakte was dat ik haar mijn type niet vond. Dat bleek alras geheel wederzijds. Ik heb mijn vader een paar maal gevraagd mij om die reden van mijn taak te ontheffen hetgeen hij onmiddellijk weigerde.  

Toen ik vanmorgen de foto maakte van die Zwarteweg in Ittersum kon ik niet anders constateren dat daar weinig is veranderd. Evenals mijn gevoelens voor die vriendin en ik prees mij gelukkig.

13-04-2020

 

Ziekenfonds


AZZ Gebouw Badhuiswal 14042020 7V6A5486

In Nederland kennen we sinds 1941, ingevolge het Ziekenfondsbesluit, een verplichte ziektekostenverzekering voor loontrekkers met een inkomen onder een bepaalde grens.  Dat is niet mijn woordkeuze, zo staat het omschreven.  In gewoon Nederlands: Iedereen in loondienst met een niet te hoog inkomen was verplicht verzekerd. In Zwolle was dat jarenlang bij het AZZ, het Algemeen Ziekenfonds Zwolle dat vanaf 1952 kantoor hield aan de Badhuiswal 3. Vanwaar die straatnaam, vroeg ik me vanmorgen bij het fotograferen af. Na enig zoekwerk vond ik dat die straatnaam sinds 1860 in Zwolse zwang is. Daarvoor werd het Diezerpoortenbolwerk genoemd.

Op dat bastion werd in 1827 door dokter E.T. Schaepman, voor de somma van16000 gulden, een badhuis gebouwd waar men vanaf 1842 kon kiezen uit vele heilzame baden. Toen de dokter stopte, hield ook het badhuis op te bestaan en werd het een woonhuis. Ook nu wordt het, bij mijn weten weer bewoond.  

Ten tijde van het AZZ was er behoorlijk verschil in omgang van de zorgsector met verplicht verzekerden en de zogenaamde vrijwillig verzekerden.  De laatsten konden bij de meeste huis-, tand- en oogartsen op afspraak terecht. De eersten konden in de wachtkamers gaan zitten en soms uren wachten.

Er was zelfs een huisarts die - en het moet gezegd, hij kon heel komisch uit de hoek komen - een bordje in zijn wachtkamer had hangen met de tekst: “Ziekenfondskwitantie verget’n ? Gao maor weer op huus an !”  Of het gemeend of humoristisch was bedoeld, we kunnen de man er niet meer naar vragen.

12-04-2020

 

Porsche


Administratie Rijkspolitie 14042020 7V6A5389

In dit pand aan de Wipstrikkerallee was toendertijd een deel van de administratieve sector van de Rijkspolitie gevestigd ...

“Wat zit er aan de koffiekan ? Een tuu-u-te ! “. Dat zongen we als kinderen als er een politieman door de buurt fietste. Die hadden we in Zwolle en omgeving in twee soorten. Trouwens in geheel Nederland. De grotere gemeentes, die het zich financieel konden permitteren hadden een eigen gemeentelijk politiekorps, de kleinere gemeentes waren aangewezen op de Rijkspolitie. Tenminste tot 1993. Want toen werd de Gemeentepolitie samengevoegd met de Rijkspolitie. Het pand op de foto, daarin was een deel van de administratieve sector van de Rijkspolitie gehuisvest, bijzonder omdat Zwolle sinds 1967 al een redelijk groot eigen korps gemeentepolitie had.

Stadhuis Zwollerkerspel 2003 DSC00081   Stadhuis Zwollerkerspel 2003 DSC00097 
Het oude stadhuis van Zwollerkerspel aan de Wilhelminasingel, hoek Terpelkwijkpark, in 2003 ...

Voor 1967 had Zwolle óók het gemeentehuis van een andere gemeente binnen haar stadsgrenzen. Dat van Zwollerkerspel. Tot dat jaar lag om de stad Zwolle een ring van dorpen die gezamenlijk een andere gemeente waren. Een gemeente die ook afhankelijk was van de Rijkspolitie, vandaar dat ik vandaag deze foto in Zwolle kon maken.

In het genoemde jaar 1967 werd een gemeentelijk herindeling doorgevoerd want Zwolle kwam letterlijk en figuurlijk knel te zitten, Daarom werd toen het grootste deel van het Kerspel bij Zwolle gevoegd.

De Rijkspolitie heeft dus nog jaren bestaan, met bekende landelijke diensten. Bekend daarvan was de zogenoemde Porschegroep, waar politiemannen, in witte, leren, jassen en helmen. probeerden de Nederlandse automobilist fatsoen bij te brengen. We hadden lang een buurman die dat vak uitoefende. Zo nu en dan stond er even zo’n witte Porsche in de straat. Die dan in een mum van tijd omringd werd door een grote schare kinderen. De twee zoontjes van die politieman stonden daar dan trots tussen. Zij behoorden trouwens tot de groep “risicovolle belhamels”.

Ik vermoed, terugkijkend, dat vader daar de oorzaak van was.

11-04-2020

 

Toelast


Gevel Kamperstraat 10 5371 Pan

Kamperstraat 10 is bij veel Zwollenaren bekend (geweest) als het kerkelijk bureau van de Hervormde Kerk. Dat was het ook vanaf 1959. Daarvoor was het, dat staat ook nog op de gevel, het Catechisatie Gebouw (van de) Nederd. Hervormde Gemeente. Er werd zo’n 25 jaar catechisatie (uitleg over de Heidelbergse Catechismus) gegeven aan zo’n 2000 jongeren per week. In mijn jeugd heette dat in de volksmond: kattebak.

Voordat het pand in bezit kwam van de Hervormde Kerk was was het een aantal jaren de Christelijke HBS met bij de start 28 leerlingen en een schoolbestuur met ondermeer 7 predikanten. Klaarblijkelijk was één vertegenwoordiger namens onze lieve heer, in het bestuur ontoereikend. Desondanks is die school uitgegroeid tot het Christelijk Lyceum nu bekend onder de naam Carolus Clusius College aan de Veerallee.

Het pand in de Kamperstraat, vroeger de Voorsterstraat uitvalsweg richting Kampen, is in de boeken van Zwolle te vinden sinds 1672. Er hebben verscheidene rijkere families in gewoond, er zijn verscheidene beroepen in uitgeoefend, van advocatuur, praktijk voor heilgymnastiek en massage tot borstelfabricage.

Oorspronkelijk had het de naam De Toelast, een heel oude naam voor wijnvat, want er werd een herberg in gevestigd, De sfeer is er later duidelijk veranderd.

Kort na 1960 is gestopt met het centraal catechisatie geven. De meeste dominees deden dat liever in of nabij hun wijkkerk. Zelf heb ik het, ik volgde het zo’n vier jaar, nooit als zinvol ervaren. Nee kattebak was niet mijn ding.

Waarom niet ? Hebt u er ooit eentje schoongemaakt ?

10-04-2020


Lucht 


Vechtbrug 30062001 DSC00214

Deze brug over De Nieuwe Vecht, op de foto van vandaag, is de Zwolse Vechtbrug, gelegen, tussen de Vechtstraat en de Wipstrikkerallee en heeft in 1989 zijn huidige vorm gekregen. Rond 1900 was het een smalle ophaalbrug. In de jaren dertig werd die vervangen door een bredere klapbrug en nu is het een zogenoemde vaste brug. Voor het rijdend verkeer veel handiger, het echte scheepvaartverkeer is er mede door verdwenen.

Vechtbrug Kruising Vondelkade Wipstrikkerallee 082 640px   Winter   Bankje   Vechtbrug 9003 640px 
Rechts het rioleringsgebouw met het sigarenwinkeltje in de jaren '50/'60 ...
(Foto: Collectie Veilinghuis De Voorstraat)
  Op de plek van het rioleringsgebouwtje is nu een bakje gesitueeerd ...

Wat bij de vernieuwing ook verdween is het gebouwtje dat op de plek stond waar nu het bankje te vinden is. Dat pand had een drieledige functie. Allereerst vond de brugwachter met hengel en klompje er onderdak. Precies op het hoekje zat een piepklein sigaren- en sigarettenwinkeltje. De eigenaar moest, om achter de anderhalve meter brede toonbank te komen, de helft van het bovenblad van die toonbank omhoog klappen. Zittend op een kruk kon hij daar bij elk pakje of doosje sigaren dan wel sigaretten. Mijn vader stuurde mij - hooguit 6 jaar oud - er een enkele keer naar binnen om een pakje Caballero (twintig stuks) voor hem te kopen. Daarvoor kreeg ik zegge één gulden mee. Ik kreeg dan zelfs nog twintig cent terug. Zowel die prijs als de verkoop aan zulke jonge kinderen is niet meer voor te stellen.

De derde en meest spannende afdeling van het gebouw was de riool-overslag. Achter dubbele openslaande deuren stond een grote zuigperspomp die continue welriekende stoffen het hoofdriool in perste. Het geheel vereiste enkele malen per jaar onderhoud en daar stonden wij natuurlijk als jongste buurtbewoners letterlijk en figuurlijk met de neus bovenop. Dat feest duurde niet lang want ons moeder kreeg er meestal snel lucht van !

09-04-2020


Bakker


Kranenburg 8966

Misschien mag je het als geboren en getogen inwoner niet zeggen, toch doe ik het: Zwolle heeft een van de mooiste begraafplaatsen van Nederland. Ooit was het een landgoed waarop, genoemd wordt 1471, de Havezathe Kranenburg is gebouwd. De opdrachtgever voor die bouw was de familie Campherbeek die ook de eerste bewoners waren. Later opgevolgd door families met, net als Campherbeek, bekende Zwolse namen als Mulert en Vos de Wael. Aan deze namen is tegenwoordig menig Zwolse postcode gekoppeld.

Archeologie Kranenburg 2001 DSC03165

Restanten Havezathe Kranenburg, na het archeologisch onderzoek in 2005 ...

In 1844 zijn alle gebouwen gesloopt alleen de toegangspoort is in zijn originele vorm bewaard en is ook de toegang tot de begraafplaats Kranenburg, zij het dat deze verplaatst is toen de A28 is aangelegd. In 1933 is het als gemeentelijke begraafplaats in gebruik genomen en als je de begraafplaats op wandelt verwacht je eigenlijk snel, ergens achter de vijver een mooi huis te zien opdoemen. Helaas dat niet , maar door de wijze waarop het geheel is, en de nieuwe gedeelten nog steeds worden, aangelegd is het wandelen er elke keer een rustgevend en meditatief genoegen.

Kranenburg 8691

Ik kom en kwam er vaak, verscheidene jaren beroepshalve en elke keer als ik het terrein op wandel moet ik aan bakker Boss (ja, met dubbel s) denken. Hij bezorgde bij mijn ouders thuis dagelijks het brood, meestal rond het middaguur en at op zaterdag regelmatig een kopje soep mee. Hij ging ooit op familiebezoek in Canada en toen hij terug was, vertelde hij bij zijn kopje soep dat hem in dat Canada een baan was aangeboden met 600 man onder zich.

Bladeren aanharken op de begraafplaats. Deze functie op Kranenburg zou een goede promotie zijn geweest.

08-04-2020


Bieb


Stadkamer 14042020 7V6A5505

Dat je, omdat er eigenlijk geen zelfslachtende vleeschhouwers meer zijn, je winkel omdoopt van slagerij naar vleesspecialist, daar kan ik me iets bij voorstellen. Het wordt, tenminste in mijn ogen, iets vreemder als de dierenwinkel, zelf onveranderd, ineens “Pets & Co” gaat heten.

U weet vast allemaal dat relatiemanager vroeger gewoon de verkoper of wel de vertegenwoordiger van een bedrijf was, die zijn klanten met regelmaat probeerde te bezoeken en zijn waren te slijten. Maar weet u op welke afdeling u werkt als uw werkplek bij het Human Resourcemangement is ondergebracht ? Juist ja, bij personeelszaken. Waarom moet dat in het Engels ? “Waar heb dat nou voor nodig?” zou Wim T. Schippers zeggen.

Stadkamer 14042020 7V6A5536

Toch kan het nog vreemder. Als kinderen naar hun ouders roepen: “Ik ga even naar de bieb” dan weet iedere vader of moeder wat ze gaan doen. Ze gaan even naar de bibliotheek. Als Zwollenaar vraag ik me af, wat is er mis met dat woord. Een woord dat we kennen sinds we het geschreven woord bestaat, Er is een synoniem voor, het puur Nederlandse woord “boekerij” alleen wordt dat nooit gebruikt. Sterker nog, we kennen het woord bibliotheek in vele vormen, om er eens paar te noemen: blindenb… , campingb…., erfgoedb…, gevangenisb…, huisb…. en tot slot schoolbibliotheek. En wat doen we in Zwolle ? Daar noemen we dè bibliotheek en de filialen: “Stadkamer”. Ook nog kort voordat de hoofdvestiging gaat verhuizen naar een ander pand. Wie weet is er ergens in de Zwolse bibliotheken nog een boekje te vinden waarin wordt uitgelegd dat het niet zinvol is om te veranderen om het veranderen.

07-04-2020

 

Turf 


Dokterspraktijk Turfmarkt 14042020 7V6A5454

Tweemaal per jaar wandelden wij, onze lagere schoolklas naar deze plek in Zwolle. Niet naar deze onlangs ver-herbouwde watertoren, nu bestaand uit 21 wooneenheden, maar na het lage gebouw aan de voet er van, vroeger een afdeling van de GGD, namelijk de schooltandarts. Zo’n wandeling die ongeveer een half uur bedroeg vond ik een ware martelgang, alsof je de hel ging bezoeken. In het gebouw was geen wachtkamer maar een schoollokaal ingericht waar de onderwijzer of juf probeerde je nog het een en ander bij te brengen. Alsof dat lukken zou in de paar uur dat je als klas er zat en er steeds twee of drie klasgenoten werden weggeroepen voor controle van hun gebit. Soms hadden mijn tweelingzus en ik geluk, waren we, doordat onze achternaam met een A begon, als eersten aan de beurt. Helaas begon het oproepen ook vaak bij de Z en dan was het zenuwachtig wachten tot bijna het eind van de morgen.

De tandartsboren werden nog door elektromotoren met snaren, katrolletjes en “elleboogconstructies” aangedreven waarbij de snelheid dusdanig laag was dat het en pijnlijk kon zijn en lang duurde als de bijna altijd ontstane gaatjes gevuld moesten worden.

Turfmarkt Watertoren 03032003 133

Achteraf bezien moeten het heel bijzondere tandartsen geweest zijn. Gezien met de kennis van nu, moet het toen wel haast een roeping geweest zijn als je het vak van schooltandarts koos. Ze waren vast heel gemotiveerd en deskundig. Helaas herkenden wij het niet. Misschien is intussen de vraag gerezen waarom er Turf boven dit verhaaltje staat. Nee, de gaatjes werden niet met turf gevuld. De Watertoren en de schooltandarts waren aan de Turfmarkt gevestigd. Hoewel er nog tot 1980 turf gestoken is in Drenthe heb ik op deze plek nooit zo’n bruine brok gezien laat staan dat ik er op een turfje meer of minder heb gekeken.

06-04-2020

 

Alsof


Shel Tanktation Ceintuurbaan 17082001 DSC00374

Nee het is niet de bedoeling te laten zien wat de prijs van de benzine hier is. Van mij mag die trouwens nog wel wat lager, maar dat terzijde. Deze benzinepomp, brengt mij elke keer, en ik kom er vaak langs, ver terug in de tijd. Mijn vader is jarenlang, van 1952 tot 1964, een fervent Opelrijder geweest en was daarom klant bij Garage Smit (Nu Effe Wassen) hier aan de Ceintuurbaan in Zwolle. De benzinepomp aan de overkant van de weg, hoorde bij die garage en werd voor het overgrote deel van de tijd bemand door meneer Baltes (aan voornamen noemen deden we nog niet). Meneer Baltes werd door veel klanten op handen gedragen. Want het leek er op dat het service verlenen hem op het lijf geschreven was. Hij deed dat echter niet meer of minder dan elke willekeurige andere pompbediende. Het kwam door zijn loopje. Hij liep met kleine snelle pasjes waardoor het leek of hij hard liep en dat speciaal voor jou deed. Toen de Ceintuurbaan verbreed werd, kwam de pomp weer in handen van moedertje Shell. Meneer Baltes verdween voor ons uit het zicht.

Shel Tanktation Ceintuurbaan 17082001 DSC00413   Shel Tanktation Ceintuurbaan 17082001 DSC00422

Mijn vader regelde in diezelfde tijd het eerste vakantiebaantje voor me. Twee weken werken bij deze Garage Smit. Helpen bij het doorsmeren en olie verversen, iets wat destijds nog bij elke auto met grote regelmaat moest gebeuren. Met de betaling zou het wel goed komen, sprak mijn vader optimistisch. Ik ga het hier niet verklappen hoeveel het was. Het viel me vies tegen, dat wel. Toch heb ik altijd graag veel en hard mogen werken. ’t Was alleen maar goed dat meneer Baltes me had geleerd om juist dààr een beetje te doen alsof.

05-04-2020


Stroom 


Elout van Soeterwoudeschool 7V6A5381 Pano 640px

Voormalige Elout van Soeterwoudeschool aan de Wipstrikkeralle ...

De kleuterschool die ik mocht doorlopen was gevestigd op de zolder van de toenmalige Zwolse lagere school met de boeiende naam: Elout van Soeterwoudeschool aan de Wipstrikkerallee. Twee lieve leidsters, juf Wijnberg en juf Groenenberg probeerden ons de beginselen van het knippen en plakken bij te brengen, in computertaal tegenwoordig Copy/Paste genoemd. Met mijn tweelingzus vormde ik mee aan een solide basis van een grote klas, de gevolgen van de naoorlogse geboortegolf. Natuurlijk liep het die kleuterleidsters, qua drukte, wel eens over de schoenen. Daarom namen ze ons, bij mooi weer, mee voor, zeg maar, buitenschoolse opvang. Ook wel wandelen genoemd. We liepen de Wipstrik uit richting de Weteringbrug, in de volksmond de Hoge Brug genoemd, en wandelden er over. Dan liepen we met een rechtsom draaiende bocht naar beneden, naar het punt waar je via een speciaal, tijdens de bouw van de brug aangelegd, pad onder de brug door kon wandelen. Vandaag deed ik dat weer en maakte toen, net onder de brug door, de onderstaande foto's. Wat we destijds zagen was een wereld van verschil met het uitzicht van tegenwoordig.

Onderdoorgang Weteringkade 14042020 7V6A5546   Onderdoorgang Weteringkade 14042020 7V6A5550 

En wel omdat we, voor kleuters, een imposant gebouw zagen, de Oude IJsselcentrale. Het punt waar destijds alle elektriciteit voor Zwolle en omstreken werd opgewekt. In 1955 werd die fabriek gesloten toen de Nieuwe Centrale Harculo in gebruik werd genomen. De oude fabriek was in 1963 geheel verdwenen en sinds kort bestaat ook de Centrale van Harculo niet meer.

b IJsselcentrale Weteringkade NL ZlHCO 464 2 FDHEEMAF001060

Oude IJsselcentrale aan de Weteringkade (Almelose kanaal) ...

Op mijn serieus bedoelde vraag aan mijn vrouw Janny “Weet jij waar tegenwoordig de stroom wegkomt?”, antwoordde ze me zojuist: “Uit het stopcontact!” ’t Gebeurt niet vaak maar ik stond met de mond vol tanden.

04-04-2020

 

Fietsenstalling


Stationsplein Fietsenstalling 16032020 7V6A3917 Pano

Vanmorgen maakte ik een foto van de in aanbouw zijnde fietsenstalling onder het plein voor het station van Zwolle. Jarenlang was het een plein waar veel activiteit was. Wellicht was het een van de drukste punten van de Overijsselse hoofdstad. Hotel Van Gijtenbeek, met zijn vele al dan niet vergaderende gasten, helaas in 1979 gesloopt. De stadsbussen, vroeger van de firma Schutte en het Autobusstation met z’n wachtkamer en automatiek voor de passagiers en personeel van de streekbussen. Nu is dat plein een enorme bouwput waaruit straks iets moois moet gaan verrijzen en het merendeel van de nu in de nabijheid van het station geparkeerde fietsen zal laten verdwijnen. De in aanbouw zijnde stalling wordt driemaal zo groot als de huidige, zo vertelde een van de medewerkers me vol trots en keek er naar uit om er te kunnen werken. Dat was duidelijk aan zijn lichaamstaal te zien.

Informatiedoek Stationsplein 640px

Even later zag ik een reclamebord voor die nieuwe fietsenbewaarplaats staan waardoor in één oogopslag duidelijk wordt wat de bedoeling is. Dat is de foto van vandaag dus geworden.

Toen ik terug wandelde kwam ik een moeder tegen met een ongeveer zesjarig meisje, dat haar melktandjes heel zichtbaar aan het wisselen was voor haar definitieve gebit. Aan haar manier van doen was duidelijk te merken dat ze er eigenlijk trots op was.

Ik weet niet of of ze de opmerking die me te binnen schoot, en ik nog net ongezegd kon houden, had gewaardeerd. “Kind, wat heb jij een mooie fietsenstalling!”.

03-04-2020


Harm 


Buitenkant 2014 4536   Buitenkant 2014 4574 

Ruim vijftien jaar had ik mijn werkplek aan het eind van de Thorbeckegracht (daar waar nu een nieuwbouwpand staat dat met Tweeling wordt aangeduid). En dit was ons uitzicht. Een deel van de stadsmuur, café de Tagrijn, de Peperbus en geheel rechts het Hopmanshuis. Samengevat: De Buitenkant, een straat gelegen tussen de Vispoortenbrug en het Rodetorenplein. Net als de Thorbeckegracht een straat met een en al bedrijvigheid. De zomerkermis was altijd op het genoemde plein. Het Hopmanshuis was vanaf zijn bouw in 1663 handelshuis, daarna het huis van Jannes Nauta de hopman van de stedelijke militie rond 1725 en daarna van kantoor en tentoonstellingsruimte tot makelaar- en horecahuisvesting. Net buiten beeld, links tegen de stadsmuur gebouwd zat het bedrijf van de familie Huisman.

Huisman 26042018 7V6A6256

Zij verkochten alles, je kon het zo gek niet bedenken, wat de scheepvaart maar nodig kon hebben. Van een klein vlaggetje tot vuistdikke kabels en vooral veel brandstof. De laatste Huisman, wij in de buurt noemden hem allemaal bij de voornaam Harm, is een paar jaar geleden gestopt. Een immer gestaag doorwerkende, weinig spraakzame, sigaar rokende man die op iedere technische vraag een kort en bondig antwoord had. Juist op het moment dat ik probeerde een foto te maken kwam een olietankertje met juist zijn naam voorbij varen. Ik heb het als een groet beschouwd en een kleine buiging gemaakt.

02-04-2020


Ronald 


Ronald Westerhuis HEB LIEF 09042020 7V6A5147 640px

Over toeval gesproken. Ik heb m’n dagelijkse verhaaltje geschreven, wil het op Facebook plaatsen, is Ronald me net voor. Toch maar geplaatst want het gaat aldus:

Sinds een paar jaar zit Ronald A. Westerhuis in de kring van mensen die ik wat meer van nabij ken. Als je zijn naam op Google intikt zijn dit zo ongeveer de eerste regels die je leest: Ronald Anthonie Westerhuis (Tiel, 7-11-1971) is een Nederlandse beelden kunstenaar met Zwolle als thuisbasis. Hij is internationaal actief als maker van landschapskunst en abstracte sculpturen. Zijn werk is te vinden in de openbare ruimte. Musea en particuliere kunstcollecties. Einde citaat.

Ik vind het een bijzonder mens. Niet alleen vanwege zijn kunst maar ook vanwege zijn manier van in het leven staan.Een mens van uitersten. Zo werkt hij in Zwolle, zo werkt hij in Sjanghai. Zo maakt hij meters hoge objecten, zo is het veel en veel kleiner en past het bij wijze van spreken in je woonkamer op tafel, onder het motto: Size doesn’t matter.

Ronald Westerhuis HEB LIEF 09042020 7V6A5136 640px

Ook is hij de maker van het gedenkteken voor het Nationaal Monument MH17 dat 17 juli 2017 bij Vijfhuizen in gebruik werd genomen. Het verhaal dat daar bij hoort, hoe het is gegaan bij het maken van de keuze welke kunstenaar het zou maken, heeft hij mij eens gedaan. Hij deed dat zeer bescheiden en toch was het zeer indrukwekkend vooral omdat het om zo’n beladen onderwerp gaat. Vanmorgen reed ik langs zijn werkplek, een grote industriële hal. Aan de voorwand hangt nu dit metersgrote witte doek met tekst. De man nader leren kennen, door ook bijvoorbeeld ook eens bij Google te kijken, is zeker de moeite waard.

Zijn credo zegt ons dezer dagen genoeg: HEB LIEF.

01-04-2020

 

Verlaten


 Het Nieuwe Verlaat Zwolle DSC08686 640px

Het zou een zin in een spannend boek kunnen zijn: “Door omstandigheden kwam ik er verlaat aan en ook het huis op nummer vier, aan de weg met onbegrijpelijke naam “Tussen de Verlaten” oogde onbewoond en dat bleek even later, was dan ook geheel verlaten.”
Neen, geen boek, laat staan spannend. Wel een zin met meerdere betekenissen van een en hetzelfde woord. Op de foto deels te zien, een sluisje. Een verlaat is een schutsluis voor de kleine scheepvaart. Deze is Zwolle is te vinden aan begin van de Nieuwe Vecht, een verbinding die is gegraven om per schip vanuit de Overijsselse Vecht makkelijker in het centrum Zwolle te komen dan met een omweg via het Zwartewater. Als je nu de sluis bekijkt kun je niet anders dan constateren dat het binnenschip vroeger een zeer beperkte omvang had. Nadat de Ceintuurbaan is aangelegd is er van doorgaand scheepvaartverkeer geen sprake meer geweest. Voor degenen die maar een beetje bekend zijn met Zwolle, de Ceintuurbaan is dat deel van de ringweg om Zwolle waaraan het Isala Ziekenhuis haar plek heeft gevonden.

Nieuwe Verlaat DSC00055   Nieuwe Verlaat DSC00057

De sluis is in 1987 gerestaureerd en is een favoriete plek voor wandelaars en heel veel hengelaars hebben er een plekje gevonden voor hun visbootje. Zo wordt er dus nog steeds gevaren en worden er spannende, en vooral sterke verhalen verteld als de hengels weer worden opgeborgen. En inderdaad, daarna ligt de boel er meestal wat verlaten bij.

31-03-2020

 

Ambachtsschool


Ambachtsschool 15042020 7V6A5844

Na de invoering van de Mammoetwet, waarin het onderwijs, volgend op de lagere school, geheel opnieuw werd geregeld, verdwenen er heel wat schooltypes. Bijvoorbeeld de HBS, de MULO/ULO, de Kweekschool en het Nijverheidsonderwijs. Onder die laatste categorie vielen, de door velen bezochte, Huishoudschool en de Ambachtsschool. Beide schoolvormen hebben veel betekent voor de mensen die geen mogelijkheid hadden om door te leren, maar zo toch de kans kregen een volwaardige functie in de maatschappij te verkrijgen.

Ambachtsschool 15042020 7V6A5857   Ambachtsschool 15042020 1418 

Het is jammer dat er door sommige mensen werd neergekeken op deze vorm van onderwijs. Misschien kregen daarom deze scholen toen andere namen zoals LHNO en LTS. Wat dat aangaat is er trouwens weinig veranderd in de loop der tijd. Ook nu nog wordt er welhaast afkeurend gekeken naar sommige schooltypen. En dan te bedenken dat een term “ambachtelijk bereid” tegenwoordig juist zoiets als “van hoge kwaliteit” betekent.

Flevogebouw 21082018 1084 Pano

De Ambachtsschool op de foto, vinden we op de hoek van de Mimosastraat en de Hortensiastraat, is gebouwd (in de stijl van het Nieuwe Bouwen) tussen 1932 en 1934 en verving de vorige school aan de Menno van Coehoornsingel (Flevo Gebouw). Er zijn toen prachtige glasramen aangebracht die nog steeds de moeite van het bekijken waard zijn. In 1985 verhuisde de LTS naar de Russenweg en brak een onrustige tijd aan voor dit leeggekomen schoolgebouw. In de jaren negentig werd het gekraakt, naar zeggen om verloedering tegen te gaan. Nu hebben zich Kunst, Cultuur en Ambacht zich er verenigd in DOAS de afkorting van De Oude Ambachtsschool. Het mooie is toch wel dat het oude ambacht er in al zijn vormen een plek heeft gekregen en er te bewonderen valt.

30-03-2020

 

Smid


Thomas a Kempisstraat 38 Travalje 7V6A0650

Tussen mijn geboortehuis en deze smederij ligt amper een halve kilometer loopafstand. Vandaar dat ik wel kan zeggen dat er ik er mijn hele leven al langs heb gelopen en gereden. Nooit heb ik er enige activiteit waargenomen. Wel heeft een pottenbakker er een verkooppunt gehad. Eerlijk gezegd zag je ook toen geen bedrijvigheid. Nee, er zijn zelfs jaren geweest dat prikkeldraad er voor moest zorgen dat het geheel niet naar de vernieling werd geholpen. Nog niet zo lang geleden is het gelukkig in volle glorie hersteld.
Een echte Zwollenaar zou nu beginnen over smederij Poppe, in het laatste deel van de Luttekestraat (vroeger Nieuwe Haven genoemd), waar tot in de jaren zestig nog paarden beslagen werden.

Maar terug naar de foto. Als ik er als kind langs fietste, moest ik vaak aan de vader van Sietse en Wietse, van De Kameleon, denken. Zo’n vader wenste je, als jongen, diep in je hart. Groot en sterk, die een boot voor je maakte en met de zeer passende achternaam, voor een smid in ieder geval: Klinkhamer.
Knap bedacht door schrijver Hotze de Roos. Zulke namen worden aptoniemen genoemd en zijn namen die aansluiten bij hetgeen de dragers van die namen in het dagelijks leven doen.
Altijd leuk er een paar van te noemen: Mevr. Hennie de Haan, voorzitter van de Ned. Vakbond van pluimveehouders. Dokter Schimmel is orthopeed in Leeuwarden, tandarts Wortel praktiseert in Woerden en Jac van Geloven was 60 jaar priester. Men zegt dat dit alles op waarheid berust. Zo niet dan heb ik weer eens, zoals dat heet, in commissie gelogen.

29-03-2020

 

Spugen


Plantagekerk 2006 DSC07708

Net toen ik op het punt stond het gebouw van de rechtbank in Zwolle te fotograferen, keek ik even achterom en zag aan de overkant van het water deze kerk. En er schoot mij iets te binnen dat ik ooit gehoord had over dit gebouw.
Het is De Plantagekerk, in gebruik genomen in 1875 en dankt de naam aan het vele groen in de buurt. Zo ongeveer alleen het grasveld en de daarop staande bomen herinneren daaraan.

Dat grasveld, waarop ook het Zwolse monument voor gevallenen staat, is een veel bezochte plek om zich bij mooi weer wat te ontspannen. Vandaag was er niemand te zien. De temperatuur was daar mee aanleiding toe en bovenal het verzoek, in deze dagen van de Corona-crisis, om zo veel mogelijk thuis te blijven. Eén van de raarste gevolgen van die crisis had mij bij de rechtbank gebracht. Want hoe geestelijk in de war moet je je zijn om handhavers van de maatregelen ter bestrijding van die crisis te bespugen en te roepen dat je besmet bent met Corona. Of ben je niet in de war, maar ben je gewoon een hufter. Ik ben daar nog niet uit. ’t Is goed dat er snelrecht op wordt toegepast.

Plantagekerk 14042020 1155

Het is wel frappant, ik heb het uit overlevering, dat er vroeger in die Plantagekerk waar veel en fel gediscussieerd is over allerlei geloofskwesties, het nimmer uitmondde in hufterig gedrag. Toch hingen er bordjes aan de muur met de tekst: “Gelieve niet te spuuwen”. Dat had te maken met het tabak kauwen, in Zwolle meestal “proem’n” genoemd.

28-03-2020

 

Hoog


Hoogbouw Zwolle 640px

’t Zijn niet de mooiste gebouwen die Zwolle rijk is, deze kantoorkolossen. Als je, vanuit het zuiden, Zwolle via de A28 nadert, zie je ze staan, als onnodige blikvangers. Tenminste dat “onnodig” vinden nogal wat Zwollenaren.
Het was de start van een, laat ik het noemen, megalomaan project dat de bouwkundigen en planologen van Zwolle aan het begin van deze eeuw hadden. Langs de hele westzijde van die A28 zou zulke hoogbouw moeten verrijzen. Dat zou Zwolle opstuwen in de vaart der volkeren. Men had waarschijnlijk nooit nagedacht over welke volkeren ze bedoelden, want het hele project is letterlijk nooit van de grond gekomen. Op deze vier na, die tegenwoordig vaker leeg staan dan verhuurd worden.

Waarom willen wij mensen altijd meer, moet het groter, moet het verder, moet het sneller, moet het duurder moet het hoger. Toen de babyboomers geboren werden, kort na de tweede wereldoorlog, was er van alles veel minder en de keuze in dat alles eigenlijk veel beperkter. Waren ze minder gelukkig ? Wie het weet mag het zeggen. Dat het ons decennialang steeds beter is gegaan heeft ook voor veel goeds gezorgd. Daar mogen we ons gelukkig mee prijzen. Als we ons dat laatste goed realiseren is dat alleen al reden om te checken of het niet genoeg is geweest. Vandaag doen dat, denk ik meer mensen dan ooit.

Maar ’t gaat niet helpen, zegt u? Dan denk ik toch maar even aan een uitspraak van Herman Finkers: “Wie niet gelooft in wonderen, is geen realist.”

27-03-2020

 

Stil


Stilte Dick Algra 640px

’t Is onnatuurlijk stil op straat dezer dagen. Dat hoef ik niet uit te leggen. Het geeft mij onbedoeld de gelegenheid om mooie foto’s te maken zonder gestoord te worden door achter elkaar aan rennende honden, door het rode-licht-fietsers of door ander fotografisch ongemak. Ik denk wel eens dat de mooiste foto’s van de bewoonde wereld worden gemaakt op zondagmorgen als er ter kerke wordt gegaan of uitgeslapen.

Ik heb er moeite mee, bij het zien van deze foto, om me te realiseren dat op andere momenten het hier wemelt van de mensen. Op het ijs bij een temperatuur ver onder nul, of in bootjes en waterfietsen of luierend op de oevers van de stadsgracht.

En dat alles onder het wakend oog van De Sassenpoort, de enige nog bestaande stadspoort van Zwolle. De toren is de moeite van het bezoeken waard. Je kunt dan ontdekken hoe dik de muren er zijn en de gaten zien waaruit kokend pek werd gegooid als de stad werd aangevallen. Tegenwoordig kun je de grote ruimtes in de toren afhuren voor een feestje, een trouwerij of het inrichten van een tentoonstelling. Als je het helemaal leuk wilt hebben komen vrijwilligers, uitgedost als 16e eeuwse poortwachters, het geheel voor “pek en bonen” opluisteren.

Sassenpoort Uitvoering inrijverbod 0728

Werkzaamheden in juni 2010. Vanaf dat moment zijn alleen voetgangers welkom onder de poort ...

Om beschadiging en aantasting door uitlaatgassen tegen te gaan, is het sinds 2010 niet meer mogelijk onder de poort door te rijden. Hoewel dezer dagen, ik liet het u hierboven al weten, lijkt dat een erg overbodige maatregel.

25-03-2020

 

Geur


Thorbeckegracht 2016 7V6A6137 Pano 1100

Eigenlijk was de foto niet de aanleiding voor het verhaal vandaag. Vanmorgen kocht ik bij de supermarkt een potje kerrie. We zijn er allebei, Janny en ik, liefhebber van. Bij mij komt dat, denk ik, vooral door de geur. Die toch wel bijzondere geur waarde vroeger rond aan het begin van de Thorbeckegracht. Daarom ben ik gelijk maar doorgereden naar die plek.

Op de foto is links een rij, in mijn ogen saaie, panden te zien. Daar stond tot tot begin jaren zeventig een veevoederbedrijf van de familie Marsman. Daarnaast was het pand van Ten Doesschate, met ondermeer een specerijenafdeling, tegenwoordig bekend onder de merknaam Euroma. Als je er langs liep waande je jezelf in warme oosterse oorden. Aan het begin van de gracht dus een welhaast tropisch product en aan het eind ervan opnieuw, daar rook het naar koffie. En beide bedrijven werden geflankeerd door veevoerproducenten.

Thorbeckegracht Dick Algra 640px

Als je na het “kerriesnuiven” doorliep, kreeg je aan je rechterkant het schildersbedrijf van Klappe. Daar maakten ze ondermeer de metershoge reclameborden voor Bioscoop De Kroon, in het hartje van de binnenstad.
Op veel van die reclames stonden vaak, laat ik zeggen, “tropisch aangeklede personen”. Maar dat is een heel ander verhaal.

23-03-2020

 

Brug


Schoenkuipenbrug 2001 DSC00124

Zoals een echte stad betaamt had Zwolle vroeger stadsmuren, bastions, poorten en een stadsgracht. Die laatste ligt nu als een sieraad om het oude centrum. Toen ik in de zestiger jaren naar school fietste passeerde ik vijf bruggen en tenslotte de spoorwegovergang voor de trein naar Kampen. De brug op de foto heet de Schoenkuiperbrug, dateert uit 1907 en is genoemd naar de schoenmakers die hier in de zeventiende eeuw hun looikuipen hadden. Het is nog de enige draaibrug van onze stad. We hadden er vroeger meer. Het Kerkbrugje was er een, de Keersluisbrug en de spoorbrug van het eerder genoemde Kamper lijntje, over de intussen gedempte Willemsvaart, waren ook van dat type.

Bruggenwachter Schoenkuiperbrug in actie 2001 10

Als kind had ik bewondering voor de brugwachters van die draaibruggen. Zij kregen die gigantische gevaarten toch maar mooi in beweging, bleven op de brug staan als de schepen voorbij voeren. Er werd een hengel met daaraan een klompje uitgegooid ter dekking van de kosten en dan werd de brug weer dicht gedraaid. Het duurde ook wel eventjes voordat je weer kon doorfietsen. De meeste bruggen in Zwolle zijn vervangen door “vaste” bruggen. Mijn fietstocht naar school duurde meestal een kleine twintig minuten. Door alle bruggen kon dat knap uitlopen. Wat dat betreft kan de scholier van tegenwoordig bijna nooit meer met de smoes aankomen dat de brug open stond. Alhoewel, in mijn tijd werd daar op school ook niet in getrapt.

22-03-2020

 

Opleving


Opleving Dick Algra 640px

De laatste weken ga ik elke dag even de deur uit om een foto te maken. Die foto is de aanleiding voor, zeg maar, mijn verhaaltje van die dag. Zonder te mopperen kan ik zeggen dat het weer mij niet mee zit. Nog maar weinig zon gezien terwijl ik onderweg was.

Wel zie je dat er op veel plaatsen in Zwolle gebouwd wordt. Ik schreef er al over, daar waar het ziekenhuis Locatie Weezenlanden stond, in Stadshagen en op het stationsplein om maar een paar voorbeelden van de laatste dagen te noemen, Bij veel van die bouwklussen wordt vaak overlast veroorzaakt. Mensen moeten soms hele einden omrijden en winkeliers hebben af en toe verminderde omzet. We kennen die problemen allemaal wel. We doen ze bijna altijd af met: ”Dat hoort erbij, zo is het leven”. Daaruit zou je, hoe vreemd het ook moge klinken, ook kunnen concluderen dat ziektes als het Coronavirus er ook bij horen, zo is het leven. Het komt alleen enorm hard aan en vraagt duidelijk om ingrijpende maatregelen en levensmoed. Vooral dat laatste. Waarom? Het leven kent gelukkig ook heel mooie kanten.

Tijdens het zonloze rondje van vandaag kwam ik deze bloeiende boom tegen. Op de hoek van de Stationsweg, vlak bij de grote bouwput. Hij staat naast bomen die nog staan te somberen. En juist daarom vond ik het zo’n hoopvol teken.

20-03-2020

 

Klooienberg


Klooienberg Dick Algra 640px

Het lijkt wat ongeloofwaardig, maar deze boerderij staat staat midden in Zwolle, zij het aan de oever van het Zwartewater. Als u goed kijkt, ziet u op de achtergrond het markante brugwachtershuis naast de Twistvlietbrug.
Aan de ene oever ligt de redelijk jonge wijk Stadshagen, aan de andere de wijk Holtenbroek.
De eerste paal voor die wijk werd in 1958 geslagen, als jongetje van tien jaar was ik er bij en ja, toen stond deze boerderij er al lang. In de 17e eeuw komt de naam al voor in de annalen, en nu wordt het de Wijkboerderij, of kortweg de Klooienberg genoemd.

Klooienberg 6802   Klooienberg 6805 

Sinds het bestaan van Holtenbroek had deze boerderij een sociale functie en was het middelpunt van veel activiteiten. Kinderen die echt in een drukke nieuwbouwwijk woonden, maakten daar kennis met de levende have die er rondliep. Geiten, kippen, noem maar op. Maar ook werd er vergaderd en bijkomsten van andersoortig pluimage gehouden. Hobbyclubs, kinderopvang, buitenschoolse opvang. En er ontstonden verliefdheden, er werden trouwfoto’s gemaakt, kortom alle facetten van het leven kwamen en komen er voorbij.

Soms, dat moet worden gezegd, lijkt het er op dat er wat aangeklooid wordt, maar dat heeft wellicht meer met de naam te maken dan met de bezieling waarmee er gewerkt wordt.

19-03-2020

 

Nieuwbouw


Groot Wezenland 14042020 7V6A5679

Ik heb de laatste twintig jaar van mijn werkzame leven, zoals men dat zo mooi pleegt te zeggen, mogen werken in het Ziekenhuis De Weezenlanden, aan de rand van de binnenstad van Zwolle.

Een ziekenhuis met een eigen sfeer die mede werd bepaald door het feit dat het, vroeger een ziekenhuis, gerund door nonnen is geweest. Toen er later gefuseerd werd met het Sophia Ziekenhuis aan de Ceintuurbaan, kreeg het geheel de naam Isala klinieken. Toch bleef er een sfeerverschil tussen beide locaties bestaan. Pas na de nieuwbouw en de opheffing van de locatie in de binnenstad werd dat anders. Gelukkig maar.

Groot Wezenland 14042020 7V6A5688

Nu staan er nieuwe woonhuizen, gebouwd in een stijl die past bij de singel, die past bij de achterliggende wijk Assendorp en toch bloedt mijn hart nog steeds als ik er langs rijd. Want ik heb er zo prettig gewerkt, er fijne collega’s gehad en me er bovenal heel erg thuis gevoeld.

Als de geest van nonnetjes nog steeds op deze plek rondwaart, en waarom zou dat niet, gaan de mensen die er vertoeven een geweldige tijd tegemoet.

18-03-2020

 

Randstad


Randstad Dick Algra 640px

Wij, die Nederlanders die niet in de Randstad wonen, begrijpen vaak niet waarom de randstedelingen zo vaak denken dat hun leefomgeving voorop loopt in welhaast alles. Cultuur, wetenschap, media, etcetera.

Jazeker, de Randstad heeft wat meer universiteiten, de politiek meent daar het heil te vinden maar men loopt ook voorop met de aanleg van asfalt. Het toch al kleine “groene hart” versteend meer en meer, Schiphol moet nog meer kunnen groeien en, hoe wonderbaarlijk, juist dat schijnen sommige politieke partijen bijna de belangrijkste zaken te vinden.

Kom je bij ons aan de rand van de stad of van het dorp vindt je daar niet alleen een groen hart, je vindt daar ook groene longen. Luttele kilometers, vanuit het centrum gerekend, staan we hier in de natuur, ademen we haar zuivere lucht in, kijken naar haar mooiste kunst, luisteren naar haar mooiste muziek en komen op de meest frisse ideeën. Zo ook vandaag.

Blijf ik wel met een niet onbelangrijke vraag zitten. Welke boer heeft toch de tekst bedacht van : “Schaapje, schaapje wat heb je witte wol”. Die moet echt hoognodig naar een opticien.

14-03-2020

 

Bajes


Deurbeslag cachot 2004 DSC03486

De bajes of de gevangenis. Zo noemden wij dit pand dat daarom ook een plek heeft aan het Spinhuisplein In Zwolle. Die straatnaam vertelt het ons al, oorspronkelijk was het een vrouwengevangenis, een spinhuis maar de laatste decennia van haar bestaan was het veel meer een huis van bewaring.
Als Zwollenaren kenden slechts weinigen het verschil tussen een gevangenis en een huis van bewaring vandaar onze naamgeving. Het pand zag er als een bijna onneembare vesting uit. Het is dan tegenwoordig ook een raar gezicht dat overdag de voordeur altijd uitnodigend open staat.

Librije's Hotel 2014 1785

Dat komt doordat Johnny en Therese Boer er sinds 2015 hun, welhaast wereldwijd bekende sterrenrestaurant De Librije in hebben gevestigd. En zo is er sinds de bouw van het pand in 1739 en het heden veel veranderd. Zat men er vroeger letterlijk op water en brood, nu heeft men de keuze uit een zeven of tien gangen menu. Nu is men blij als je er naar binnen kunt gaan. Vroeger was het omgekeerde het geval.

Toen ik als kind langs de bajes naar school fietste hoopte ik er nooit terecht te komen. Misschien ligt daar wel de oorzaak dat ik er ook nu nog nooit een hap gegeten heb.

13-03-2020

 

Gewichtig


Gewichtjes vrij Dick Algra

Uit de erfenis van mijn ouders is deze set koperen gewichten bij mij terecht gekomen. Ze komen uit de koffiebranderij & theehandel, die mijn opa Durk Algra in de jaren dertig in Zwolle begon. Zelf heb ik er ook jaren kunnen werken en deze gewichtjes gebruikt. Als ik het houten blok oppak, meen ik soms nog de gemalen koffie te ruiken die er meestal aan kleefde.

Elk jaar kwamen instanties als het IJkwezen en de Keuringsdienst van Waren langs om te controleren of we wel het goede “gewicht in de schaal legden”.

Soms werden we gevraagd naar het IJkkantoor an de Govert Flinckstraat te komen. Dan werden aldaar de gewichten herijkt en werd er een ijkmerk in geslagen zodat de klanten konden zien dat er met juiste gewichten werd gewerkt en het zuivere koffie was. Veel van hen kwamen zelden of nooit kijken. Als ze het al deden waren ze meer geïnteresseerd in het koffiebranden dan in het afwegen van de koffie. Dat vertrouwden ze wel. In de huidige koffiebranderij Mocca d’Or, die dezer dagen op de oude vertrouwde plek een heel nieuw gebouwd pand heeft betrokken, wordt met afweeglijnen en inpakrobots gewerkt. Koperen gewichtjes komen er niet meer aan te pas. Mijn opa Durk liet aan de muur achter de eerste afweegmachine een bordje met een spreuk ophangen. Het had als tekst: “Vertrouwen is de grondslag van ieder goed bedrijf.” Ongetwijfeld geldt dat nog steeds.

15-03-2020

 

Rust 


Bordewijk Rembrandlaan 14042020 7V6A5482

Vanmiddag parkeerde ik, bij Poppodium Hedon in Zwolle, recht tegenover dit huis. Nu een woonhuis, in het verleden een sigarenwinkel. En die winkel is jarenlang, bestierd door Ine Bordewijk. Die, meen ik bijna zeker te weten, de zaak weer van haar vader had overgenomen. De naam Bordewijk is nu nog steeds te vinden op de voormalige etalageruit.

Het was echt een sigaren- en sigarettenwinkel oude stijl. Geheel in bruin uitgevoerd. Met een “eeuwig brandend vlammetje” vanuit een fantasievolle toonbankaansteker met sigarenpuntknipper.

Bordewijk Rembrandlaan 14042020 7V6A5479

Ik kocht er mijn rookwaar, zoals dat heette. En ik rookte wat af. Coopvaert pijptabak, Samsonshag en Chesterfield kant en klare sigaretten.

De winkel straalde rust uit. Rust die ook werd bedoeld met de reclamekreet: “Een tevreden roker is geen onruststoker”.

Ine Bordewijk, vanachter de toonbank, straalde eenzelfde rust uit. Ze heeft haar winkel jaren geleden al gesloten. Dat ze die winkel nooit moderniseerde typeerde haar. In mei 2019 overleed ze op bijna tachtigjarige leeftijd. Altijd vrijgezel gebleven. Maar ik weet zeker dat ze voor velen een rustpunt en baken in de tijd is geweest.

12-03-2020

Facebook - Like Zwolle in Beeld

Cookies