Wat treft u aan op deze website!

Zwolle - Algemeen

Zwolle - Algemeen

Algemene info over de stad

Onder dit item krijgt u een simpel algemeen beeld van onze mooie Hanzestad Zwolle
Foto's, video's en artikelen

Foto's, video's en artikelen

De stad Zwolle in beeld en in tekst!

Foto's, video's en artikelen uit het heden en verleden van de oude Hanzestad Zwolle!
Zwolle in Beeld Info

Zwolle in Beeld Info

Brede informatie over de website!

Hier vindt u alle informatie over de website, inclusief het contactadres en de privacy- en cookie verklaring!
Foto's bestellen!

Foto's bestellen!

Wil u een foto bestellen?

Binnenkort vindt u onder dit item een redelijk assortiment foto's dat besteld kan worden. Bij regelmaat zullen er meer foto's worden bijgeplaatst!
Links

Links

Links naar interessante websites!

Hebt u vragen of wilt u informatie over bepaalde items die gelinkt zijn aan de stad Zwolle, dan vindt u hier een aantal links naar Zwolse bedrijven, organisaties of verenigingen!

Het laatst geplaatst

Zoeken op de website!

Naar Foto's van Zwolle
Naar Zwolse herinneringen

Afscheid van Dick Algra, de rasechte Zwollenaar! Nee! Zijn geheugen laat hem nog lang niet in de steek, hij weet zich nog zoveel zaken te herinneren uit het Zwolse. Hij geniet nog iedere dag van zijn stad en hij kon het ook nog voortreffelijk op papier zetten. Zwolle in Beeld was en is hier nog zeer gelukkig mee! Echter ... na zo'n 250 korte verhalen vanuit de herinneringen aan zijn, tot nu toe, in Zwolle doorgebrachte leven, werd het langzamerhand steeds moeilijker iedere dag iets nieuws te fotograferen.

Het schrijven van de korte verhalen, daar zat het niet in. Het maken van de foto's werd naar mate er steeds meer verhalen werden geplaatst, moeilijker en moeilijker. Voor menigeen ook zeer begrijpelijk. Vandaar dat de Zwolse verhalenverteller Dick Algra heeft besloten het roer om te gooien en afscheid te nemen van zijn populaire formule. 

Nee, gelukkig verlaat Dick ons niet en kunnen we, hoop ik, nog jaren genieten van zijn ingevingen. Zwolle in Beeld is hem dan ook zeer dankbaar voor hetgeen hij tot nu toe heeft aangeleverd, maar zeer zeker voor het vervolg van zijn medewerking.

Vandaag heeft Dick Algra zijn laatste herinnering met u gedeeld. Spijtig, maar met een nieuwe rubriek, zeg maar column, zal hij u blijven verrassen. Dus naast zijn laatste verhaal van vandaag, kunt u tevens zijn eerste column "Vanuit de Zwolse pols ...", tot u nemen. En, voor u uw teleurstelling uitdraagt, de korte Zwolse verhalen van Dick blijven staan waar ze staan!

De formule wordt wel aangepast, zo zal de column niet iedere dag geplaatst worden zoals we van Dick gewend waren. Nee, om de dag of twee dagen, het is maar net wat er langs komt, zal Dick vanuit een Zwolse kijk, het lokale, regionale, landelijke en soms wereldnieuws gaan volgen. Een nieuw item, met de toepasselijke naam "Vanuit de Zwolse pols ...". 

Hoe kan ik deze nieuwe rubriek volgen zult u zich waarschijnlijk afvragen. Op de eerste webpagina van Zwolle in Beeld, staat in de tekst "Welkom", een kleine foto met de titel: "Vanuit de Zwolse pols ...". Klik hier op en u komt op de pagina waar in de loop van de tijd meerdere columns met de Zwolse kijk op het nieuws van Dick Algra, geplaatst zullen worden.

Zwolle in Beeld hoopt dat u hier, evenals van de voorgaande 250 herinneringen, die op het moment van schrijven door ruim 8300 bezoekers zijn gelezen, zult genieten.

 

Bomen


262 BOMEN bew

Vorige week toen het nog stralend en zonnig was heb ik deze bomen gefotografeerd. Ze staan achter het pand op de hoek van Burgemeester van Rooijensingel en de Zeven Alleetjes. De linker heeft zeker een doorsnee van van meer dan een meter en zal, schat ik in, tot een van de oudste bomen van Zwolle behoren.

D’r is een gezegde dat luidt: “Als de muren konden spreken…” Dat zou je even goed van deze bomen kunnen zeggen.  Wat er allemaal zich niet heeft afgespeeld in die huizen in de nabije omgeving. Van oudsher een buurt waar de wat gegoede burgerij woonde. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er uitsluitend goede mensen woonden.

Vandaar, als die bomen konden spreken, en ik mocht meeluisteren, ik wellicht nog heel lang kan doorgaan met deze verhaaltjes, Echter na zo’n 250 foto’s wordt het me te moeilijk daarvoor een goed onderwerp te vinden. M’n formule is immers dat de foto mij moet inspireren tot een verhaal.

Daarom stop ik ermee en was gisteren mijn laatste “Foto-verhaal” op Facebook en is m’n laatste “Dick vertelt.. “ vandaag op deze website zwolleinbeeld.nl te lezen, maar….. 

In goed overleg hebben we besloten een iets andere formule te gaan hanteren.

Vanaf vandaag start hier, en gisteravond al op Facebook, de rubriek “Vanuit de Zwolse pols…” waarin ik twee of driemaal in de week commentaar ga geven op het Zwolse, landelijke of wereldnieuws. Natuurlijk vanuit zo mogelijk Zwolse invalshoek en persoonlijk vind ik ook dat een en ander best vanuit een ludieke kant belicht kan worden. En natuurlijk komt er een, zo mogelijk, actuele Zwolse foto bij.

Hopelijk gaat u meelezen en lever ik u genoeg gesprekstof om in uw eigen kring er nog wel over door te bomen.  Als die bomen het dan niet doen, laat ik het graag aan u over.

Trouwens heel, heel hartelijk dank voor uw reacties.

12-03-2021

 

Toerist


261 TOERIST bew

Het is heel goed geweest voor Zwolle dat de familie Van de Valk besloot er een groot hotel te bouwen. Er valt weinig op aan te merken en de prijs/kwaliteitverhouding is goed.

Daarbij zet het hotel als blikvanger naast de A28 zichzelf en Zwolle behoorlijk op de kaart.

En toch mis ik de vorige en inmiddels gesloopte Zwolse vestiging.

Misschien nog wel meer, de voorganger daarvan, die in heel Zwolle bekend stond als “de Toerist”, die door die sloop vandaag onmogelijk meer op de foto is te zetten.

Restaurant “De Toerist” was een geliefde pleisterplaats voor de mannen en vrouwen die veel langs de weg zaten. Zij, die nu accountmanager worden genoemd, waren in “de Toeristentijd” vertegenwoordigers en brachten hun koffie-, thee- en lunchpauze hier, en in soortgelijke bedrijven in het land, graag door.

Ze werden gekend door het personeel en dat was andersom. Er werd zo mogelijk een klein partijtje biljart gespeeld waarna men weer welgemoed op pad ging.

Onlangs verhaalde ik over mijn tijd bij de padvinderij. Daar kende men sinds 1952 de bekende actie “Een heitje voor een karweitje” en mijn welpengroep (horde) deed er ook aan mee. En omdat mijn vader de heer Spijkerman, de eigenaar van “De Toerist”, goed kende, werd er geregeld dat wij daar autoruiten mochten lappen tegen de genoemde vergoeding.

Die actie was meestal en in het vroege voorjaar wanneer het ook nog wel behoorlijk fris kon zijn. Ramen lappen met koud water had voor onze handen dan natuurlijk de nodige gevolgen. Nu had “De Toerist”, voor die tijd zeer vooruitstrevend, bij de wastafels in de toiletruimtes al geen handdoeken meer hangen maar had handdrogers met warme lucht.. Voor ons als acht-  à negenjarige scoutjes een prima reden om de werkzaamheden even te ontvluchten. Ik ben, schat ik, nooit meer zo vaak op ėėn dag naar het toilet geweest.

Een heitje was in die tijd in dieventaal een kwartje. Daarmee werd een klusje betaald. Er waren mensen die vonden dat we teveel vroegen, later werd het eigenlijk andersom ervaren. Men liet de scouten voor weinig geld veel doen. In 1990 is die actie van het heitje gestopt en kwam er een loterij voor in de plaats.

Dan hoopte je op een goede prijs waardoor je eens iets zeldzaams kon doen, bijvoorbeeld uit eten gaan bij “De Toerist”.

11-03-2021

 

T.A.K.


260 TAK bew

Op hetzelfde moment dat ik deze drie letters intik, bedenk ik me dat het toch wel bijzonder is dat deze school, nabij het Kerkbrugje,  met de mooie en eerbiedwaardige naam Thomas à Kempislyceum, bijna door iedereen wordt afgekort tot T.A.K.. Dat is wel bij meer scholen in onze stad het geval. De altijd gewoon als Christelijk Lyceum aangeduide school (niks mis mee toch?)  kreeg de tong brekende naam “Carolus Clusius College, die natuurlijk prompt werd afgekort tot C.C.C., om maar niet spreken over bijvoorbeeld de Cibab, want de betekenis daarvan is zelfs op hun website niet terug te vinden.

Terug naar het Thomas à Kempislyceum. Ik kwam er rond 1960 voor het eerst mee in aanraking. Want in mijn lagere schooltijd groeide ik op in de Wipstrikbuurt, samen met mijn vriendje Hans. Hij was katholiek en bezocht de bijpassende lagere school nabij de Thomas à Kempisstraat (dat kàn geen toeval zijn) en ik de protestantse school. Na schooltijd en in vakanties  trokken we veel samen op.

Tot er naar het vervolgonderwijs gegaan moest worden. Dit Thomas à Kempislyceum was zo goed als nieuw dus vertrok Hans naar die school en ik naar het hier bovengenoemde Christelijk Lyceum. En eigenlijk kwam er daardoor, in de praktijk, aan onze vriendschap een eind.

Met de ogen van nu terugkijkend is het haast onbegrijpelijk dat kerkelijke verschillen zo’n grote invloed hebben gehad op het onderwijs en daardoor indirect ook op de levens van kinderen die in het geheel niet bezig waren met die verschillen. Zo speelde, aan het eind van mijn lagere schooltijd  de kerkscheuring uit 1944, bekend als “De Vrijmaking”, een dusdanig belangrijke rol, dat protestantse kinderen uit Zwolle in Amersfoort naar school moesten. Daar was het onderwijs schijnbaar uit het betere dan wel juiste hout gesneden. Ik vind dat nu nog steeds een onchristelijke gang van zaken.  Maar wie ben ik.

Zo’n dertig jaar geleden verhuisde ik, voor een ruim jaar, naar de Thomas à Kempisstraat, die ik, eerlijk gezegd ook vaak afkortte tot T.A.K.. ‘Ik woonde in het stukje straat tussen de  Vechtstraat en de Bisschop Willebrandlaan. Gelukkig is er onlangs begonnen met renovatie, want het ging er echt richting “takkestraat”.

10-03-2021

 

Rolschaatsen


259 ROLSCHAATSEN bew

De eerste schaatsen waarmee je  op “het droge” vooruit kon komen, schijnen al rond 1700 te zijn uitgevonden, maar het feit dat de uitvinder onbekend gebleven is, zegt meer dan genoeg. De eerste rolschaats op vier wielen kwam in 1818 op de Amerikaanse markt, maar pas toen de kogellager werd uitgevonden, kwam er schot in de zaak.

U zult zich afvragen: Wat heeft de foto van vandaag nou met rolschaatsen te maken ? Dat kan ik u vertellen. Afgezien van het feit dat ik dit pand al heel lang een bijzonder pand vind – het heeft qua bouwstijl veel weg van de zogenoemde Amsterdamse School –  was de  winkel, op de begane grond, in mijn jeugd een belangrijke.

Nu zit er een verkoper van scooters in, daarvoor decennia lang fotograaf Boeree, gespecialiseerd in portretfotografie en trouwreportages. En daar weer voor zat er een winkel in ijzerwaren in, gerund door, bij mijn weten  de gebroeders Esther of Ester, de juiste spelling kon ik niet weervinden.  In het voorjaar waren er in de etalage altijd levende kuikentjes, onder een warme lamp, te bewonderen en waren de kreten van vertedering buiten op de stoep, niet van de lucht. Of er ooit een spijker meer door verkocht is, blijft een open vraag.  Bij deze Esther vervingen ze versleten wieltjes van rolschaatsen tegen een redelijke vergoeding.

Nu was dat in ons gezin wel nodig. Zes kinderen en zegge ėėn paar rolschaatsen, dus acht ijzeren wieltjes, die door het vele gebruik sleten alsof ze van papier-maché waren. We mochten bij Ester nieuwe halen als de kogeltjes van de kogellagers je ongeveer om de oren vlogen. En dan niet alle acht wielen tegelijk, maar alleen het defecte. Kortom we stonden er met grote regelmaat.

We waren dan ook stikjaloers op de kinderen die door hun ouders voorzien werden van rolschaatsen, met rubberen en later nylon wieltjes. Rolschaatsen van het merk Hudora, een Duits product. Ze gingen langer mee, er zat door het materiaal ietwat vering in en ze maakten decibellen minder kabaal.

Nu vermoed ik dat mijn ouders dit type rolschaats nooit voor ons heeft aangeschaft als een vorm van een ontmoedigingsbeleid. Dat woord kenden ze toen nog niet, maar ‘t werkte wel.

09-03-2021

 

Hopman


258 HOPMAN bew

Op zoek naar een foto-onderwerp belandde ik vanmorgen aan de oever, of heet dat de  wallenkant, van het Almeloos Kanaal, zo tegen de Weteringbrug aan. Aan de overkant van het water stond eens “de Kievitsbloem”, een bejaardentehuis zoals ze het toen noemden.

Tot mijn verrassing stonden achter me twee bruine houten gebouwen tussen de bomen.

Het bleken de onderkomens te zijn van twee scoutinggroepen, eentje van de “Vaandrig Lengton Groep” en de andere was was “de Huysman Groep III, Zwolle”. Als oud scout, toen nog welp en verkenner genoemd, sprak me dat aan. In mijn scoutingtijd spraken we niet van “onderkomen” maar van “blokhut”, wellicht is dat nu ook het geval.

Eėn van mijn zonen heeft zich bij deze blokhutten ook een poos bezig gehouden met de scouting, maar vraag me niet bij welke van de twee. Hij droeg wel de schoenen (kistjes), die zijn oudere broer eerder aan had en die ikzelf ook nog gedragen heb. Kortom daarin gingen ze  in mijn voetspoor. Ik heb daar destijds wel eens rond gekeken, maar een padvinders-blokhut uit mijn tijd zag er eigenlijk net zo uit als de scouting-blokhut van nu.

Dus een beetje rommelig, een permanente “houtvuurlucht”, erg stoffig, veel bruin, dan zie het stof tenminste liggen,  dat alles veroorzaakt door de jongens en meiden die op zaterdag niets anders doen dan van binnen naar buiten gaan en andersom. Door de week heerste er stilte.

Lord Robert Baden Powell is de oprichter geweest van de scouting. Hij was ooit luitenant-generaal in het Britse leger, vandaar ook dat termen als verkenners, patrouilles, en vaandrigs heel gewoon waren. Zijn ervaringen in het leger probeerde hij te vertalen naar opvoedkundige methodes om jongelui  te helpen op hun weg naar volwassenheid.

Er is een periode in het bestaan van de scouting geweest dat er veel commentaar op de werkwijze van Baden-Powell was, hij zou te militaristisch en te vaderlandslievend zijn geweest. Dat was juist in mijn “padvinderij-tijd”. Als puber heb ik het zelf nooit zo ervaren en terugkijkend herken ik dat ook nu nog niet.

Wel moet ik zeggen dat ik, nadat ik cabaretier Seth Gaaikema ooit de padvinderij bespottelijk hoorde en zag maken met zijn nummer over de “Haagse Hopman, Hopman Rademakers” heb ik nooit meer met een 100% serieuze blik naar de scouting kunnen kijken.

08-03-2021

 

Sushi


257 SUSHI bew

De Bethlehemkerk, daarover valt heel veel te  vertellen. Ik ga het alleen niet doen, dan kom ik woorden te kort.  Afgelopen week kwam ik wel een pagina op internet tegen waar, voor geïnteresseerden, heel veel informatie te vinden is over deze kerk het klooster, het Refter en de Nieuwe Markt.  Voor een link naar die pagina klik: HIER

Zelf ik heb ik, uit de tijd dat het gebouw nog een kerkelijke functie had, twee bijzondere herinneringen. De eerste is die van een orgelconcert dat mijn ouders er in 1986, voor familie vrienden en kennissen, organiseerden ter ere van hun veertigste trouwdag.

De organist, Meindert de Jong,  die in die jaren zijn glorietijd had, speelde speciaal voor mijn vader spektakelstukken en voor mijn moeder zachte en serene muziek. En het concert werd afgesloten met een potpourri van vaderlandse liederen die door iedereen werd meegezongen.

De andere herinnering is die van een rouwdienst waar ik de preekstoel beklom om mijn woordje te doen. De dienstdoende ouderling kwam na afloop naar me toe en zei dat ik dat nooit weer mocht doen. De kansel was alleen bedoeld, zo zei hij, voor Gods Woord.

Ik schijn hem zo vernietigend aangekeken te hebben, dat hij bij de volgende keer dat ik de houten broek weer in klom, maar even een andere kant uit keek.

Nu is de kerk een Japans restaurant met de naam “Blue Sakura” en serveert men voor de liefhebbers sushi. Gelukkig is  aan de buitenkant  zo goed als niets veranderd en binnen is duidelijk te zien dat men in een kerkgebouw zit. De sfeer die daarbij hoort heeft men, in mijn optiek, geen geweld aan gedaan.

Trouwens, op de website die ik noemde zag ik ook iets dat me totaal onbekend was. Het plein voor het Het Refter, naast de kerk, en dat nu gebruikt wordt als terras, was in vroeger tijden het kerkhof.  Wellicht is het zinnig dat men, zittend op het terras met een drankje in de hand, er een gewoonte van maakt om de volgende toost uit te brengen: “Op de doden niet dan goeds, Proost!”

07-03-2021

 

Dubbeldam


256 DUBBELDAM bew

Tegenwoordig denken veel paardensportliefhebbers dan direct een Jeroen Dubbeldam, een Nederlands springruiter die  op de Olympische Spelen van 2000 een gouden medaille won. En ja, een Zwollenaar geboren op 15 april 1973.  Deze Jeroen komt uit het geslacht van de Dubbeldammen die woonden in de “IJsselhoeve,” een boerderij met adres: Het Engelse Werk 1. Bekend als de boerderij links, net voordat we, vanuit Zwolle de oude IJsselburg oprijden.

De familie Dubbeldam heeft al jaren iets met paarden. Mijn jongste zus heeft er nog een blauwe maandag paardrijles gehad tot er ontdekt was dat de Hippisch Centrum aan de Haersterveerweg, net iets dichterbij was.

De boerderij van Dubbeldam is in een ietwat uithoek komen te liggen nadat de afslag vanaf de Spoolderbergweg veranderde in enkel nog een fietspad en je met de auto er alleen komen kunt via de Ruiterlaan. Nog rustiger werd het toen in 1992 de uiterwaarden van IJssel in die buurt tot vogelbroedgebied werden verklaard.

Dat was in de jaren zestig en zeventig wel even anders. In de uiterwaarden achter boerderij IJsselhoeve, was in de loop van de jaren aan de IJssel een soort van strandje ontstaan. In Zwolle sprak met dan ook over het strandje bij Dubbeldam en dan wist iedereen wat bedoeld werd.

‘s Winters, als er ijs in de uitwaarden lag was het ook de plek, bij Dubbeldam dus, om de schaatsen onder te binden. Onlangs heb ik verteld dat mijn schaatsprestaties niet het vermelden waard zijn. Ik durf dan ook niet met zekerheid te melden of boer Dubbeldam er nog een financieel slaatje uit sloeg.

Wel dat in onze straat  toen ongeveer 25 jarige jongeman woonde, die op de bevroren uitwaarden daar, in een hoog tempo, aan het schaatsen was. Een parcours was er niet uitgezet  en door zijn hoge snelheid zag hij niet dat tussen twee, nog boven het ijs uitstekende  rikkepalen, nog een ijzerdraad gespannen was.  Hij schoot er onder met z’n schaatsen en maakte een complete salto, en kwam in correcte stand weer terug op het ijs.

Toen ik daarvan vernam, besloot ik –  het was trouwens niet moeilijk –  nimmer op natuurijs te gaan schaatsen.  Ik heb daarna ook nooit uit volle overtuiging meer mee kunnen zingen met psalm 138 vers 1, waarin ondermeer gezongen wordt: “ik zal mij buigen op uw eis.”

Of heb ik dat nou altijd verkeerd geïnterpreteerd.

06-03-2021

 

Groen


255 GROEN bew

Nee, Groen is niet de voornaam van Groen van Prinsterer (1801-1876), voluit heette hij Guillaume Groen van Prinsterer (Willem voor zijn naaste omgeving)  en hij was een antirevolutionair politicus en historicus. Hij legde de fundamenten voor de Anti-Revolutionaire Partij, die na zijn dood werd opgericht. Hij was van 1829 tot 1836 Kabinetssecretaris, daarna werd hij lid van de Kamer van Grondwetsherziening en van van 1849 tot 1866 drie maal een periode lid van de Tweede Kamer.

Het huwelijk van Willem en zijn vrouw Betsy is kinderloos gebleven. Ik vind het daarom opvallend dat hij zich zo enorm heeft ingezet voor het Bijzonder Onderwijs. Vandaar ook, naar ik aanneem, dat er veel Christelijke Scholen naar hem zijn genoemd.

Trouwens in, wat we tegenwoordig Oud-Ittersum noemen is een deel van de straten vernoemd naar bekende oud-politici. Zo komen we daar ook de naam van Groen Van Prinstererlaan tegen.

De school, die naar hem genoemd is, mijn vader ging er ondermeer heen, was tot in de jaren vijftig,  te vinden in de Schoutensteeg en werd ook wel de school van Meester Veurink genoemd. Van een oud-leerling hoorde ik dat de school uit een paar lokalen bestond en een hele kleine speelplaats, in zijn herinnering tegenover de Waalse kerk.  Ga je er nu kijken, kun je je van een grote school en een groot speelplein geen voorstelling maken.

Dat is, vermoed ik, ook de reden geweest dat de school, in de tweede helft van de jaren vijftig, verhuisde naar een nieuw gebouw op de plek van een rijtje onbewoonbaar verklaarde huisjes, aan de Zeven Alleetjes, tussen de Tuinstraat en de Hertenstraat.Dat gebouw is te zien op de foto van vandaag.

Toen de naoorlogse geboortegolf de lagere schooltijd doorlopen had en er kerkelijke scheuringen aan de orde van de dag waren, werd het leerlingen aantal dusdanig laag dat de school gesloten moest worden.  Een aantal jaren was de CBTB, de Christelijke Boeren en TuindersBond er gevestigd. Tegenwoordig huist er een accountant in.

De Schoutenstraat, tot 1938 Schoutensteeg genoemd is vernoemd naar Schout Thomas Knoppert omdat daar zijn woning stond. Voor de kenners van Zwolle-zuid nog even: in de 15e en 16e eeuw heette het daar Kadenetersteghe.

Persoonlijk vind ik het jammer dat het woord “steeg” zo is gedevalueerd. Nog zegt en doet de naam “Watersteeg”, mij meer dan de huidige naam: Kuyerhuislaan. Ik wil het graag gezegd hebben.

05-03-2021

 

Allee


254 ALLEE bew

Er zijn van die huizen, of laat ik algemener zijn, er zijn van die gebouwen waar je niet aan voorbij kunt gaan zonder dat je gedachten teruggaan in de tijd. En meestal moet ik dan elke keer aan hetzelfde denken. Bij dit pand, twee huizen onder ėėn kap, schieten mij steeds weer een paar, maar wel steeds dezelfde zaken te binnen.

Het staat op de hoek van de Wipstrikkerallee en de Columbusstraat. De straat die parallel loopt met de oprit van de Weteringbrug,  tegenwoordig is die hoek een onderdeel van een kruising. In de tijd dat de Ceintuurbaan alleen nog maar lag tussen de Meppelerstraatweg en het Openluchtbad was dit kruispunt een driesprong.

Kwam je uit Zwolle, kon je er rechtsaf over de brug, richting Ittersum, Wijhe, Olst, en Deventer of rechtdoor richting Heino, Raalte, Nijverdal, Twente. De Wipstrikkerallee was destijds relatief een heel drukke weg. Maar door de breedte en de aan beide kanten aanwezige ventwegen was het er bijzonder goed wonen. Nu nog trouwens, denk ik.

Pal tegenover dit huis stond de Rooms Katholieke Kleuterschool, een eind verderop had je prachtig zicht op de oude IJsselcentrale  en had je Theehuis Urbana, dat onlangs helaas het loodje heeft gelegd. Uit betrouwbare bron vernam ik dat er een “Loetje” in gaat komen. Een restaurantketen waar, naar ze zelf zeggen, je de lekkerste biefstuk kunt eten. Lieg ik, dan lieg ik in commissie.

Terug naar het huis op de foto. Wat altijd, maar dan ook altijd, bij mij naar boven komt, is het verhaal van de tandarts die er ooit woonde. De man kon, om het voorzichtig uit te drukken, in de jaren zestig veel sympathie opbrengen voor de wijze waarop in Zuid-Afrika met het onderwerp “apartheid” werd omgegaan. Voor de goede orde, het gaat over de tijd dat Nelson Mandela gevangen werd gezet op Robbeneiland.

Er was de nodige commotie over, hij werd geïnterviewd in de krant en was niet van standpunt te veranderen kortom hij vertrok met slaande trom.

Elke keer dat ik dit huis weer zie, is dat voor mij nog steeds iets onbegrijpelijks.

Wat de krant niet haalde is dat hij een aantal jaren, met heel stille trom weer teruggekomen is naar Nederland. Niet naar Zwolle. Daar konden ze hem missen als kiespijn.

04-03-2021

 

Slager


253 SLAGER bew

Ik heb voor deze serie verhalen wel mooiere panden op de foto gezet dan deze van vandaag.’t Is wel een plek in een wijk, Assendorp, waar voor mij en anderen veel herinneringen liggen. Het is een voormalige slagerij, op de hoek van Molenweg (95) en de Eendrachtstraat. Als je er nu loopt, kun je je niet voorstellen dat er in die buurt, zakelijk gezien, veel te beleven viel.

De Molenweg was in de jaren zestig een “straat”  waar van alles te vinden was.  Er waren tientallen winkeltjes, bakkers, slagers, groentewinkels, kaaswinkel, schoenmaker, sigarettenwinkels, drogisterij, antiekzaak, melkwinkel, loodgieterij, een levensmiddelenzaak, café, een sportartikelenwinkel en nog wat kleine particulieren met van alles. Zo zat hier nummer 95 de slager, er tegenover zat een automatiek en op de derde hoek zat een VIVO-kruidenier.

Assendorp was van oorsprong een werkliedenbuurt. (Het woord haal ik uit een vakblad, en geeft het goed weer.) Dat betekende dat de wekelijkse boodschappen, ”het eten en drinken” tot de belangrijkste uitgaven behoorde. Daarom ook die vele winkeltjes. En natuurlijk, de grote supermarkten waren nog niet prominent aanwezig.

Zwollenaren die me een beetje kennen, zullen zeggen: “Maar jij bent toch helemaal geen Assendorper?” en dan hebben ze gelijk. De hierboven genoemde slager, hij leeft allang niet meer, was ooit mijn schoonvader. (De eerste, de tweede heb ik helaas nooit gekend) en stond in de buurt bekend als Slager de Groot.

Hij was ėėn van de laatste twee, zelfslachtende slagers. Ik heb wel eens eerder over hem verteld. Ongetwijfeld een vakman. Hij maakte hele goede rookworsten en geweldige leverworst. Sociaal vaardig was hij wat minder, hoewel, dat had soms ook wel wat. Bij een klant die slecht van betalen was, liep zijn ongenoegen daarover hem eens over de schoenen. Hij beende met grote passen van achter de toonbank naar de winkeldeur en zei, met woest-flikkerende ogen,  tegen die klant: “D’r uit en d’r nooit weer in! “ en smeet nadat de klant het pand had verlaten de deur met een klap dicht.

Ooit zei de kleinzoon of neefje van een vaste klant – het jongetje was een beetje een kakkertje –  nadat hem een plakje worst was aangeboden: “Nee, dank u slager, ik krijg thuis wel genoeg te eten!” Ook bepaald niet sociaal vaardig, trouwens !

03-03-2021

 

Kroon


252 KROON bew

Op 29 juli aanstaande is het exact 110 jaar geleden dat David Isaäc Pinto, een Portugees, in de Diezerstraat de eerste Zwolse bioscoop begon, en wel in de voormalige melksalon “De Kroon”. Er was, zo vertellen de boeken, een sfeervolle zaal, met mooi meubilair en een enorme kroonluchter. In 1929 werd de bioscoop opnieuw gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School en daardoor nam het aantal plaatsen toe van 300 naar 800.

De komst van de geluidsfilm was booming-business voor de filmwereld maar werd gevolgd door de crisis van de jaren dertig. Pinto hield echter vol tot hij in 1939 vertrok en werd opgevolgd door, de met een passende naam getooide,  J.H. Kroon. Die liet in 1947 een nieuwe verbouwing uitvoeren waarna de laatste verbouwing in 1968 plaatsvond.  Toen ontstonden er twee bioscopen onder ėėn dak: “De Kroon” en “Studio Z”.

In de jaren negentig werd de bioscoop verplaatst naar het Gasthuisplein en kwamen in het pand aan de Diezerstraat, op de foto van vandaag te herkennen aan het quasi torentje, een aantal modezaken.

De televisie bracht de films bij de mensen thuis, toch ging men naar “De Kroon”, zeker voor films als Dokter Zhivago, De Sounds of Music of als laatste voorbeeld De Langste dag. En de pubers, vooral de jongens, verlekkerden zich aan de foto’s in de vitrine naast de ingang, vooral die van nachtfilm – ‘s zaterdagavonds –  waren het stiekem bekijken meer dan waard.

Mijn eerste “illegale bezoek”, het was namelijk op zondagmiddag en was in christelijke kring nog geen gewoonte, was als dertienjarige met een even oude schoolkameraad. En nog wel een klasgenoot van het Christelijk Lyceum. Het was, dat weet ik nog, een cowboyfilm, maar door de spanning – ik verwachte steeds dat iemand in de zaal me zou herkennen –  heb ik er niet van genoten. Behalve dan de volgende dag op school. Toen hadden we sterke verhalen.

Dat degene waarvoor ik bang was, het waarschijnlijk ook niet prettig vond dat ik hem of haar zou herkennen, kwam nog niet bij me op. Daarvoor moest ik nog wat meer “ervaring” opdoen.

02-03-2021

 

Buitensoos


251 BUITENSOOS bew

Natuurlijk weet ik dat het eigenlijk als “Buitensociëteit” geschreven moet worden, maar een Zwollenaar zegt dat niet. Zegt helemaal niet dat hij in de Nieuwe Buitensociëteit is geweest, dus houd ik het vandaag op het eerste.

Intussen is die Buitensoos heel complex  geworden maar ooit, in 1870, begon het met de wens om naast de Groote Sociëteit (die in de Koestraat) een plaats te hebben waar de minder rijke inwoners van de stad zouden kunnen genieten van muziek en toneel. De vereniging die daarvoor werd opgericht kocht een lap grond op de hoek van de Stationsweg en de Westerlaan en lieten er een (witte) villa bouwen, waar men bijeen kwam. In de, wat toen genoemd werd,  lommerrijke tuin stond een gietijzeren muziektent waar openlucht-concerten gegeven werden.

Dat was een groot succes en daarom besloot men een overdekte concertzaal te bouwen, die in zijn oorspronkelijke vorm nog steeds aanwezig is. Van het een kwam het ander, maar uiteindelijk werd het geheel eigenlijk een last voor de oorspronkelijke vereniging.

Daarom werd eind jaren tachtig werd het hele complex, op de “Witte Villa” na, – waar de sociëteit nu nog steeds bijeenkomt –  verkocht.

In mijn koffietijd bezorgde ik er met enige regelmaat de door hen bestelde koffie. Dat moest altijd via de Witte Villa, wat dus officieel de herensociëteit was. Wethouder Hein Eskens betitelde dat eens als “Een stelletje oude mannen dat op een biljartstok staat te leunen”. Wat er zo overdag binnen zat, zag er eerlijk gezegd ook wel een beetje zo uit. Maar het moet worden gezegd:  Zwolle heeft veel cultureels te danken aan juist die club “oude mannen”.

Mijn allereerste culturele ervaring met de Buitensoos stamt uit de jaren vijftig. Ik mocht er naar een toneelstuk over Suske Wiske gaan kijken. In de pauze werd een aantal Suske en Wiske albums verloot. Het nummer van je toegangskaartje fungeerde als lotnummer. En ja, als een van de prijswinnaars mocht ik, heel verlegen en met bibberende knieën op het toneel een exemplaar ophalen. Het was album nr. 23, De IJzeren Schelvis, uit 1955, nog in een ongekleurde versie.  Pas in 1967 verscheen het, als album nr. 78, in vierkleurendruk.

Mijn verlegenheid  en trillende knieën ben ik intussen wel kwijtgeraakt. Gezien mijn leeftijd zal het laatste binnen afzienbare tijd wel terugkomen.

01-03-2021

 

Weg


250 WEG bew

Er zijn bedrijven die zo bekend bij je zijn dat je er eigenlijk nooit aan denkt dat ze wel eens konden worden opgeheven dan wel zouden opgaan in een ander bedrijf. Van Gend & Loos, V & D en de Gruyter zijn daar landelijke voorbeelden van. Die drie bedrijven zijn ook uit Zwolle verdwenen, maar ook Bakkerij Dragstra, Stomerij Dellen Wuijts,  en, om er nog eentje uit velen op te noemen,  Dansschool Drenth.

Van het pand op de foto, hoek Molenweg / 2e Weidjesstraat zullen weinig mensen weten dan wel vermoeden dat er achter, in een ver verleden, Garagebedrijf Leerentveld gevestigd was. Vader Leerentveld begon ermee in 1947 en later verhuisden zijn drie zonen het bedrijf naar de Meppelerstraatweg, en daarna naar de Burgemeester Roelenweg. Een aantal jaren geleden is het geheel van de hand gedaan en bemoeit een deel van de familie zich uitsluitend nog met een heel andere tak van sport, ”Outdoor Leerentveld”, te vinden aan het Stadionplein 13. Niet te verwarren trouwens met het Stationsplein.

De drie zonen hadden in hun auto-business de taken goed verdeeld. De oudste deed de verkoop, de middelste runde de werkplaats en de jongste bestierde het bergingsbedrijf.

Ooit kocht ik er, binnen een zevental jaren, drie auto’s. Voor de kenners  tweemaal een  Autobianchi A112 en toen de kinderen geboren waren een Mazda 1300. Tegenwoordig maakt Mazda uitstekende auto’s, toen, eind jaren zeventig, moesten ze het vak klaarblijkelijk nog leren of mijn Mazda was een maandagmorgenproduct. Hij werd binnen een jaar ingeruild want de roestgaten werden toen al zichtbaar. Gelukkig bleef de verstandhouding met de gebroeders Leerentveld goed.

Zo nu en dan denk je nog eens aan alles wat verdween. En je dacht dat het heel erg zou missen. Maar het gaat gelukkig allemaal gewoon door. Janny, mijn vrouw leest me zojuist voor dat Tupperware, met ingang van morgen,1 maart, in Nederland stopt. Dat vinden wij nou nièt erg. Bij het horen van het woord Tupperware alleen al, krijgen we zo’n plastic-bewaarsmaak in de mond. Tupperware ? Heerlijk ! Weg !

28-02-2021

 

Polio


249 POLIO bew

Vanmorgen moest ik even in de Stilobadstraat zijn. Als ik er naar toe loop, verwacht ik eigenlijk nog steeds de chloorlucht die er rond de ingang van het zwembad dat in die omgeving stond, hing. Jarenlang heb ik er ‘s morgen om zeven uur een aantal baantjes getrokken. In vroegere jaren heette het het Sportfondsenbad, later is in de jaren vijftig  het omgedoopt naar Stilobad. Stilo stond overigens voor “Stichting Lichamelijke Opvoeding”.

Ik heb trouwens, zelden iets begrepen van het zwembadbeleid van de gemeente Zwolle, zelfs niet in de loop der jaren en nu wil ik het eigenlijk maar niet meer weten ook.

Op de plek van dat zwembad  staat nu een appartementencomplex met de mooie naam “De Philosoof” en daarachter ligt nu de Bagijneweide. Met wat nieuwbouwhuizen en het gebouw dat vroeger onderdeel was van het eerste Sophia Ziekenhuis, nu onderdeel van ArtEZ Hogeschool voor de kunsten en vandaag het onderwerp op de foto.

Jarenlang was hier het Pathologisch Laboratorium van de gezamenlijke ziekenhuizen – nu Isala – gevestigd. Maar omdat het wat verscholen lag achter dat zwembad, kenden weinig Zwollenaren het.

In 1971 kreeg dit pand landelijke bekendheid  toen er een tweede uitbraak van polio in Nederland was. De eerste in 1956 zorgde voor 2200 besmettingen waarvan 70 met dodelijke afloop. Dus in 1971 waren de maatregelen tegen die besmetting, voor die tijd, heel streng. Zo doken er op televisie en in kranten foto’s van vrouwelijke familieleden op bij dit, toen nog, ziekenhuis-paviljoen. Ze mochten buiten voor de ramen naar de daar verpleegde Staphorster patiëntjes kijken. Hun kinderen of hun neefjes en nichtjes.

Wat dat aangaat zijn het dezelfde, bijna mensonwaardige beelden, net zoals die we vorig jaar bij de verzorgingshuizen zagen. Om dit soort ernstige ziektes buiten de deur te houden, gaan we klaarblijkelijk heel ver. Dat het bij polio gelukt is om van die ziekte een ver-van-ons-bed-show te maken, geeft vandaag de dag moed.

Zouden de dames uit Staphorst, toen ze toch in de buurt van het Stilobad waren, de kans waargenomen hebben om er ook even een frisse duik te nemen? Van klederdracht weet ik eigenlijk te weinig af en kan dus niet oordelen of zwemkledij al dan niet ook onder die categorie valt.

27-02-2021

 

Nilant


248 NILANT bew

Een mens is nooit te oud om te leren, dat bleek me vandaag opnieuw. Ooit woonde familie van me aan de Nilantsweg maar nooit heb ik vermoedt dat ik die naam Nilant nog eens in mijn verhaaltjes zou gebruiken.

Vanmorgen schoot ik de foto van vandaag van het pand Sassenstraat 37. Om twee redenen. Omdat het een opvallend gebouw is en omdat het een pand is, waarbij ik me vaak heb afgevraagd: “Wat zat er eigenlijk voor de huidige gebruiker in ?” Want die wisselden nogal nadat de Amro-bank het pand verliet. In 1931 kocht de Rotterdamse Bank, een voorloper dus van die Amro, het pand en renoveerde het in de huidige stijl.

Elders op deze website vond ik er het volgende over:

Ooit woonde hier de burgemeester van Zwollerkerspel, Lucas Hendrik Coenraad Nilant, ja daar is ‘t ie dan! Een man uit een Zwolse regentenfamilie. Vrijmetselaar, gereformeerd, patriot en een vermogend man.In 1812 behoorde deze man tot de hoogst aangeslagenen in de directe belastingen. In november 1825 verkocht hij dit huis op de hoek van de Sassenstraat en de Nieuwe Markt voor 7300 gulden. In het jaar 1830 was het pand bewoond door de commandant van de Zwolse Schutterij, Goverd Blok Deketh, die tevens ontvanger was van de stedelijke accijnzen.

Die Deketh had weer connecties in de bankwereld en zo is het cirkeltje rond.

Bij die renovatie is de zijkant van het pand, die aan de Nieuwe Markt, in redelijk originele stijl gebleven en hebben de verbouwers gevelstenen en andere opvallende zaken van de oude voorkant naar die zijkant verplaatst.

Opvallend is de waterpomp die links op de foto zichtbaar is. Voor ons eenentwintigste eeuwers, is bijna niet meer voor te stellen dat je niet zomaar even de kraan opendraait en een slok water neemt. Hoewel, mijn grootouders in Friesland hadden in de vijftiger jaren in de keuken  nog een mooie koperen pomp en geen watercloset maar een tonnetje.

Zo’n stadspomp op cruciale punten in de stad waren, vermoed ik bedoeld voor al die mensen waar niet een eigen pomp in huis kon worden geïnstalleerd.

En daarmee is het bewijs  geleverd dat met de uitdrukking “Loop naar de pomp” niet de benzine of bierpomp werd bedoeld. Hoewel die laatste ….?

26-02-2021

 

Uitvaart


247 UITVAART bew

Redelijk kort na mijn geboorte werden mijn tweelingzus en ik ingeschreven bij “Ons Begrafenisfonds Zwolle”, want het hele gezin was op die manier verzekerd van een vergoeding van eventuele begrafeniskosten. Jarenlang kwam daarvoor een man aan de deur die contant de kosten kwam afrekenen. In de keukenla lag de knipkaart die als bewijs van betaling diende.

Mocht ik overlijden, zou  het fonds het nodige vergoeden. Ik weet nog dat er ook stond dat ik dan per koets, op wielen met rubberen banden, vervoerd zou worden. En afhankelijk van mijn leeftijd, werd het aantal dragers en het aantal paarden voor de koets bepaald.

Men dacht in die tijd nog aan wat toen gebruikelijk was. Stalhouderij Mulder aan het Klein Grachtje was een grote naam op het gebied van rouw- en trouwvervoer.

In die tijd stonden particuliere uitvaartverzorgers (aansprekers) als ze hoorden dat iemand terminaal was, op de hoek van de straat te wachten tot de gordijnen gesloten werden, het teken van een sterfgeval, zodat ze als eerste op de stoep van het sterfhuis stonden.

Gelukkig veranderde dat toen de uitvaartzorg professioneler werd aangepakt. De Zwolse Begrafenis Vereniging aan de Nieuwe Markt en Monuta aan de Potgietersingel hebben daar, wat Zwolle betreft, als voortrekkers gefungeerd.

De laatste decennia is er veel veranderd in de vorm en beleving van uitvaarten. Grote rouwcentra zoals die er waren verdwenen. De techniek staat andere vormen toe, Vandaar dat er in 2007 naast het crematorium en de begraafplaats Kranenburg een prachtig uitvaartcentrum met dezelfde naam is gebouwd en hebben de hier eerder genoemde gebouwen in de binnenstad een heel andere functie gekregen.

Bij de naam Kranenburg moet ik vaak denken aan kennissen die besloten, van een overleden bekende niet de rouwplechtigheid bij te wonen maar alleen de teraardebestelling. Hoewel ze aan de erg late kant waren, konden ze nog net aansluiten aan de stoet die al onderweg was. Na een paar minuten vonden ze het opmerkelijk dat er in geen velden of wegen voor hen bekenden liepen. Het werd hen helemaal duidelijk toen ze even later die familie en vrienden op een ander pad – al op de terugweg –  zagen lopen. Ze waren duidelijk meer dan te laat.

D’r is een gezegde: “De dood heeft geen kalender!” Duidelijker wijs ook geen horloge.

25-02-2021

 

SHELL


246 SHELL bew

Op de plek waar een aantal jaren geleden de doe-het-zelf-gigant Hornbach is verrezen, stond vroeger een kantoor van Shell (wij Zwollenaren spraken natuurlijk over hèt kantoor van Shell) met daarachter een groot aantal tanks, met naar mijn idee, vooral benzine. Op de achtergrond van de foto van vandaag zijn er nog enkele van te zien. Het overslag gebeuren is er enorm verkleind.

Toen ik er vandaag even rondkeek, ontdekte ik dat die overslag geen onderdeel meer is van een oliereus maar dat het gebeuren, een heel andere tak van sport geworden is die uitgeoefend wordt door een bedrijf met  de eigentijdse naam: Varo Energy Terminal Zwolle. 

Ook las dat in 2013 al het bestemmingsplan al door de gemeente is gewijzigd. Was het voorheen een terrein waar Shell en BP hun activiteiten uitvoerden, het moest toen gewijzigd worden in verband met de komst van dat genoemde doe-het-zelf gebeuren.

Jarenlang liep er in Zwolle een petroleumverkoper rond in een kostuum herkenbaar als dat van Shell. Bruin manchester broek, gele korte jas en pet met het beroemde schelpembleem. Hij deed dat met een bakfiets met daarop een liggend, geel gekleurd vat, waaruit hij de petroleumkannen van z’n klanten vulde. Die petroleum haalde hij vast niet aan de Katwolderweg, eerder bij Huisman aan de buitenkant. Hoe hij heette, ik heb het nooit geweten, maar ik denk dat ik me nog wel z’n bijnaam weet te herinneren. Die had hij, omdat hij altijd krom achter z’n bakfiets liep te duwen alsof hij tegen een storm moest optornen, en daarom werd hij Tinus Tegenwind genoemd.

Persoonlijk vind ik dat het Shell-kantoor een betere uitstraling had dan de wat schreeuwerige reclamezuil die er nu opvallend staat te zijn. Het lijkt niet anders te kunnen.

In de laatste maanden van het leegstaande Shell-kantoor, zat er heel vaak een van de Zwolse daklozen op het trapje naar de hoofdingang. Meestal alleen, als het koud was had hij een veelkleurige deken om zich heen geslagen. Je kon beter geen gesprek met hem beginnen. Daarom paste hij ook zo goed bij dat kantoor. Hij was van het licht ontvlambare type.

24-02-2021

 

De Bierton


245 BIERTON bew

Eind 19e eeuw, zeg 1890, stond er aan de Schellerbergweg, zoals aan zoveel invalswegen van Zwolle, een herberg, tot in 1973 eigenaar Jan van de Weerd van de Bierton een discotheek wist te maken.  Een gouden greep want het bedrijf groeide en bloeide. Ieder weekend waren er honderden jongelui te vinden, vooral die van het platteland rondom Zwolle. Er kwam in 1986 een enorme zaal bij waardoor ze wel tot wel 4000 mensen konden “herbergen”. Intussen rukte wel de bebouwing van Zwolle, met de nieuwe wijken in Zwolle-Zuid, op en de bewoners daarvan begonnen over de drukte in en om De Bierton te klagen.

Eerlijk gezegd, denk ik dan: “Waarom ga je er dan wonen ?” maar dat geldt voor meer zaken. Langs wegen moeten geluidswallen dan wel nog lelijker, of  -schermen komen. Waarom ? Ga er dan niet bouwen of ga niet klagen als je er wel wilt wonen. Er zijn trouwens ook boze tongen die beweren dat vlakbij De Bierton leden van de toenmalige gemeenteraad  woonden  die hun invloed hebben aangewend. Maar nogmaals, het zijn boze tongen en harde bewijzen daarvoor ? Ik heb er niet naar gezocht.

Het liep echter zo hoog op dat in 1992 besloten werd de Bierton te sluiten. De klanten, zo las ik ergens waren furieus.  Burgemeester Loek Hermans werd uitgescholden voor “Hi-Ha-Hondenl*l” en op 7 maart 1992 trokken er veel met tractoren de stad in en werden wegen geblokkeerd. Veertien dagen later trokken ze met hun trekkers en een gierwagen richting binnenstad. Men was bang dat er bij het stadhuis een fikse hoeveelheid gier zou worden gelost, daarom werd de hele binnenstad, als was het een vesting, afgesloten.

Ondermeer had die trekker-actie resultaat. De Bierton kon in afgeslankte vorm verder met een capaciteit van maximaal 350 bezoekers. Helaas had “De Tonne” zoals de zaak ook liefkozend werd genoemd, toch niet het eeuwige leven. In 2017 is de zaak definitief gesloten.

Bijzonder is wel dan Jan de Weerd bij de heropening in februari ‘94 zich een goed verliezer toonde. Zo zei hij: “Ik ebbe de burgemeester een bosse bloem’n ‘estuurd, want as mense mijje menselijk bliev’n en niet skeld’n”. Maar of hij nou de echte verliezer was ?

23-02-2021

 

ZLTC


244 ZLTC bew

Je haalde ze er vroeger zo uit, de jeugd die hockeyde, die hadden een klem voor de stick aan hun fiets. Ook die tennisden met hun witte sportschoenen met door gravel roodgekleurde zolen, witte sportkleding en racket in een soort van etui.  Voet-, korf- en volleyballers herkende je niet want die hielden  hun outfit verborgen in een sporttas.

Van deze twee sporten wordt, naast golf, cricket en polo wel gezegd dat het voor de elite is dan wel was Degenen die de sport bedrijven zullen dat vast bestrijden maar opvattingen van dat genre komen toch meestal niet uit de lucht vallen.

ZLTC, het staat voor Zwolse Lawn Tennis Bond en bestaat sinds 1932. Voor hen die niet weten waar Lawn voor staat in deze naam: Lawn = gras. Hoewel er niet meer op gras gespeeld wordt maar op gravel, is die term in naam blijven staan. Ze hebben hun tennispark met zeven banen aan het eind van de Koningin Wilhelminalaan. Een club, dat is zeker, met een rijke historie en enthousiaste leden.

Ik kreeg er voor het eerst echt mee te maken toen ik op school moest sporten op het grasveld naast de ZLTB maar echte interesse wekte dat bij mij niet op. In de buurt waar ik woonde, tenniste, geloof ik een zeldzame enkeling. Totdat Tom Okker op het Nederlandse tennistoneel verscheen en, chauvinistisch als wij Nederlandse zijn,  werd de sport door velen omarmd.

Ik was helemaal verkocht toen ik op de dag, dat ik mijn eerste kleurentelevisie kreeg, een tenniswedstrijd op een gravelbaan zag. Die terracottakleur van het gravel,  de spelers in witte kleding en een veelkleurig publiek erom heen, het was de oorzaak van het heel veel tennis kijken op de televisie.

De meest memorabele wedstrijd uit die bekeken reeks, was die van Michael Chang tegen Ivan Lendl op Roland Garros op 11 juni 1989.  Het was een lange wedstrijd, die pas in de vijfde set werd beslist. Chang had geen ervaring met dit soort lange wedstrijden en kreeg last van kramp. Door het spel te vertragen wist hij Lendl dusdanig te intimideren dat deze fouten ging maken. Bekende beelden uit die wedstrijd zijn de onderhandse service van Chang en de door Chang uitgelokte dubbele fout van Lendl op matchpoint in de vijfde set.

Zo werd tennis voor mij de moeite waard en, laten we wel wezen, waar krijg je zo veel service.

22-02-2021

 

Hofvliet


243 HOFVLIET bew

Onderweg naar het centrum van de stad, zoekend naar een foto-onderwerp, zag ik aan de waterkant naast de Hofvlietbrug op de gevelsteen van een mooi gerestaureerd pand de naam “Hofvliet” staan. Dat triggerde me, want wie in Zwolle kent niet De Hofvlietvilla, het horecabedrijf aan de andere kant van de brug.

Gelukkig liep ik Ton Kolman, de zakelijk leider van de brasserie, tegen het lijf die me, op mijn verzoek, haarfijn uitlegde hoe het nu precies zat met die naam. Eėn ding is wel zeker, de brug is in 1972 naar de villa’s genoemd, want voor die tijd sprak met al over het ‘eiland van van Loo”, en dat zit zoo:

Wat nu het Meander Uitvaartcentrum is, op daar staat “Hofvliet” op de gevel. Er woonde ene heer Van Loo, eigenaar van de linoleumfabriek Vocaleum. Die fabriek stond op de plek waar nu ongeveer het kantoor van Wehkamp staat. Zijn zoon liet het pand, nu aan de andere kant van de brug, wat later bouwen en noemde dat “Villa Nieuw Hofvliet”. Diens zoon, de derde generatie dus, verkocht dat laatst genoemde pand, nadat besloten was de (Hofvliet-) brug er naast aan te leggen. Dat was wonen in een stijl die niet bij hem paste, zullen we maar zeggen.

In 2007 kocht een projectontwikkelaar Villa Nieuw Hofvliet, net voor de bankencrisis, waardoor zijn plannen voor een aantal jaren in de ijskast verdwenen.  Toen de economie weer aantrok en de gemeente Zwolle het voornemen had een loopbrug naar een nieuwe parkeergarage te ontwikkelen, kwamen die plannen weer uit die ijskast. Er werd een horecavergunning verleend en men besloot geheel te gaan voor een verbouwing tot de:”Hofvlietvilla” En ziehier het resultaat.

Toen ik in eind jaren zestig “in de koffie ging” en m’n werkplek aan het eind van de Thorbeckegracht had, keken we regelmatig naar de Villa op het Eiland van Van Loo en dachten we een beetje jaloers: “Je zal d’r maar wonen!”

Nu denk ik daarover: “Een kopje koffie prima! Maar er wonen, nee, da’s me een brug te ver!”

21-02-2021

 

Oversticht


242 OVERSTICHT bew

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw nam menig fotograaf bruidsparen mee naar het Engelse Werk om het stel op een leuk bruggetje heel romantisch te fotograferen.

Voor de niet zo met Zwolle  bekende lezer, het Engelse Werk is een park aan de zuidkant van Zwolle dat is aangelegd in de zogenoemde Engelse stijl. Hoe origineel kan een parknaam zijn, nietwaar ?

Niet dat ik iets tegen dat soort fotografie heb, integendeel. Zelf sta ik ook op dat soort foto’s. Nee, maar Er kwam bijna een einde aan toen “Het Oversticht” een plekje kreeg, in een prachtig pand, dat onderdeel uitmaakt van de gerestaureerde stadsmuur, nu te vinden ter hoogte van het Pelser Brugje over de Stads- of Thorbeckegracht. Voor fotografen een nieuw decor voor hun bruidsfoto’s. De straatnaam is er in 1973 voor aangepast, heb ik zo’n vermoeden. Heette de straat lang geleden in z’n geheel “Waterstraat”, nu heeft het deel met de stadsmuur de naam “Aan de Stadsmuur” en het vanaf de Diezerstraat heet het nu Pletterstraat.

Nu zult u zeggen wat is “Het Oversticht?” Volgens Wikipedia  is het de naam van een genootschap tot bevordering en instandhouding van het stedelijk en landelijk schoon in Overijssel. Oorspronkelijk was Het Oversticht  het noordelijke gedeelte van de Stichtse Landheerlijkheid waarover de bisschoppen van Utrecht in de Middeleeuwen als vorst de landsheerlijkheid uitoefenden. Het kwam grotendeels overeen met de huidige provincies Overijssel en Drenthe.

Volgens hun website heeft Het Oversticht vier (of acht) hoofdtaken: Signaleren & Agenderen, Informeren & Inspireren, Activeren & Verbinden en tot slot Onderzoeken & Adviseren. Ze zeggen het zelf, dus zal er een kern van waarheid in zitten.  Menig fotograaf zal zich niet gerealiseerd hebben waar hij de bruidsparen mee naar toe nam. Ongetwijfeld zal bij verscheidene stellen wat aandacht voor een of meerdere van die taken geen overbodige luxe zijn.

Van de werknemers bij Het Oversticht, het zullen semi-ambtenaren geweest zijn, heb ik er ėėn persoonlijk gekend. Hij zei destijds dat hij de meest gefotografeerde man van Zwolle, was. Hij zat namelijk achter het raam, waarvoor de meeste bruidsparen geposteerd werden.

Hij is, bij mijn weten, zijn hele leven vrijgezel gebleven. Al die foto’s hebben hem op het pad van de liefde niet verder gebracht. Wellicht ook niet door zijn vaste antwoord op de vraag: “Wat doe je voor de kost?” want hij zei dan meestal: “Ik zit achter een raam bij Het Oversticht.”

20-02-2021

 

Opslag


241 OPSLAG bew

Veel Zwollenaren, vermoed ik,  zullen de foto van vandaag niet direct herkennen. ‘t Komt doordat je het onderwerp altijd vanaf een afstand bekijkt. Over het water van de stadsgracht, ter hoogte van de Emmawijk.  Toen ik in de eerste helft van de jaren zestig naar de middelbare school fietste, was ik daar al benieuwd naar. Waarschijnlijk ook omdat Grolsch er een tijdlang opslagruimte huurde, dat sprak vanzelfsprekend aan.

We zien een deel van de achterkant van negen kleine gepleisterde woonhuizen boven opslagkelders, huizen met als adres Eekwal. Een bordje daar aan de gevels, met informatie gegeven door de gemeente Zwolle, vermeldt dat aan de gracht een lang gebouw met boogdeuren staat dat gebruikt werd voor de stalling van kanonnen en ander militair materiaal (remise). Slaan we de boeken er op na, dan is dar wel twijfel over.

 Aannemelijker is dat de huizen gebouwd werden op restanten van het zogenoemde Eekwal-bastion. De huizen  zijn namelijk gebouwd door de aannemer en stadstimmerman Willem Klinkert in de periode 1853-1854, die had de toen al aanwezige “tongewelven”, zeg maar de kelders, al in gebruik als opslag. En eigenlijk is die opslag altijd wel gebleven.

 Die stadstimmerman Willem Klinkert had een tweelingbroer, Hendrik die eveneens aannemer en stadstimmerman was. Deze broer was  de vader van de oer Zwolse huisarts dokter Evert Klinkert die z’n praktijk aan de Koestraat  had. Later hielden zijn zoon, ook een Evert, waardoor men sprak over Evert en d’Olde Evert, en weer later schoonzoon Ben Kam, spreekuur in het hetzelfde pand.

 Alle drie artsen hadden zo hun eigen, erg op elkaar lijkende manier van omgaan met hun patiënten. Er was in Zwolle een gezegde waarmee een simulant werd omschreven die door dokter Klinkert werd gecontroleerd en die dan niet meer thuis durfde te blijven. Men zei dan: “ Ij ‘ef Èvert an de rugge ‘angen.” Dokter Kam had ooit, toen de voicemail nog niet bestond en het antwoordapparaat die rol vervulde, als reden voor zijn afwezigheid op het bandje ingesproken: “Dokter Kam is met zijn vrouw naar Engeland, daar waar de klokken gaan van bim-bam!”

 Net zoals ik liefhebber ben van de Zwolse historie, was ik, toen ik beide bovenstaande citaten voor het eerst hoorde,  “op slag” fan van deze twee artsen. Dat zal wel zo blijven ook, want beide zijn reeds overleden.

19-02-2021

 

Pastorie


240 PASTORIE bew

De dichter Jan Greshoff schreef al in 1930 in een gedicht:

“De dominee, de dokter, de notaris,
Drievuldig beeld van al wat wijs en waar is.
Maar ’t kan verkeren.”

Woorden die maar al te waar zijn. Want er werd tegen mensen met deze beroepen opgekeken, gelukkig meestal terecht. Ik denk dat de predikanten er, in het dagelijks leven, zeker in 1930, er van de drie financieel het slechts afkwamen.

De foto van vandaag laat de pastorie en de in 1888 daaraan gelijktijdig gebouwde Oosterkerk aan de Bagijnesingel in Zwolle zien. Ik heb de laatste drie predikanten gekend die er gewoond hebben. Ds. J.H. Kuiper tot 1961, daarna ds. Jac. v.d.Wal tot 1970 en, als laatste,  ds. J.H. Kappers.

Toen ik vanmorgen in De Stentor een foto zag van Reinier Paping die het over de winter van 1963 had, moest ik aan ds. Jac v.d. Wal denken. Hij kwam vanuit Vrouwenpolder naar Zwolle en daarmee in een heel ander werkklimaat dan in het Zeeuwse. Het traktement van predikheren was in die tijd abominabel slecht. Maar in Vrouwenpolder werd dat gecompenseerd door de gewoonte dat de dominee en zijn gezin, gedurende het hele jaar, door de gemeenteleden, van alles werd toegestopt. Van een krentenwegge met kerst tot fikse porties vlees als het weer slachttijd was.

In Zwolle, in die winter van Reinier Paping, had het gezin Van der Wal, het dusdanig koud in die pastorie, dat zij op matrassen op de grond van de woonkamer sliepen. Ondermeer de hoogte van de kamers, de slechte isolatie en het gemis van centrale verwarming waren daar de oorzaak van. In de loop van de jaren zestig werd het traktement van de predikanten gelijk getrokken met de salarissen van de leraren, toen nog geen vetpot maar wel een aanmerkelijke verbetering.

Nu is de pastorie een deel van het bij de kerk horend zalencomplex. Dat kon nadat ds. Kappers een eigen huis betrok. Zijn gezin vereiste meer privacy. Alhoewel, ze waren er gelukkig de mensen niet naar om zich te laten inperken. Tijdens verkiezingen in de zeventiger jaren hingen er vijf posters van verschillen politieke partijen achter elk raam van die pastorie. 

Daar hadden ze in 1930 zelfs niet aan mogen denken !

18-02-2021

 

Woolthuis


239 WOOLTHUIS bew

Het was een bekende naam in Zwolle. Zo was er een slager op het Diezerplein, met die naam. Waarvan ik trouwens nooit begrepen heb waarom ze twee toonbanken in de winkel hadden. Eentje voor het vlees, de ander voor de vleeswaren. Kon je tweemaal in de rij met   wachtenden gaan staan.

Een andere Woolthuis was die van Automatiek Woolthuis, op de hoek van Sassenstraat en de Bloemendalstraat. Het was niet een snackbar, zoals we ze nu kennen. Automatiek Woolthuis had allemaal van die loketjes waarvoor je twee kwartjes of een gulden in een gleuf moest doen en dan kon je het loketje van je keuze losmaken. Van - een grote of twee kleine - kroketten, naar nasiballen, bamischijven, eierballen, nierbroodjes tot gehaktballen, het was in die tijd een grote keuze. Het systeem zorgde ervoor dat je, behalve voor frites, zelden lang hoefde te wachten.

De automatiek was niet alleen voor Zwollenaren een begrip. Veel mensen die per trein of bus van buiten in de stad kwamen winkelen, gingen er op de terugweg vaak langs en kon er, voor de reis begon, nog even genoten worden van een betaalbaar hartig hapje.

Voor veel klanten, vooral die uit Zwolle, was de brand van 18 februari 1979  tijdens een zeer strenge winter, dan ook  een afknapper. Helemaal toen besloten werd dat na de, lang op zich laten wachtende  herbouw, niet opnieuw “als Woolthuis” te beginnen.  Het pand, op de foto van vandaag, heeft wel een horecafunctie gehouden. Van mij had de kleurstelling van de benedengevel wel wat meer in de omgeving passend mogen zijn.

De brand is, als u dit morgen leest exact 42 jaar geleden.

Ik heb een makelaar gekend die in die Woolthuistijd ‘s avonds na afloop van een vakcursus, met een paar collega’s, als vaste prik een warm hapje gingen halen bij deze automatiek. In een jolige bui trok ėėn van de mannen, ten aanschouwe van zijn maten,  een kroket, nam er een klein hapje af en legde deze met de nog heel zijnde kant naar voren, terug in het loketje.  Daarna heeft het hele stel, gierend van de lach staan wachten op de volgende “koper”.

Sinds ik dit verhaal ken neem ik weinig makelaars meer erg serieus.

17-02-2021

 

Gitaar


238 GITAAR bew

Ons moeder, geboren in 1921, had in haar jeugd ooit het diploma kerkorganist gehaald en daarom kregen wij ook pianoles. Het hoorde bij de opvoeding, vonden m’n ouders, maar dat was niet aan mij besteed. Dat lag toen, volgens mij aan de lerares, mevrouw Schippers, of aan mezelf, waarbij ik achteraf bezien weet dat daartussen een keuze maken niet moeilijk is.

Op m’n tiende kreeg ik een ukelele, die gelukkig al heel snel mocht worden ingeruild voor een gitaar. Op die instrumenten kreeg ik les van de heer Kroonenberg, die doceerde achter de linker voordeur van het pand op de foto van vandaag om precies te zijn:  Korte Kamperstraat 9.

Na een aantal lessen van mijnheer Kroonenberg, een wat korte, ietwat gezette, bebrilde man, met een “artistiek” wild kapsel, werd me gevraagd of ik mee wilde spelen in zijn, uit leerlingen gevormd bandje. Dat repeteerde op zaterdagavond en trad zo nu en dan op het zondagsmiddagse dansfestijn bij, wat toen nog heette Theehuis “Urbana”.

Achter de genoemde voordeur liep een steile trap naar boven – voor de beeldvorming: het rook er altijd naar petroleum en spruitjes –  en dan kwamen we in de oefenruimte. We speelden daar de tophits uit de jaren zestig, waarvoor Kroonenberg de arrangementen had geschreven.  Dankzij een echt geweldige 1e accordeonist, met veel improvisatietalent, klonk het nog aannemelijk.

Wel was het mijn eerste ervaring met gezamenlijk muziek maken, iets wat ik nog steeds onwijs graag doe. Daarom is, denk ik, de gitaar me  mijn hele leven blijven vergezellen. Op vakanties, feesten in de familie, personeelsfeestjes in het ziekenhuis, noem maar op, steeds kwam de gitaar weer tevoorschijn.

Na anderhalf uur repeteren kwamen de spruitjes me de neus uit en liep de petroleum me over de schoenen, en was ik blij dat ik weer naar huis mocht. De motivatie was na een half jaar ook wel weg, want ik mocht van thuis, vanwege de zondagsrust, niet mee naar de optredens in Urbana.

Kortom: Ik heb het grote succes, dat aan mijn uitmuntende techniek zou kunnen worden toegeschreven, nooit mogen smaken. Mocht iemand zich geroepen voelen alsnog voor mij een fanclub op te richten, zou ik zeggen: Doe het niet !

16-02-2021

 

2006


237  2006 bew

Terwijl ik dit schrijf is Code Rood nog voor ons deel van het land van kracht dus besloot ik in mijn fotoarchief op zoek te gaan naar een foto, in plaats van er op uit te gaan om een actuele te maken. Ik dacht nog wel, ik zoek er eentje zonder sneeuw, waarbij ik misschien een verhaaltje kan schrijven dat we, na vandaag, weer op weg zijn naar betere tijden.

Maar welke foto springt mij zo maar in beeld. Ongeveer dezelfde als die van zondag 7 februari jl. maar dan geschoten op 2 maart 2006. Vijftien jaar geleden maar dus wel nog ietsje verder in de tijd van het jaar en met toch wel  behoorlijk meer sneeuw op het Toddenbeltpad, vlakbij ons huis. Daarom wil ik maar zeggen, hoe positief mijn insteek ook was, of het met het weer de positieve kant uit blijft  gaan, is nog maar de vraag.

Er zaten en zitten ook heel goede kanten aan het winterweer. Het genoegen dat veel mensen er aan beleven, de toch ook gezonde buitenlucht en de totale verfrissing van de natuur zijn niet weg te poetsen. En, niet te vergeten, er is geen beter vermaak dan leedvermaak. Want als ik de waaghalzen op de Prinsengracht in Amsterdam door het ijs zie zakken, bekruipt mij toch het ietwat prettige gevoel van eigen schuld dikke bult.

Herkenbaar is vast dat we elke winter wel eens tegen elkaar zeggen als we buiten lopen: “Je kunt je niet voorstellen dat we over een half jaar hier weer lopen en verzuchten: Mag het ook wat minder warm ?”  En ‘s zomers gebeurt het omgekeerde.

Gisteren trouwens ging ik, zonder nadelige gevolgen, tijdens onze dagelijkse wandeling door de gladheid onderuit. Het omgekeerde gebeurt ons ‘s zomers nooit, toch jammer.

De in 2015 overleden cabaretier en tekstschrijver Sietse Dolstra schreef ooit in een liedje:

Such is life, zegt de ene, c”est la vie, zegt de ander
ja zo gaat het in het leven en het leven gaat maar door
Hij was goed zegt de ene, hij was wijs, zegt de ander
en een derde heeft er haast geen woorden voor.

15-02-2021

 

Graf


236 GRAF bew

Als de schrijver Maarten ‘t Hart in zijn boeken over zijn vader vertelt, lees je dat die man, hij was grafdelver / beheerder van de begraafplaats in Maassluis, het nooit over de begraafplaats had, maar over “het graf”. Vandaar koos ik, als liefhebber van die boeken, vandaag voor deze titel.

Bij Begraafplaats Kranenburg in Zwolle kun, je naar mijn idee, die term niet gebruiken. Als je er het terrein op loopt, kom je, na de kapel, deze nu bevroren vijver tegen. Dan weet je gelijk dat je, zonder chauvinistisch te zijn,  op een van de mooiste begraafplaatsen van Nederland, bent. Ooit was het   een landgoed, nu is het zeer gevarieerd opgezet. Met een deel waar waar de graven in een bos “verscholen” liggen, een Islamitisch deel, een Chinese begraafplek. Het oudste deel met graven uit de jaren dertig van de vorige eeuw en nieuwe gedeeltes, alles opgezet vanuit de basisvorm die het landgoed oorspronkelijk had. Zo keert bijvoorbeeld de vijver van de foto elders terug.

Loop je er nu, is in de zon alles prachtig en fotogeniek, maar ook koud. Daardoor herinner ik me een uitvaart, elders in Zwolle, waarbij het, net als vorig weekend, snijdend koud was. Daarom werd de weduwe, in de woorden van de predikant, een broze vrouw, met een volgauto zo dicht mogelijk bij het graf gebracht. De woorden van de predikant bij het graf leken niet aan een einde te komen.

Alles wat hij eerder in de rouwdienst had gezegd werd dunnetjes overgedaan. “De “broze weduwe” kwam nog een paar maal voorbij.  Er werd opgelucht adem gehaald toen hij, uitgesproken was. Men mocht weer bewegen en proberen warm te worden. Bij het vertrek zei hij tegen de broze weduwe dat hij nog andere zaken moest doen en daarom het overige overliet aan de naast hem staande ouderling.

Ik realiseer me ineens dat dit deze week de tweede maal is dat ik een dominee, niet al te positief laat optreden. Ik heb oprecht niets tegen het predikantenambt. Wel tegen de types die zichzelf graag in de schijnwerper zien staan, terwijl ze heel goed weten dat ze bij lange na niet in de schaduw van hun grote Baas kunnen staan. En dan “Baas” gespeld met een eerbiedskapitaal. Dat mag weer van het bijbelgenootschap.

14-02-2021

 

Hoogte


235 HOOGTE bew

Soms, net als iedereen naar ik aanneem, heb je ineens de balen van veel wat om je heen gebeurt. Zo kwam mij -  ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen - het gewauwel over de drukte rondom het schaatsen, de oren uit. Alsof er niets belangrijkers in de wereld is.  Ik hoorde zelfs iemand op Radio 2 melden dat morgen helaas al de “melt-down” is. Alsof ons een ramp, te vergelijken met een kernramp te wachten staat.  Ho, ho mensen, daar is een heel gewoon Nederlands woord voor: “dooi” !

Het komt bij mij bovenop alle gesprekstof van de betweters op het terrein van Covid en de gevolgen daarvan. Zo heeft voor mij het woord “samen” veel van zijn betekenis verloren. Helemaal nu de reclamewereld zich er ook op gestort heeft. “Hebt U een nieuwe bril nodig ? “Samen” komen we er, volgens Pearl, Specavers en Beter Horen, wel uit.

Om maar helemaal niet te spreken over al die mensen die de jeugd een burn-out aanpraten  waardoor ik die jeugd (rond de 17 jaar) hoor zeggen: “Dankzij de avondklok zit ik met mijn ouders opgescheept !”  of “dat dezer dagen een hele generatie verloren gaat”.

Dus toen ik vanmorgen, in bovengenoemde stemming, op zoek was naar een foto-onderwerp dacht ik ineens aan onze twee hele goede, zo niet beste, vrienden. Mannen die je leren om anders naar zaken te kijken dan jij nu aan het doen bent. Dus ben ik spoorslags naar Huize 197 gereden en werd ik warm onthaald.

Het fijne van goede vrienden is, dat buiten dat je er altijd terecht kunt, dat als je er vandaan komt,  je weer zin hebt in het vervolg van de dag. Je leert weer dat je afstand moet nemen van wat je hindert, dat je soms zelfs afstand moet nemen van zaken die je na aan het hart liggen.

Bijkomend voordeel is dat ze zo hoog wonen dat als je bij hen naar buiten kijkt je die wereld om je heen, die Holtenbroek in Zwolle heet, als vanzelf op een afstand ziet.

Een service die je bij weinig anderen, misschien wel bij niemand, er gratis en toch voor niets bij krijgt.

13-02-2021

 

Wezen


234 WEZEN bew

Als mijn vrouw Janny op bezoek ging in het Ziekenhuis “De Weezenlanden” parkeerde ze meestal aan de waterkant tegenover de ingang van het ziekenhuis, vandaag op de foto. De weg heet daar, hoe kan het ook anders, het Groot Wezenland. Van oorsprong is het een oude Zwolse weg, destijds buiten de stadsmuren en dankt zijn naam aan het feit dat aan de weg de landerijen waren gelegen waaruit het Zwolse weeshuis inkomsten trok.

Dezer dagen wordt er door velen gehoopt op de gracht te kunnen gaan schaatsen. Nu ben ik een leek op schaatsgebied, dus een onderbouwd oordeel kan ik er niet over hebben. Dat ik nooit een schaatsfanaat geworden ben, stamt nog uit de tijd dat er, in de buurt van de foto, daar waar nu ongeveer het park de Wezenlanden ligt,  in vroegere jaren de ijsbaan van Zwolle lag.

Als jongetje van een jaar of tien zou ik daar voor het eerst gaan schaatsen, op oude Friese houten doorlopers met van die gekleurde, jute-achtige veters waarmee ik moest proberen die schaatsen goed onder mijn voeten te krijgen. Hoe strak ik die ook trok (mijn voeten vroren er niet af maar vielen er bijna vanaf door bloedtekort)  ze zaten nimmer onder m’n voeten op de manier waarop het hoorde. Ik schaatste dan ook meer op de zijkant van m’n schoenen (of waren het regenlaarzen?) dan op de ijzers.

Daarbij kwam ook nog dat je dusdanig lang met die veters bezig was, dat je al zitten in het besneeuwde gras aan de kant van de ijsbaan, je met een kletsnat en ijskoud achterste  de baan op ging waar een blaasontsteking grijnzende de loer lag.

Eenmaal op die ijsbaan, zoefde de grote meute je met hoge snelheden voorbij en hoorde je ze mopperen als ze mij - zoals m’n Friese moeder zo mooi kon zeggen - zagen “knoffelje”.

Kort samengevat: op de Wezenlanden ben ik eenmaal wezen schaatsen en vond ik meer dan mooi geweest.

12-02-2021

 

Voorspel


233 VOORSPEL bew

Mijn middelbare schooltijd heb ik mogen doorbrengen op het, wat toen nog heette, het “Christelijk Lyceum” aan de Veerallee. Het Christelijke in de naam maakten ze, meer dan waar, moet ik zeggen. Elke maandagmorgen een weekopening in de aula, en elke schooldag werd begonnen met een bijbellezing en gebed, en je diende die lezing te volgen in je eigen bijbel die je verplicht bij je moest hebben in de verplichte schooltas.

De jaarlijks start en afsluiting van het schooljaar, leek een officiëlere vorm te moeten hebben. In heb twee schooljaren meegemaakt waarvan de start en de afsluiting in de Grote of Sint-Michaëlskerk gehouden werd, de kerk op de foto van vandaag.  Daar konden alle leerlingen en het hele lerarencorps terecht.

Zo’n bijeenkomst leek eigenlijk heel erg op een zondagse kerkdienst, echt feestelijk kon je het niet noemen. Er werd wat uit de bijbel gelezen, er werd gebeden, er werden een paar liederen gezongen en we mochten als scholieren, luisteren naar een, al een paar jaar met pensioen zijnde, predikant luisteren, die “toevallig” de voorzitter van het schoolbestuur bleek te zijn.

Als organist was Jan Tulp gevraagd. Ik heb hem in mijn verhalen wel vaker ten tonele gevoerd. Een uitzondering in onze maatschappij maar muzikaal zeer begaafd. Die greep in zo’n dienst zijn kansen om op het prachtige Schnitger-orgel van de kerk op zijn manier te spelen, dus waren zijn voorspelen wat langer dan op een gewone zondagmorgen.

De dominee, die Gods woord klaarblijkelijk belangrijker vond dan Gods muziek, verordonneerde de organist die voorspelen in te korten. Jan Tulp zou Jan Tulp niet geweest zijn om de kont tegen de krib te gooien. Onder het mom van “Ik bemoei me niet met jouw preek dus als jij je met mijn orgelspel bemoeit, zul je het weten ook. Waarop er van welk voorspel dan ook geen sprake meer was.

Jan Tulp zette de te zingen liederen, zonder ook maar ėėn noot vooraf in waardoor het starten van een lied, tot groot genoegen van ons leerlingen, uitliep op een grote chaos. Van enig naspel was evenmin sprake en Jan Tulp  liep na afloop, nog steeds mopperend, zonder ook maar iemand te groeten, de kerk uit.

De start van het schooljaar werd daarna, net als de weekopeningen, voortaan op school gedaan en die dominee hebben we nooit weer hoeven te beluisteren.

11-02-2021

 

Strooien


232 STROOIEN bew

In dit huis aan de Wipstrikkerallee, met de naam Mezennest, woonde in de jaren vijftig en zestig, nee niet de familie Mees, maar de familie Bosch. Vader Piet Bosch was de directeur van de Gemeentelijke Reinigingsdienst. Onze familie en de zijne kenden elkaar en zo kom ik aan onderstaande verhalen.

Want rijdend door Zwolle zag ik de vele wagens met sneeuwruimers die die nu al dag en nacht voor ons in touw zijn, en moest ik aan die Piet denken.  Door zijn verhalen leerde ik dat voor veel chauffeurs dit strooi- en opruimwerk een leuk extraatje is. Allereerst is het hun eer te na dat de stad niet berijdbaar zou zijn, al was het alleen maar voor ambulances brandweer- en politiewagens. Maar natuurlijk leveren overuren, van de avond en de nacht,  een leuke extra verdienste op.

Piet Bosch vertelde ons, en dat kon hij goed, zeker met klein glaasje in de hand, dat, als er ook maar een ietsepietsje gladheid door vorst of sneeuw dreigde te komen, hij al door chauffeurs werd gebeld met de vraag: “Mijnheer Bosch, moeten we nog niet de weg op?”

Meestal kon er dan nog wel even gewacht worden.

Tijdens het maken van de foto herinnerde ik me ineens dat op een warme  zomerse zaterdagmorgen een, wat wij noemden, open kadaverwagen van het destructiebedrijf in Nijverdal, geladen met slachtafval, een noodstop moest maken, precies bij Piet Bosch voor de deur. De lading begon te schuiven en een groot gedeelte kwam op het wegdek terecht.

Eigenlijk was er geen betere plek om dit te laten gebeuren. Sneller dan in welke andere situatie dan ook had Piet Bosch zijn manschappen geronseld om de straat weer schoon en de lucht werk stankvrij te maken.

Als jongetjes uit de buurt stonden we er natuurlijk met de neus bovenop. Toen bedacht ik het niet, maar we hadden de onfortuinlijke chauffeur kunnen toezingen: “En strooi dan wat lekkers……”

10-02-2021

 

Twaalf


231 TWAALF bew

Ik durf het woord “elf” bijna niet meer uit te spreken, vandaar de ietwat andere titel. Ze noemdeN het vanmorgen op Radio 1 zelfs het “E-woord”. Hoe gek wil je het hebben ? Alsof je een risico loopt als je het gebruikt. Natuurlijk loop je een risico. Dat van serieus genomen te worden.

Omdat er ineens wordt gesproken over schaatsen op natuurijs – waarvan ik altijd heb geleerd dat het heel slecht is als er veel sneeuw op ligt – halen veel Nederlanden hun schaatsen uit lang vervlogen en gestold vet.  Ik bedacht om op onderzoek uit te gaan.

Welke plek, in de omgeving van Zwolle, lijkt nog een beetje op het Friese Merengebied, dan wel De Wieden, in de kop van Overijssel ?  Precies: De Wijde Aa. We zouden we wel de twaalfde stad kunnen zijn. U ziet het op de foto van vanmorgen, van schaatspret geen sprake, hooguit is er de mogelijkheid tot het nemen van een Ice Bath, hetgeen u mij nimmer en nooit zult zien doen.

We zijn wellicht de laatste vijftien jaar door Matthijs van Nieuwkerk, Erben Wennemars en consorten gehersenspoeld dat, als het ook maar even vriest, we aan de tocht der tochten moeten gaan denken. Daarbij vergeten we compleet dat, zoals gepensioneerd ijsmeester Terpstra uit Friesland vanmorgen zei dat daarvan pas sprake kan zijn, nadat er minstens veertien dagen, in de rest van Nederland, op natuurijs geschaatst kan worden.

Politici moeten zich er helemaal niet mee bemoeien. Rob Jetten, geboren in Veghel (was dat Friesland ?) meent te moeten opmerken dat die tocht toch door moet kunnen gaan. Pas als politici de moed hebben om in moeilijke tijden, bij een pandemie bijvoorbeeld, zo’n evenement te verbieden, dan hebben ze misschien een heel klein beetje recht van spreken over het al dan niet doorgaan.

Laten we het organiseren nou, zo als altijd, geheel overlaten aan die groep nuchtere Friezen die dat altijd prima hebben gedaan. Mannen als Abma, Stienstra, Woudstra, Westra en Siegersma om een paar rayonhoofden van nu te noemen. Voorlopig zeggen zij: “Wy moatte efkes wachtsje !”

Zo, en ’t is me gelukt de term Elf Stedentocht niet gebruiken !.  Hoewel…..

09-02-2021

 

Wallen


230 WALLEN bew

Om toch een foto te kunnen maken, ploegde ik mij vanmorgen door de sneeuw rondom de Sionskerk bij ons in de Glanerbeek. In een hoek, uit het zicht, maar duidelijk pal op de oostenwind, was die sneeuw hoog tegen de ramen opgewaaid. Zo bezien deed de kerk zijn naam eer aan. Het leek wel een vesting met daaromheen fikse wallen. Maar om dat mijn lezers te laten zien, leek me wat overbodig, want dat kan bijna overal.

Toen ik me honderdtachtig graden omdraaide had ik wel een bijzonder uitzicht op de Zwartewaterallee. Onvoorstelbaar rustig voor een maandagmorgen, rond de klok van twaalven. De plek is, denk ik, bekend, het is de wijde bocht naar links, als je vanaf de Ceintuurbaan komend de Zwartewaterallee oprijdt.  De bocht waar, bij beter weer, nog wel eens iemand uitvliegt en soms een schuldloze boom kwetst.

In 1971 kon ik vanuit de woonkamer de Zwartewaterallee zien. Die was toen niet veel drukker dan vandaag op de foto te zien is. En dat is denk ik ook het probleem van vandaag de dag. We zijn zo mobiel geworden, dat het voor velen van ons, onvoorstelbaar is, om thuis te moeten blijven. Corona en de sneeuw leren ons, dat we ons ook op dat onvoorstelbare in moeten stellen.

Hoe fijn is het dan, het overkwam ons vandaag, dat een buurvrouw komt vragen –  ze ging met haar man toch boodschappen doen –  of ze voor ons iets mee kon nemen. Het voelde zelfs aan  als een beetje jammer, dat we er geen gebruik van hoefden te maken.

Gelukkig ontdekt men nu ook weer de leuke kanten van sneeuw en zelfs van thuisblijven, want we lezen meer, we puzzelen meer, we wandelen meer en noem maar op. We moeten alleen nog leren dat we niet allemaal op dezelfde plek hetzelfde gaan doen. Dan wordt dat vanzelf nog beter.

Trouwens een dagelijkse wandeling doet, ik spreek uit ervaring, wonderen en is in de meeste gevallen nog gezond ook. Dat doet mee ineens denken aan die zo ongezond uitziende man, waarvan een bekende ooit zei: “Hij lijkt wel op een kasteelheer. Hij kijkt uit over de wallen.” Ik had gelijk de titel van dit verhaal.

08-02-2021

 

Sneeuw


229 SNEEUW bew

Toen ik de foto vanmorgen maakte dacht ik: Hoeveel inwoners  zouden het Toddenbeltpad kunnen aanwijzen op de kaart van hun Zwolle?

Mijn vermoeden is, eerlijk gezegd, heel weinig en de mensen die dat wel kunnen, en weten waar ik woon, merken ook dat ik het vandaag dicht bij huis heb gezocht. Code rood, snijdende wind en stuifsneeuw weerhielden me. En ja, daarom zou mijn verhaal van morgen best wel eens naar aanleiding van een foto uit m’n archief kunnen zijn. Dan weet u dat vast.

Sneeuwruimen had, zeker vanmorgen, niet veel zin dus zag ik het ook niemand doen, of zou de zondagsrust een reden zijn? ‘t Is lang geleden dat het nodig was, en wellicht is in menig huishouden daar ook geen passend gereedschap meer voor te vinden.

Na sneeuwbuien kreeg ik, als enige zoon, nog voor ik naar school ging, de opdracht “voor” de stoep te vegen. Dat vegen was in die tijd, de jaren zestig, niet meer dan normaal. Eėn troost, je deed het meestal niet alleen en daardoor kreeg je toch een gevoel van samenhorigheid.

Ik las vanmorgen dat er vannacht 17 miljoen kilo zout verstrooid is op de Nederlandse wegen. Wonderbaarlijk, want ze komen nooit bij ons in de straat en vast ook niet in de uwe. Trouwens dat was in die jaren zestig ook al zo. In 1963, met een berucht strenge winter – en een elfstedentocht met de Zwolse Reinier Paping als winnaar –  lag er in april bij ons in de straat nog een centimeters dikke aangekoekte en vastgevroren laag sneeuw.

De kinderen hadden tegen die tijd wel weer eens zin in spelletjes die zonder sneeuw gespeeld konden worden. Daarom werd in gezamenlijkheid het wegdek in een middag sneeuw- en ijsvrij gemaakt. Nou kon dat ook in een straat die amper honderd meter lang was, dit om het verhaal niet al te mooi te maken.

Want niet alles was leuker en beter vroeger, ik verlang echt niet terug naar die tijden. Al was het alleen maar om niet weer –  als ik met het sneeuwvrij maken van de stoep klaar was –  mijn moeder te horen zeggen: “Doe het ook nog maar even bij Tante Mienstra !” een bejaarde buurvrouw twee huizen verderop. Ik deed het, het kon niet anders, maar wel met gepaste tegenzin !

07-02-2021

 

Balletjes


228 BALLETJES bew

Eigenlijk moest het niet nodig zijn om iets uit te leggen over de Zwolse Balletjes, die al sinds 1845 in de kelder van dit pand worden geproduceerd. Daarom verwijs ik de enkeling, voor wie dit alles nieuw is, naar de website www.zwolseballetjes.nl  waar heel veel over dit snoepje en meer te vinden is.

‘t Is wonderbaarlijk dat deze snoepjes – eerst in de vorm van steken, later veelkleurig en in vele smaken –  die nergens in Nederland nog zo authentiek gefabriceerd worden, niet landelijk bekend zijn. Iedereen in Nederland kent wel de Goudse kaas, de Bosscher bollen, Amsterdamse uien of  Enkhuizer Almanak, om voor de vuist wat op te noemen, maar de Zwolse Balletjes staan niet als vanzelfsprekend in dit rijtje.

Het is, naar mijn idee, reuze jammer dat de eigenaar, Wies Dull alle moeite moet doen om het hoofd boven water te houden. Het moest zelfs zover komen dat ze er over ging denken waardevolle oude spulletjes middels een veiling te verkopen. Gelukkig sprong een aantal Zwollenaren financieel in de bres. Eigenlijk zou de hele Zwolse gemeenschap, wellicht in de vorm van de Gemeente Zwolle, koste wat het kost, moeten voorkomen dat zoiets unieks verdwijnt.

Natuurlijk kan niet alles van vroeger behouden blijven.  Maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat ons historisch besef langzaam maar zeker afbrokkelt. Dat is helaas al langer aan de gang dan we vermoeden. Al zo’n tachtig jaar geleden werden de jongens, die van het platteland op zaterdagavond in de stad kwamen voor dom versleten. Toen ze terugriepen: “Maar jullie kunnen niet zonder onze melk !” kregen ze als antwoord: “Ach, doe niet zo dom, dat komt toch uit de fabriek!”

Ja, een trui of vest komt uit een fabriek, de wol niet. Kaas wordt fabrieksmatig gemaakt, de melk die daarvoor nodig is niet. Patat is toch echt een aardappelproduct en ga zo maar door. Als we als Zwollenaren niet meer geïnteresseerd zijn in ‘onze” Zwolse Balletjes, dat zit er bij ons ergens een “steekje” los.

06-02-2021

 

Stadsgracht


227 STADSGRACHT bew

Toen ik  deze titel bovenaan het blanco papier zette, dacht ik nog: “Klopt dat wel ?” want toen ik terugdacht aan de tijd dat ik in de koffiebranderij aan de Thorbeckegracht werkte, schoot mij  de combinatie van Stads- en Thorbeckegracht te binnen. Wij denken nu, als we het over de stadsgracht hebben aan het rustieke water langs de diverse singels van Zwolle. Op de foto van vandaag  een deel daarvan, waar aan de overkant het Groot Wezenland is te zien, met de glasbak van de rechtbank.

Dus heb  toch maar even mijn veel geprezen bron “De Geschiedenis van Zwolle” van Jan ten Hove (geschreven in 2004) geraadpleegd en daarin lezen we op ruim twintig pagina’s over die Stads- of Thorbeckegracht. De Stadsgracht van vroeger was heel lang de belangrijkste vaarweg door Zwolle want daarmee was er een verbinding met het Zwartewater en kon men bijvoorbeeld Amsterdam bereiken.

Omdat die Stadsgracht veel voor de binnenvaart heeft betekend, is die in 1876 vernoemd naar de Zwollenaar Thorbecke, ontwerper van de grondwet en een minister die ook veel betekend heeft voor de binnenvaart. Zijn goede relatie met Koning Willem II, zal daar zeker een rol bij gespeeld hebben. Koning Willem II was, naar men zegt,  de opdrachtgever tot het graven van het kanaal de Willemsvaart, waarmee Zwolle een verbinding kreeg met de IJssel, en dus de Zuiderzee, waardoor de omweg via het Zwartewater niet meer nodig was.

Zo nam Zwolle  een steeds belangrijker plaats in in de schipperswereld. Jan Willem Schuttevaer, geboren in 1798 in het huis op de hoek van de Dijkstraat en de Thorbeckegracht (no 67) was bijvoorbeeld naast raadslid ook oprichter van de, wat nu nog heet, “Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer”. Sinds 1888 wordt een vakblad voor de scheeppvaart uitgebracht ,et diezelfde bekende naam namelijk “De Schuttevaer”.

Kortom de stadsgracht die wij kennen, zoals die van het plaatje, stelt voor de scheepvaart eigenlijk weinig voor.  Met een sloep, een kano of een roeiboot kun je er nog wel mee uit de voeten. En wat is er mooier dan op een waterfiets vlak langs de fontein te varen en dan de paniek te ervaren die bij je medepassagier(s) ontstaat.

05-02-2021

 

Brandweer


226 BRANDWEER bew

Ik mag wel zeggen dat ik mij nauw verwant voel met de brandweer van Zwolle. De laatste jaren zit de hoofdpost, de grootste kazerne, of zoals ze het zelf noemen de kazerne Zwolle-Zuid aan de Marsweg 39, (Vandaag op de foto)  De hoofdpost van de Zwolse Brandweer is lang gevestigd geweest op de hoek van de Lijnbaan en Harm Smeengekade. Eerst in een kleinere kazerne, later in een grotere, waarvan ik de ingebruikname in de jaren tachtig nog heb mogen verslaan voor de ziekenomroep.

In de koffiebranderij waar ik toen werkzaam was, en vandaar mijn gevoel van verwantschap, hadden we toch nog al eens de hulp van de brandweer nodig. Soms loopt in zo’n koffiebrander (de machine, niet de mens) de temperatuur te hoog op en ontbrand de koffie tot een langdurig smeulend vuur. De schade viel meestal mee, maar de smeulende koffie in de machine doven, was een ander verhaal. Vandaar de hulp van de brandweer.

Trouwens, onze achterbuurman aan de Thorbeckegracht, waar we destijds gevestigd waren, de verffabriek van Schaepman was daar, begrijpelijkerwijs,  niet zo gelukkig mee. Onuitwisbaar staat het beeld in mijn geheugen gegrift van  de chef verfproductie, staande op een vat met chemicaliën die wilde zien hoe ernstig de “koffiebrand” wel was.

Staande in zijn schoenen had ik toch een andere plek opgezocht.

De brandweer kwam dan en met behulp van koolzuur werd de koffie afgekoeld en werd de zuurstof bij de brandhaard weggetrokken, waardoor het vuur doofde. Als we in voorkomende gevallen om hun hulp vroegen, zeiden we er ook wel eens bij dat het niet meer toeters en bellen hoefde, maar in de meeste gevallen werd die opmerking snel terzijde geschoven.

Soms dachten we, het komt ons beter uit als ze wat later komen, die brandende koffie in de machine kan geen kwaad en wij kunnen even “wat nuttigers doen”. Dat resulteerde in laat ik zeggen een aangepast telefoontje naar de brandweer.  Daar werd ooit naar verwezen door een van hun, met pensioen gaande, centralisten, die antwoordde op de vraag “Wat is een heel raar telefoontje dat u in uw loopbaan hebt gehad?” en hij antwoordde met: “De koffiebranderij belde een keer, om 11.00 uur ‘s morgen met de melding “Wij hebben brand, kunnen jullie ook om een uur of ėėn even komen ?”

04-02-2021

 

Postkantoor


225 POSTKANTOOR bew

Weet u nog waar de letters PCGD  voor staan? In combinatie met het postkantoor vast wel. Voor Post- Cheque en Girodienst, waar veel Nederlander gebruik van maakten. Om geld op te nemen of te storten ging je naar het postkantoor. Hèt grootste kantoor in Zwolle  is nog steeds te vinden aan de Nieuwe Markt en is herkenbaar aan het gevelbord en aan de typische postkantorenbouwstijl.  Gebouwd, in neogotische stijl, in de jaren 1908-1910,  naar een ontwerp van bouwmeester C.H. Peters een leerling van de wereldberoemde rijksbouwmeester Pierre Cuypers. Het gebouw heeft trouwens tegenwoordig een horecafunctie.

De Post- Cheque en Girodienst heeft bestaan van 1918–1986 en heeft een grote betekenis gehad voor het betalingsverkeer in Nederland. Niet alleen dat “de gewone man” ook een salarisrekening kon hebben, maar ook in de modernisering van het betalingsverkeer. Hoewel, ook toen ging er wel eens iets grondig mis. Zo vond in 1923 een grote mechaniseringsoperatie plaats –  de start van de invoering van de ponskaart – die zo dramatisch verliep dat de toenmalig verantwoordelijk minister het hele bedrijf een jaar heeft stil gelegd om de zaken weer op orde te krijgen.  Maar daarna is het bedrijf wereldwijd een voorhoedespeler geweest op het terrein van de automatisering.

Rond 1960 stonden aan de Scheller kant van de Hoge Spoorbrug in Zwolle, een aantal barakken waar overdag, voor onze regio, de ponskaarten handmatig de systemen werden ingevoerd. Hoe sneller men werkte hoe eerder men naar huis kon, een stimulans die, bleek later, ook veel stress bij medewerkers heeft veroorzaakt.

In 1986 is een privatisering doorgevoerd en werd gefuseerd met de NMB en werd de Postbank gevoerd, Na weer een fusie, nu met Nationale Nederlanden, spreken we over de ING. Onlangs zijn de nieuwere gebouwen van, wat later het Codeercentrum Zwolle werd genoemd, gesloopt. Ze waren (in de kleur giroblauw) te vinden achter de de hoofdlocatie van Isala aan de Ceintuurbaan.

In de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw werd de PCGD beschouwd als een vrouwelijk bedrijf; er werden veel vrouwen ingezet die volgens de leiding efficiënter zouden werken. Dit was opvallend omdat de overheid indertijd actief beleid voerde om betaalde arbeid door vrouwen terug te dringen, zo was in 1924 bij Koninklijk Besluit vastgelegd dat gehuwde vrouwelijke ambtenaren eervol ontslag zouden krijgen.

Het is een troostrijke gedachte dat niet elk Koninklijk Besluit onveranderlijk van kracht blijft.

03-02-2021

 

Koffie


224 KOFFIE bew

Al sinds 1979 is ‘t Konkeltje, een speciaalzaak in koffie en thee, te vinden in de Dijkstraat in Zwolle. Een onderdeel van de Zwolse koffiebranderij Mocca d’Or, bij veel Zwollenaren nog bekend als Algra’s Koffiebranderij, die toen nog gevestigd was aan het eind van de Thorbeckegracht. Daar heb ik ruim 20 jaren “gleufjes in koffiebonen mogen zagen” en er in 1979 de naam van deze winkel bedacht.

Bijzonder is wel dat aan de overkant, nu Fina benzinetankstation, tot 1965 het “Badhuis” stond dat daar in 1889 gebouwd was en dat de laatste decennia van het bestaan (tot 1965) een koffiebranderij huisveste en wel die van vader en zoon Fransen.  Vader Lambertus Fransen, geboren in de Hoeksche Waard, werd een bekende Zwollenaar. Hij werd zelfs, zo liet ik me vertellen, wethouder. Hij overleed al op 65 jarige leeftijd en zoon Pieter Fransen nam de leiding in het bedrijf over. De laatste jaren was het bedrijf aan de Hoogstraat gevestigd.  Zoon Piet Fransen was in Zwolle ook zeer bekend als strenge doch rechtvaardige rijexaminator. In de beginjaren zeventig is het bedrijf opgegaan in dat van de Algra’s.

Vlakbij deze twee koffiebranderijen, en wel in de Nieuwstraat, zat een derde  genaamd “De Goeijen”. Die verhuisde na verloop van tijd naar de Jufferenwal, daar waar nu de inrit van de parkeergarage is. Toen heel bekend bij de jongeren in Zwolle was de op de bovenverdieping van die branderij gevestigde horecahoek genaamd “Het Zoldertje”.  Naar men beweerde. werd daar veel meer dan koffie gedronken, maar onze achternaam weerhield ons van een nader onderzoekend bezoek.  Wel bijzonder dat de laatste  jaren  het hele pand aan de Jufferenwal als opslagruimte voor Algra’s koffiebranderij is gebruikt, nadat De Goeijen naar Deventer verhuisde.

De foto van vandaag maakte ik, staande onder de overkapping van het tankstation, voorheen de koffiebranderij, voorheen het badhuis.  Dat badhuis kwam er omdat de gemeente Zwolle de hygiëne in Zwolle wilde verbeteren. Dat lukte aantoonbaar, de kindersterfte ging mede daardoor drastisch omlaag. De koffie is enorm verbeterd de laatste decennia en is – we merken het aan de sluiting van de horeca – welhaast onmisbaar in Nederland. Benzine is dat ook, maar of dat persė “Fina”moet zijn?  Laten we het er op houden dat “Fina” ook een heilige was. Dat past wel in ons straatje.

02-02-2021

 

IJsselbrug


223 IJSSELBRUG bew

Vanuit de brugklas – lyceum Veerallee – zijn we met een paar klasgenoten, een aantal keren naar deze brug gegaan. Op een afstand tot school, die in een vrij schooluur goed te overbruggen was. Voor de niet-Zwollenaren, ‘t is de “oude” IJsselbrug aan de zuidkant van onze stad. Wat hadden we daar te zoeken?

Als nog redelijke magere naoorlogse pubers, het woord obesitas moest denk ik nog worden uitgevonden, konden we met dat postuur, de “werksteiger” die permanent rechts onder de boog van de brug hangt, bereiken. In de onderste kromming van de brug zat een opening, waar we net door konden en zo stonden we even later onder de brug.

Het verkeer raasde over ons heen, voor die tijd veel verkeer want de A28 en nieuwe brug moesten nog worden aangelegd.

We realiseerden ons niet dat onze alleenstaande fietsen, bovenop de brug, wellicht bij voorbijgangers vragen zouden oproepen, laat staan dat we bedachten dat we levensgevaarlijke fratsen aam het uithalen waren. Het zicht op de schepen die onder de brug doorvoeren was vanaf die steiger natuurlijk geweldig en het voelde alsof wij de hele constructie zelf bedacht hadden.

Ik ben nog vaak over de brug gefietst en ik heb later nog eens bekeken hoe we dat deden.  Nu zou ik het niet meer kunnen. M’n postuur is veranderd, de lenigheid is ietsje minder en als ik naar de bewuste opening in de pijler kijk, kan ik me het verleden zelfs niet meer voorstellen. Waarschijnlijk heeft Rijkswaterstaat de openingen met een paar ingelaste staalplaten verkleind.

De rector van onze school voelde zich verregaand verantwoordelijk voor zijn leerlingen, kende ze allemaal en stond daarom ook regelmatig op de hoek van Veerallee en de Wilhelminastraat te kijken hoe zijn pupillen zich gedroegen. Kwam je vanuit een, voor hem, onbestemde richting, bevroeg hij je daar later over. We noemden hem daarom nog wel eens meneer Kwel, naar de leraar in de tekenstrip van Billie Turf. We fietsen om de vragen van de rector te ontwijken een eindje om, zodat we niets hoefden te verklaren.

Verder houdt elke vergelijking met die tekenstrip op. Als Billie Turf bij ons in de klas had gezeten, waren we nooit op of van de steiger af gekomen.  Billie had meer dan muurvast in de pijler klem gezeten.

01-02-2021

 

Titus


222 TITUS bew

In de Papenstraat, het straatje tussen de Blijmarkt en het Grote Kerkplein in Zwolle,  is het zogenoemde Celepoortjete vinden,  een bekende bezienswaardigheid voor toeristen. Johan Cele (1343-1417), de rector van de Latijnse school in Zwolle, zou er hebben gewoond. Vermoedelijk woonde hij echter in het huis ernaast, waar ook Eli Heimans (1861-1914), natuurbeschermer, onderwijzer en schrijver van vele populaire boeken over de natuur, zijn jeugd heeft doorgebracht.

Achter het poortje, waarboven het jaartal 1623 is vermeld, ligt een kleine binnentuin. Door een getraliede opening is die goed te bekijken en daar heeft Titus Leeser jarenlang zijn atelier gehad. Een, bijna altijd pijp rokende,  markante man die ik daar een aantal keren mocht ontmoeten. Titus Leeser, geboren in 1903  was een beeldend kunstenaar, die van zijn zeventigste tot zijn dood in 1996 in Zwolle gewoond en gewerkt heeft.

Daarvoor woonde hij in Ommen en in de jaren dertig leerde hij bij Zwolse kennissen onder anderen de schrijvers Adriaan Roland Holst, M. Vasalis, J.C. Bloem en de acteur Albert van Dalsum kennen. Hij was in die jaren als tekenleraar werkzaam en ontwierp voor verschillende uitgeverijen - zoals Callenbach uit Nijkerk - boekomslagen. Daarnaast ontwierp hij aanplakbiljetten en andere reclame-uitingen.

Pas na de oorlog ontwikkelde hij zijn gaven als beeldhouwer en ontwierp verschillende monumenten ter herdenking van die oorlog en de gevallenen.

Een van de meest bekende is, naar men zegt, het al in 1950 ontworpen monument aan het Ter Pelkwijkpark in Zwolle.

Ik las er een mooie beschrijving van en ik citeer: “Het beeld is van een knielende jongeman die met waakzame blik, alert en onverschrokken de omgeving observeert en controleert. Het is mooi dat een monument voor gevallenen bestaat uit een trotse oprijzende gestalte met een open blik voor zijn omgeving.” Einde citaat.

In Zwolle waren meerdere beelden van deze kunstenaar in, wat zo mooi heet, de openbare ruimte te zien. In de Kerkstraat stond bij de Genverberg ooit een beeld “Dynamiek” (dansende paarden) dat in december 2006 werd geroofd en bij het voormalige zwembad in de Aa-landen stond sinds 1976 het beeld “De Zwemmertjes” dat in 2007 grotendeels door dieven werd gesloopt en meegenomen.

Titus kennende, had hij nog geleefd, dan hadden de daders een zware pijp gerookt!

31-01-2021

 

Toren


221 TOREN bew

Tussen de Bergkloosterweg en de Vecht staat een stalen toren die intussen de respectabele leeftijd van 61 jaar heeft bereikt. Ongeveer, want van het bouwjaar is bekend dat dat rond 1959 moet zijn geweest.  Officieel heet de toren ”Zendmast Zwollerkerspel”, want de bouw ervan gebeurde op wat toen nog het grondgebied van de gemeente Zwollerkerspel was, een gemeente die bestond uit een ring van dorpen en buurtschappen om Zwolle heen. In 1967 zijn beide gemeenten samengevoegd. Voor degenen die het precies willen weten, het buurtschap is Bruggenhoek en het adres van de toren is Bergkloosterweg 62-1.

De toren is gebouwd om de radiozenders van de publieke omroep te versterken en later ook om bij straalverbindingen, van bijvoorbeeld voetbalwedstrijden, als tussenstation te fungeren.  Het is nog niet zo lang geleden dat bij een live-voetbalwedstrijd van PEC-Zwolle, er aan de Ceintuurbaan een mast werd opgericht met een schotelantenne die verbinding maakte met deze toren.

Het verdwijnen van analoge televisie en de komst van streamingsdiensten van internet maakte veel techniek in deze toren overbodig. Vandaar dat de huidige eigenaar Cellnex de vrijgekomen ruimte, in deze en andere torens,  nu gebruikt om apparatuur voor dataopslag te plaatsen. En dan kunnen ze nog wel even want ze bezitten 24 torens en 750 masten.

Als twaalf- dertienjarig jongetje bouwde ik een kristalontvanger, de simpelste vorm om radiosignalen op te vangen, die je, als alles goed ging, kon horen via een oortelefoontje. Spannend was het toen het apparaatje klaar was. Ik richtte hem op de toen “onze” nog redelijk nieuwe toren, van hierboven, maar iets van muziek of andere radiosignalen horen was er niet bij. Voor mijn zelfbouwontvanger was het klaarblijkelijk nooit bedoeld.

Wellicht kwam het omdat ik in die tijd – zonder het ook maar op enige manier te checken –  dacht dat  dit de radiotoren van Markelo was, de zender waar we In die tijd onze radio’s thuis op afstemden.

Gelukkig wijzen ook de digitale technieken mij heden ten dage de weg door Nederland en het leven.

30-01-2021

 

Statenzaal


 220 STATENZAAL bew

’t Is een prachtig gebouw op de hoek van de Zwolse Diezerstraat en Rode Haanstraat dat bekend staat als het “Oude Provinciehuis” waarvan de bouw begon in 1895. Het nieuwe provinciehuis van Overijssel aan de Luttenbergstraat werd gebouwd tussen 1967 en 1972 en wat ik er me daar van kan herinneren  is dat er berichten in de krant stonden dat de bouwkosten waren opgelopen tot wel 23 miljoen gulden. Daar werd lang en breed over gesproken in de Statenvergaderingen.

Tegenwoordig kijkt men bij de overheid er niet van op als de kosten van een beetje bouw met 23 miljoen wordt overschreden. Dat is hele andere koek, maar dat terzijde.

Ik mocht bij de gemeente Zwolle een aantal jaren huwelijken sluiten en zo kwam ik ook met regelmaat in de Statenzaal in de Diezerstraat, die jarenlang een officiële trouwlocatie is geweest. In die periode trouwde mijn jongste zoon in die zaal en ik mocht het huwelijk sluiten. Onvergetelijk. De zaal, toen  nog onderdeel van de bibliotheek, zorgde zelf toen ook al voor een romantische sfeer.

Door dat werk kwam ik ook elders in dat gebouw. En eigenlijk was er aan de inrichting sinds 1972, op hoog noodzakelijke onderhoud na, niets gedaan.  Het gebouw ademde nog steeds de sfeer van vroeger en doordat de originele verf nog op de kozijnen en binnendeuren zat werd die sfeer enorm versterkt. Je verwachte ieder moment een klerk in een stofjas tevoorschijn te zien komen.

Sinds de komst van de kledingwinkel Zara in het pand van de bibliotheek wordt er gezocht naar een bestemming voor dit “oude provinciehuis”. Het wordt tijd dat dat gaat lukken want er is veel historie in en aan het pand, dat de moeite van conserveren meer dan waard is.

“Zara” betekent trouwens vlinder. Wie echter door de Spoelstraat gaat, en daar de achterzijde van Zara ziet, ontdekt bepaald geen vlinder, meer een olifant in een porseleinkast. Zara heeft het woongenot van de omliggende woningen tot een minimum beperkt. De gemeente Zwolle is daar mede debet aan. Argumenten tegen die bouw daar waren, jammer genoeg, nooit “Zwara” genoeg.

29-01-2021

 

Caneel


219 CANEEL bew

Nee, de spellingscontrole heeft z’n werk wel goed gedaan, want met deze Caneel bedoel ik Meier Caneel, die tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw, in een van de panden op de foto, een groothandel in fietsonderdelen had. Nu lijkt het er op dat het Vispoortenplas 4 was, maar voor de restauratie in – uit m’n hoofd gezegd –  de jaren tachtig  was het op nummer 10.

Toen ik in 1966 in Amsterdam het koffievak leerde, stond mijn fiets altijd buiten, dus toen terug ik in Zwolle in de koffie aan het werk ging, had ik echt een nieuwe fiets nodig. Want een auto om mee te beginnen, nee,  dat was toen nog niet de gewoonte.

Van Meier Caneel was bekend dat hij zonodig, uit nieuwe onderdelen, een merkloze fiets voor je in elkaar kon zetten, dus maakte hij op mijn verzoek een fiets naar mijn wensen. Een hoog stuur zodat ik rechtop kon zitten en geen terugtraprem maar een fiets met trommelremmen, niet met kabels, maar met stangen. Ik was er de koning te rijk mee.

Het was een fiets, gezien mijn lengte, met een groot maat frame en ik zie Meier nog naast de afgebouwde fiets staan, toen ik hem kwam ophalen. Ze stonden niet in verhouding tot elkaar. Toen ik hem bedankte voor de service zei hij: “Wees er zuinig op, laat hem je niet afpakken!”

Meier Caneel stamde,de naam deed dat vast  al vermoeden, uit een Joods gezin dat al lang aan de Vispoortenplas woonde. In de tweede Wereld Oorlog werden zijn ouders en een broer in Kamp Sobibor in Polen, dat toen onder Nazi-Duits gezag stond, ter dood gebracht. De grondigheid waarmee de Duitsers toen tekeer gingen, doet ons nu weten dat zij alle drie op 30 april 1943 stierven.

Dat Meier Caneel mij toen de raad gaf er zuinig op te zijn en dat ik de fiets me niet moest laten afpakken, was veel meer dan een vaderlijke raad. Daar zat ongetwijfeld nog veel verdriet achter.

28-01-2021

 

Vreugderijkerwaard


218 VREUGDENRIJKERWAARD bew

Ik meen dat mijn vrouw Janny en ik ergens in 2004 de Vreugderijkerwaard ontdekten als heerlijk wandelgebied. Een prachtige plek om de vier seizoenen van het jaar mee te beleven. En het neemt ook niet veel tijd om er te komen. Voor wie dit helemaal niets zegt: De Vreugderijkerwaard is een natuurgebied dat net ten westen van Zwolle ligt  aan de noordoever van de rivier de IJssel, in de buurtschap Spoolde, tegenover het, op de andere oever gelegen, plaatsje Zalk.

We wandelen daar een stuk over de IJsseldijk op het pad dat officieel het Vreugderijkerpad heet en om weer terug te lopen nemen we de tegenovergestelde richting op de Zalkerveerweg.

Het Zalkerveer zelf ligt nog een stukje verder richting Kampen. Toen de oude veerman er in 1996 mee stopte heeft de “Stichting Dagverblijven voor Gehandicapten te Kampen en Omstreken” het Zalkerveer voortgezet door middel van een project voor en door mensen met een verstandelijke beperking.

De voormalige woning van de veerman is nu een theehuis en daar kun je buiten het winterseizoen (en een lockdown) terecht voor een lekker kop koffie of ander drankje en kun je genieten van een prachtig uitzicht. Het gastheerschap wordt er op een bijzonder prettige manier verzorgd door de eerder genoemde stichting.

Toen zo’n tien jaar geleden de IJsseldijk verlegd werd in het kader van ruimte voor de rivier hebben we er een poos veel minder gewandeld. Door die dijkverlegging moest ook schapenboer Van Assen zijn bedrijf verplaatsen en kreeg een plek aan die Zalkerveerweg, daar waar wij meestal wandelen. Het bedrijf inmiddels in de wijde regio bekend als de Vreugdehoeve is uitgegroeid tot een groot bedrijf met winkelfunctie, horeca met vergaderfaciliteiten en een speeltuin. Voor elk wat wils.

Voor de wandelaar die gewend was aan - en kwam voor – stilte en weinig verkeer is het wat jammer wellicht – het geldt in ieder geval voor ons – maar nog steeds worden we met grote regelmaat naar deze prachtige plek toe getrokken. Als was het alleen maar vanwege het uitzicht, als dat op de foto van vandaag.

27-01-2021

 

Jak


217 JAK bew

Tradities zijn er om in ere te houden, vandaar dat ik ook nu maar ėėn woord in de titel heb. Dat heeft deze jongen met zichzelf afgesproken. Soms is dat lastig, zoals vandaag, want ik doel natuurlijk op de Kromme Jak. Een kleine straatje in de vorm van een elleboog van een jak, in de binnenstad van Zwolle.  Vanaf de Sassenpoort gerekend is het van de Koestraat de eerste zijstraat rechts en komt door zijn vorm een eindje verder ook weer uit op die Koestraat. Halverwege kun je ook nog rechts afslaan en kom je in de Sassenstraat.

Fervente tv-kijkers weten wellicht dat dit straatje, volgens de regisseur van een serie over het leven van Johnny Jordaan, erg lijkt op de vroegere straatjes van de Amsterdamse Jordaan, daar waar Johnny graag over zong. Alhoewel, en dat is mijn persoonlijke mening,  doen de nieuwste restauraties dat “oude stadsbeeld” wel weer geweld aan.

Het witte pand aan het eind links op de foto heet al sinds eeuwen “Der Klaveren Viere”. Het is bekend dat het rond 1600 is gebouwd en heeft veel functies gekend, van herberg naar smederij. Daarna werd het een brouwerij en dat werd gevolgd door een kousenfabriek. Nadat het een tijd als stal fungeerde begon ene Lucas Lans er in 1779 een leerfabriek, gevolgd door een bakkerij en slagerij en tot slot werd het in 1869 een behangzaak van de familie Weijns die dat tot 1962 volhield.

Daarna stond het nog goede gebouw lang leeg en begon het verval. Men dacht zelfs over sloop. Dat destijdse denken over slopen in Zwolle is trouwens een verhaal apart. Gelukkig gaf de gemeente, wijs geworden van eerdere misstappen, opdracht tot restauratie.

De Kromme Jak herbergt ook de achteruitgang, of noem het nooduitgang, van het logegebouw van de Vrijmetselaars, aan de Bloemendalstraat. Opmerkelijker is het dat, naar men zegt, het kleinste pand van Zwolle er te vinden is en wel op nummer 14.  Op de straathoogte heeft het enkel een voordeur en beslaat een oppervlakte van 3 bij 5 meter. Door zijn vier verdiepingen heeft het een totale vloeroppervlakte van 58 vierkante meter.

Dus ook weer niet zo klein, dat je er plat moet praten.

26-01-2021

 

Anna


216 ANNA bew

Sinds ik lopen kan, toch een kleine zeventig jaar, doorkruis ik Zwolle, en ik meende veel van te kennen. Maar vandaag bleek dat ik van de “naaischool” nog nooit had gehoord,

vanmorgen zette ik die op de foto. Ik wist wel dat op de hoek van de Vijfhoek en Gasthuisplein ooit een school heeft gestaan. Die was bij mij bekend als de Rooms Katholieke lagere school.  Verderop in de Vijfhoek blijkt de ingang, het enige overgeblevene, van de St. Annaschool te zijn, de genoemde naaischool die officieel als Modevakschool St. Anna in de boeken staat.

De school hoorde met het R.K. Mannen- en Vrouwenhuis en de Burgerbewaarschool in de Wolweverstraat tot het Klooster van de Zusters van Liefde op het Gasthuisplein. Het plein waaraan ooit, aan de overkant  het “ziekenhuis” stond met de mooie naam: “Het Heilige Geesthuis”. De iets oudere Zwollenaar weet nog wel dat het klooster, begin jaren negentig van de vorige eeuw, moest wijken voor een nieuw complex met een bioscoop, winkels en woningen. De bioscoop heeft inmiddels al het loodje gelegd.

Die Zusters van Liefde, hebben in de loop der eeuwen veel werk verzet. Uit hun werkzaamheid ontsproten deze scholen, de “bejaardenhuizen” en later ook het Rooms Katholieke Ziekenhuis. Dat begon aan de Melkmarkt,  is later groot geworden aan het Groot Wezenland en  behoort nu bij de grondleggers van “Isala” aan de Ceintuurbaan.

De Vijfhoek, die zijn naam dankt aan de vijf straten die zich hier min of meer treffen, was met de Wolveverstraat een bedrijvig hoekje in de binnenstad omdat er in de vijftiende eeuw veel wolweverijen te vinden waren. Lang geleden werd die Wolveverstraat  ook wel de Heilige Geeststeeg genoemd  omdat de steeg uitkwam op het plein tegenover dat genoemde gasthuis.

In het pand, driehoekig van vorm, centraal in de Vijfhoek, is jarenlang een ‘erotisch getint bedrijf” gevestigd geweest. De eigenaar zal vast gedacht hebben het geheel in de sfeer van de Zusters der Liefde zijn toko te kunnen runnen, om over de vorm van onderwijs bij St. Anna nu maar niet te spreken.

25-01-2021

 

Langenholte


215 LANGENHOLTE bew

Ik citeer: “Het rijk der boeren is niet ver te zoeken, het grenst aan de muuren, ge stapt uit de stad zóó in de weilanden. En wel ziet ge de weilanden beginnen, maar ge ziet ze niet uitscheiden. Heerlijk, zoo’n groene verte, vlak als een tafel, zich uitstrekkend tot aan de kim, nauwelijks onderbroken door een eenzame hoeve met boomen en hooibergen, door een buitengoed met warande, door een eindeloozen straatweg met boomen beboord.”

Dat schreef een bezoeker aan Zwolle, rond  1930, dus bijna een eeuw geleden. Vanmorgen vertrok ik vanuit ons huis in Zwolle en binnen vijf minuten moest ik aan dit citaat denken, zeker toen ik even later in de buurt kwam van het buurtschap Langenholte.

Het buurtschap ligt op een door wind opgewaaide zandrug en er wordt voor het eerst melding gemaakt van  Langenholt in 1401. Van oorsprong is Langenholte een marke die gelegen was tussen de marken Dieze en Berkum en wordt aan de andere kant begrensd door de rivieren de Vecht en het Zwarte Water.

De buitendijkse graslanden van deze rivieren maken hier deel uit van het natuurreservaat Buitenlanden/Langenholte. Dat gebied is vanwege zijn grote kwetsbaarheid niet toegankelijk.  Het beheer wordt vooral afgestemd op de bescherming van de zeldzame kievitsbloem. Ook is het een belangrijk weidevogelgebied waar onder andere de zeldzame kemphaan voorkomt.

Op de foto van vandaag is de Dodenweg te zien. Dit pad kreeg die naam officieel in 1982 en loopt van de Brinkhoekweg in Langenholte naar de Wijde Aa. De naam herinnert aan het feit dat vroeger begrafenisstoeten van de route gebruik maakten. Nog in het begin van de twintigste eeuw droeg ook de huidige Bergkloosterweg de naam “Doodeweg”, vanwege de begraafplaats Bergklooster waar het naartoe leidde.

Ik heb een kleine twintig jaar geleden een boer, die in Langenholte woont, leren kennen, nu 81 jaar oud. Laten we hem voor het gemak E. ter W. noemen, geboren op de boerderij waar hij nog steeds woont. Als je hem thuis ontmoet, zie je de liefde voor z’n stee en streek uit zijn ogen spatten. Als zijn gastvrijheid typerend is voor het buurtschap, moet het er wel goed toeven zijn. Hij verdient het er tot zijn dood te mogen blijven.

24-01-2021

 

Boschwijk


214 BOSCHWIJK 2 bew

Robbie was een klasgenoot van me op de lagere school en woonde aan de Heinoseweg, om preciezer te zijn, aan het stukje parallelweg dat ligt tussen de overweg en de afslag naar de Wijthemerplas.  Ze waren zo ongeveer de buren van “ Boschwijk” dat offiecieel een buitenplaats genoemd wordt. Dat het landgoed er was drong niet tot me door – het lag ook wat van de weg af – maar je kon er fantastisch in het omliggende bos “rovertje” of andere spannende spelletjes spelen.

Dat de burgemeester van Zwollerkerspel er toen woonde was me onbekend, laat staan dat ik wist dat het heel lang eigendom is geweest van de familie Feith. Te beginnen bij de in Zwolle gewoond hebbende schrijver Rhijnvis Feith die deze buitenplaats in 1781 als erfenis in bezit had gekregen.  Hij woonde officieel met zijn vrouw Ockje Groeneveld en hun negen kinderen in de Bloemendalstraat in Zwolle, dus was het begrijpelijk dat ze ‘s zomers graag naar Boschwijk uitweken.

Op deze website “Zwolle in Beeld” is meer informatie over deze buitenplaats te vinden, ook hoe men ermee is omgegaan in de loop der eeuwen.

Rhijnvis Feith werd trouwens in 1780 benoemd tot ontvanger van de belastingen (konvooien en licenten) op het belastingkantoor van zijn vader. Hij oefende die functie uit tot 1814. Rhijnvis Feith overleed te Zwolle op 8 februari 1824 's middags tussen half twee en twee uur, de dag na zijn eenenzeventigste verjaardag.

Hij werd begraven in de Grote of Sint-Michaëlskerk te Zwolle, maar is op 6 oktober 1825 herbegraven op de Algemene Begraafplaats aan de Meppelerstraatweg. Daarmee ging een wens van Feith in vervulling, want in 1779 ondertekende hij een petitie aan het stadsbestuur met het verzoek om, om hygiënische redenen, het begraven in kerken te stoppen en een begraafplaats buiten de stadsmuren in te richten.

Op oudejaarsavond wordt vaak een lied gezongen dat van zijn hand is en dat bekend is door de eerste regel “”Uren, dagen, maanden jaren, vliegen als een schaduw heen.”  Hoe je er ook naar luistert: Feithelijk geheel juist !

23-01-2021

 

Kweken


212 KWEKEN bew

Vandaag staat de Hogeschool KPZ in de Ten Oeverstraat in Zwolle op de foto. De afkorting in de naam staat voor Katholieke Pabo Zwolle. In mijn schooltijd heette dat gewoon de kweekschool. Daar leerde je voor onderwijzer(es), of anders gezegd voor meester of juf van de lagere school.

De leerlingen van deze kweekschool stonden tijdens hun, ik meen, drie jarige opleiding al snel een aantal uren voor de klas, om ervaring op te doen en werden kwekelingen genoemd. De eigen leerkracht ging die morgen of middag op zoek naar een rustig plekje in het klaslokaal en schreef, denk ik, een soort van rapportje. Een simpel en doeltreffend systeem.

Waarom het woord kweekschool ooit vervangen moest worden en pabo (pedagogische academie voor het basisonderwijs) moest gaan heten, in me nog altijd een raadsel. Moest het meer lijken dan het is ? Vergelijkbaar met “accountmanager” dat in de plaats is gekomen voor vertegenwoordiger en “agrarisch assistent” voor boerenknecht ? Het lijkt er wel op want een onderwijzer behoort tegenwoordig tot de groep leraren, hoewel het nog decennia geduurd heeft voordat de salariëring op een ongeveer gelijk niveau is gekomen.

Op mijn lagere school kwamen diverse kwekelingen voorbij. Zelf vind ik het bijzonder dat er maar eentje  van hen in mijn geheugen is blijven hangen. Met de kennis van nu, denk ik dat het niet eens was om zijn didactische gaven, maar meer door zijn uiterlijk. Hij moet toetertijd rond de achttien jaar geweest zijn. Droeg alle keren dat hij voor de klas stond een donker, tweedelig pak, een wit overhemd met zwarte vlinderstrik en zwarte puntschoenen.

Voor mij was het meest opvallende dat de sokken – van het toenmalige type “anklets” – die hij droeg aan de boord lubberden. Ik kon er m’n ogen niet van afhouden, van die te magere witte benen in  te wijde sokken. Van mijn klasgenoten hoorde ik wel dat hij goed kon voorlezen. Voor mij bleef het, afgeleid door de sokken, jammer genoeg,  op een toch wel laagvloers niveau steken.

22-01-2021

 

Bremer


212 BREMER bew

“Als je postduiven hebt dan ben je per definitie…….”. Als ik deze zin zou afmaken, heb ik al veel verraden van het slot mijn verhaal.  Op de foto van vandaag is het winkelpand in de Luttekestraat te zien waar heel lang de firma Bremer zijn nering in had, het staat er zelfs deels op. Begonnen op de Nieuwe Markt in 1865 verhuisde H.J. Bremer z’n speciaalzaak in wapens later naar de Luttekestraat 46. Het pand kreeg z’n aanzien in 1908, te herkennen aan het jaartal dat in het balkonhekje is verwerkt.

Van wapens werd in de loop der jaren overgeschakeld maar alles voor de jacht en ruitersport.  In 2006 werd besloten ermee te stoppen waarmee Zwolle een bijzondere speciaalzaak verloor.

Ooit kocht ik, buiten medeweten van mijn ouders, van een klasgenoot op het lyceum, een luchtdrukpistool. ‘k Moest er natuurlijk ook kogeltjes voor hebben en die haalde ik, ook stiekem, bij de firma Bremer. Een klein rond doosje vol. 

Vanuit het zolderraam schoot ik vooral op de katten van een buurvrouw schuin achter ons huis. Ze had er acht waaronder een vette kater, die ze aanriep met “Petertje” en die graag op het platte dak van de schuur in de zon lag. Het was moeilijk iets te raken, het was eigenlijk veel te ver weg. De kogeltjes kwamen natuurlijk in de diverse achtertuinen terecht.

De buurman, recht achter ons huis, vroeg me op een morgen of ik ook iemand in de buurt kende met een luchtbuks. Naar eer en geweten kon ik de man zeggen dat ik er geen enkel idee van had. Zelf was ik het niet, ik had geen buks maar een pistool maar dat liet ik maar buiten het gesprek.

Ik had in die jaren in een hok in de onze achtertuin ook postduiven. Niets is erger dan het zien van een kat in een duivenhok. Vandaar de zin in het begin.  Echt spijt heb ik eigenlijk ook nog steeds niet. De eigenaresse kwam ooit bij ons aan de deur en vroeg: “Hebt u Petertje ook gezien? Hij is wel gecastreerd, maar kijkt nog wel naar de meisjes!”

Ik denk dat ik het dier uit zijn lijden heb willen verlossen.

21-01-2021

 

Sassenpoort


211 SASSENPOORT bew

Na ruim tweehonderd foto’s in Zwolle te hebben gemaakt, moest het toch een keer van komen, De Sassenpoort. Ik overdrijf als ik zou zeggen “Op veelvuldig verzoek” maar toch. Zelf dacht ik steeds, daar weet elke Zwollenaar wel van, dus wat voegt ik toe ? Totdat ik vanmorgen, bij het erlangs rijden, me ineens afvroeg: “Waarom dat woord “Sassen” in de naam?”

Wat ik wel wist, was dat de Sassenpoort heel lang een bijnaam had. Was men op reis geweest en zag men bij terugkomst het silhouet van de stad met de Peperbus en Sassenpoort werd er vaak gezegd: “Gelukkig, de Peperbus en het Olie en Azijnstel”, waarschijnlijk uitgesproken als “öllie en azien-stellegien.”

Terug naar de officiële naam. De Dikke van Dale geeft wel wat uitkomst.  Een “sas” is een sluis;  je kunt in je “sas” zijn (in je schik zijn) en een “sas” is ook wel een drevel.  Als laatste wordt genoemd als zou “sas” een verbastering zijn van het woord “Saks”. Dat is ook waar de meeste historici en naamkundigenbij deze poort ook aan denken. Hoewel zekerheid?

In het verre verleden werd hij Sassingpoort en Sassinkpoort genoemd, naar de Saksen of Sassen die ook een poos in deze streek hebben gewoond. Vandaar ook de verklaring in die Dikke Van Dale.  Maar er is ook een tijd geweest dat de poort “Assendorperpoort of Assenpoort werd genoemd naar het nabijgelegen Assendorp. Het zou dan verbasterd zijn naar Sassenpoort.

De naam veranderde blijkbaar. Zo ook de functie van de poort. Was het eerst een deel van de vesting Zwolle, in de vijftiende eeuw werd het een gevangenis. Waarbij vermeld kan worden  dat de bewaarder er bij inwoonde. Hoe gezellig wil je het hebben. In 1898 kreeg de poort de bestemming Rijksarchief Overijssel en dat is het tot 1977 gebleven.

De laatste jaren is het binnenste van de poort te bezichtigen en kunnen er huwelijken gesloten worden. Een van die trouwerijen mocht ik, als relatieve buitenstaander, eens bijwonen. Een familielid was gevraagd de ceremonie te voltrekken. De man hield, waarschijnlijk geïnspireerd door de vroegere archieffunctie van de poort, een gortdroge toespraak, en wist er geen eind aan te breien.  En dat is zo simpel: Gewoon punt.

20-01-2021

 

Jachthaven


210 JACHTHAVEN bew

In de jaren zestig was het de gewoonte van de jongerenclub waar ik lid van was, om op Hemelvaartsdag in Giethoorn te gaan zeilen. We togen dan op, vooral bromfietsen naar “de Blauwe Hand” en huurden daar een paar zeilpunters.  We ontdekten dat het wel een aardige bezigheid was en besloten na een paar keer de zeilpunter te hebben bevaren voor wat groters te gaan. Een andere keuze dan een BM’er was er niet. Een “Bergumermeer” een houten boot met een zeiloppervlak van 12 m².

We waren die dag mooi bezig, lekker zonnetje, behoorlijk wat wind dus konden we lekker scherp zeilen toen met een knal een van de tuidraden van de mast knapte en een tel later de mast met veel lawaai naar beneden kwam. Onze zeildag kwam dus met een klap ten einde, naar later bleek, door slecht onderhoud van de verhuurde boten.

Een jaar later vroeg een collega op het werk me of ik hem, een zaterdag, wilde helpen met z’n boot, een BM’er die in de jachthaven van Zwolle lag.  De jachthaven, aan het Zwartewater, waar ik vanmorgen de foto van maakte, bekend onder de naam “de Hanze”. Voor veel Zwolse liefhebbers van boten een begrip. Voor veel eigenaren ook de vaste plek voor hun boot. Voor makers van zeiltochten een plek om te overnachten. Ja, zelfs bestuurders van campers kunnen er voor een nacht een plekje vinden. Voor alle duidelijkheid, op de wal.

De boot van de collega moest uit het water getakeld worden, en wat je noemt: “winterklaar gemaakt”.  Dat hield in dat, na het zwoegende getakel, alles wat normaal aan de buitenkant,  onder de waterlijn zit eraf moest worden geboend. Kortom algen, slakken en groene aanslag. Daarna afschuren, laten drogen en opnieuw in de lak zetten.

Zelden was ik blijer dan toen die klus geklaard was en ik naar huis kon. En ik besloot nooit meer een voet op een zeilboot te zetten. Misschien verklaart dat ook wel dat ik er op sommige momenten in het leven er geen moeite mee heb de boot te missen.

19-01-2021

 

Zwaneneilandje


209 ZWANENEILANDJE bew

Er is niet veel dat mooier is dan het sierlijk voorbij zwemmen van zwanen in onze Zwolse stadsgracht. Heel lang was het ook zo dat de stad Zwolle zwanen hield, zoals een zus van me, kippen houdt. Zwolle deed dat met reden.

Al in de oudheid stond de zwaan symbool voor nobele zuiverheid, Vaak ook symbool voor de vrouwelijke gratie vanwege die sierlijke bewegingen die een zwaan maakt. Heel soms heeft de zwaan een negatieve betekenis vanwege het, naar men zegt, zwarte vlees onder de witte veren. Als zodanig staat de zwaan voor huichelaar. Hoewel ik moet bekennen, nooit iets van dat zwarte vlees te hebben gezien.

Zwanenkoppels zijn elkaar eeuwig trouw. Vechten elkaar af en toe de tent uit maar weten diep van binnen dat hun partner degene is met wie ze de rest van hun leven willen slijten.

En het gaat eenvoudig, ze zoeken gewoon een  zwaan uit die goed aanvoelt en bereid is om te paren. Eenmaal een paar zijn ze dat tot in eeuwigheid. Bij ons mensen ligt dat ietsje anders. Naar men zegt, speelt onze intelligentie ons hier parten.  

Of het idee van zwanen in de Zwolse stadsgracht ooit weldoordacht is geweest of bijgeloof, daarover valt te twisten.  In ieder geval ligt voor het “bastion” De Genverberg, naast het kerkbrugje,  een klein eilandje in de stadsgracht.  Dat wordt het Zwaneneilandje genoemd. De zwanen bivakkeerden er graag.  Die zwanen in de gracht symboliseerden het recht op vrije doorgang van Zwolle over het Zwartewater naar de Zuiderzee. Mooie symboliek, dat wel, maar of het iets met de intelligentie van ons Zwollenaren te maken heeft?

Temeer daar die vrije doorgang heel belangrijk was voor de economie van de handels- en Hanzestad Zwolle.  In de hongerwinter van 1944 zijn de zwanen “verdwenen”, laten we zeggen op een intelligente manier. In 1947 zijn nieuwe stadszwanen geschonken door de Engelse stad Colchester als uitdrukking van de herwonnen vrijheid.

Er is een Engels spreekwoord dat vertaald luidt: “In de ogen van zijn moeder is elke kalkoen een zwaan.”

Of als je omdenkt:  “Hoe het ook zij, een lekkere hap is niet te versmaden.”

18-01-2021

 

Kredietboulevard


208 KREDIETBOULEVARD bew

Na de Tweede Wereldoorlog duurde het even voor de economie weer op volle sterkte was, zo ook die van Zwolle. Voor de hoogstnoodzakelijke woningbouw was niet genoeg bouwmateriaal voor handen dus bedacht men de zogenaamde portiekflats. Die mochten drie of vier lagen hoog zijn.

En zo, vandaag op de foto, verrees achter “Herberg de Hanekamp” een lange rij, aaneengesloten gebouwd, van dit soort flats. Nergens in Zwolle is er een langere flat van dit type te vinden. Aan de hand van de huisnummering heb ik uitgerekend dat het in totaal zesennegentig woningen zijn.

Het waren voor die tijd goedkope woningen, te huur voor elf gulden per week. De lange flat kreeg in de volksmond dan ook de bijnaam: “Kredietboulevard.”   Maar al gauw kwam de Zwollenaar tot de ontdekking dat het een mooie plek was om te wonen. Helemaal toen in 1960 de Hanekampbrug werd gebouwd en de binnenstad en Assendorp ook langs andere wegen te bereiken waren.

De overkant, de oneven nummer, het zijn huizen van voor die oorlog, heette eerder de Evertsenstraat, die aan het eind om de hoek, langs het kanaal verder ging. Ten tijd van de bouw van de brug werd om verwarring te voorkomen  besloten beide kanten van de straat nu Hanekamp te noemen. Het heeft nog wel even geduurd voordat het stigma van “goedkoop” van de flat verdween. Want vertelde men toentertijd dat men aan de Hanekamp ging wonen werd al gauw gevraagd: “Aan welke kant ?”

Hoewel er nadelen aan de woningen zitten, veel traplopen en kleine douches om maar wat te noemen, zijn de woningen nog steeds zeer gewild. De woningbouwvereniging stelt daarom nu ook wat specifieke eisen aan toekomstige bewoners, en voor de eerder genoemde huurprijs, ook niet in euro’s, kun je er nu niet meer terecht.

Dat de flat vroeger mooier was dan het leek wordt, voor mij bewezen, door het volgende. In mijn lagere schooltijd woonde er een klasgenote van ons, in die flat. Op school stond ze  bekend als “Lolie”. Vijftig jaar later, zo ontdekten we tijdens een schoolreünie, bleek ze eigenlijk de mooie naam “Florence” te hebben. Waarmee we opnieuw leerden dat niets is wat het lijkt. Ook de Kredietboulevard niet.

17-01-2021

 

Rehoboth


207 REHOBOTH bew

‘t Was even lastig om woorden te vinden voor de beschrijving van het gebouw op de foto van vandaag. “Bijzonder door zijn lelijkheid” is geloof ik wel van toepassing. Tegenwoordig heet het officieel Rehoboth, maar de naam “Brink 13” wordt ook wel gebruikt en is wellicht  makkelijker. De zich noemende “Vergadering van gelovigen” komen er sinds 1914 bijeen. Het is, zo meen ik te weten, een geloofsgemeenschap, waar de besluitvorming niet door een kerkenraad wordt gedaan en waar niet volgens een vaste liturgie diensten worden gehouden.  Alles gaat in overleg. Een raad van oudsten hakt soms de moeilijke knopen door.

De bekende Zwolse uitgevers Rivière en Voorhoeve waren lid van deze Vergadering en kochten - ze hadden hun bedrijven ondermeer aan deze Brink in Zwolle - in 1914 op een veiling in Odeon een perceel, waarop een huis en tuin en vruchtbomen voor de prijs van ƒ 4305. De grootte was 415 m².  Het huis werd direct gesloopt en Het Lokaal op de foto werd gebouwd. Heel groot is het nooit geweest. Honderd aanwezigen was ongeveer het maximum wat er vergaderen kon.

“Brink 13” staat op de hoek van de Brink en het Koewegje. Aan het eind van het Koewegje, diagonaal ertegenover staat de Oosterkerk. Daar werd met Pasen, als “alle gelovigen van “Brink 13” ter vergadering  wilden komen, een bijeenkomst gehouden.

Dat alles in de tijd dat in die Oosterkerk op zondag drie diensten werden gehouden.

‘s Morgens om 9.00 en 10.30 uur en ‘s avonds om 17.00 of 19.00 uur. En ook daar zat de kerk dan vol.

Ds. Kuiper, de huispredikant van die Oosterkerk, had in die tijd nogal eens  de gewoonte om, van de op papier staande, preektekst af te wijken als hij meende dat daar aanleiding toe was. Daardoor konden diensten soms behoorlijk uitlopen en kwam een volgende kerkdienst qua aanvangstijd in de knel.  En hoewel daar wèl een kerkenraad aanwezig was, durfde niemand er dan iets van te zeggen.

Dezelfde dominee had de gewoonte de naam van het Koewegje uit te spreken als “Kewegje”, waarschijnlijk sprak hij zijn woonadres naast de kerk ook uit als “Begijnesingel”.

Ook dominees begaan steeds opnieuw dezelfde zonden.

16-01-2021

 

IJsselhof


206 IJSSELHOF bew

Tegenover mijn geboortehuis staat dit grote huis, op de hoek van de Wipstrikkerallee en de Philosofenallee. Officieel Wipstrikkerallee nr. 2.  Nu wordt het de IJsselhof genoemd, is een onderdeel van het RIBW en is het een zogenoemd “Overbruggingshuis”. 

De IJsselhof biedt een tijdelijke verblijfplek aan cliënten met een intensieve zorgvraag. Zij verblijven er 3 tot 6 maanden waarna zij doorstromen naar een voor hen zo geschikt mogelijke vervolgplek.

Het heeft al jaren een functie in de zorgsector. In mijn jeugd was het gebouw in tweeën gedeeld. Links was de administratie van de Christelijke Boeren en Tuindersbond (C.B.T.B) gehuisvest en rechts had het gedeelte de naam “De Brug” en had een wijkfunctie als ontmoetingspunt voor de leden van de Nederland Hervormde Kerk die in die tijd geen eigen kerkgebouw in die wijk hadden. Ze kerkten destijds ondermeer in de kantine van de Philipsvestiging aan de Ceintuurbaan en later in de kerkzaal van het Sophia Ziekenhuis aan dezelfde weg.

Tijdens de jaren van de Tweede Wereldoorlog, mijn grootvader Durk Algra, woonde toen aan de overkant, was het pand gevorderd door de Duitse Sicherheitsdienst. Op last van die dienst werd na enige tijd een bij die SD geplaatste Duitse klolonel bij mijn grootouders ingekwartierd. Een lastige zaak. Niet alleen omdat het gezin Algra Sr al bestond uit zeven personen en m’n opa en de zonen Jelle, Harry en Halbe zich bezig hielden met enig verzetswerk.

Als toch wel extra complicerende factor was er een, zeer gewaardeerde,  Joodse onderduikster in het gezin opgenomen. Haar originele voornaam van “Sellie”, maar “vernoemd” naar mijn grootmoeder, werd ze “Marga” genoemd.

Dat er in Nederland, gedwongen door de Duitse overheid, destijds ook veel “goede Duitsers” aanwezig waren werd, door deze kolonel bewezen. Hij moet van alles, gehoord, gezien en gemerkt hebben, maar heeft nooit uit de school geklapt.

Mijn tweelingzus Marga is naar deze onderduikster vernoemd. We zijn kort na die oorlog geboren. Marga kwam als tweede. Misschien wel uit voorzichtigheid gezien de voorgeschiedenis. Gelukkig is ze daarna steeds voor haar mening blijven en kunnen uitkomen.

15-010-2021

 

Cele


205 CELE bew

Diep verscholen in de binnenstad van Zwolle, tussen Praubstraat en Papenstraal, ligt dit Celeplein, vernoemd naar Zwollenaar Joan Cele (1340-1417).  De man heeft een enorme invloed gehad op het onderwijs in West-Europa als rector van de Latijnse School (links op de foto). Die school was de voorloper van het huidige Gymnasium Celeanum,  ook hier in Zwolle. In zijn bloeitijd telde de school bijna duizend leerlingen, die overal, van Luik tot Westfalen en Trier aan toe, vandaan kwamen.

Als rector zag hij toe op de discipline van zijn studenten – de beroemdste daarvan was wel de latere paus Adrianus IV –  die, als ze zich na het luiden van de klokken op staat begaven, als straf naar het bisschoppelijk slot in Vollenhoven werden gezonden. De straffen die de zondaars daar te wachten stonden, zijn me niet bekend, maar de taakstraffen van de huidige HALT-bureaus vallen er vast bij in het niet.

Cele is in 1417 onder grote belangstelling begraven bij het klooster in Windesheim.

In de loop der jaren, zo niet eeuwen, verpauperde dat scholencomplex in de binnenstad. Zij het dat men er vaak, in de restanten, wel vormen van onderwijs bleef geven. De muziekschool was eind jaren zeventig in een scala van dat soort oude gebouwen ondergebracht. Gelukkig is er intussen veel opgeknapt en is de muziekschool weer verantwoord gehuisvest ,ondermeer in het Huis met de Hoofden in de Goudsteeg. 

Het pleintje op de foto, wordt tegenwoordig gebruikt als plek waar opgetreden wordt voor kleine groepen publiek, en het zijn, zeer begrijpelijk, vaak zeer sfeervolle optredens.

Zelf heb ik er iets minder mee. Dat heeft z’n wortels in het verleden. Mijn zeer muzikale dochter, bespeelde in haar jeugd ondermeer de viool, de saxofoon, de lyra en ook de piano moest het bij haar ontgelden. Begin jaren tachtig bracht ik haar zonodig, ik meen  voor vioolles, hier ergens in de Praubstraat naartoe. Diep in mijn hart vond ik die locaties eigenlijk maar niets. Helaas was de keuze beperkt.

Geheel tegen de door Joan Cele voorgeschreven disciplineregels in, is de dochter nooit afgestudeerd op enige instrument. Ze heeft geluk.

Van het bisschoppelijk slot in Vollenhove is nog maar een minimum overgebleven.

14-01-2021

 

Pelserbrugje


204 PELSERBRUGJE bew

Het brugje aan de Thorbeckegracht, op de foto van vandaag, is vernoemd naar een vroegere toren onderdeel van de stadsmuur en is een relatief jonge brug. Deze is In 1974 aangelegd, om de parkeerders op het Noordereiland het centrum van de binnenstad makkelijk te laten bereiken.

Tijdens het fotograferen stuitte ik op een zuiltje waarop informatie stond over de Thorbeckegracht (vroeger “De Diek” genoemd) die me onbekend was en die ik graag met u wil delen. Vandaar dat ik nu citeer: “Pikmaaiers op “de Diek”

Het was een drukte van jewelste op de Thorbeckegracht. Elk jaar weer in juni. Seizoenarbeiders uit Duitsland verzamelden zich hier op “de Diek” voor de overtocht over de Zuiderzee. Al vanaf de 17e eeuw kwam in het voorjaar een stroom van duizenden Westfaalse arbeiders naar toenmalig Nederland op gang. Zij zochten werk in de hooibouw en werden “pikmaaiers” of “hannekemaaiers” genoemd.

In Hardenberg brachten ze hun handbagage bij schippers aan boord. Die brachten deze pakketten via de Vecht naar de plaats van afvaart. Zelf vervolgden de pikmaaiers hun weg te voet om in Hasselt met het veerschip de overtocht naar Holland te maken. Hun komst bracht bij de herbergiers veel geld in her laatje. Graag geziene gasten waren ze vooral op de terugweg, als hun buidels waren gevuld met het loon dat ze hadden verdiend.

De Zwollenaren was er veel aan gelegen om de pikmaaiersroute op Hasselt te laten afbuigen naar hun stad. Uiteindelijk lukte dat. Een oud-bewoner van de Thorbeckegracht, die als kind dit jaarlijks spektakel voor de deur had zien afspelen, schreef over de pikmaaiers: “Ze leken allemaole op mekaere; ‘n roodverbrande kop, ‘n geruut sloop onder d’ärm en ‘n vlokstof-pette op”.

Ze scheepten zich in op de nachtboot die daar afgemeerd lag en hen naar Amsterdam bracht. De Tweede Wereldoorlog maakte een definitief einde aan de Pikmaaierstrek.” Einde citaat.

Op de nachtboot zelf zal de atmosfeer niet bepaald gezond geweest zijn. Vol met mannen die dagenlang gelopen hadden, een slok op hadden en waar ook nog menig zware pijp gerookt werd. Om in het Zwols te eindigen: “ ie zolt ‘r körtaosemig van wörren!”

13-01-2021

 

Zaaddrager


203 ZAADDRAGER bew

Soms vallen zaken, die er altijd al geweest zijn, je ineens op. M’n hele leven woon ik in Zwolle, de eerste helft ervan vlakbij de Nieuwe Vecht en zag ik deze huisjes al wel staan. Ze vielen me vandaag pas echt op. Ze staan op het terrein van het Binnengasthuis, te bereiken vanaf de Vechtstraat. Dat gasthuis is er gevestigd sinds 1923 als vervolg op het deels in 1851 afgebrande gasthuis in de Diezerstraat. Op oude tekeningen van Zwolle is dat zelfs terug te vinden en weten we ook hoe we aan de straatnaam Gasthuisplein komen. Dit gasthuis is in 2014 in het geheel opnieuw gerestaureerd.

De huisjes op de foto horen nu bij dat binnengasthuis, maar oorspronkelijk waren ze bedoeld voor het personeel van de vier oliemolens die er in de buurt stonden. De Passiebloem is er een goed bewaard restant van. De in de huisjes woonende  “zaaddragers” werkten voor de eigenaren van die oliemolens. Als het, voor de productie van natuurlijke (lijn-)olie bestemde zaad, in zakken in kleine scheepjes, was aangevoerd, werd het door die zaaddragers gelost en op de plek van bestemming gebracht.

Het waren oorspronkelijk vier huisjes die na de oorlog sterk in verval raakten. Ze zijn gelukkig in 1964 gerestaureerd tot twee woningen, waar – zo heb ik me laten vertellen – twee zusters in wonen en neemt het  huizenblokje een markante positie op het terrein in.

Uitgaande van de huidige woonnormen is het bijna niet voor te stellen dat er vroeger vier gezinnen in woonden. En dan te weten dat er in de woning aan de waterkant ook nog een huiskamerkroeg was waar de schippers nog even een borreltje konden nuttigen.

Toen ik vanmorgen hoorde dat deze huisjes de zaaddragerhuisjes genoemd worden, schoot er in een flits door me heen, dat waarschijnlijk het binnengasthuis uitsluitend bewoond geweest zou zijn door vrouwen. En dat voor de gezelligheid er een paar mannen, zij het apart, mochten wonen, De zaaddragers dus.

Maar als zo vaak, een schone gedachte maar niet op realiteit gestoeld.

12-01-2021

 

Renovatie


202 RENOVATIE bew

Maandagmorgen, 11 januari, somber en wat nattig weer en een gedeeltelijke lockdown. Geen wonder dat het stil is op de Brink in Zwolle, of is het de Thomas à Kempisstraat, of is het Diezerkade ? Wie heet weet mag het zeggen. Wat ik wel weet te vertellen is dat de winkels, op de foto aan de overkant, beginnen met huisnummer 1 van de  Thomas à Kempisstraat.  Nu is dat het kledingreparatiebedrijf Baronn.

Voor de kenners even terug in de tijd. Er zaten bekende winkels in dat stukje van winkelcentrum Diezerpoort.  Op de hoek groenteboer Bredenhof, dan Kantoorboekhandel De Bloemberg, Het Tapijthuis, Lippers met radio’s en tv’s en Poelier Braskamp om er een paar van op te noemen.   Aan de waterkant stond een tankstation van BP (met Nuri in de shop) en een viskraam van Bastiaans.

In het midden de rotonde die het hele jaar door het aanzien meer dan waard was. Mooi aangelegde bloemperken met altijd wel kleurige bloeiers. En natuurlijk rond de winterse feestdagen er midden op een forse, met veel lichtjes versierde, kerstboom. Ik kom er mijn hele leven al en de sfeer was er naar mijn idee prima.

Dat er eens in de zoveel tijd een winkelgebied een renovatie dient te ondergaan is een vanzelfsprekende zaak, Maar waar ik niet bij kan is dat, waar heel Nederland wordt vol geplempt met rotondes, onder het motto “het is veiliger” de gemeente ėėn van de oudste rotondes van Zwolle opheft. Reden ?  Het zou veiliger zijn.

Er zal wel een goede sfeer terugkomen. Wel een andere, al was het maar omdat ook een behoorlijk aantal forse bomen is verdwenen. Bij mij is in ieder geval het gevoel van veiligheid, als deelnemer van het verkeer, op die plek ook verdwenen.

Van achter de tekentafel zo’n bedenken is toch heel iets anders dan op je fiets zitten midden op een groot vierkant plein, waar van alle kanten het verkeer op je af kan komen.

Om nog maar niet te spreken over de terraszitters, die vroeger in de luwte van Stroomberg zaten en straks ook zo ongeveer verkeersdeelnemer gaan worden. Over veilig gesproken !

11-01-2012

 

Villa


201 VILLA bew

Tenminste zo wordt dit rijkelijk versierde gebouw genoemd op het bordje van de AMWB aan de gevel. Om precies te zijn staat er, en daarom citeer ik: “Villa van Reede. Villa in neo-renaissancestijl in 1885 gebouwd voor wijnhandelaar J.F.G. van Reede. De villa maakt samen met de dienstwoning deel uit van de historische singelbebouwing.” einde citaat. Verder wordt het in “mijn” Zwolse geschiedenisboeken niet vaak genoemd. Ooit in hetzelfde jaar, werd het toen gloednieuwe huis op 31 augustus, Koninginnedag, belaagd door een groot aantal dronken, maar vooral door de slechte economische situatie  ontevreden, arbeiders. De dure glas in lood ramen werden ingegooid.

De meeste Zwollenaren zullen het pand kennen als ėėn van de kantoren van het Telefoondistrict Zwolle van de aloude PTT met het daardoor bekende adres Burgemeester van Rooijensingel 18.  Er achter  stonden houten barakken waar ook het nodige PTT-personeel was gehuisvest.  In de kantine werd koffie van “een bekende Zwolse koffiebrander” geschonken, vandaar dat ik er wel eens binnen kwam. In dit pand was het een kruip-en-sluip-door gebeuren van gangetjes, kelders, trappen en vertrekken.

Later heeft makelaar Bramer het pand als hoofdvestiging gehad. De barakken waren intussen al verdwenen en het terrein erachter is omgevormd tot een gemeentelijke, en behoorlijk geld opleverende parkeerplaats. Bramer veranderde in Rodenburg en sinds enige tijd is Brouwers Accountants er in getrokken, een bedrijf op met meerdere locaties in het land.

De werkzaamheden die de PTT er in uitvoerde waren net als nu, voornamelijk van administrative aard. De technische mensen zaten aan de Parkstraat, bij de Hoge Spoorbrug in Schelle en op het industriegebied de Grote Voort.  Het was ook de tijd dat men de afkorting PTT nog wel eens pesterig omzette in “Putje graven-Tentje zetten-Tukje doen”.  Wij, van de koffie, kregen de chef-inkoop meestal snel op de kast als we zeiden dat  aan de Burgmeester Van Rooijensingel men enkel het telefoonboek op alfabetische volgorde zette.

Achteraf bezien zal het wel toeval zijn dat de PTT uit dit gebouw vertrokken is, en er ook geen telefoongids meer verschijnt.

10-01-2021

 

Windesheim


200 BROUWERIJ bew

Vanmorgen kon ik weer eens in een zonnetje mijn dagelijkse foto maken. ‘t Werd deze van de Hervormde Kerk van Windesheim. Voor mij persoonlijk eigenlijk jarenlang een ver van mijn bed show.  Windesheim, een kerkdorp tussen Zwolle en Wijhe maakt sinds 1967 deel uit van de gemeente Zwolle en lag dus ver buiten mijn leefwereld. Alleen in schoolvakanties, als ik met mijn vader mee mocht op reis langs de klanten, werd die kerk op de terugweg gepasseerd en wist ik dat de fijne uurtjes, samen met mijn vader, weer gauw voorbij zouden zijn. Dan kwamen m’n vijf zusjes weer op het toneel.

Pas vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw kreeg ik, beroepshalve zo nu en dan met die kerk te maken en toen hoorde ik van de geschiedenis. En dan blijkt het origineel helemaal geen kerk te zijn geweest, maar een brouwerij.

Een brouwerij, van het type, waar er heel veel van geweest zijn, eentje die onderdeel was  een klooster. Dat klooster werd met toestemming gebouwd door Floris van Wevelinkhoven en ingewijd op 30 juli 1387 en heeft waarschijnlijk aan de zuidkant van de Dorpsstraat van Windesheim gelegen.

Ik heb geprobeerd te achterhalen wat voor soort bier er gebrouwen werd. Het lijkt er op dat het van het type Abdijbier is geweest. Dat er weinig over te lezen valt, komt waarschijnlijk door de regel dat de broeders er geen belasting over hoefden te betalen als het enkel voor eigen gebruik in het klooster was. Wel een kwestie van geloven, natuurlijk.

Tijdens de reformatie en bij de opstand tegen Spanje is het klooster  zoals vele andere, door de Oranjegezinde watergeuzen verwoest. Van het kloostercomplex zijn een paar kelders en de brouwerij dus bewaard gebleven. Deze brouwerij is tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1634, als Nederduits Hervormde kerk in gebruik genomen. Bouwkundigen zien aan de stijl van bouwen, de aanwezigheid van “hijsbogen” bijvoorbeeld, dat het als bedrijfspand moet zijn gebouwd.

Links van de kerk van Windesheim, ook op de foto, staat een opmerkelijke halve boerderij, de kosterswoning. Kosters zijn heel lang, heel slecht betaald door de kerken. Klaarblijkelijk vond men toen een half huis al wel voldoende.

09-01-2021

 

Zoutvaatje


199 ZOUTVAATJE bew

Mijn moeder noemde De Peperbus steevast “Het Zoutvaatje”. Dan doelde ze niet op  deze toren maar op de nu al zeker drieënzestig jaar bestaande weekkrant “De Peperbus”, een door advertenties bekostigd, daardoor gratis, huis aan huisblad,  Jarenlang “gewoon” van uit huis uitgegeven door Piet van Drielen, later met zoons en dochter en waren ze heel gezellig onze buren. Uiteindelijk kregen ze een heus kantooradres aan de Thomas à Kempisstraat.

Persoonlijk denk ik dat zij hun grootste succesperiode hadden in de tijd dat ze op de voorpagina het zogenoemde “cirkelhoofd van de week” plaatsen. Een willekeurige Zwollenaar werd al lopend of fietsend gefotografeerd. De bofkont kon dan bij een fors aantal winkels, tegen vertoon van de foto, iets komen ophalen wat op de donderdag na het verschijnen van de krant, bij de meesten, al klaar stond. ‘t Is me nooit overkomen, maar je moest er ver voor fietsen, dat was alom bekend.

Verscheidene uitgevers hebben geprobeerd het succes van “De Peperbus” te evenaren. Zo kenden we in de jaren zeventig de Zwolse Koerier, IJsselmond en Regio.  Dat fuseerde samen tot Regio IJsselmond. Desalniettemin bleef De Peperbus jarenlang zelfstandig.

Nu verschijnt in Zwolle nog dit blad (trouwens wel onderdeel van DPG Media waartoe ook De Stentor behoort) en de Swollenaer, een uitgave van Brugmedia in Hasselt.

Ik kan het niet nalaten toch ook even op de foto van vandaag terug te komen. Een heel oud stukje Zwolle, met natuurlijk onze Zwolse trots, de toren, maar ook met Cafė De Pul, (hoe Zwols wil je het hebben: “ ‘k goa eff’n noar de Pulle”) en de hoedenwinkel van Korpershoek. De oudere Zwollenaar heeft het al herkent: Hoek Kamperstraat / Korte Kamperstraat.

Mijn moeder had trouwens van die weekkranten geen hoge pet op. Wat dat aangaat past ze niet zo bij de foto van vandaag. Ze droeg trouwens ook nooit een hoed. Eėn keer wel, ten tijde – beginjaren zestig –  dat de dophoedjes in de mode waren. ‘s Zondags in de kerk zat ik haar, volgens het verhaal, er om uit te lachen. Toen ze me vroeg waarom, gaf ik, alweer volgens het verhaal,  als antwoord: “Je lijkt wel een eau de cologne-flesje ! “  Na de kerkdienst verdween het hoedje met een sneltreinvaart in de brandende kolenkachel.

08-01-2021

 

Flats


198 FLATS bew

Misschien is het de meeste Zwollenaren nooit opgevallen, maar van de elf flats aan de Meppelerstraatweg, alle 24 woningen groot, staat de, ongeveer, middelste overdwars. Ze zijn trouwens kort na de tweede wereldoorlog gebouwd, er was woningnood en de babyboom was in aantocht.

Het dwarse is niet zozeer bijzonder, maar die ene flat, heeft “een portiek’ minder, wel hetzelfde aantal woningen. Dat hebben ze opgelost door er een verdieping bovenop te leggen. Nu is het niet toegestaan – destijds waarschijnlijk wel – hoger dan drie woonlagen te bouwen zonder er een lift in te installeren. Die luxe was in Nederland toen zo goed als onbekend.

Luxe was sowieso ver te zoeken. De portieken op de begane grond hadden jarenlang geen voordeur en op het balkon was een ingemetselde kolenhok te vinden. Aardgas moest nog gevonden worden, dus de kolenboer, niet “de schoonste van het land” liep met zijn handel het trappenhuis in en zo ongeveer dwars door de woning.

Eėn troost, er was een lavet. Dat hield het midden tussen een gootsteen en een badkuip en werd vooral toegepast in de sociale woningbouw. Het is een Nederlands ontwerp en werd vervaardigd van kunst-natuursteen. Het woord lavet is afgeleid van de namen van de drie bedenkers: LAupman – Van der Eerde – Trip.

Het was een multifunctioneel geval, want het bood de mogelijkheid voor het baden van vooral de kinderen. In de kuip kon op de afvoer een “langzaamwasser” geplaatst worden( google het maar even)  en niet onbelangrijk de kuip werd ook gebruikt voor het schoonwassen van groenten (voor de weck bijvoorbeeld). Hoe luxe wilde je het hebben ?

Met de huidige wooneisen, voor ieder gezinslid zo ongeveer een eigen kamer plus de tegenwoordig nodige werkruimte, is het haast niet voor te stellen dat er in de beginjaren in deze rij flats zeker duizend inwoners een plek vonden.

Trouwens, in de Minervalaan staan soortgelijke flats en ook daar raakte, met het luxer worden van bad- en doucheruimtes,  het lavet in onbruik. Met name de klauterpartij om er in te komen was voor ouderen nogal een toestand,  Het er weer uit komen zo mogelijk nog meer.

07-01-2021

 

Haven


197 HAVEN bew

Zwolle pretendeert een stad aan de IJssel te zijn, helaas is dat niet waar. Met een handigheidje, de gegraven Willemsvaart, kan die IJssel wel per schip bereikt worden. Daadoor groeide Zwolle uit tot een behoorlijke handelsstad.   Schepen meerden aan aan de Jufferenwal, het Rodetorenplein en de Nieuwe Ossenmarkt (nu de Harm Smeengekade).

In 1836 werd een heuse haven aangelegd, achter de Eekwal, die de naam Nieuwe Haven kreeg. Toen bleek dat het voor de steeds  groter wordende schepen, moeilijk werd om in die haven de draai maken van de Willemsvaart naar de doorgaande vaarwegen. Daarom werd besloten de Willemsvaart, vanuit het zuiden gezien, iets naar het westen te verleggen en bouwde men gelijktijdig de nu nog steeds bestaande keersluis, waarmee de waterstanden beter geregeld konden worden.

Nog steeds liggen in die Nieuwe Haven, op de foto vandaag goed te zien, een behoorlijk aantal (oudere) binnenschepen die er een permanente ligplaats als woonadres hebben gevonden. In mijn ogen zorgen die voor precies de juiste sfeer daar in Zwolle.

Helemaal rechts op de foto is de Nieuwe Havenbrug te zien. Die vervangt sinds 1875 een smalle wiebelige voetbrug - met de bijnaam: “Polkabrugje” – die dertig eerder het Luttekeveer verving. Het woord “Lutteke” betekent “klein”. De Luttekestraat is al niet enorm, maar was tot 1968 ook nog een stuk kleiner. Het deel tussen de Blijmarkt en de Nieuwe Havenbrug heette tot dat jaar ook “Nieuwe Haven”. Ik denk dat het zeer begrijpelijk is dat de winkeliers hun stukje straat graag gekoppeld zagen aan die Luttekestraat.

Op een paar plaatsen in Zwolle, liggen van die binnenschepen zoals in deze haven. Bijvoorbeeld in de stadsgracht ter hoogte van het Groot Wezenland en in de Thorbeckegracht. Ik weet niet of het u net zo vergaat, als bij mij het geval is, als je er langs loopt. Soms zie je rook uit de schoorstenen van die binnenschepen komen en  ruik je ineens de geur van brandende turf.

En op hetzelfde moment waan je je ver terug in de tijd. ‘t Lijkt allemaal heel romantisch, maar laten we wel wezen, gezond is en was het niet. Misschien is die haven nu wel weer aan vernieuwing toe ?

06-01-2021

 

Noorden


196 NOORDEN bew

Wij, Zwollenaren, kunnen het hebben over de Oosterkerk, de Zuiderkerk en de Noorderkerk.  Waarom we geen Westerkerk hebben ? Valse bescheidenheid  misschien ? We willen ons niet zo groots voordoen als die lui in Amsterdam bijvoorbeeld ? Dat zal ‘t niet zijn, ik ken ook maar weinig echte èn bescheiden Zwollenaren. We korten wel onze kerknamen bijna net zo af als in de hoofdstad, want wij spreken over het Oosten en het Zuiden.

Op de foto van vandaag het Noorden, de Noorderkerk, ėėn van de kerkgebouwen van de Christelijke Gereformeerde Kerk, die in 1899 het pand van de familie Schaepman aan de Thorbeckegracht kon kopen. Dat is in de loop der jaren uitgegroeid naar wat nu genoemd wordt het “Noorderkerkcentrum”.

In het begin van de vorige eeuw gingen er, zoals in meer kerken, in die kerk “An de Diek” (de Thorbeckegracht heette toen nog De Dijk) veel schippers ter kerke. Traditiegetrouw op witte klompen. De kerk werd daarom ook wel “klumpieskerkje” genoemd. Men komt nu niet meer op klompen. Toch komen er nog steeds veel kerkgangers, niet alleen hier, maar ook in de “Zuiderhof” in Zwolle-zuid (een Zuiderkerk was er al, vandaar de hof) en in de Verrijzeniskerk in de wijk Holtenbroek.

De deuren van de kerk op de foto vindt men aan het Assiesplein. Een naam die niets met de kerk te maken heeft. Het Zwolse woord  Assies is in het meervoud van Assien, hetgeen pinda betekent. (d’r is een Zwolse uitdrukking: “IJ ‘ef een kop as een assien “ in het ABN: ‘Hij heeft een raar gezicht’.) Zelf heb ik jarenlang gedacht dat het “aardappel” betekende. Fout dus, maar iemand met een aardappelhoofd is ook de mooiste niet.

Wat ook niets met de kerk te maken heeft is de naam  van het straatje dat naast de kerkdeuren uitkomt, de Heiligeweg. Daarvan is mij alleen bekend dat op 19 januari 1951 er de 50.000ste inwoner van Zwolle werd geboren. Als achtste kind van Hidde Bos en Lamberdina Haverhoek.

Ze waren goed op weg het toppunt van een gereformeerd gezin te worden: twaalf kinderen en een harmonium. De geschiedenisboeken melden daar, terecht, verder  niets meer over.

05-01-2021

 

Stadsmuur


195 STADSMUUR bew

Het zal wel uit armoede zijn geweest dat men, ook in Zwolle, huisjes tegen de stadsmuur aanbouwde. Toch bestaan ze nog steeds. Natuurlijk door goed onderhoud en restauraties, maar ook door een stevige ruggensteun, de muur zelf. Decennialang bleef dIe muur voor de Zwollenaren grotendeels uit het zicht.

Het verhaal gaat dat er eind jaren zestig een plan was om een weg aan te leggen  om het centrum te ontlasten van doorgaand verkeer. Die weg zou voor een deel ook lopen op de plek waar nu “onze stadsmuur” zo goed zichtbaar is. Bij het  slopen van de eerste huisjes ontdekte men die, welhaast nog intacte stadsmuur. Het wegenplan verdween naar een bureaula en is er nooit weer uitgekomen.

Het deel van de stadsmuur op de foto van vandaag, aan de Buitenkant in Zwolle (voor de niet Zwollenaren: de Buitenkant is een straatnaam die tegenwoordig toch echt aan de binnenkant van het centrum ligt) wordt halverwege, ter hoogte van de Steenstraat onderbroken. Daar in die stadsmuur was jarenlang een winkeltje gevestigd waar je kleding voor de scouting kon kopen.

Tegenwoordig een bezigheid die door jongens en meisjes gezamenlijk wordt beoefend en kennen we er  “bevers, welpen, scouts en explorers” van.

Ooit was ik ook een paar jaar bij de scouting, alleen heette het toen nog padvinderij en waren er aparte clubs voor jongens voor meisjes.  Zo kenden de jongens “welpen en verkenners”,  de meisjes “kabouters en gidsen”.

Na een jaartje bij de welpen van “De Willem Lodewijk Groep, nu Hopman Kippers Groep, ging ik over naar de verkenners die bij elkaar kwamen op zaterdagmiddag in hun blokhut aan de Parallelweg.

Ik mocht in die winkel, mijn eerste “verkennersuniform” gaan kopen. Een kakikleurige blouse met twee borstzakken, een sjaal, een bruine ribcord (korte) broek, bruine kniekousen en daarvoor bestemde groene kwastjes, een grote bruine hoed (met vier deuken) en een ongeveer twee meter lange stok.

De nacht na die aankoop, heb ik slecht geslapen want het was voor die tijd een fors bedrag en ik was bang dat ik die verkennerij niet lang leuk zou vinden.

Dat vermoeden bleek al snel juist, ik heb er veel geleerd maar kamperen op strozakken bijvoorbeeld, helaas, het was niet aan mij besteed.

04-01-2021

 

Hoofdbureau


194 HOOFDBUREAU bew

“Wat zit er an de koffiekan, een tu-u-te !” een versje dat we als op straat spelende jongens zongen als we een politieagent zagen naderen. Meestal was die op de fiets. Soms zag je hem lange tijd niet, dan werd er, ondermeer, koffie gedronken op het bureau.

Het hoofdbureau van de regiopolitie Zwolle staat tegenwoordig aan de Koggelaan aan de zuidkant van het station. Aan die Koggelaan ziet dat bureau er als als een strak kantoorgebouw uit, maar kom je bij de dienstingang, aan de achterkant, aan de Zuiderzeelaan, ziet het er heel anders uit.  Zoals te zien is op de foto van vandaag.

Welke associatie  architect ir. Bas van der Hille met het politiewerk had toen hij het ontwierp, is mij nog steeds een raadsel. Maar dat terzijde.

Het heeft me als puber verschrikkelijk geleken een vader te hebben die jou  op school les gaf, net zo erg als een vader hebben die politieagent was in jouw stad of woonwijk. Kom je thuis, krijg je daar alsnog door de benen omdat pa je gezien heeft en zijn vaderrol ook nog  moet waarmaken.  Dat politiemensen anders naar hun omgeving kijken, zeker vanuit hun auto’s tijdens hun werk, daarvan kan ik meepraten. Ik mocht vijftien jaar als “hulpdiender” met regelmaat meedraaien in hun dienstrooster.

Mijn vader zag ons, zijn kinderen zelden lopen op straat. Stonden we ergens op een stoeprand, zagen we hem aankomen, begonnen te zwaaien dan reed hij ons, strak vooruitkijkend voorbij. Ik vond dat dan wel teleurstellend. Of hij was, al denkend al druk aan het werk, of hij zag je met opzet niet. Dan hoefde hij je ook niet “en passant” naar school te brengen, of zich later op de dag nog eens met correctie van jouw gedrag op straat bezig te houden. ‘t Is maar goed dat we ons als kinderen die laatste overwegingen nog niet kenden. We hadden ons er vast naar ge- of misdragen.

D’r schiet me nu even geen liedje te binnen dat we toen voor hem hadden kunnen zingen.  Hij zat beroepshalve wel veel aan de koffiekan.

03-01-2021

 

Kroegje


193 KROEGJE bew

Wil je in Zwolle nog eens een ouderwetse bruine kroeg bezoeken, ga dan, als het kan en weer mag, eens naar de Steenstraat in Zwolle, daar vind je op nummer 9 de horeca, te zien op de foto van vandaag: ’t Kroegje.

Op deze plek stond in vroeger tijden, in ieder geval tot 1616 het “Wytenhuis” waar vrouwen van het St. Agatha Convent ruim honderd jaar daarvoor naar toe verhuisden, toen het buiten de stadsmuren te onveilig werd.

Want de Hertog van Gelre belegerde Zwolle kort daarvoor. De dames - het was de tijd van de Moderne Devotie - woonden er samen, zoals in omschreven staat: “Om God in reinheid, onderdanigheid, liefderijkheid en het bedrijven van goede werken te dienen.”

Of die formulering ook nog steeds geldt voor de bezoekers van ’t Kroegje waag ik te betwijfelen.  Van dit soort horeca wordt vaak gezegd  dat er vooral, op z’n Zwols,  de “zoeptodden” komen. Ten dele waar maar ook de geheel eigen sfeer, de vriendschappen die er ontstaan en de klankbordfunctie voor velen, is van belang.

Een goede vriend van me, was een fervent bezoeker van ’t Kroegje. Toen hij ernstig ziek werd, kwamen de stamgasten hem bij toerbeurt dagelijks bezoeken. Toen hij terminaal werd en nog heel graag daar een laatste bezoekje bracht, werd het voor hem geregeld. Op zijn uitvaart was een hele groep van hen aanwezig.

Ik moet zeggen, zelf ben ik er slechts eenmaal heel kort geweest. Ik was op zoek naar mijn vriend en trof hem er toen niet. Nu ik dit opschrijf bedenk ik dat het misschien beter was geweest, als ik na de uitvaart er wat vaker op bezoek was gegaan, om bijvoorbeeld, over onze gezamenlijke vriend eens na te praten.

De dames van het Wytenhuis hadden dat waarschijnlijk een strak plan gevonden.

02-01-2021

 

Overgang


192 OVERGANG bew

Mijn moeder gebruikte de term “Je zou het vloeken ervan leren !” nog wel eens waarmee ze dan doelde op iets wat haar bijzonder ergerde. Als haar opmerking klopt dan hebben op de plek van de foto van vandaag heel wat mensen het vloeken geleerd. Want hier op de hoek Hortensiastraat en Deventerstraatweg lag heel lang een spoorwegovergang die bijna zeventig procent van de tijd voor het wegverkeer gesloten was.

Op 28 mei 1973 blokkeerden boeren deze overweg nog met tractoren uit protest daar tegen. U merkt het, ook toen al gebruikte deze groep hun grotere materiaal om eisen kracht bij te zetten. Er is niet zo vaak iets nieuws onder de zon.

Mijn ouders vloekten zelden of nooit. Ik heb het mijn vader, geloof ik, nooit horen doen. Die had, als beroepsmatige en frequent bezoeker van de horeca zelfs kaartjes laten drukken die hij afgaf aan iemand die, zoals hij het wel noemde, aan het achteruit-bidden was. Op dat kaartje stond: “Als u vloekt ontsiert dat uzelf en kwetst u een ander !”  Ik heb die tekst nooit in een andere vorm teruggezien.

Mijn moeder vloekte eigenlijk ook nooit, Alleen als ze plotsklaps erg schrok. Dan liet ze wel eens een haar Heer onwelgevallige term horen. Toen ze daar door een van haar kinderen op gewezen werd, zei de: “Als ik ooit nog eens overlijd door een ongeluk, ga ik van schrik, vloekend de hemel in !”  Hoe ouder ze werd hoe vaker ze schrok dus heeft ze haar slogan nog een aantal keren herhaald.

In dit nieuwe jaar zou ze honderd geworden zijn ware het niet dat ze is twintig jaar geleden is overleden. Niet door een ongeval. Ze is heel zachtjes uit haar leven weggegleden. Die overgang werd probleemloos overgestoken en er was geen tractor, hoe groot ook, die dat heeft kunnen tegenhouden.

01-01-2021

 

Os


191 OS bew

In een hoekje van De Ossenmarkt, onder de bijna  altijd aanwezige schaduw van de Onze Lieve Vrouwe Basiliek is dit restaurant te vinden “Os en Peper” een aanrader voor de liefhebber van een prettige avond met een hapje en een drankje.

‘t Is passend op het moment, dat de jaarwisseling voor de deur staat, hierover te vertellen. Want zoals er nu opnieuw een jaar gaat beginnen, zo is hier in dit pand al vaak opnieuw begonnen. Soms liep het verkeerd af, vaak heel succescol. Wat dat aangaat past het me nu om u alvast een goed lopend en heel succesvol nieuw jaar toe te wensen.

Ooit begonnen in dit pand, ik schat eind jaren zestig, Sjoerd Dijkstra van het toenmalige Hotel Dijkstra (nu McDonalds) en Bernhard Stibbe, ooit groot geworden met de verkoop van weggooi servies (aan b.v. KLM), hier een horecabedrijf, onder de naam “De Lachende Os”. Een restaurant voor dezelfde doelgroep als de huidige. Ze hadden er ervaring mee, want een paar jaar eerder zetten zij zo “Restaurant Poppe” op, een nog steeds bekend bedrijf in de binnenstad. Het er werkzame personeel werd, zo was de formule, dan na verloop van tijd eigenaar.

Dus ging “De Lachende Os” over in andere handen en later veranderde ook de naam. Jarenlang stond er daarna “Barbara’s Barbeque” op de gevel tot een nieuwe eigenaar de bedrijfsformule en het interieur vernieuwde en de gevel liet sieren met “Os & Peper”.

Ik was beroepshalve aanwezig bij de eerste opening van “De Lachende Os” en wat in mijn geheugen staat gegrift, is een voorval dat bij mij, laat ik het noemen, het begin van de teloorgang van kwalitatief goede gastheerschap in de horeca noem. Overigens, de uitzondering bevestigt de regel.

De eigenaar Stibbe zat aan de bar en de barman vroeg Stibbe of hij ook iets voor hem kon inschenken. “Doe maar een colaatje-pils” was het antwoord, waarmee destijds in “horecatermen  vaak een “kleintje pils”  werd aangeduid. De barman vulde een glas met cola en deed er en dikke stoot bier van de tap bij in.

Zelden heb ik iemand zo boos, zo smerig en zo verbaasd zien kijken als de ontvanger van dit glas. Bernard Stibbe kennende was het voor hem een enorme prestatie dat hij zijn woede in bedwang kon houden. ‘t Had niets te maken, dat was zeker, met een lachende os.

31-12-2020

 

Oosterkerk


190 OOSTERKERK bew

Vanmorgen reed ik langs de Oosterkerk aan de Bagijnesingel hier in Zwolle waarvan de grote deuren, voor mij onverwacht, wijd open stonden. Het bleek een afhaalpunt te zijn voor oliebollen. Het is de kerk waarin ik, bijna letterlijk, ben opgegroeid en, er door verhuizing, tot begin jaren negentig  nog regelmatig kwam. Ik kon niet nalaten er binnen een paar foto’s te maken. Helaas zorgde een overdadige zon voor de nodige overbelichting, het is even niet anders.

De kerk ziet er van binnen heel anders uit dan in de jaren voor 1990, toen er een uitbundige restauratie heeft plaats gevonden. De voor mij vanzelfsprekende banken voor de kerkenraadsleden zijn bijvoorbeeld verdwenen. In mijn visie horen die echt bij een “doleantiekerk”, het type waartoe deze kerk behoort.

Vanmiddag hebben mijn vrouw Janny en ik een heel gesprek gehad met de beheerder van de begraafplaats Bergklooster, bij het graf van een organist die we hebben gekend.  Dat was een bijzonder mens met een bijzonder levensverhaal.

Ineens werden beide ontmoetingen van vandaag ėėn geheel, want ook de uitvaart van deze kennis was bijzonder. Sowieso al door het aantal aanwezigen in die Oosterkerk. Het was een bekend man, maar ook door het feit dat bijna al zijn wensen, die hij al enkele jaren voor zijn dood op papier had gezet,  konden worden waargemaakt door zijn familie.

Het werd nog meer bijzonder toen ėėn van de aanwezigen tijdens de dienst onwel werd en door de uitvaartleider en zijn medewerkers op een brancard naar de consistoriekamer werd gebracht. Er kwam een arts bij  en even later een ambulance om de man ter controle naar het ziekenhuis te brengen. Hij was redelijk snel weer thuis, bleek achteraf.

Bij een latere ontmoeting sprak ik de man, die er dus geen nadelige gevolgen aan over had gehouden. De verdere medische gegevens zal ik u besparen.  Maar dat het bijzonder was, daar waren we het samen wel over eens. Bij het afronden van ons gesprek zei de man tegen me: “Wel apart, ik ben waarschijnlijk de enige die kan zeggen dat ik ooit voor de tweede keer door de Monuta Stichting de kerk zal worden uitgedragen.”

Dat is inmiddels gebeurd, kan ik u zeggen.

30-12-2020

 

Nut


189 NUT bew

In dit pand aan de Blijmarkt, naast de schouwburg, is al jaren horeca gevestigd, we weten al bijna niet meer beter.  Toch heeft het gebouw eerder de PCOB, de Protestants Christelijke Ouderenbond gehuisvest en daarvoor was het decennialang een bank. De Nutsspaarbank. Als je erover leest kun je weinig anders concluderen dan dat het een bijzondere bank was.

Op 9 november 1818 richtte in de Regentenkamer van het Burgerweeshuis het, wat zich noemde, Departement Zwolle van de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen deze bank op. Spaarders die konden wekelijks in diezelfde regentenkamer hun geld komen brengen, Mochten ze het (deels) weer terug willen hebben, konden ze er slecht eenmaal per maand terecht.

Trouwens de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen streeft naar individuele en maatschappelijke ontplooiing met een zo hoog mogelijk cultureel gehalte, en heeft daarmee, dat moet gezegd, wel een belangrijk aandeel gehad in de democratisering van Nederland.

Het motto van 't Nut  was en is nog steeds: "Kennis is de weg naar persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling". In eerste instantie organiseerde de Maatschappij prijsvragen over onderwijskundige en opvoedkundige kwesties. Later werd 't Nut, met een groot aantal plaatselijke afdelingen, de grondlegger van de Nutsspaarbank, de Nutsverzekering, de Nutstuinen, de Nutsscholen (Nutsonderwijs) en de Nuts-Volksuniversiteiten.

Terug naar Zwolle. De bank zwierf van 1821 tot 1889 van het ene naar het andere onderkomen en verhuisde tot slot naar het pand op de foto van vandaag, waar het eerder genoemde departement al vergaderde. Al lezende, over hun werkwijze bijvoorbeeld, bekroop mij het vermoeden dat er grotere persoonlijk belangen waren  het Nut van ‘t Algemeen. Alleen al het bijzondere pand – “Geen kattenpis” –  zou mijn moeder gezegd hebben, sterkt me in dat vermoeden.

Pas in 1960 besloot de bank te moderniseren en kwam er bijvoorbeeld een dagelijkse openstelling. In 1961 werd zelfs een filiaal geopend op het Sweelinckplein in de toen nieuwe wijk Holtenbroek.  Tien jaar later fuseerde de bank met de Bondsspaarbank en werd het de latere de SNS-bank.

‘t Nut van ‘t Algemeen, lijkt me, is daarbij geheel uit het oog verloren.

29-12-2021

 

Genverberg


188 GENVERBERG bew

De Genverberg zo heet het pand, maar ook de plek waarop het is gebouwd, officieel. Het is van oudsher ėėn van de veertien bastions die sinds de tachtigjarige oorlog om de binnenstad van Zwolle lagen. Ze werden na 1800  gesloopt en hier werd een park(je) aangelegd waarvan alras bleek dat het te klein was om park genoemd te mogen worden.

Daarom liet de gemeente er de Stads Armeninrichting bouwen, nadat de school op de Blijmarkt (bij de tegenwoordige Fundatie) daarvoor te klein was geworden. In 1892 maakte het gebouw van de armeninrichting plaats voor het ‘Gouverneurshuis’, de ambtswoning van de Commissaris der Koningin.

In latere jaren werd het imponerende pand het onderkomen van de ‘Inspectie der Directe Belastingen’, onderdeel van de latere Belastingdienst. Ondanks protest van de Zwolse bevolking liet de gemeente het gebouw in 1985 slopen en nu staat er dit te moderne  appartementencomplex ‘De Genverberg’. Die sloop en het vervolg hadden, met de ogen van nu bezien, eigenlijk nooit mogen gebeuren. Of het huis “De Genverberg” het succes is geworden wat men er vooraf van verwacht had is nog maar de vraag.

Een goede vriend van me kwam er als snel wonen, de eerste bewoners waren toen al vertrokken. Hij hield het er ook niet lang vol, de sfeer in het huis, was en ik citeer niet letterlijk maar vat de verhalen erover samen met: de sfeer was niet te harden.

Soms is en blijft iets onbegrijpelijk.

Zo werd er geklaagd over de “lucht van gebakken vis” die uit de haringkraam van Timmerman kwam, die er trouwens al sinds mensenheugenis zijn plek had. Timmerman mocht - ik ben geen grote viseter dus heb ik het uit de tweede hand –  op den duur geen vis meer bakken alleen nog maar, de “thuis al” gebakken vis, in zijn kraam opwarmen.

Ik denk dan altijd: “Je wist toch van die viskraam toen je er ging wonen? Had dat dan niet gedaan!”  Ach ja, hoe noemen we dit soort hoogmoed ook al weer?  Gebakken lucht!

28-12-2020

 

Bol


187 BOL bew

Door het slechte weer van vandaag, lukte het me niet een geschikte foto te maken. Zeker niet van wat ik in gedachten had. Dus wordt het voor het eerst na bijna tweehonderd verhaaltjes een foto uit m’n archief, eentje van 7 december 2017 gemaakt om 23.04 uur en wel bij de Sassenpoort hier in Zwolle.

Dat moest wel in de avonduren want deze versiering, en ik denk ook andere  in de stad, gaat pas aan als de straatverlichting inschakelt. Passeer je nu overdag de Sassenpoort zit daarvoor een of ander gevlochten onherkenbaar gedrocht. Ja, als eenmaal de lampjes branden blijkt er een kerstman in schuil te gaan.  In deze toch al extra sombere coronatijd verdient de bezoeker iets meer. Het centrum van Zwolle is, voor de tijd van het jaar toch al ongezellig rustig en men komt er niet om raadseltjes op te lossen.

Ik lees dan wel dat er een lichtjes-tour is georganiseerd maar dan kan dus alleen als de straatverlichting brandt en er verder weinig in het centrum te beleven valt. En kom me niet aan met het argument dat het niet anders kan dan via de straatverlichting. Er woont vast wel iemand in de buurt, de burgemeester bijvoorbeeld, die tegen een passende vergoeding, vanuit het huis de stroom kan leveren. Bij de gemeente is vast wel een elektrotechnicus die kan uitrekenen hoeveel stroom zo’n pop verbruikt op een dag.

Ergens  in mijn achterhoofd hoor ik al iemand zeggen: “Dick toch, moet je zo kort na kerst al weer mopperen ?”  Eigenlijk: Ja!  Want Kerstmis, is het feest van het Licht. Dat licht geeft hoop, ik schreef het al eerder. Het is me ook bekend dat we het niet van de versiering moeten hebben, maar het zorgt wel voor een goede sfeer. Die dienen we met elkaar te bewaren. Op welke manier dan ook !

En zo is mijn verhaal weer rond. Bolrond.

27-12-2020

 

Klaar-over


186 KLAAROVER bew

De Wipstrikkerallee – de foto van vandaag maakte ik ter hoogte van mijn lagere school – was jarenlang een van de belangrijkste toegangswegen van Zwolle. Het meeste verkeer vanuit het oosten van het land kwam via die allee binnen en ging, voor de kenners, via de Brederostraat naar het noorden en via het centrum naar Kampen en het zuiden van het land. In de jaren vijftig van de vorige eeuw begon de groei van het autoverkeer en omdat, vanuit de school bekeken, er veel leerlingen aan de “overkant”, in de  Zeeheldenbuurt woonden werd het onveilig om over te steken.

Het Rijk bedacht in die jaren het fenomeen “Verkeersbrigadier” en onze school maakte dankbaar gebruik van die regeling. Verkeersbrigadiers, in de volksmond “Klaar-overs” genoemd en moesten minimaal 10 jaar oud zijn en waren in ons geval leerlingen die, in  de vijfde en zesde klas, toen dus in de hoogste klassen, zaten.

Mijn tweelingzus en ik hebben het, samen met een klasgenoot, die vlakbij de school woonde, bijna een jaar lang gedaan. We kregen een opleiding van een uurtje van een heuse politieman. En een witte koppel, u weet wel, zo’n witte riem met een diagonale band, een witte lange regenjas, en natuurlijk een stopbord.

Hadden zich genoeg leerlingen verzameld om over te kunnen steken riepen we: “Klaar ?”,  werd er goed uitgekeken en als het kon, klonk er: “Over !”. Jaren later - het werd te druk - werd die klus overgenomen door een aantal ouders, meestal ook afkomstig van “de overkant”.

Uit veiligheidsoverwegingen moesten we ‘s morgen vroeg al twee manshoge  metalen poppen, die verkeersbrigadiers voorstelden, op het midden van de weg, op enig afstand van de oversteekplaats, neerzetten. Iedere keer weer een levensgevaarlijke actie, vast en zeker achter een bureau bedacht.

We, de drie klaar-overs van dat jaar, kregen als dank aan het eind van het schooljaar een boek. Het mijne  had de titel  “De Zwervertjes van Napels”. Voor een jongen van 12 jaar was er niet door te komen. Laat bleek me dat het ging over het verheffen van de sociaal zwakke jeugd in Napels en het was geschreven door een toen zeer populaire priester Mario Borelli.

En dat voor een toen nog zeer protestantse school.

26-12-2020

 

Herberg


185 HERBERG bew

Op de foto van vandaag is rechts De Herberg te zien, de opvang voor daklozen in Zwolle en helemaal links een kleine kerk, Die van het Nieuw-Apostolische Kerk. De Herberg staat er, dat moet gezegd, al een poosje langer dan het kerkgebouw en dat past wel een beetje in het beeld dat ik vandaag wil schetsen. 

De Herberg is van oorsprong een initiatief van een, intussen bekende Zwollenaar,  Joop van Ommen, die in de tijd dat hij beheerder was van een sporthal was, het standpunt huldigde: “Zolang ik het kan voorkomen slaapt er in Zwolle niemand op straat”.  Helaas lukt dat niet altijd daarom zijn er de laatste weken extra slaapplekken gecreëerd door het bijplaatsen van containerwoningen. Zodat met Kerst niet gezegd zou moeten worden dat er voor hen geen plaats meer was in De Herberg.

In het bijbelse kerstverhaal gaat de herberg vooraf aan de stal, en vooraf aan de eerste ‘christengemeenschappen”, zeg maar aan de kerken. Ik heb wel eens het gevoel dat de kerken dat zijn vergeten. Want veel kerken zijn heel rijk geworden. In sommige kerken is het vooral goud wat er blinkt of bezit men veel onroerend goed en in sommige gevallen wordt er luxe van geleefd. Terwijl elk jaar dat verhaal  an de herberg en de stal er te horen is en ons ook, elk jaar weer, met de neus op de feiten drukt. We geloven het wel.

Het is bijzonder dat we ons in deze weken, in Coronatijd, nog drukker maken dan andere jaren over de wintersportvakantie. Of bij wie we wel of niet op bezoek mogen, of de bestelde cadeaus wel op tijd worden bezorgd. Of we wel of niet naar de bioscoop mogen, niet naar het mediapark mogen om de Top-2000 live mee te maken, en er miljarden worden uitgegeven om het bedrijfsleven in de benen te houden en noem maar op.

Het lukt ons niet om op persoonlijk vlak net zoveel invloed te hebben dan dat we met die miljarden hebben. We falen collectief als mensen dakloos worden, schrijnende gevallen in asielzoekerssfeer en toeslagenaffaire zijn heel vaak niet schrijnend genoeg want heel vaak komt ons eigenbelang om de hoek kijken.

Zo schrijnend als het kerstverhaal ons laat zien dat er geen plaats meer was in de herberg, zo laat het ook zien dat er Joop is, sorry, Hoop is!

25-12-2020

 

Kerstmis


184 KERSTMIS bew

Bij ons thuis was het echt Kerstmis als de boom opgetuigd was. In de tijd dat we nog echte kaarsjes hadden, zette ons vader  de boom, niet zo groot als die op de foto,  pas op kerstavond op, als wij als kinderen naar bed waren.   Op “derde kerstdag” verdween de boom weer, waarschijnlijk uit angst voor brand. Op kerstmorgen wekte hij ons met kerstmuziek. Met “Komt allen tezamen” dat klonk uit de luidsprekers van de uit de woonkamer onderaan de trap neergezette radio/platenspeler.

Als kinderen mochten we dan de boom bekijken. Zagen onszelf, als waren het lachspiegels, in de zilveren en glimmende kerstballen. Tikten tegen de klokjes aan, prikten ons aan het engelenhaar en maakten het kerstlied “Komt verwonderd u hier mensen” volledig waar. En zoals elk jaar hadden we medelijden met het zilverkleurige vogeltje met gekleurde staart dat maar niet, op welk takje dan ook kon, rechtop kon blijven zitten.

Na het ontbijt gingen we naar de kerk, op tweede kerstdag nogmaals maar dan naar een feestelijk zangdienst.  En natuurlijk hadden we een kerstdiner. Tijdens de voorbereiding werden we als kinderen naar buiten gestuurd en dienden we, in onze herinnering, de altijd strenge kou maar voor lief te nemen.

Ons vader maakte traditiegetrouw een perfecte witlofsalade, ons moeder braadde een rollade, kookte peertjes en als toetje vanillevla met Haagse bluf. En dan gingen de kaarsjes aan in de boom aan. Keek je dan met half dichtgeknepen ogen door het engelenhaar naar de vlammetjes werd het een sprookjesachtig beeld.

Er stond, in de buurt van de boom wel een zinken emmer met water klaar, voor het geval er een kaars hetzelfde ging doen als het vogeltje: scheefzakken. Dat die mogelijkheid bestond was de hele maaltijd aan het gezicht van ons moeder af te lezen.

Voor het nagerecht op tafel kwam las ons vader een kerstverhaal voor. Ik heb het zelden heel mooi gevonden. Je wist, van tevoren al dat het goed ging aflopen, vandaar. ‘t Is daarom ietwat wonderlijk dat ik, juist vandaag,  mijn eerste kerstverhaal geschreven heb.

O ja, een van mijn zussen zette, toen mijn vader alleen was, meestal voor hem de kerstboom op. Als laatste smeet ze in het bijzijn van vaders het, altijd nog hetzelfde, vogeltje met een boogje in de boom en daar zat ’ie tot de na de jaarwisseling, waar en hoe hij terechtkwam.

24-12-2020

 

Diezerpoortenbrug


183 Diezerpoortenbrug bew

We hebben in Zwolle een tweelingbrug of beter gezegd twee identieke bruggen. Die over de Thorbeckegracht ter hoogte van de Dijkstraat/Roggestraat en die op de foto vandaag aan het eind van de Diezerstraat.  De foto is genomen vanuit de Kerkstraat ter hoogte van Bakker Lindeboom.

Beide bruggen zijn rond 1950 gebouwd. Deze brug had zelfs nog een brugwachtershuisje maar dat is op verkeers- en bouwtechnische redenen ooit afgebroken. Nu staat de brugwachter, de enkele keer dat hij de brug moet bedienen, bij het knoppenpaneel en dient het afsluitend deksel daarvan hem dan als afdakje.

Ongeveer in het midden van de foto is een groot wit pand te zien. Nu in gebruik als Thais Restaurant BaiYok, een aanbeveling waard. In de jaren vijftig en zestig was het de IJssalon van Van Akker en een roemrucht trefpunt voor jongeren. De jongeren die zich daar verzamelden waar de tegenhangers van een groep die bij Talamini kwam. Het waren de “Kakkers” versus de “Talamini’s”.

183A Van Rossum's Troost bew

Tegenover Van de Akker rechts op de brug zat jarenlang een klein rookwarenwinkeltje, waarvan ik de naam nooit heb geweten, maar waarvan het reclamebord aan de zijgevel, naast het linker zijraam van de bovenverdieping, me altijd zeer heeft aangesproken. Misschien herinnert u het zich wel. “Rookt van Rossum’s troost” stond er als tekst op waarbij een dikbuikige heer z’n lange witte Goudse pijp met brandende tabak aanbood aan een in een schandblok vastgezette arme sloeber. Ik vond het toen al een daad van medemenselijkheid.

De dikbuikige man kon in 1954 weinig troost bieden aan de gebruikers van de brug toen een van de hijsarmen het begaf en de brug onbruikbar werd. En dan te bedenken dat al het verkeer uit het zuiden van het land, dat naar het noorden moest, dwars door het centrum van Zwolle reed. Let wel, ‘t is een dikke 65 jaar geleden.

De genie uit Wezep en ‘t Harde boden wel al heel snel troost. Zij bouwden een noodbrug en het verkeer kwam, tot begin april 1955 en zij het op een hobbelige manier, toch aan de overkant.

Ik neem aan dat de toen ook al aanwezige bejaarde mannetjes op de leugenbankjes er, al dan niet met een pijpje Van Rossums Troost, genoeg stof tot praten over hadden.

23-12-2020

 

Fundatie


182 FUNDATIE bew

“Wat was er eerder, de kip of het ei?” Die gedachte kwam bij me op toen ik dit tafereel, op het dak van Museum De Fundatie in Zwolle, voor het eerst zag. Ik vermoed dat ik niet de enige ben bij wie dat gebeurde.

In Zwolle wordt over het geheel, de opbouw en de vogel, heel verschillend gedacht. Dat is ook meestal de bedoeling van de kunstenaar en in de dit geval ook van de architect. Het moet worden gezegd, de huidige directeur Ralph Keuning van het museum is het gelukt het aantal bezoekers per jaar ermee op te krikken naar zo’n 300.000. (we laten dit coronajaar maar even buiten beschouwing).

Het museum is gevestigd in het voormalige gerechtsgebouw aan de Blijkmarkt in Zwolle. De foto van vandaag toont de minstens even zo mooie achterkant aan de Potgietersingel.

De vogel, toch duidelijk te herkennen als duif en niet als kip, is gemaakt door beeldend kunstenares Marthe Röling. Ze noemt het een vette gouden vredesduif en het is er eentje uit een serie van drie. Ooit had ze het idee om die duiven over heel de wereld te laten opduiken. Of de wereldvrede dat initiatief dwars zit of dat haar liefde voor straaljagers een te groot contrast is, dat duivenplan is nooit van de grond gekomen.

In 2012 en 2013 is het museum dusdanig verbouwd dat er een nieuwe expositieruimte is ontstaan op het bestaande gebouw.  Een creatie van architect Hubert-Jan Henket uit het Brabantse Esch. Hij kreeg er in 2013 de “Dutch Design Awards” voor. De opbouw  is afgewerkt met 55.000 wit-blauwe tegeltjes, gefabriceerd door de Koninklijke Tichelaar. Zo nu en dan zien wij Zwollenaren schoonmakers op hoogwerkers die de tegels afsoppen, anders levert een en ander niet de gewenste visuele effecten op.

Er zullen nog lang discussies over deze opbouw blijven bestaan. Want hoe benoem je het nu. Dat het niet makkelijk is, bewees een kunstcriticus die er veel lovende woorden over schreef. Hij noemde “het ei” : “Het nieuwe ‘bouwvolume’ op museum Fundatie.” Een volumineus idee.

Wat zullen we zeggen: “Om te onthouden !” of “Snel vergeten !” ?

22-12-2020

 

Stork


181 STORK bew

Tot ongeveer 1960 lag op de plek van de foto de zogenoemde “spoorhaven” en een draaibrug om de trein naar Kampen over de Willemsvaart krijgen. Wat er toen niet was, maar wel nog net te zien, links op de foto van vandaag, is het voormalige postkantoor en ėėn van de zaken waar Zwolle trots op is: “De Schuttebrug” die het busverkeer over het gehele sporendeel van het Zwolle station brengt, bij het sinds enige jaren, aan de zuidkant gelegen busstation.

Wat je er wel  ziet is het silhouet van wat in Zwolle nog vaak genoemd Stork Werkspoor wordt. Een bedrijf dat in 1827 z’n oorsprong vond in Hengelo en dat zich in Zwolle vooral bezig hield met het maken  scheepsmotoren en onderdelen voor dat soort te repareren motoren. Het woord “stork” kent ook een betekenis als ooievaar, vandaar heel lang dat dier in hun logo  terug te vinden was. Later kwam de naam “Wärtsilä” in beeld het verdween de ooievaar. De naam schijnt in 2016 opnieuw gewijzigd te zijn, maar dat is aan menig Zwollenaar ongemerkt voorbij gegaan.

Nu ligt het bedrijf in “Het Hanzeland” daar waar ooit, en veel oudere Zwollenaren kijken er met heimwee op terug, de Assendorperlure lag, een gebied met veel tuinderijen. Het was dan ook niet eenvoudig het bedrijf vanuit het centrum te bereiken.

Op twee manieren had ik er in “mijn koffietijd” mee te maken. De eerste was dat we er de  koffie leverden en menigmaal bezorgde ik bij de toenmalige kantinebeheerder Dragt de wekelijkse portie, De tweede was dat onze koffie uit de havens van Amsterdam, Rotterdam, Hamburg en Antwerpen werd meegenomen als retourvracht.

Onze bijna-buurman op de Thorbeckegracht de Fa. Lenderink & Zonen deed heel veel vervoer voor Stork naar diezelfde havens en kon dan, naar goed zakelijk gebruik, beter goedkoop wat meenemen dan leeg terugrijden. Wel moest hun personeel altijd goed opletten dat de koffie niet met (op de vrachtwagen achtergebleven) dieselolie in aanraking kwam.

Ik heb nooit kunnen ontdekken of het tarief dat Stork moest betalen niet met eenzelfde argument werd ‘verkocht”, zo van “We moeten toch voor Algra rijden”. Ik denk dus van niet maar…….

21-12-2020

 

Marius


 180 MARIUS bew

De laatste keer dat ik op de RK begraafplaats was, was in juli 2006 op een snikhete dag, daarover zo dadelijk meer.

Het Rooms Katholieke Kerkhof Zwolle, zoals het officieel heet, ligt aan de Bisschop Willebrandtlaan en is op 21 september 1841 als begraafplaats ingewijd. Vergeleken met de andere Zwolse begraafplaatsen is het een opvallend kerkhof. Ondermeer door de mooie kapel en door de toch vaak uitbundiger versierde grafmonumenten. Ik vermoed dat dat te maken heeft met, zoals dat vroeger genoemd werd, Roomse blijheid in tegenstelling met de Calvinistische stijve soberheid. ‘t Is wel zo bijzonder dat de hele begraafplaats in 1998 als beschermd monument is aangewezen.

Mijnheer Marius, zoals wij, medewerkers van onze koffiebranderij aan de Thorbeckegracht hem noemden, was lid van de familie Ten Doeschate, eigenaars van de lakfabriek Schaepman, onze achterbuurman ter plekke. Mijnheer Marius zou in gewone omstandigheden werkzaam zijn bij een instelling voor werkverschaffing, maar zijn familie loste dat anders op. Mijnheer Marius werd het factorum van de verffabriek. Om de twee jaar (bij benadering) kreeg hij een nieuwe Zundapp bromfiets, waar hij wijdbeens met trage snelheid door Zwolle reed. Hij deed de kleine klusjes waar niemand aan toe kwam, hij haalde de postbus leeg, deed noodzakelijke boodschappen, maakte soms machines in de fabriek schoon en kwam iedere dag bij ons koffiedrinken. Als je naar zijn activiteiten vroeg, gniffelde hij wat.

Zo kwam hij als snel op het idee om koffie te gaan verkopen aan medewerkers van Schaepman en van Scado aan de Ceintuurbaan, eerder onderdeel van Schaepman, later van DSM. Zo verkocht hij verscheidene kilo’s per maand. En Mijnheer Marius was Mijnheer Marius niet om daarmee een leuke zakcent, geheel zwart natuurlijk, te verdienen. Vroeg je ernaar gniffelde hij wat.

Hij overleed 93 jaren oud op 13 juli 2006, en werd begraven op het RK Kerkhof. Ik vond - ik kende hem perslot mijn hele leven – dat ik er mijn gezicht moest laten zien. De familie begroef hem geheel in hun stijl. Terecht.  Alleen op die bloedhete dag werd de officiële kleding zoals jacquets  en stemmig zwarte jurken een, figuurlijk, zware last.

Mijnheer Marius zou erom gegniffeld hebben.

20-12-2020

 

Menno


179 MENNO bew

De huizen aan de Menno van Coehoornsingel, op de foto van vandaag, zijn niet de meest opvallende panden van Zwolle. Ze waren  ook jaren verstopt achter een forse houten barak in het plantsoen dat voor hun deuren ligt en waar het gemeentelijk gasbedrijf kantoor hield. Terwijl Menno van Coehoorn wellicht meer verdiende.

Wie was ook weer Menno van Coehoorn, hoor ik u denken. Hij was militair en vestingbouwkundige en leefde van 1641 tot 1704. En heeft uit dien hoofde meerdere forten gebouwd waarvan als eerste het fort van Coevorden.

Voor Zwolle en omstreken was hij belangrijk omdat hij de IJssellinie heeft ontworpen, een verdedigingswerk dat als kern had het onder water zetten van grote gebieden, waardoor “troepenopmars” van een eventuele vijand kon worden tegengehouden. Dat verdedigingsmiddel is trouwens al die honderden jaren nooit gebruikt. Des te opmerkelijker is het dat de NAVO in 1950 nog besloot het, indien nodig, in te zetten om Nederland te verdedigen. Dat Van Coehoorn er niet aan dacht dat men er overheen kon vliegen is te begrijpen, maar de NAVO ?

Misschien hebben onze vroede vaderen ooit doorgekregen dat deze Menno nou niet de beste ideeën heeft aangedragen en dat ze daarom naar hem maar een klein stukje straat, van de Stenen Pijp tot de Librije (het oude Huis van Bewaring), pakweg 250 meter lang, hebben vernoemd. Het woordje “singel“ in de naam doet veel vermoeden, maar eigenlijk stelt het weinig voor.

Het rijtje huizen is niet te verwaarlozen. Mijn iets jongere zus heeft er, met mijn iets oudere zwager, het eerste jaar van hun huwelijk, op nummer 3 gewoond. Een bijzonder huis met aan de achterkant op de begane grond een enorme woon-eet-keuken van het Saartje model uit de tv-serie Swiebertje.

Door de hierboven genoemde houten barak en daardoor beperkte uitzicht, besloten ze hun slaapkamer op de begane grond in te richten en op de bovenverdieping te gaan wonen. Van daar uit hadden ze ruim zicht richting Diezerkade.

Zij hebben later, en nu nog, op bijzondere plekken in de wereld gewoond. Ik hoor ze daar wel eens over, echter nooit over dit huis. Ook hier heeft Menno duidelijk weinig indruk gemaakt.

19-12-2020

 

Skyline


178 Skyline bew

Er zijn gebouwen in de stad waarop men trots kan zijn. In Zwolle zijn dat bijvoorbeeld De Sassenpoort, het Broerenklooster (voorheen De Librije), bijna alle panden aan De Buitenkant en zo kunnen we wel even doorgaan.

Er zijn steden met bijzondere torens, waar men trots op is,  zoals Utrecht met de Domtoren, Delft met de Nieuwe Kerk, Groningen met de Martinitoren en natuurlijk Zwolle met “onze Peperbus” om van een veelheid er een paar te noemen. Die steden hebben inwoners die vaak bij het naderen van hun woonplek die toren zien, dan opgelucht ademhalen en zeggen: “We zijn bijna thuis!”

Als we nu de stad naderen, en dat telt ook voor veel andere steden, ben je het zicht op het  silhouet van de stad al snel kwijt door de vele hoogbouw en bedrijfsgebouwen in de periferie van de stad.  Alleen in Zwolle maken ze het naar mijn mening nu te bont. In de binnenstad of aan de randen daarvan worden oude panden gesloopt en komen er woningen dan wel appartementen voor in de plaats. Niets mis mee, zou je zeggen. Alleen het uitzicht op het centrum verandert enorm.

Een aantal van die appartementscomplexen zijn eigenlijk flats van tien tot veertien of meer verdiepingen hoog. Onlangs is zoiets opgeleverd op de Friesewal en op de foto is de nieuwbouw in de buurt van de bioscoop te zien. En dan kunnen architecten bedenken “we zetten er een puntdak op!”, maar ‘t is en blijft ordinaire hoogbouw. En zo ontstaan situaties zoals die op de foto van vandaag.

Ik leerde vroeger al op school dat om flatgebouwen heen, willen de be- en omwoners aan hun visuele trekken komen, veel ruimte nodig is, waardoor het nut van hoogbouw nog maar te betwijfelen valt.

Ik blijf het trouwens ook maar een storende zaak vinden dat een klein groepje bewoners in of om de binnenstad, die hoog wonen, kunnen genieten van een prachtig uitzicht op de stad en dat een groot veelvoud daarvan de, zeg maa,: laagwoners,  tegen deze woonkolossen mag aankijken.

Gelukkig blijven er altijd troostvolle gezegdes en spreekwoorden zoals deze:

Een dwerg blijft een dwerg, al klimt hij op de hoogste berg.

18-12-2020

 

Leenman


177 LEENMAN bew

Zwolle is voor de binnenvaart altijd een belangrijk plaats geweest. Zo is Zwolle bekend bij de schippers om het schippersinternaat dat er als sinds 1950 gevestigd is. Eerst in drijvende vorm, aan de Turfmarkt, later in de Willemsvaart, en daarna in nieuwbouw aan het eind van de Klooienberglaan.

Rond de jaarwisseling lagen veel binnenschippers graag in Zwolle. Natuurlijk vanwege de kinderen, maar ook omdat er, bijvoorbeeld rondom de Friesewal veel ruimte was om gezellig naast elkaar te liggen. Nog steeds kun je op 31 december, als de klok twaalf uur heeft geslagen, de scheepstoeters duidelijk horen.

Veel schippers hadden zich ook vaak bij een kerkgenootschap in Zwolle aangesloten en zaten dan zondags, als ze in de buurt lagen en niet hoefden te varen, daar in de kerk. Hun aantal was dusdanig groot dat er toentertijd speciale “schippersouderlingen” waren, vaak mensen met relaties in die wereld.

Als er hier een schippershuwelijk gesloten werd kwamen er velen naar Zwolle. De schepen waren dan uitbundig versierd - het zogenaamde  Vlagvertoon -  en als de bruid het “ouderlijk schip” verliet ging dat weer gepaard met “veel toeters en bellen”.

Ook Scheepswerf Leenman was reden om naar Zwolle te varen. Net als elk ander transportmiddel was er onderhoud nodig of werd het schip vergroot. Dan lagen ze een tijdje uit de vaart en was er de mogelijkheid om privé eens iets te regelen, zoals een vakantie of familiebezoek. Helaas, zo vermoed ik, werden de schepen steeds groter en werd de scheepswerf daardoor te klein. ‘t Is alleen jammer dat de tand des tijds nu wel heel erg aan de werf knaagt.

Trouwens, al die gewoontes geven ook aan dat het een heel eigen wereldje is, die van de binnenvaart. Men kent elkaar, men is vaak familie van elkaar èn men is elkaars concurrent. Dat die onderlinge banden wel eens belemmerend werken maakt het volgende voorval u duidelijk.

In het Zwolle-IJsselkanaal komen twee binnenschippers elkaar tegen, en de beide schippersvrouwen lopen een paar tellen met elkaar op. U kunt zich dat vast voorstellen.

Roept de ėėn over het water tegen de ander: “Heb je het al gehoord ? Onze Marietje moėt trouwen, maar we houden het geheim!”

17-12-2020

 

AA


176 AA bew

We kennen in Zwolle, het Aa-plein, de Aa-landen, nog niet zo lang geleden het Aa-bad en natuurlijk de Wijde Aa, de grote plas aan de noordkant van Zwolle. Alles vernoemd naar het water De Grote Aa dat nog steeds om Zwolle te vinden is en in Zwolle voor een groot deel uit het zicht, maar er nog wel, is.

Op de foto van vandaag is een klein stukje aan de rand van de Aa-landen, ter hoogte van de bekenbuurt te zien en draagt het bij aan de afwatering en het evenwicht in de natuur.

In de binnenstad, kwam de Grote Aa  ooit ter hoogte van de plek waar nu de Plantagekerk  staat de stad binnen en liep via Gasthuisplein, Oude Vismarkt, Grote Markt en Melkmarkt naar het Rodetorenplein waar het de binnenstad weer verliet. Ter hoogte van die Plantagekerk splitste zich ook een deel af richting het Eiland, Waterstraat en Bitterstraat en kwam ook op het Rodetorenplein uit. Beide watertjes waren een open riool, en zeker die laatste, de Kleine Aa, kon enorm stinken. 

Daarom werd in 1856 besloten de boel “aan te plempen”, zoals men het noemde. Niet uit gezondheidsoverwegingen, dat telde niet, maar als besparing op het onderhoud van kademuren en zodoende ligt er onder de Zwolse binnenstad nu nog steeds een overkapt riool. En zoals in elke oude stad worden er bij tijd en wijle weer plannen gesmeed om die overkluizing weg te halen en er weer een stadsgracht, bij voorkeur op de Melkmarkt, van te maken.

Dat bewoners van de binnenstad niet zitten te wachten op de geur van stilstaand water en de daarin drijvend afval, kan ik me voorstellen. Hoewel de romantiek van wandelen langs het water en een leuk terrasje me weer aanlokkelijk lijkt, blijft de vraag wie uiteindelijk de prioriteiten stelt. Voordat een hengelaar op de Melkmarkt denkt een visje te kunnen vangen, zullen nog wel wat jaartjes verstrijken.

Onze jongste zonen, toen negen en twaalf jaar, waren ooit wel aan het vissen, zelfs in het water op de foto. Boven hun verwachting sloegen ze een enorme brasem aan de haak, die ze niet durfden aan te raken, waarop de jongste even later hard hollend het huis in kwam en riep: “ Pap, Pap ! Kom !  We hebben een joekel, je moet helpen!“

 Aan u de eer om te bepalen of er sprake was van visserslatijn en van wie.

16-12-2020

 

OZO


175 OZO bew

In dit pand aan de Marconistraat in Zwolle, op de foto van vandaag, was in de laatste decennia van de vorige eeuw de OZO gevestigd.  OZO stond voor Overijssels Ziekenomroep en er waren meerdere omroepjes in Overijssel die zich zo mochten noemen. Dit was, zeg maar de vestiging Zwolle, ooit in de binnenstad begonnen.

Ze maakten programma’s voor alle toen aanwezige ziekenhuizen en verzorgingshuizen (destijds nog vaak bejaardencentra genoemd) en waren op vrijdagavond, zaterdag en zondag via te beluisteren. In de ziekenhuizen via kanaal twee, in de verzorgingshuizen veelal via de eigen omroepinstallatie.

Een aantal programma’s waren geënt op de actualiteit, zo werden belangrijke voetbalwedstrijden  en die van PEC Zwolle uitgezonden - door eigen mensen van commentaar voorzien – en werden zaken als verkiezingsuitslagen live gebracht.

Bij sommige andere evenementen was de OZO langdurig present, zoals op huishoudbeurzen als die in Ittersum of bij activiteiten op op koninginnedag. Daarvoor was zelfs een “eigen reportagewagen” beschikbaar.

Op zaterdagavond werd de top-veertig voor de jongere luisteraars in de ziekenhuizen uitgezonden en op zondagmorgen was er een easy-listening programma om prettige de dag te kunnen starten. En natuurlijk waren er de verzoekplatenprogramma, een veel beluisterd onderdeel van het uitzendschema.

En er werd, de opname-apparatuur stond er toch, op andere avonden in de week de “Gesproken weekkrant” voor blinden en slechtzienden ingesproken waarvoor een tweede groep vrijwilligers beschikbaar was.

Het medialandschap veranderde en de locale omroepen kregen een kans en in Zwolle begon de LOZ, de Lokale Omroep Zwolle. In een mum van tijd was de ziekenomroep aan hen een groot aantal medewerkers kwijt waardoor het maken van programma’s steeds moeilijker werd. Daarbij viste de LOZ behoorlijk in dezelfde vijver met luisteraars, waarna na verloop van tijd door de OZO besloten werd te stoppen. Alleen voor “Berkumstede” bleef een groepje medewerkers beschikbaar die daar studioruimte kreeg en die nog heel lang zijn doorgegaan. Zo lang zelfs dat in 2016 het zestigjarig bestaan van de OZO gevierd kon worden.

“t Is jammer dat het zo heeft moeten lopen, zeker omdat de lokale omroep in Zwolle nooit echt van de grond is gekomen. Teveel mensen daar hebben gedacht dat radiomaken een kwestie is van plaatjes draaien en tussendoor wat leuterkoek verkopen. Hoewel, als ik nu naar Radio 2 of Radio 3 luister, bekruipt me vaak dezelfde gedachte.

15-12-2012

 

Post


174 POST bew

De vader van mijn vrouw Janny was tot zijn pensionering in 1969 postbode van beroep. Dus heeft hij de tijd nog meegemaakt dat een postbode een eigen wijk had, daar zomer en winter tweemaal per dag, lopend of op de fiets  z’n ronde maakte. In de zomer in een lichtgroen PTT-post uniform de rest van het jaar in een grijs uniform met pet. En voor het regenweer een heel wijde donkerblauwe cape.  Dat waren nog een tijden….. Helaas heb ik hem nooit gekend, maar nog wel zijn collega’s van vroeger.

Toen werd er gemoderniseerd, de sorteermachines kwamen, de postbestelling ging naar eenmaal daags en heel langzamerhand verdwenen de postkantoren en agentschappen. Dat laatste waren kleine kantoortjes, vaak achter een sigarenwinkel of iets aanverwants, zoals in de Assendorperstraat en de Vechtstraat (Wie roken kan, kent Westerman).

Wat er ondermeer voor in de plaats kwam was, in 1971,  een enorme kolos met een PTT-post functie in de buurt van het station.  In de hoogbouw waren kantoren en een bedrijfsrestaurant gevestigd. De laagbouw was het sorteergedeelte, met daarnaast een laadperron waar de postvrachtwagens hun lading konden lossen. Dagelijks was het hier ook een komen en gaan van postbodes. Speciaal voor hen was er ook een fietsreparatiewerkplaats ingericht in het complex. Ongetwijfeld zal de architect van destijds het zelf prachtig gevonden hebben, maar het lijkt mij dat hij niet ver in de toekomst heeft gekeken. Nu rest er langs het spoor al weer decennialang een enorme lege betonnen puist.

In al die leegstand-jaren werd en wordt er gezocht naar een goede invulling. In de zomer van 2019 lazen we in de krant over “renovatieplannen”. Waarschijnlijk zijn die plannen intussen zelf al weer aan vernieuwing toe. Het stadsbeeld daar wordt er in ieder geval niet beter op. Maar wie weet, maak ik me nodeloos ongerust.

Dat zal komen door de toch wel bijzondere band die ik met het pand had. Zo’n twaalf jaar lang haalde ik er, voordat ik aan mijn werk begon, er de postbus leeg. Een routineklusje waarbij je meestal de zelfde mensen tegenkwam en altijd delfde route reed. Toen ik van baan veranderde reed ik, daarheen op weg, op de eerste werkdag, nog op de automatische piloot,  zo naar het postkantoor.

Ik denk dat de genoemde schoonvader glimlachend vanuit de eeuwigheid die vergissing heeft zien gebeuren.

14-12-2020

 

Groenteveiling


173 VEILINGGEBOUW bew

Als je Zwolle aan de noordkant via de Kranenburgerweg verlaat, kom je ter hoogte van stadsdeel Berkum, rechts van de weg het kantoren- danwel bedrijventerrein “Schreven” tegen.  Van 1958 tot ‘81 was daar de Coöperatieve Groente- en Fruitveiling gevestigd. De leden van die coöperatie  bepaalden voor een groot deel waar de warme maaltijden bij ‘de gewone man” uit bestonden: aardappelen en groente. Ik kwam er vaak wekelijks omdat ik bij de heer Endeman, die de kantine runde, koffie moest brengen.Ik mocht dat graag doen, omdat de geuren die in het veilinggebouw hingen, me terugbrachten naar de grootouders, van mijn moeders kant, die een groentewinkel in Bolsward hadden.

In de jaren zestig mocht ik meewerken aan het organiseren van de volkskerstzang in dat veilinggebouw. Bijna iedereen deed dat kosteloos, de kerstgedachte, de viering van de geboorte van het kerstkind, lag daaraan ten grondslag. De commerciële zaken werden toen meer rond 5 december uitgevoerd.

Er werd een metershoge kerstboom neergezet, een podium gebouwd waarop een muziekkorps zat dat de samenzang begeleidde, de burgemeester las het kerstevangelie, het publiek kon gebruikmaken van de gratis stadsbussen van Schutte en het Rode Kruis haalde moeilijk ter been zijnde mensen van huis.  En ja, iedereen zat op, in lange rijen neergezette, aardappelkisten.  En vaak kou te lijden.

Die laatste twee zaken waren wellicht de oorzaak van de terugloop in het aantal bezoekers. Men heeft nog geprobeerd het tij te keren door naar de Grote Kerk in de binnenstad te verhuizen.  Het massale van de veiling ontbrak er en daarom is men ermee gestopt.  Gelukkig is er de laatste jaren een alternatief ontstaan, vanuit de organisatie “Zingen onder de Peperbus”, en wel in “Theater De Spiegel”. Daar is het dan weer uitgegroeid naar een evenement met een vijftal “voorstellingen”. Helaas strooit Corona ook hier dit jaar fataal roet in het eten.

Vandaag de dag bepalen we vooral zelf wat er op tafel komt. Zeker met de kerstdagen. Alles moet kunnen, niets is te gek. Persoonlijk vind ik het jammer dat de franje van Kerstmis nu het belangrijkste is geworden. Het “kindeke klein” is wat ik met kerst mis!

13-12-2020

 

Vrijstaat


172 VRIJSTAAT bew

Landelijk is de “vrijstaat Ruigoord” bij Amsterdam erg bekend geworden. Als u er nog nooit van gehoord hebt, even een samenvatting. Ruigoord is/was een dorpje in de Houtrakpolder.  Er werd in 1968 besloten het dorp op te offeren voor een nieuw industrieterrein. Toen, na jaren er bezwaren tegen indienen, dat niet hielp, werd het hele dorp (het stond inmiddels leeg) in 1973 gekraakt.  Veel kunstenaars en vrijbuiters vestigden zich er en het lege kerkje van het dorp werd en is een soort van cultureel centrum geworden.

Ook Zwolle kent naar mijn idee zo’n soort van vrijstaat.  Het gebied dat zich bevindt aan weerszijden van de Weteringkade. Het terrein waar ooit de eerste elektriciteitscentrale van onze stad gestaan heeft. Er liggen in het kanaal aan de ene kant woonschepen in alle soorten maten en gewichten en aan de andere kant van de weg staan schuurtjes, werkplaatsjes, bouwketen etc. etc..

Eėn van de opvallendste woonboten is wel het schip op de foto van vandaag. De eigenaar heeft z’n fantasie de vrije loop gegeven en naar ik aanneem zal dit schip hem nu als een  jas passen.  Gelukkig zit, bij mijn weten, de gemeente de bewoners c.q. gebruikers van dit gebied niet teveel op de lip. Veel vrije geesten moeten de ruimte hebben om hun creativiteit in daden om te kunnen zetten. En er valt veel van hen te leren.

Zonder hen was de emancipatie, de  muziek, de film, het onderwijs en noem maar op, niet geworden wat het nu is.  En wat het nu is, noemen wij trots: Nederlands!

De eerlijkheid dwingt me te melden dat, toen ik vanmorgen ter plaatse was, ik van sommige zaken wel dacht: “Kan dat niet anders ? Moet dat echt zo ?”  Ik mag dan graag mijn Friese moeder citeren, die voor zaken waar wij de juiste woorden vaak niet kunnen vinden, wel een gezegde paraat had. In dit geval: “It griest my oan!”

12-12-2020

 

Drogist


171 DROGIST bew

De Vechtstraat in Zwolle heeft in de jaren tachtig van de vorige eeuw het model gekregen van de letter i-grec, de “Griekse ij”. Op de foto van vandaag zien we het pand dat in het middelpunt staat.  Links loopt de straat richting de Thomas à Kempisstraat, rechts zien we nog een stukje van het deel dat richting Middelweg loopt. Dat rechter deel heette ooit de Balistraat. Toen nog een smalle straat waar in 1909 de eerste woningen van, wat we nu noemen de Indische buurt, werden opgeleverd. Arbeiderswoninkjes van een dusdanige kwaliteit dat ze in de jaren zestig al lang en breed weer rijp waren voor de sloop. Ja, een dikke honderd jaar geleden waren er op veel terreinen nog grote klasse-verschillen.  Aan het eind van die Baistraat stond een kleine “zelfbedieningszaak” van het echtpaar Blom. Er achter, ook in de Balistraat stond een stel gammele “loodsen” die door de heer Dick Blom als pakhuis werden gebruikt.

In het pand op de foto, nu winkel van William van der Vegte, zaten vroeger twee neringdoenden. Het linkerdeel was ook toen al een groentezaak en wel van de familie Jansen.  In het rechter deel is jaren een drogist gevestigd geweest. De naam van de laatste eigenaar is me ontschoten, de naam van de voorlaatste was Meester.

En waarom weet ik dat nog zo goed ? Ooit zei mijn moeder me, ik zal een jaar of tien geweest zijn, toen ik net bij drogist Meester een boodschap had gedaan: “Misschien is dat ook wel wat voor jou, drogist zijn !” Ik schrok me rot.  Destijds was het vak van drogist een zeer eerzaam beroep, je was een medische vraagbaak voor velen. (Nu ben je vooral een cosmetica-, tandpasta-, shampoo- en bodylotionverkoper)  Maar mijnheer Meester was, hoewel lang, mager, brildragend en geduldig, niet de man die ik wilde zijn dan wel worden.

Hij moderniseerde niet. Misschien stond me dat toen al tegen. Als je nu, via zijn oude winkeldeur de groentezaak van Wiliam naar binnen gaat, open je die deur nog steeds met de koperen klink van drogist Meester. Voor mij heeft dat wel wat, eigenlijk hoop ik dat het nostalgie van de huidige eigenaar is.

11-12-2020

 

Oliebollen


170 OLIEBOLLEN bew

“Wil je nog een oliebol, Nol ? Wil je nog een appelflap, Ab ? Wil je nog een suikerboon, Toon ? Ik kan er toe de Pinksteren mee toe !”  Regels uit een versje van Toon Hermans.  Ons moeder zong dat niet want oliebollen bakken kon ze niet echt, laat staan appelflappen maken voor ene Ab.  En suikerbonen, wij kenden ze niet. Daarom toen de mogelijkheid zich voordeed haalde mijn vader op oudejaarsdag kant en klare oliebollen. Voor een gezin met zes jonge kinderen en relatief jonge ouders was dat een behoorlijke portie.

Natuurlijk, hoe kon het anders, bij Sipkema in de kraam. Op de foto van vandaag is aan de vlag te zien dat ze dat al vijftig jaar in Zwolle staan. In  mijn beleving, en misschien was of is dat ook zo, had die familie meerdere kramen en kwamen we ze weer tegen op de kermis in augustus in de binnenstad. Zo horen die twee begrippen “oliebollen en Sipkema” onlosmakelijk bij elkaar.

Op de foto, achter de kraam, ligt het Pannenkoekschip in de Thorbeckegracht, ook al weer verscheidene jaren. En toeval of niet dat drijvend pannenkoekrestaurant wordt ook gerund door een Sipkema. Ons moeder kon zeer goed pannenkoeken bakken maar toen ze besloten om, ter gelegenheid van iets feestelijks, met al hun kleinkinderen de platte ronde lekkernijen met stroop, spek en boter te gaan eten, werd toch maar voor dat schip gekozen.

De kleinkinderen die dachten in een razend tempo een wedstrijdje te kunnen doen wie het meeste op kon, kwamen bedrogen uit. Het aantal tegelijk te bakken pannenkoeken was daar te klein voor, de kok kon hen niet bijhouden. De betrokken Sipkema kon daar weinig aan doen.  Mijn  ouders hadden er beter aan gedaan om hun komst met dat hele koppel klein grut, van tevoren aan te kondigen.

Voor de kenners van onze familie kan ik meedelen dat we onze zoon Sipke niet  vernoemd hebben naar de oliebollenman.  Dat was echt een familiegebeurtenis. Wel is het opvallend dat hij de laatste jaren, rond deze tijd, beroepsmatig met het maken van honderden oliebollen tegelijk,  te maken heeft. En nee, wij eten niet de krenten uit zijn pap!

10-12-2020

 

Stalletje


169 STALLETJE bew

De mist verhinderde me vanmorgen een foto te maken die bij mij een verhaal  naar boven zou halen. Zeg nou zelf, een stelletje verkeerslichten of de Sassenpoort in die mist, erg inspirerend is het allemaal niet. En ineens was daar, in de Zwolse binnenstad, bij een kelderraam het tafereel op de foto van vandaag.  Een hele kleine kerststal.

Daar valt, of niets aan te voegen, of er van alles van te zeggen. Ik kies, voor een deel, voor het laatste. Omdat ik het een mooi symbool vind. Zeker in dit jaar 2020. Dit kerststalletje leert ons mensen, met de grote gebaren, het grote nieuws, de grote mond – en noem maar op – dat al het grote voortgekomen is uit iets heel kleins.

Veel oorlogen zijn ontstaan door hele kleine ergernissen. Het minuscuul kleine virusje in China is een wereldomvattende pandemie geworden, het heeft dit jaar ons leven erg bepaald.

Gelukkig pakken kleine dingen ook positief uit. Een zonnebloemzaadje  geeft ons prachtig grote bloemen of een zandkorrel in een oester groeit uit tot een prachtige parel.

In een kleine kerststal, op een schamel plekje, op een onbeduidend stukje aarde, werd wereldomvattende vrede geboren.  Duizenden jaren later weten wij, en een heleboel anderen, ervan. Het zal nog groter kunnen, mogen en moeten worden.

Op den duur gaat dat lukken ! Wees er zelf van overtuigd ! Dan wordt de vrede steeds opnieuw geboren. En gaat het een leven lang met je mee. Zelf op de fiets!

9-12-2020

 

Jaarboekje


168 JAARBOEKJE bew

Het zal ongeveer 1960 geweest zijn toen mijn vader zijn oudste vier kinderen vroeg of zij in de zomervakantie wel een leuk klusje wilden doen. Tegen een vergoeding fl. 0.025  per stuk ( vier voor een dubbeltje dus) konden ze het kerkelijk jaarboekje van de Gereformeerde Kerk (synodaal voor de kenners) in Zwolle rondbrengen. Wij, die kinderen, kregen prompt dollartekens in de ogen en zeiden natuurlijk direct van “Ja!”.

 Achteraf bezien viel ons de opbrengst vies tegen. Voor ongeveer duizend boekjes kregen we, met ons vieren de totale somma van vijfentwintig gulden. De huidige waarde zou vandaag de dag ruim zesenzeventig euro zijn.  Wel is in die vakantieweken, denk ik, bij mij de grondslag gelegd voor mijn interesse in de stad Zwolle en omgeving.

Hoewel Frankhuis - vandaag staat een bekend rijtje huizen daarvan aan de Hasselterdijk op de foto – nog niet tot Zwolle behoorde maar tot Zwollerkerspel, was er wel sprake van één kerkelijke gemeente. Vandaar dat aan die kant van de stad, het rijtje huizen dan ook wel de rand van ons bezorggebied was. Bij het laatste huisje van dit rijtje, ik meen nummer 31, hield onze bewoonde wereld  wel op.

Het is haast onvoorstelbaar dat deze smalle en kronkelige dijkweg heel lang de enige weg richting Hasselt, Genemuiden en Zwartsluis is geweest.  Pas in de jaren dertig van de vorige eeuw is de verlaten trambaan tussen Frankhuis en Hasselt  veranderd is een weg.

Bijna net zo onvoorstelbaar is dat, in het kader van de privacywetgeving, zulke kerkelijke jaarboekjes niet meer mogen worden uitgegeven, want de adresgegevens van alle broeders en zuster van de kerkelijke gemeente stonden er in. Nu zeg ik, hoezo ? Iedereen kende elkaar toen. En nu?

De privacy, van het individu is ver te zoeken als ik dat individu tegenwoordig in de weer zie,  en vooral hoor, met zijn telefoon in trein, in wachtkamers of in de natuur. Het hele lek en gebrek van betrokkene komt je vaak ongevraagd voorbij en dan denk ik: “doorgeschoten wetgeving wellicht?” Aan de andere kant, nu hoeven dit soort boekjes ook niet meer voor een te klein soort appeltjes en eitjes worden rondgebracht.

8-12-2020

 

Scheef


167 SCHEEF bew

Elke keer als ik er langs kwam, dacht ik: :daar moet ik nog eens een foto van maken.”  Vandaag heb ik het eindelijke gedaan.  In de schaduw van, of in ieder geval in de nabijheid van De Peperbus, toch wel dė toren van Zwolle, staat aan de Eekwal dit pand. En waarom wilde ik dit laten zien? Omdat er niet veel haaks is aan dit gebouw. Zo op het oog valt dat niet op maar bij nadere beschouwing is er eigenlijk geen hoek van negentig graden te bekennen.. Hoe dat ooit gekomen is? Geen idee.

Misschien heel simpel, door het feit dat de weg die ervoor langs loopt daar direct ook al begint te stijgen. Of misschien is er sprake van verzakkingen waaraan de gevel door de verschillende bouwvakkers simpelweg is aangepast. Als er in de loop der tijden wel sprake is geweest van dat laatste zijn er heel wat ruiten door de veranderende spanning in de sponning geknapt. Van even snel een nieuw ruitje inzetten zal ook geen sprake geweest zijn. Menig glaszetter zal er een beetje achterstevoren gebeden hebben.

Op die Eekwal werd “eek” gemaakt, een product van gemalen en gedroogde eikenschors dat weer werd aangelengd met water waardoor “run” ontstond dat in de leerlooierij gebruikt wordt. Daarvan waren ook veel bedrijfjes in Zwolle te vinden. In het laatste kwart van de 19de eeuw werd veel van de kleine bebouwing op de Eekwal gesloopt en zijn er grote herenhuizen voor in de plaats gekomen. Wel is er bovenop de wal nog het restant van een stellingmolen, type runmolen, terug te vinden.

“Eek” kende ik vroeger uitsluitend als een puzzelwoord met de omschrijving: “gemalen eigenschors” waarna ik het klakkeloos invulde. Net zoals ik het volgende Friese gezegde, klakkeloos van mijn Friese moeder overnam en dat vandaag heel goed past bij dat toch wel mooie pand op de historische plek: “ As ’t net kin sa’t it moat, dan moat it mar sa’t it kin!”

7-12-2020

 

Suisse


166 Suisse bew

Voor de wat oudere Zwollenaren is “Suisse” een begrip. Als café-restaurant in de Luttekestraat en als  zaal aan de Blijmarkt. In “Zaal Suisse” keek men naar films, toneelvoorstellingen en vierde menig Zwollenaar carnaval.  In het café kon worden gebiljart en het een en ander genuttigd worden.  En tussen deze twee onderdelen in lag “de wintertuin” een zaal met veel planten en rotan meubilair waar de liefhebbers op zondag nog wel eens eens een dansje konden maken.

Rond 1855 begon ene Antonius van Vilsteren in het pand Luttekestraat 17 een banketbakkerswinkel en om op te vallen noemde hij zich “confiseur “Suisse”.  In 1960 kocht Van Vilsteren het naastgelegen pand van Van Gend & Loos waarmee het horecadeel een forse uitbreiding kreeg. De namen “Suisse” en Van Vilsteren zijn altijd aan elkaar verbonden gebleven. Na het overlijden van de laatste eigenaar uit de familie, in 1998, werd Suisse gesloten. Bij de renovatie van beide panden, nu is het een modezaak, is de historie duidelijk terug te zien, een kwestie van even omhoog kijken.

Ons familiebedrijf, de koffiebranderij, leverde ook aan Suisse wekelijks een portie koffie waarvan toentertijd zo’n tweeduizend kopjes koffie konden worden gezet. Voorwaar geen kleinigheid.  Misschien hadden we dat te danken aan “Mijnheer Snijder” een gewezen administrateur van Van Gend & Loos, toen nog naast Suisse, die na zijn pensionering mijn opa een paar uur per dag op kantoor kwam assisteren.

Het was een kleine man die met een volle archiefdoos de zitting van zijn stoel ophoogde zodat hij de toetsen van de typemachine kon bedienen. Het was ook een humorvolle man die ons kinderen steeds voorhield dat hij politieman had willen worden, maar was afgewezen omdat hij niet langzaam genoeg kon fietsen.

Zijn, wat jongere, vrouw heeft trouwens nog jaren bij “Suisse” achter de schermen gewerkt. Ze woonden in een kleine flat aan de Meppelerstraatweg en zijn beide heel oud geworden. Wellicht heeft die wintertuin van Suisse en het het borreltje dat er geschonken werd, daar wel voor gezorgd.

6-12-2020

 

Pouw


165 Pouw bew

Ik kan vandaag natuurlijk beginnen met een flauw grapje: “De autohandel begeeft zich duidelijk op een hellend vlak!”, maar eerlijk gezegd is het te flauw voor woorden.  Daarbij, sinds ik mijn Janny ken, heb ik, - hebben wij - een zwak voor dit bedrijf. Janny vond er, in januari 1971 haar eerste baan als telefoniste-receptioniste toen de garage  als VW-dealer nog op de hoek van de Zwartewaterallee en Mozartlaan gevestigd was. Het was de tijd waarin de Volkwagen-kever zo ongeveer de meest verkochte auto was. De twee verkopers in het bedrijf, kwamen bij Janny in de receptie even telefonisch met de baas praten over de inruilwaardes, waarvan de klanten het antwoord niet mochten horen. Handel was handel en Janny leerde er veel.

Ver terug in mijn leef-tijd was  dé Volkswagendealer van Zwolle “Berendsen & de Graaf” op de hoek van de Brederostraat en Wipstrikkerallee, maar in de loop der jaren wisselde de dealerschappen nog al eens tussen de garagebedrijven. De laatste decennia hebben ze de koppen wat meer bij elkaar gestoken en vestigen ze zich bij elkaar op de industrieterreinen rond Zwolle. Pouw verkoopt nu naast Volkswagens en Skoda’s ook Audi’s en laat op een originele manier aan de automobilisten, die op de A28 voorbij razen, zien wat ze te bieden hebben.

In 1973 verhuisde Janny naar Groningen en kreeg een baan bij Theodorus  Niemeijer, de tabaksgigant. Ook daar leerde ze veel, vooral het roken want elke maandagmorgen kreeg ze voor een hele week haar rokertjes. Dat bedrijf, zo lazen we onlangs, gaat  er in 2023 mee stoppen. Of dat te maken heeft met het feit dat Janny begin dit jaar met dat roken is gestopt, dat zou heel goed kunnen.

Ik zou in dit verband graag zeggen dat ik zo trots ben als een Pouw op de manier waarop ze dat laatste heeft gedaan. Helaas dat is dus geheel fout gespeld. Maar trots blijf ik wel.

5-12-2020

 

Blalo


164 Blalo bew

Staande op de in 2015 gereed gekomen fietsbrug Blaloweg, waar ik de foto van vandaag maakte, realiseerde ik me dat ik zo ongeveer vierenhalve meter boven voormalige wegdek van de weg naar Kampen stond. Die weg begon naast de school, toen Christelijk Lyceum en nu C.C.C. genoemd, aan de Veerallee en heet nog steeds de Kamperweg. Nu ligt onder die brug de Blaloweg. Een weg tussen het verkeersplein Spoolde en de Zwartewaterallee en heeft, op de foto te zien, een afslag richting Kampen.

Een behoorlijk aantal zaken in Zwolle heeft “Blalo” in de naam staan, Zoals gezegd, de Blaloweg, het Blalopad en ooit was er een school die de Blaloborgh heette. Nu gesierd met de naam “Talentstad” wat me doet vermoeden dat als je geen talent hebt, je er ook niets te zoeken hebt. But what’s in a name ?

“Blalo” is de naam van een marke, een gebied met extra privileges, dat onderdeel van de Zwolse landgronden was. Eigenlijk was het soort van collectief van wat grotere boeren die gezamenlijk het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke gronden regelden.

Marken kwamen vooral in ons deel, het oosten, van Nederland voor.  De marke Blalo werd begrensd door ondermeer de marke Assendorp en de marke Katwolde. Zo krijgen ineens buurt- en straatnamen een diepere betekenis.

De Blaloweg in Zwolle is vooral bekend geworden doordat de voormalige Zwolsche Courant er jarenlang z’n drukkerij heeft gehad en door de vestiging van de vrachtwagenfabriek Scania, die nu uitgegroeid tot een enorm complex is.

Ooit haalde brug, aan het begin van de Blaloweg, de Holtenbroekerbrug het landelijk achtuurjournaal omdat het brugdeel – de brug stijgt en daalt horizontaal – opeens begon te zakken. Het binnenschip dat juist onder de brug doorvoer kwam klem te zitten. Voor de kijkers helaas, voor de schipper gelukkig, bleef de schade tot een minimum beperkt.

Bij vrachtwagenchauffeurs was de weg berucht door de wat laag over de weg gaande spoorbrug, nu naast de fietsbrug gelegen. Het euvel is verholpen maar menig vrachtwagen kwam er onder klem te zitten. En dat ondanks de waarschuwingsborden en de rood-wit-geschilderde metalen balk enkele meters voor die spoorbrug.  Waarschijnlijk hadden die chauffeurs een rood-wit-geschilderde plank voor de kop.

4-12-2020

 

Anno


163 Anno bew

“Anno 1914” staat op de gevel van het pand, aan de Rhijnvis Feithlaan, dat deel uitmaakt van “Artez” Hogeschool voor de kunsten. Het is een ouder deel van het vroegere Sophia Ziekenhuis, dat in 1972 naar de Ceintuurbaan verhuisde.  Ondanks het grijze, miezerige weer en de bedrijfswagens “voor de deur” heb ik toch maar hiervan de foto van de dag gemaakt, omdat ik een beetje schrok. De genoemde wagens zijn van een bekend sloopbedrijf en ik dacht even: “Het zal toch niet waar zijn ?”  en “Er is al genoeg waardevols naar de kloten gegaan de laatste tijd.” om de stalmeester van Wim Sonneveld nog maar eens te citeren.

Ik vind dit pand beeldbepalend voor dit stukje van deze Zwolse straat. Met ondermeer die bijzonder vormgegeven schoorsteen. Het pand behoorde bij, wat ze nu noemen, het facilitair bedrijf van het ziekenhuis. Er werd, volgens ons, bewoners in de buurt, regelmatig afval verbrand hetgeen duidelijk te ruiken was, als de wind de verkeerde kant op stond. In het hele ziekenhuis hing trouwens een geur, die je in het huidige “Isala” niet meer tegenkomt. De geur van een mix van ontsmettingsmiddelen, waarvan, in mijn verbeelding wellicht, lysol het belangrijkste onderdeel was.

In die jaren werkte ik – al of nog, ‘t is maar hoe je het bekijkt - bij de koffiebranderij en we leverden er de koffie. (Overigens ook aan het Rooms-katholieke ziekenhuis, maar die eisten een veel betere kwaliteit. De Gemeente Zwolle betaalde de koffie van het Sophietje, vandaar.) Die koffie moest ook in dat oude gedeelte worden afgeleverd waarvoor je om moest rijden, via de Turfmarkt, en naast het Stilobad het terrein van het  ziekenhuis kon bereiken.

Genoeg herinneringen aan dat ziekenhuis. Ik dacht u trouwens te kunnen vertellen dat daar in de buurt nog een pand is met zo’n soort schoorsteen. Op de Koningin Emmaschoolschool aan de Jacob Catsstraat. Helaas is die teloorgegaan bij een modernisering van het gebouw.  Het Dalton onderwijs, dat er gegeven wordt ,zal daarbij een rol gespeeld hebben. Daarbij ligt namelijk de nadruk op de keuzevrijheid.

Historie schijnt van ondergeschikt belang te zijn.

3-12-2020

 

Zalné


162 Zalne bew

Eigenlijk is dat een buurtschap aan de rand van Zwolle, dat in de 2e en 3e eeuw na Christus gelegen heeft, daar waar nu Landgoed Boschwijk ligt. Dat landgoed vinden we officieel  aan de Heiligeweg 11 in Wijthmen.  De Zalnéflat, die op de foto te zien is, ligt nog in de bebouwde kom van Zwolle, rechts van het laatste stuk van de Wipstrikkerallee, in het Weteringpark.  De bebouwing ontstond daar begin jaren zestig van de vorige eeuw en werd in de volksmond “de goudkust” genoemd. Want de gegoede burgerij zocht ook toen naar mooie woonplekken.

En zo werd aan de rand van de villawijk tegen het Almelose kanaal aan die Zalnéflat neergezet. Een wat ze noemden serviceflat waarvan men een appartement kocht en waar allerlei voorzieningen bij in te huren waren.  Zo kon men er hele prettige maaltijden bestellen, want het complex had een uitstekende keuken, er waren mogelijkheden tot, laat ik het noemen “medische bijstand” en er waren extra logeerkamers te reserveren zodat visite of familie prima kon overnachten, als dat nodig was.

Ik heb eerlijk gezegd nooit goed begrepen wat er, voor een oudere, aan het wonen in het gebouw nu zo prettig was. Natuurlijk hadden de meeste bewoners er een prachtig uitzicht, en waarschijnlijk, prettige buren. Maar een winkel voor de alledaagse boodschappen was er in de verste verten niet te bekennen. En om daar van het openbaar vervoer gebruik te kunnen maken, was alleen het streekvervoer beschikbaar en dat kwam nou weer niet in de binnenstad.  Kortom, op dat gebied was het armoe troef. Het kwam zelfs zover dat de appartementen in de jaren negentig voor bedragen tussen de 25.000 en 30.000 gulden werden verkocht.

Nu 25 jaar later, waar men de boodschappen per internet besteld en laat thuis bezorgen, er een tweede auto beschikbaar is en de vraag naar woningen weer wat groter en de rente laag is, gaan dezelfde appartementen ver boven de ton in euro’s  over de toonbank.

Huizenkopers beslissen tegenwoordig snel. Meestal is het “ja” na de vraag: “Zal ik ja of zal ‘k nee?”

02-12-2020

 

Diezerkade


161 Diezerkade bew

Het was voor ons als Zwolse kinderen die in het Wipstrikkwartier woonden, dè toegang tot het stadscentrum, maar de Diezerkade was voor ons natuurlijk ook de plek waar Jamin een (snoep)winkel had en waar het “warenhuis” van Bekendam te vinden was. Een winkel die wat betreft het assortiment erg leek op die van Jülf Albers in de Luttekestraat. Het scheen in vroegere tijden ėėn bedrijf geweest zijn en waren het filialen van elkaar. Een geschil in de familie schijnt de oorzaak van de splitsing te zijn.

Voor onze ouders waren er natuurlijk interessantere winkels te vinden voor zaken als de schoenen van Wieten (nog steeds trouwens), de mode van Korpershoek, de bloemen van Rijksen, het vogel- honden- en kattenvoer bij Van der Kooij en vakkleding bij Reitsma.

Bij Bekendam kocht je voor oud en nieuw je vuurwerk en voor Koninginnedag het balletje aan een elastiekje en een oranje of rood-wit-blauw speldje.

Aan de overkant van de straat, langs en in het water was ook veel te beleven. Naast te vaste woonschepen lagen er vaak binnenschepen, op een vrachtje (meestal turf of aardappelen) te wachten

Het is nu niet meer voor te stellen, maar bijna al het verkeer dat uit het zuiden van het land Zwolle naderde en door wilde reizen naar het noorden, reed door de binnenstad, en dan via de Diezerkade en de Thomas à Kempisstraat richting Meppel. 

Het was dan ook dringende noodzaak dat verkeer goed te regelen en daarvoor plaatste de gemeente verkeerslichten (de allereersten in Zwolle en tot in de jaren zestig de enige) op het kruispunt Luttekestraat met de Kamperstraat en Blijmarkt.  Toen de Zamenhofsingel (nu Burgmeester Drijbersingel) werd aangelegd werd de Diezerkade rigoureus aangepakt om het, meerdere verkeer te kunnen verwerken. Zo verdween alle laad- en losruimte aan de kadekant en verdwenen ook veel bomen die jarenlang voor een prettige sfeer hadden gezorgd.

Er staan aan het begin ook al weer jaren verkeerslichten. Rond 1863 stond op die plek een hek, waarmee men het centrum kon afsluiten als er geen tol werd betaald. Nu, vandaag met de mondkapjes- en anderhalve-meter-plicht zou bij drukte zo’n hek weer makkelijk zijn.

01-12-2020

 

Kerkbrugje


160 KERKBRUGJE bew

Op de foto van vandaag zien we een deel van het Ter Pelkwijkpark met op de achtergrond het, welhaast bij iedere Zwollenaar bekende, Kerkbrugje. In 1877 al aangelegd, om het de bewoners van buiten makkelijk te maken het centrum te bereiken.  Heel lang is het een draaibrug geweest, voor kleine jongetjes fascinerend, voor wachtenden een crime. Nu is het een vaste brug, waarbij voor uitzonderingsgevallen, één brugdeel omhoog gepompt kan worden. Daarvoor dient dan wel een gemeentewerker met aggregaat te komen opdraven, trouwens ook dat is voor de jongetjes van nu weer enerverend.

Aan de centrumzijde ligt het al genoemde Ter Pelkwijkpark en de Ter Pelkwijkstraat. Beide vernoemd naar Jan ter Pelkwijk (1769-1835). Het was een tweevoudig doctor, afkomstig uit Heino maar woonde z’n hele werkzame leven in een eenvoudige bovenwoning in de Diezerstraat. Hij was bezeten van onderwijs, gaf natuurkundige lezingen en  schreef er boeken over. Hij werd gezien als een vat van kennis en was erg populair. Vandaar dat er een bijzonder grafmonument op zijn graf is geplaatst en ruim veertig jaar later de twee straten naar hem zijn vernoemd.

Die nieuwe straatnamen waren nodig omdat de bolwerken die ter verdediging in de 17e eeuw om Zwolle waren aan gelegd, werden gesloopt. Op de plek van de foto lag het Bolwerk “Aan de Ziel”.  De ziel was in dit geval een kleine sluis die de waterstand regelde aan het begin van de Grote Aa, die via het Gasthuisplein en de Melkmarkt naar het Zwartewater liep.

Ooit kwam een vriendin van mijn moeder, een Friese wijkverpleegster met veel gevoel voor humor, gierend van de lach bij ons thuis binnenvallen.  Ze genoot nog na van het voorval dat haar net daarvoor was overkomen. Fietsend op dat Gasthuisplein was ze aangesproken door een echtpaar dat, naar hun zeggen, op zoek was naar de Terpel Kwijk Straat. Daarna is dat bij ons in de familie een heel bekende straatnaam gebleven.

30-11-2020

 

Hoofden


159 HOOFDEN bew

Het pand op de foto van vandaag is te vinden in de Goudsteeg, achter het stadhuis van Zwolle, en heeft de naam “Het huis met de Hoofden”. Als ik de historie van dit pand goed begrijp is het eigenlijk een aanbouw van een pand al gebouwd in 1464 aan de Bloemdalstraat, het pand dat nu bekend staat als woonhuis van Joan van der Capellen (1741-1784). Dat was een politicus die in de boeken staat als grondlegger van de patriottenbeweging. Er is in Zwolle het een en ander naar hem vernoemd. “Het Huis met de Hoofden”  ontleent zijn naam aan een vijftal balkdragers in een van de vertrekken in het pand en, ook bijzonder, door de trapgevel met wat men noemt gedraaide pinakels. Dat voor de liefhebbers en echte kenners van dit type bouwwerken.

Het huis heeft vele bestemmingen gehad. Als het in de Goudsteeg van Zwolle staat. kun je er de donder op zeggen dat er ook onderwijs in is gegeven. Zo was hier ooit een kostschool, een ambachtsschool en een gymnasium in onder gebracht.. Daarvoor was het een wijnpakhuis en na het onderwijs was verffabriek Van Wijhe er tot 1966 in gevestigd. Die mochten na verkoop van het pand “de vijf hoofden” houden en daarom zitten er sinds de restauratie afgietsels van op de originele plekken. Mij staat bij dat Van Wijhe Verf, zoals ze nu landelijk bekend zijn met hun Wijzonol producten, de hoofden ooit aan de gemeente Zwolle of aanverwante instantie heeft geschonken, maar een bewijs daarvan heb ik, jammer genoeg, niet kunnen vinden.

De koper van het pand destijds wilde er, ik meen 35 appartementen in bouwen, hetgeen op groot bezwaar van buren en de Vrienden van de Stadskern stuitte. De gemeente was toen zo verstandig om het pand zelf in eigendom over te nemen en nu is het al jaren in gebruik als een sfeervolle muziekschool.

Als ik de naam “Het Huis met de Hoofden” hoor noemen, krijg ik bijna altijd een vreemde associatie met een schilderij van Caravaggio. “Salomé met, op een groot bord, het hoofd van Johannes de Doper”. En dat dan vijf keer!  Nee, zo gruwelijk was het op geen enkele school in de Goudsteeg.

29-11-2020

 

Maatgravendijk


158 MAATGRAVENDIJK bew

De dijk met deze naam ligt als waterkering tussen de Vecht en Berkum. Die naam is pas midden in de negentiger jaren van de vorige eeuw gegeven, de dijk is zelf veel ouder. Het gebied achter deze dijk heeft al veel langer de naam “Maatgraven”. Sinds vandaag weet ik dat een “mate” laaggelegen grasland is dat in de winter onderloopt en daardoor weet ik nu ook dat er een wijk in Zwolle-Zuid is, die klaarblijkelijk ook op laaggelegen gebied ligt met de straatnamen die op “mate” eindigen.

Op de foto van vandaag zien we links in de mist – het is niet anders, het is eind november – de contouren van de Kranenburgerweg die verderop zijn aansluiting heeft op de weg naar Ommen en de weg naar Nieuwleusen.  Daarachter, helemaal niet te zien, ligt “de Hessenpoort” een van de jongste bedrijventerreinen van Zwolle. Je kunt je afvragen of het erg is dat we het vanaf dat punt niet zien. Dat we genoeg van alle bedrijvigheid horen is, vaak meer dan genoeg.

Ooit reed ik een een nog dichtere mist op het deel van de A28 dat naast de Kranenburgerweg ligt. Ik kon net nog de volgende witte streep op het wegdek zien, en zo kwam ik uiteindelijk met een sukkelgangetje op de plek van bestemming.

Erger dan mist overkwam me op een avond, in een het donker. Een opspattend steentje op mijn voorruit maakte daar met een knal “matglas” van. De oranje natriumlampen langs  de weg zorgden voor zoveel schittering dat ik noodgedwongen mijn hoofd door het “schuifraampje” (het was een Renault 4) van het linkerportier moest steken om de weg naar huis te kunnen zien.  Daar aangekomen heb ik voorzichtig, de deur gesloten, de voorruit bleef erin zitten.

‘s Morgens vroeg ben ik naar de garage gereden en daar smeet de monteur de deur met klap dicht. Met veel geraas stortte de vooruit de auto in. “Da’s de snelste manier om zo’n ruit eruit te krijgen” zo sprak hij. Vast wel wetend dat ik nog maanden lang glas zou horen rammelen in het ventilatiesysteem van die vooruit. Autoglas is tegenwoordig van betere kwaliteit, mist in het verkeer is helaas nog altijd even slecht.

28-11-2020

 

Emmawijk


157 EMMAWIJK bew

Vlak bij de keersluis ligt een straat die door z’n aanleg een driehoek vormt, en wel de Emmawijk. Op de foto van vandaag is het deel aan de zijde van Park Eekhout te zien. De grond waarop de Emmawijk is gebouwd kwam vrij nadat rond 1875 de uitmonding van de Willemsvaart in de stadsgracht,  meer naar het westen  was verplaatst. Die vaart mondde uit in de Nieuwe Haven, vandaar dat de Burgemeester Van Royensingel pas bij Park Eekhout begint.

Het was vooral de gegoede burgerij die er vanaf 1891 woningen liet bouwen. Pas in 1902 werd de straat beklinkerd en zes jaar later werd voor de paardentram op het Katerveer rails door de straat aangelegd. In 1950 was de Emmawijk een van de eerste straten die elektrische  verlichting kregen. Het feit dat “de gegoede burgerij” er woonde zal daar, helaas, wel een belangrijke rol in hebben gespeeld.

Mijn persoonlijke herinneringen aan die straat zijn van een lager allooi. Doordat mijn vader, in loondienst was bij zijn vader, waren wij “verplicht verzekerd” bij het ziekenfonds en mochten daarom bij huisarts en tandarts niet op afspraak komen, maar moest je op je beurt gaan zitten wachten in een vaak volle wachtkamer. Daarom zocht mijn vader een beginnend tandarts die nog “klanten” zocht en daar niet moeilijk over deed, die hij vond aan deze Emmawijk.

De tandarts en mijn vader konden het goed met elkaar vinden. Wij als kinderen Algra veel minder. Wij lagen de nacht voor een tandartsbezoek te woelen in bed, zo zagen we er tegenop. De gegoede burger en tandarts verhuisde later naar een villa op de Veluwe; z’n praktijk bleef op deze plek en het woonhuis stond jarenlang leeg. Bij het binnenkomen rook je, zoals ik het iemand ooit zo mooi hoorde zeggen: “de geur van het stilstaande leven.”

Toen ik er jaren later eens met een van mijn kinderen langsfietste, zei die, de verhalen kennende: “Hier woont die boze tandarts, hè ?”  Over de doden niets dan goeds, maar voor de kenners onder ons: z’n achternaam begon met een B en eindigde op eekman.

27-11-2020

 

Synagoge


156 SYNAGOGE bew

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik in mijn dagelijkse leven iets tegenkom dat met Jood-zijn te maken heeft, zoals vandaag de Synagoge van Zwolle, bekruipt mij toch steeds weer een gevoel van onmacht.  Misschien wel omdat  ik van na de Tweede Wereldoorlog ben - er is mij uitgebreid over verteld en heb ik er veel over gelezen -  ervaar ik onmacht om er goed mee om te kunnen gaan. En als ik de tekst op een gevelsteen bij de ingang van dit gebouw lees, wordt dat niet beter.

Er staat:
“Op Sabbat der Vertroosting, thans vijftig jaar geleden,
werd dit gebouw aan God gewijd: gedenken wij het heden
op deze plek eens kern van zevenhonderd zielen,
Herinneren we ons met smart, die om hun Jood-zijn vielen.
Waar vinden zij thans troost, wie ’t leven werd gelaten ?
In het wonder: Israel, een staat onder de staten.
6-8-1949”

Ik vroeg me na het lezen hiervan “Hoe kun je met dat wonder verder ?”

Toch is er na die oorlog ook veel gelachen, vooral met de Joodse mensen die overleefd hadden en met hun kinderen. De humor, waar heel vaak toch verdriet en ook onmacht onder ligt, hoort misschien  ook wel bij het ondragelijke mogelijk maken, bij overleven. Die humor vertelt ook veel over hun leven.

Ik heb een slager gekend die zijn opleiding had gehad, voor die oorlog, bij een Joodse slager. Hij kende de gebruiken, de humor en ook veel van de uitdrukkingen. Het was een zuinige man die zichzelf kenmerkte door te zeggen: “Als ze Gevert roepen, kijk ik niet om !”.  Vandaar dat hij ook vaak zo’n Joods gezegde gebruikte, als hij iets moest betalen wat hem niet uitkwam. Op Sabbath mocht de Jood geen geld bij zich hebben, dus als er door de weeks om betaling werd gevraagd, en uit armoe kon dat niet,  zei men: “Ik heb m’n sjabbese vessie an”.

Veel meer heb ik niet van deze slager geleerd.

26-11-2020

 

Sinterklaas


155 SINTERKLAAS bew

Het hoekje op de foto van vandaag is tegenwoordig een rommelig pleintje, ik vind dat jammer. Vroeger had het wel wat, het Koningsplein in de binnenstad van Zwolle. Want er kwam veel publiek langs. Oorzaak: Vrummes en Drummes zoals mijn moeder pleegde te zeggen als ze V & D bedoelde.  De witte deur op de foto was de achteruitgang van dat warenhuis dat officieel in de Diezerstraat gevestigd was.

Als je, als 5 december gelovige, bij die deur stond, tijdens de meest spannende weken van het jaar, kon je niet dichterbij de Goedheiligman komen. Op afspraak kon je bij zijne heiligheid op audiëntie. Hij zat dus in dat achterste deel van de winkel op een grote rode stoel, met baldakijn en in het bijzijn van twee Zwarte Pieten, zijn assistenten.  Doordat je met volle aanbidding naar de Sint stond te kijken. in afwachting wat komen ging, zag je niet dat je moeder een papiertje afgaf met enige belerende teksten die jou konden worden toegevoegd.  Daardoor was je ook verbaasd dat die kindervriend alles van je wist.

Kwam je, in de rest van het jaar, bij diezelfde deur werd je keer op keer herinnerd aan dat spannende moment.  Op de zomermiddag na, dat op het pleintje, links van de ingang, er een poppenkast stond. Met de echte, het kon niet anders, Jan Klaassen en Katrijn, een politieman en een boef. En we schreeuwden onze kelen schor om Jan Klaasen te waarschuwen voor de ellende die Katrijn hem al had aangekondigd. Het was het vaste stramien van de voorstelling.

Met de wijsheid van nu, om in dit kader maar eens een modeterm te gebruiken, was dit pleintje eigenlijk een kindgevaarlijk hoekje. Er was, dien ik nu te begrijpen, sprake van discriminatie in december en er was in de zomer sprake van vrouwonvriendelijk machogedrag bij het echtpaar Klaassen.  Ik weet zeker dat ik het als kind in beide gevallen niet zo beleefd heb. Later heb ik het ook niet toegepast in mijn doen en laten, daarom weiger ik me dan ook in een hoek te laten zetten, waarin ik bepaald niet thuishoor.

25-11-2020

 

Kolenboer


154 Kolenboer bew

Voor de komst van het aardgas verwarmden de meeste mensen hun huis met kolen. In mijn ouderlijk huis was ‘s winters de sfeer ‘s morgens vroeg al snel tot onder het vriespunt gedaald, als in de loop van de nacht de kachel weer eens was uitgegaan. Het duurde even voordat de kamertemperatuur en het humeur weer op peil waren. 

De schrijver dezes was, als enige zoon, verantwoordelijk voor het kolenscheppen vanuit het kolenhok. Zoals bij veel mensen stond ergens is een verloren hoekje van een tuin, een schuur, of balkon zo’n hok. Als het goed was met een vloer die van voor naar achter opliep, zodat de kolen als vanzelf naar voren rolden. Nou was dat bij de grove antraciet niet vanzelfsprekend, de vettere eierkolen en de later op de markt verschenen “nootjes vier” gleden met graagte naar voren. Zo niet hield je van het schrapen een zwarte arm of mouw over, maar ach, “even afkloppen en klaar was Kees”.

Als de voorraad bijna op was, kwam na een telefoontje de kolenboer langs.  Er waren in Zwolle een aantal grote namen op dit gebied. Vanuit mijn herinnering: “Mijnheer”, “Wolters” en “Trooster” en er zullen ongetwijfeld meer geweest zijn. De meeste van hen hadden een loods aan de Deventerstraatweg staan, tegen “het spoor” aan. Op de foto van vandaag is de laatst overgebleven loods daarvan nog duidelijk te herkennen. Daar konden de per trein aangekomen kolen zo gelost worden.

Dan werden ze in zakken van een half mud gestort. Een mud is een oude inhoudsmaat die nu nog in de kolenhandel gebruikt wordt. Een mud is ongeveer 100 liter en een gezin kon (gemiddeld) met 30 mud de hele winter stoken.

Bij ons thuis kwam een wat kleinere kolenboer, zowel qua handel als postuur. Hij was “een broeder in het geloof” dus verdiende hij de voorkeur van mijn ouders. Samen met zijn zoon, bezorgden ze ons de kolen, via de brandgang achter de huizen in de achtertuin. En of ze nu vroeg of laat op de dag kwamen, ze zagen er altijd even zwart uit. Als jongetje vroeg ik me dan ook af of ze soms ook zo zwart in bed lagen.  Het moest  haast wel, vermoedde ik.

24-11-2020

Kanaal


153 Kanaal bew

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was in een prachtig pand in Zwolle, te weten Potgietersingel 2, de dienst “Beheer kanalen Overijssel” onderdeel van Rijkswaterstaat, gevestigd. En dan te weten dat er zegge en schrijve drie kanalen zijn in onze provincie. Ik heb in het pand ook zelden enige reuring gezien terwijl ik er vanaf mijn werkplek in die tijd uitzicht op had.

Op de foto van vandaag is het begin van één van die drie kanalen te zien, en wel het Almelose kanaal. Het begint bij de Schoenkuipersbrug als was het een aftakking van de Zwolse stadsgracht. In 1855 was het graven er van gereed. Ruim honderd  jaar heeft het zijn functie voor de scheepvaart gehad. Daarna is het kanaal overgedragen aan het Waterschap Salland en speelt het een rol in het waterbeheer in de regio.

In een deel van Zwolle ligt er, aan de zuidkant, pal naast, een tweede, smaller gegraven kanaal(tje). Dat was vroeger de afwatering van het koelwater van de “oude IJsselcentrale” die ter hoogte van de Weteringkade z’n plek had. Op landkaarten houdt daar dat Koelwaterkanaal ook zomaar op.  Het mondt uit in het hoofdkanaal ter hoogte van de Nieuwe Vecht.

Het Almelose kanaal, verandert in Zwolle al van naam. In de Marslanden wordt het Nieuwe Wetering, en bij Langeslag gaat het over in het Overijssels Kanaal. Waarom het hele kanaal niet dezelfde naam heeft blijft nog wel even de vraag, misschien heeft de eigenwijsheid van Zwollenaren ermee te maken.

Zelf heb ik trouwens niet zoveel met het Almelose Kanaal, laat staan met Almelo. Ik ben er, naar ik me kan herinneren, slechts eenmaal geweest. Mijn oom Jelle, woonde er toen het nog een textielstad was, en ik mocht een paar dagen bij zijn gezin logeren. Dat ging nog wel. Alleen de heenreis die was (anno 1958) bij hem achterop de Solex . Rampzalig. Ik heb er nog steeds een litteken onderaan mijn rug aan overgehouden.

23-11-2020

 

Leuker


152 Leuker bew

Op de zonnige morgen van vandaag reed ik bij toeval langs het belastingkantoor in Zwolle en dacht welhaast automatisch: ”Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker!” En ik realiseerde me dat ik die slogan sinds de “Toeslagenaffaire” niet meer  gehoord heb. Nu heb ik het altijd al een kreet van niets gevonden, want het woord “Leuker” ervan laat ons vermoeden dat het meer dan leuk zou worden en het dus al leuk was. (Leuker kan ik het niet formuleren.) In de jaren dat ik meedraaide in het zakenleven had ik natuurlijk, meer dan nu als pensionado, met hen te maken. Hoe graag ik ook zou willen, eigenlijk was het nooit leuk. De Ontvanger der Belastingen, ook in dit kantoor z’n plek hebbend, week zelden of nooit af van welke betalingstermijn dan ook, controles van de loonadministratie en omzetbelasting werden met grote regelmaat uitgevoerd. En ik kan u met de hand op het hart verzekeren, er werd nooit iets echt onregelmatigs gevonden.

’t Probleem was toen al dat men bij de fiscus uitging van hun idee dat elke belastingbetaler probeert de boel te flessen.  De dienst ging ook toen al uit van fouten, nooit van vergissingen of onwetendheid. Ooit kregen wij een controle en de ambtenaar die op maandagmorgen binnenstapte, kreeg natuurlijk allereerst een kopje koffie aangeboden. Wat verwacht je anders bij een koffiebranderij. De man keek op z’n horloge en zei: “Nee dank u, ik ga aan het werk.” Zo’n twintig minuten later herhaalden wij ons aanbod en opnieuw bedankte hij. Als fervente koffiedrinkers keken we daar al een beetje van op en het werd nog opmerkelijker toen we het aanbod een half uur later opnieuw herhaalden. De man sprak toen de, voor mij, hilarische woorden: “Wilt u ophouden met het mij aanbieden van koffie! Dit riekt naar omkoping!” 

Dat het toen, bij uitzondering ook anders kon, bewees bij ons een inspecteur die ontdekte dat hij en ik dezelfde hobby hadden waardoor er een prettige sfeer ontstond. Toch zag je hem zo nu en dan denken: “Ik moet het niet leuker maken!”

22-11-2020

 

Reinders


151 REINDERS bew

Staande op het bruggetje waarnaast onze middelste zoon ooit een smak op het ijs maakte en de jongste zoon op een zaterdagmiddag te water raakte, zie ik, in mijn verbeelding, nog steeds de fabriekspanden van Reinders Slaoliefabrieken staan. Heel lang was de aanwezigheid van deze fabriek bij ons in de buurt, ik groeide er tegenover op, te merken. Hoorde je ze niet, dan zag je wel de schepen die er kopra losten of rook je het verwerken ervan. Kopra, gedroogd vruchtvlees van de kokosnoot, was indertijd een grondstof voor die beroemde slaolie.

Als de wind onze kant uit stond, hing er een wat vervelende weeïge geur in de buurt en in de eerste helft van de vorige eeuw braakte de fabriek ook nog de nodige roethoudende rook uit. Als je nu, met een hamer een flinke klap op de hanenbalken van de zolders van, bijvoorbeeld de Tesselschadestraat, geeft dwarrelt er nog steeds roet naar beneden.

Toch hoorde dat fabrieksmatige bij de buurt. De molen De Passiebloem is daar een bewijs van. Aan “onze kant” van de Nieuw Vecht was het bedrijf “Mees Bouwmaterialen” gevestigd en iets verderop “Schotkamp”, waar grote ijzeren constructies werden vervaardigd. Voor jongetjes, die nog veel tijd op straat doorbrachten, een ideale buurt. Reinders was voor ons zo gewoon, dat we ons zelfs een beetje trots voelden als we op een Zwolse viskraam zagen staan: “Waarom heeft Bastiaan zulke lekker vis? Omdat die in Reinders slaolie gebakken is!”

Later, in 1970 werd het werd het bedrijf, door een overname, onderdeel en zelfs hoofdkantoor van Golden Wonder, en werden er chips geproduceerd. Dat heeft tot het eind van de vorige eeuw geduurd. Na enkele jaren leegstand is alles gesloopt en is er de woonwijk, deels op de foto, gebouwd en in 2009 opgeleverd.

Voor hen die het weten willen: de middelste zoon mankeerde niets, de jongste had amper z’n zwemdiploma, raakte niet in paniek en zwom onder het bruggetje door, want daar kon hij makkelijker de walkant opklimmen. ’t Is ook nooit een paniekvogel geworden.

21-11-2020

 

Linwo


150 LINWO bew

Tussen 1965 en 1975 was het topdrukte bij de woninginrichters, ook in Zwolle. De “geboortegolf” van na de tweede wereldoorlog trad in het huwelijk en dat had zo z’n consequenties. Er moesten veel flatjes worden aangekleed. Daarvoor waren gerenommeerde zaken in het centrum van Zwolle te vinden zoals er waren Eikelboom aan de Diezerpoortenplas en Batjes aan de Melkmarkt om er een paar als voorbeeld te noemen. In een wat populairdere prijsklasse was op de hoek van de Vermeerstraat en Holtenbroekerweg Woninginrichting “Linwo” gevestigd. De naam was een afkorting die uit de naam van de eigenaar, Van Lingen, en z’n nering bestond.

De ergste materiële schade van die oorlog was in die tijd zo’n beetje verholpen maar bij veel bruidsparen was het budget nog zeer beperkt.

In menig keuken werd Zwols linoleum neergelegd en in veel woonkamers kwamen de Genemuider vloertegels te liggen. Tegels die nadat ze waren neergelegd nog wekenlang voor een graslucht in huis zorgden. 

“Linwo” was heel bekend in Zwolle doordat ze bijvoorbeeld ook voetbalclubs als BeQuick en PEC sponsorden. In mijn herinnering was de zaak van de een op de andere dag verdwenen, oorzaak, mij, onbekend. Misschien ook wel omdat de economie aantrok en men zich meer kon veroorloven. Het was ook de tijd van de opkomst van de eerste meubelboulevards. 

De kokoslopers verdwenen van de trappen en uit de keuken, er kwam kamerbrede vaste vloerbedekking, de rotanmeubelen verdwenen, kortom er werd betere kwaliteit gekocht.  In Genemuiden heeft de mattenindustrie zich daar heel goed bij aangepast en maakt nog steeds de vloerbedekking waar de tijdgeest om vraagt.

Overigens is er ook een heel leuk museum te vinden, het Genemuider Tapijtmuseum, aan de Klaas Benninkstraat 2a.  Oude stoelenmatters vertellen over vroeger en wie weet ziet u daar weer, wat u ooit bij Linwo in Zwolle, hebt gekocht.

Mijn oudste zus liet trouwens ooit een pan met gekookte spinazie op haar Genemuider matten vallen. In zo’n geval was het enige dat je kon de doen, de betreffende tegels door nieuwe vervangen. ’t Was in 1970, mijn zus zal het allang vergeten zijn, maar bij een pan spinazie moet ik er altijd weer aan denken.

20-11-2020

 

Kegelen


149 Kegelen bew

Het Kegelhuis kwamen we deze zomer tegen in het Zwolse nieuws. Net zoals in 1968 toen het gebouw, naast de Stilo Sporthal aan de Van Wevelinkhovenstraat in gebruik werd genomen.  Ooit waren er, in georganiseerd verband, wel vijfhonderd of meer leden actief. In de loop der tijd is dat gezakt tot onder de honderd. Doordat het Zwolse Kegelhuis zo tegen een sporthal aan leunt, lijkt het erop dat kegelen onder de, laat ik zeggen, fysieke sporten valt. De echte kegelaars zullen dat ook volmondig beamen.

Ik moet bekennen dat ik één avond van mijn leven heb gekegeld in dat Zwolse kegelhuis met een groep mannen die geen van allen ooit die vorm van kegelen hadden beoefend. Voor de goede orde, de drie verschillen met bowling zijn: een veel smallere baan (dertig centimeter), negen in plaats van tien kegels en je moet hier driemaal gooien, bij bowling tweemaal. Ik meen dat het in de jaren zeventig was en we werden heel prettig verwelkomd door Aannemer Pierik en zijn vrouw, die zo begrepen we al snel, er kind aan huis waren. Zij instrueerden ons, lieten ons dus vooral zien wat je niet moest doen en wezen ons op de mogelijkheid om een hapje en een drankje te bestellen.

Zoals gezegd was het kegelhuis onlangs in het nieuws om dat de gemeente op de plek waar het nu staat, de gebouwen wil slopen en er daarna huizen bouwen. En dan wordt daarvoor weer, in een woonwijk, een mooi stuk groen opgeofferd. Zoals Zwolse kegelaars laten weten heeft de gemeente hen toegezegd dat ze zeker tot 2022 op die plek konden blijven, nu lijkt dan plotsklaps te veranderen dus laten ze van zich horen.

Toen ik vanmorgen dichter bij het pand kwam dan gewoonlijk, ontdekte ik ook dat er veel achterstallig onderhoud is, onzekerheid over de toekomst zal daar een rol bij spelen. Van de horeca in het gebouw wordt ook door anderen, vooral bewoners uit de wijk, gebruik gemaakt. Dat verdwijnt zeker als de kegelaars hun toevlucht zoeken, zoals ze overdenken, bij een kegelclub buiten Zwolle. Dat laatste wordt lastig, want laten we eerlijk zijn, de meesten gaan na afloop met een kegel naar huis.

19-11-2020

 

Jozef


148 Jozef bew

“Smaken verschillen, zei de boer en zoende het varken” is bij ons in de familie bepaald geen subtiele manier om aan te geven dat je iets niet mooi vindt.  En nu weet u gelijk wat ik vind van de voormalige Sint Jozefkerk in de wijk Assendorp, in Zwolle. De Rooms-katholieke parochie kon de financiering van de kerkgebouwen niet meer rond krijgen en daarom werd, eind vorige eeuw, de kerk verkocht aan de Stichting Woningbeheer Zwolle (SWZ).

De pastorie werd gesloopt en aan en in de kerk werden woningen gerealiseerd.  De toren bleef tot grote tevredenheid van de Assendorpers bestaan.  Assendorp groeide begin jaren dertig enorm door de uitbreiding van de spoorwegen. Er kwam bij het Zwolse station een grote werkplaats voor het onderhoud van de vele treinen.  Nieuw personeel kwam naar Zwolle en ging wonen in Assendorp.  De wijk, of een groot gedeelte ervan werd dan ook “spoor’azenbuurte” genoemd.

Voor de vele Rooms-katholieken werd in 1932 de Sint Jozefkerk gebouwd. Veel Zwollenaren gingen er naar de zondagse mis, trouwden er, lieten hun kinderen er dopen en rouwden er. Juist daarom moet er, vind ik voor een “leeggekomen kerk” een passende en zinvolle bestemming worden gezocht. Waarbij de mogelijkheid moet blijven bestaan er eens naar binnen te kunnen gaan en dat er dan herkenbare zaken, uit het kerkelijk leven in het gebouw, zichtbaar zijn. Je doet er de mensen die er hun ziel en zaligheid, met liefde, geld en werkzaamheden in hebben gelegd, recht mee.  “Waanders in de Broeren” is daar, volgens mij een prachtig voorbeeld van.

Mij persoonlijk doet het goed dat de huidige eigenaar van het voormalige kerkgebouw in Berkum van de gereformeerde kerk, nadat het verworden was tot een autohandel en nog zo wat meer, het pand heeft opgesierd met een “symbolische toren”. Oude Berkummers geeft dat een gevoel van erkenning.

Je kunt je trouwens wel afvragen of de heilige St Jozef, als beschermheilige van de huizenverkopers destijds in Assendorp wel heeft opgelet, maar dat terzijde.

18-11-2020

 

Pestengasthuys


147 Pestengasthuys bew

Wilt u een keer op een bijzondere plek van Zwolle een heel lekker hapje eten, hoewel dat nu wat lastig is, ga dan op zoek naar het “Restaurant ’t Pestengasthuys”. Op zoek, ja, want het ligt wat verscholen in de oude binnenstad. Niet heel veel Zwollenaren weten de naam van het pleintje waaraan het gevestigd is, het Weversgildeplein. Daarom wordt er ook vaak het beter vindbare adres de Nieuwstraat 101 voor opgegeven.

We kennen nu de Covid-19 pandemie. In het midden van de 15e eeuw heerste in Europa de pest die wel vaker voorkwam maar toen ook pandemische vormen aannam. Er stierven vijfentwintig miljoen mensen aan, een kwart van de bevolking.

In tegenstelling met Covid-19 dat een virusziekte is, hoort de pest bij de infectieziekten en wordt overgebracht door een bacteriesoort die dan weer door vooral ratten wordt verspreid. Onder meer vanwege die ratten werd buiten de stadsmuren een ziekenhuis gebouwd - vandaar de naam - en werden daar de patiënten voornamelijk door nonnen verpleegd. Nu klagen wij over het gebruik van mondkapjes, de nonnen moesten zichzelf tegen besmetting beschermen, door een kap op te zetten met een “lange snuit”, waarin kruiden zaten.

Op de website van het restaurant wordt, in het verhaal over de historie, ook verteld dat uit de Zwolse bevolking acht mannen aangewezen werden, die de doden moesten begraven. Als dank hiervoor kregen zij, eens per jaar, twee vaten bier.

Toen de epidemie voorbij was kreeg het pand een aantal andere bestemmingen. Onder meer als huis van het Weversgilde. Vandaar de naam van het pleintje.

Door de uitbreiding van Zwolle werden de stadsmuren verplaatst waardoor het gasthuis nu binnen die muren ligt en was er ooit ook de boekhandel “De Slegte” in gevestigd. Die hadden ooit de reclameslogan: “Goede boeken vind je bij De Slegte”. Daarom zal dìt verhaaltje waarschijnlijk nooit bij de boekhandel te koop liggen. Zelfs niet bij hele slechte.

17-11-2020

 

Windesheim


146 Windesheim bew

Nee, wat u op de foto van vandaag ziet is niet een nieuwbouwwijk in het kerkdorp Windesheim dat aan de zuidrand van de gemeente Zwolle ligt. Een dorp met zo’n 800 inwoners met een heel bijzonder kerkgebouw dat ooit een brouwerij was.  De moeite van het bezoeken zeer waard.

Wat u wel ziet is een van de gebouwen van de Hogeschool Windesheim die in Zwolle-zuid gevestigd is, tegen de spoorlijnen aan die richting de IJsselbrug gaan. Deze hogeschool bestaat uit een behoorlijk aantal, veelal grote gebouwen, maar gelukkig zijn die verschillend, anders werd het wel een hele grote eenheidsworst. Zo’n 19000 studenten volgen er een voltijd- of deeltijdopleiding waardoor dit Windesheim een enorm complex geworden is.

Dat aantal studenten is ruim 23 maal het aantal hierboven genoemde inwoners! Ik ben van huis uit geen onderwijsdeskundige maar ik vraag me wel eens af of hier geen grenzen van formaat zijn overschreden?

Op de website staat, naast het aantal studenten, ook gemeld dat er 54 voltijd Bacheloropleidingen zijn en er 8 Associate degrees in voltijd, deeltijd, duaal en Blended learning, te volgen zijn.

Toen ik vanmorgen de foto maakte was ik niet van plan iets negatiefs te melden, maar toen ik dit allemaal zo las, gingen er toch wat haren in mijn nek rechtop staan.  Hoezo moet het opleidingsaanbod met andere dan met Nederlandse woorden worden meegedeeld?

Aan de ene kant bieden we studies aan om ons historisch besef bij de tijd te houden, maken we ons ongerust of de dalende kennis van de Nederlandse taal, maar tegelijkertijd lijkt dit gewoonte te worden! Dat op een hogeschool uitstekend lesgegeven moet worden in de Engelse taal staat buiten kijf, maar het is en blijft een Nederlandse en door de Nederlanders gefinancierde instelling.

Ik heb me trouwens afgevraagd waarom hier voor de naam Windesheim gekozen is. ‘k Kon het ook nergens vinden. Eén ding is zeker, in het kerkdorp zijn ze van “Doe maar gewoon! Bombast is nergens voor nodig!”

16-11-2020

 

Papen


145 Papen bew

In het centrum van oude steden vindt men nog de smalle straatjes, die nooit gebouwd zijn om er auto’s door te laten rijden. Nu beschouwen we ze als achterafstraatjes, maar honderden jaren geleden speelde het belangrijkste leven zich daar af.

Vandaag op de foto de Papendwarsstraat, zo genoemd, ik hoef het eigenlijk niet uit te leggen, omdat hij haaks op de Papenstraat staat.  Ook in Zwolle is de term “Paap” een in onbruik geraakt mild scheldwoord voor een katholiek persoon. Het woord was van oorsprong een scheldwoord voor (Papa) de paus.

De Rooms-katholieke geestelijken, om precies te zijn “De Broeders des Gemene Levens”, hadden in dit deel van Zwolle het zogenoemde Fratercomplex in gebruik en gaven er onderwijs. Van 1378-1415 was er onder meer de Latijnse School gevestigd waar Joan Cele grote vernieuwingen in het onderwijs doorvoerde. Zo ontwikkelde hij het schooltype gymnasium, waar het Zwolse Gymnasium Celeanum hem nog steeds erg dankbaar voor is.

Ik schreef er al eerder over, in dit stuk binnenstad was, naast de scholen, ook het stadhuis, het politiebureau, het theater, de rechtbank en de kerk te vinden. Al met al één en al bedrijvigheid.  Jarenlang is de buurt verpauperd. Totdat in de jaren zeventig het besef in Zwolle doordrong dat uit de geschiedenis veel te leren valt en je dat verleden niet teloor moet laten gaan.

En nu is de binnenstad van Zwolle op vele plekken de moeite van het bekijken meer dan waard. Het zou daarbij passend zijn als een paar “moderniseringen” uit de zestiger en zeventiger jaren, in Zwolle gesloopt zouden worden. Zelf denk ik aan de “nieuwbouw van het gemeentehuis” en de betonnen kolos waarin ooit V & D was gehuisvest.  Dat het kan heeft de gemeente bewezen met de sloop van het ziekenhuis aan het Groot Wezenland en de daarvoor in de plaats gekomen, zeer in de wijk passende, nieuwbouw.

Trouwens het pandje links vooraan op de foto, moet om  z’n historie wel bewaard blijven. Ooit was het de eerste seksshop van Zwolle, zo laat men mij weten. Hoever die historie teruggaat, dat is niet bekend, ik mag hopen niet tot de tijd van de Papen.

15-11-2020

 

Wientjes


144 Wientjes bew

Onder die naam is, is het hotel aan de Stationsweg in Zwolle bekend.  Frans T.H. Wientjes Sr. begon in 1923 zijn horeca loopbaan met de aankoop van Hotel Meiberg aan de Voorstraat. (In het pand waar in de jaren zestig de Mercury club gevestigd was en dat nu een deel is van de bar Bloopers). Dat hotel had al snel zo grote aanloop dat Frans wilde uitbreiden. Daarom kocht hij in 1928 een woning aan de Stationsweg, die oorspronkelijk als onderkomen voor burgemeester Van Nahuys diende.  

Wientjes, breidde het pand uit met eenzelfde pand (gespiegeld, dat wel) met daartussen een ingang en opende in 1929. In hetzelfde jaar werd de IJsselbrug in gebruik genomen waarmee het weg- en treinverkeer rond Zwolle zich snel uitbreidde. Hotel Wientjes werd een rustpunt voor de reizende mens tussen west en noord. 

In de jaren vijftig streek de koninklijke familie er wel eens neer, bijvoorbeeld als er een defilé zou plaatsvinden. Daar zijn ook foto’s van terug te vinden met de koningin op het bordes van het hotel. Het stond dan ook bekend als een chic hotel met een eersteklas restaurant. Het is later overgenomen door een zoon met dezelfde voornamen, is aangepast aan de eisen van de tijd en in 1993 verkocht aan de “Bilderberg Hotels”. Waarmee het na 64 jaar niet meer in handen is van de familie Wientjes. 

Nu in 2020 met de maatregelen in het kader van Covid-19 én de tijdelijke afsluiting van de Stationsweg door de veranderingen op het Zwolse Stationsplein, zal het hotel het niet makkelijk hebben. Toch oogt het nog steeds chic.  Of er nog steeds gewerkt wordt aan die uitstraling is nog maar de vraag. Dat heeft ook vreemde kanten. Mijn vader probeerde ooit rpmd 1950 een gesprek over koffieleverantie met de heer Wientjes Sr. te beginnen. Dat mislukte. Hij werd verzocht zijn auto, een kleine Opel Olympia van de parkeerplaats te verwijderen, die misstond daar, aldus de heer Wientjes of zijn personeel.  Mijn vader heeft tot 1993 dat hotel genegeerd. Dat had wel wat, heb ik altijd gevonden.

14-11-2020

 

Melkboer


143 MELKBOER bew

In de jaren dat de bakker, de groenteman en de melkboer nog aan huis kwam, was onze melkleverancier “Melkboer Langendijk” die kwam voorrijden met een driewielig karretje met motoraandrijving op het enige voorwiel.  Zo’n karretje noemde men ook wel “ijzeren hond”. Tijdens het rijden kon hij erop zitten of naast lopen. In het eerste geval behoorde hij tot het snelverkeer, in het tweede geval tot het langzame. Ook toen verwonderde ik me daarover, in beide gevallen was de snelheid namelijk gelijk. Zijn assortiment bestond vooral uit melk - los en in flessen -, karnemelk, karnemelkspap, yoghurt, vanille- dan wel chocoladevla een aantal soorten boter. Langendijk, een vriendelijke en humorvolle man, was jaren de voorzitter van de Zwolse Vereniging van Melkhandelaren. Die club verzorgde eens per jaar een filmmiddag voor kinderen in Zaal Suisse aan de Blijmarkt. Daarvoor werden door de melkboeren zegeltjes verstrekt. Om alle kinderen uit ons gezin samen naar die voorstelling te laten gaan, verstrekte hij mijn moeder onderhands vaak extra zegeltjes. Dat ik daar een rol in speelde valt zeer te betwijfelen, hoewel ik hem op zaterdag, als de lagere school was afgelopen, mocht helpen bij het laatste deel van zijn route. Ik mocht aanbellen - tweemaal kort - bij z’n klanten, de lege flessen terugnemen en de losse melk afpassen. Voor dat laatste zat onderaan een melkbus een zogenoemde “melkmeetkraan” waar per halve liter mee werd afgepast. Aan het eind van z’n route kreeg ik uitbetaald, vijfenzeventig cent. In 1959 kon je daar nog wel wat mee. Het eind van de route lag bij de molen, De Passiebloem, aan het eind van de Vondelkade. Naast die molen lag een haventje, op de foto deels nog te zien, deels gedempt, daar waar nu de fietstunnel ligt. Er lag een groot aantal woonboten en de bewoners daarvan waren de laatste klanten. Vandaar liep ik naar huis, blij met het bedrag, en het weekend in. Vaak zong ik dan zachtjes: “Als je voor een dubbeltje geboren bent, wordt het vaak drie kwartjes”. Of ben ik altijd al te optimistisch geweest?

13-11-2020

 

Gait


142 GAIT bew

Toen ik vanmorgen langs de winkel van Gait Rigter, op de hoek van de Rembrandtlaan en de Esdoornstraat, reed, bedacht ik me dat ze daar dezer dagen niet blij zullen zijn met het afgekondigde verbod op de verkoop en afsteken van vuurwerk.  Gait Rigter is vanwege de fietsen en die vuurwerkverkoop heel bekend in Zwolle en de wijde regio.

“Gait” als voornaam is of was in Zwolle trouwens ook redelijk bekend. In heel Nederland, zo weet de “voornamenbank” van het Meertensinstituut te melden, zijn er officieel minder dan vijf mannen met Gait als eerste voornaam. In Zwolle is het meestal gewoon Gerrit op sien Swolsch. Zo stond Gerrit Zieleman in Spoolde als Gait bekend (trouwens ook van het “Zielemanspaadje” nu de Hertzenbergweg).  Misschien nog bekender was Gait Mulder, de laatste stalhouder. Rond 1915 begon hij en stopte in 1956. De bekendheid kwam vooral door de rouw- en trouwstoeten, die ook toen al bekijks trokken. Daarbij zat hij zelf altijd op de bok van de eerste koets en was vanwege zijn imposante gestalte (295 pond vermelden de boeken) niet over het hoofd te zien. Hij overleed trouwens in 1967.

In mijn jeugd kwam er een enkele keer, op zondagmorgen, ergens zomaar middenin de kerkdienst ook een Gait de Oosterkerk binnenlopen. Zijn achternaam heb ik nooit geweten. De volksmond noemde hem “Gekke Gait”. Het was een doodgoeie man, had wat minder sterke sociale functies, en had, dat viel ons als kinderen op, geen tand meer in de mond en maakte bij voortduring van die sabbelgeluiden. U weet vast wat ik bedoel. Hij stiefelde van achter naar voren door de kerk, groette de dominee, ging op zijn vaste plekje naast de preekstoel zitten, zocht in zijn binnenzak naar z’n metalen Willem II sigarendoosje, haalde daar alvast geld voor de collecte uit en een pepermunt. Dan stond ’ie op, bood de dominee ook een pepermunt aan, die hem daar steevast vriendelijk voor bedankte en daarna ging de kerkdienst door. En niemand keek er meer van op.  Over de vuurwerkverkoop van Gait Rigter, bedacht ik zojuist, de verkoop van elektrische fietsen is door Corona erg gestegen en goed beschouwd, deze Gait is zo gek nog niet.

12-11-2020

 

Zorg


141 ZORG bew

Toen ik voor het eerst het verhaal “De barmhartige Samaritaan” kreeg voorgelezen uit de kinderbijbel van Anne de Vries, zag ik in mijn verbeelding een en ander zich afspelen tussen de struiken aan de kant van de weg. Een weg die leek op de toenmalige Watersteeg.

’t Zal niet het beeld geweest zijn dat de verhalenverteller bedoelde, maar de Samaritaan op de foto van vandaag voldoet wel aan dat beeld van mij.  Dat komt doordat ik het zo vaak gezien heb. Het hoorde bij de gevel van “het zusterhuis” van het Rooms Katholieke Ziekenhuis, later ziekenhuis De Weezenlanden, in de binnenstad van Zwolle, waar ik  twintig jaar gewerkt heb. Het hele ziekenhuis, incluis het zusterhuis, later personeelsflat genoemd,  is verdwenen.Bij het slopen van het geheel is op de valreep besloten deze Samaritaan te bewaren en nu siert hij, deze week onthuld, een nieuw gebouwd appartementencomplex op de plek waar ooit dat zusterhuis stond.

In mijn ogen is het een passende herinnering voor alle mensen die er moeite mee hadden dat dit ziekenhuis verdween.  Voor veel, vooral Zwollenaren, zijn toen emotionele banden doorgesneden. Gelukkig zijn er mooie, in de wijk goed passende woningen, voor in de plaats gekomen. ’t Is alleen jammer dat  “de Samaritaan” het enige is dat herinnert aan het ziekenhuis.

Toen het “oude” Sophia Ziekenhuis, een gemeente ziekenhuis, van de Rhijnvis Feithlaan naar de Ceintuurbaan verhuisde, lag daar een leeg terrein klaar waar een groot aantal straten al was vernoemd naar, van het ziekenhuis, “bekende” artsen.

Op de plek van het ziekenhuis De Weezenlanden zijn nu vele nieuwe straatnamen te vinden. Niet één verwijst naar een arts of anderszins belangrijks. Als ik de wethouder was, die deze week de Samaritaan onthulde, en toen hij het zag er “Wow” bij zei, zou ik alsnog snel zorgen voor minstens een klein pleintje en het bijvoorbeeld “De Nonnenhof” noemen.

11-11-2020

 

VERO


140 VERO bew

Toen ik vanmorgen de dagelijkse foto maakte, moest ik al snel aan de berichtgeving denken die dezer dagen onze regionale krant (Het Sufferdje, zo duidde mijn moeder die aan) doet over ons afval. In de loop der jaren heeft de gemeente Zwolle ons (via de ROVA) drie containers in de maag, de voor- of achtertuin dan wel de schuur gesplitst en zijn er ondertussen ondergrondse containers geplaatst waar we ons restafval in mogen deponeren. Nu, nadat we ons afval al dan niet bewust sorteren, moeten we gaan minderen. Niks mis mee, zou je zeggen. Alleen lopen we met elkaar het grote risico op vuilnistoerisme. Omdat we voor een teveel moeten gaan betalen wordt het voordelig het in de containers van de buren, of erger nog het in de natuur te droppen.  Daar mag nog wel eens heftig over worden nagedacht.

Nadenken over het afval heeft men trouwens in Zwolle heel lang niet gedaan. Aan het eind van de weg op de foto ligt, in de mist, het Westerveldse Bos verscholen. Een bod dat is aangeplant bovenop de voormalige vuilnisstortplaats van Zwolle, Westerveld genoemd. Tot in de jaren zeventig werd daar alles, van bouwafval, afgedankte koelkasten en wasmachines tot autobanden en etenswaar, gestort. Vanwege het laatste zwierven er enkele varkens rond en vanwege de rest brak er ook nog wel eens brand uit en trokken de rookwolken veel publiek.

Je kon alles, mits van het juiste formaat, ook kwijt in de vuilnisbak, eentje die van metaal was. Daarom kon je er nog de smeulende resten van de kolenkachel in kwijt, maar ook je oude spijkers, kapot glas of ander scherp spul. De bak ging er niet stuk van. Je kon ook toen al een abonnement nemen op het eenmaal in de paar weken schoonmaken van die vuilnisbak. Op het deksel werd dan met rode letters het woordje VERO geschilderd.

Op z’n tijd reed dan, achter de vuilniswagen, een bakfiets met een vat water en een paar mannen die in dienst waren van “de werkvoorziening”. Met een borstel en een flinke scheut water werd de boel dan “schoongemaakt”. Ik heb nooit geweten waar VERO voor stond. Wie het weet mag die mist voor me ophelderen !

10-11-2020

 

Roomijs


139 Roomijs bew

Staande op de plek waar ik vanmorgen de foto maakte, in het station van Zwolle, begon ik zo’n 57 jaar geleden aan een vakantiebaantje, dat ik daarna nog lang heb mogen uitoefenen in drukke weekenden etc..

De eerste paar dagen verkocht ik bekertjes roomijs via de ramen van de trein, aan de wachtende passagiers, nadat ik ze luid en duidelijk had aangeprezen  met de kreet  RRROOMIJS !!

Al gauw mocht ik met een blad met veertig bekertjes (deels gevuld met een scheutje koffiemelk), een doos suikerklontjes, een kan met vijf liter koffie en een schoteltje met wisselgeld, proberen die koffie aan de man te brengen.

Dat kon in die tijd nog, de treinenloop was veel minder intensief en stonden ook langer stil, soms wel tien minuten, naast het perron.  Veel van de reizigers in die tijd kochten hun bekertje koffie op het station in Meppel. Daar stond op het suikerzakje dat werd meegeleverd met de koffie “Kenners wachten tot Meppel”.  Totdat de man die de horeca gepacht had in Meppel, naar het station-Zwolle verhuisde en er toen alles aan deed om weer op de toppositie te komen. Er waren een paar beroepsverkopers op het station aanwezig, maar die konden niet alles behappen, vandaar dat scholieren op drukke momenten en in de weekenden werden ingeschakeld.De mannen die het beroepshalve deden waren niet altijd even gecharmeerd van ons, de hulpjes, want we waren wel de dief van hun portemonnee. Het was ook wel een lucratieve handel. Van elk bekertje koffie van vijfenveertig cent (kom er nu een om!) mochten we zes cent houden. We zorgden er steeds voor dat we geen stuivers op het schoteltje met wisselgeld hadden liggen, want vaak werd er met twee kwartjes betaald en dan “konden” we niets terug te geven. Dubbele winst dus. We verkochten zelfs nog koffie als de trein alweer reed. Meestal lukte dat want we probeerden het heel serieus en goed te doen. Maar voor de zekerheid lieten we in die gevallen ons toch maar eerst betalen en gaven dan de koffie af.

9-11-2020

 

Bergia


138 Bergia bew

Toen ik vanmorgen op zoek was naar een onderwerp voor de dagelijkse foto, kwam ik op de Thorbeckegracht uit en zag aan de overkant de inmiddels bekende Wijndragerstoren die sinds 1997 een horecafunctie heeft. Daarvoor maakte de Zwolse mosterdmakerij er gebruik van.  Bij de sloop rond 1965 van een groot deel van de binnenstad van Zwolle, (veel sloppen en stegen met “onverklaarbaar bewoonde” huizen)  kwam deze toren tevoorschijn uit de oude fabriekspanden die er ook stonden.  Rond de eeuwwisseling in 1900 was er de Zoutziederij “In Sale Salus” (Uw ziel en zaligheid zit in ’t zout.) waar uit, met schepen aangevoerd, zeewater het zout werd uitgedampt. In 1914, toen de mobilisatie werd uitgeroepen, ontstond er paniek onder de bevolking en werd er gehamsterd. De NV Zwolsche Zoutziederij plaatste zelfs een advertentie met letters  als die van chocolade zo groot, dat er meer dan genoeg zout was. Eigenlijk is er niet veel veranderd in de honderd jaar die er op volgde als we denken aan het hamsteren tijdens de eerste lockdown tijdens de Corona-crisis.

Door de komst van de zoutindustrie in Twente is In Sale Salus weg geconcurreerd en werden de panden betrokken door ondermeer Bergia, een bedrijf dat veevoeder produceerde. Bij Bergia werkte Roelof Knol. Zijn vrouw Dien, was de huishoudelijke hulp van mijn moeder, kortom haar steun en toeverlaat in bijna alles. Het was een kinderloos echtpaar dat, simpel gezegd: liefde voor de medemens verspreidde. Ze hadden een kleine familie met een neef in Canada die nierproblemen had. Het dialyseren kostte daar in die tijd enorm veel geld en zij hebben veel van die kosten voor hun rekening genomen. Eind jaren vijftig toen als gezin op vakantie gaan niet altijd mogelijk was, ging ons gezin “dagjes uit” naar de bossen op de Veluwe.

Kwamen we thuis had “Mevrouw Knol”, zo noemden we haar, het eten klaar staan en samen met haar man verzorgde ze op de laatste vakantiedag een extra feestelijk driegangen diner en nam daarvoor zelfs haar eigen mooie servies voor mee van huis. Vandaar dat ik bij het zien van de toren op de foto, vaak een gevoel van heimwee krijg.

8-11-2020

 

Kapelhof


137 KAPELHOF bew

De foto van vandaag is er eentje van de oudste buitenkerkelijke begraafplaats van Zwolle. In 1379 werd er een kapel gebouwd waarom heen de overledenen werden begraven.  “En waar vinden we die ?” zal menig inwoner van onze stad zich afvragen? Op de hoek van de Blaloweg en de Gasthuisstraat, beter bekend als “naast de WRZV-hallen”.  Aan de andere kant van die hallen staan nog huisjes die hoorden bij het latere Buitengasthuis toen het meer een wooncomplex voor ouderen was.

In 1377 ontstond aldaar een gasthuis dat gesticht werd om melaatsen

(mensen met lepra) te verzorgen. Het bevond zich buiten de toenmalige stadsgrenzen en de genoemde kapel verrees er dus enkele jaren later.

Ik kende de term melaatsen uit de bijbelverhalen en weet daardoor dat het een ziekte is die het middenoosten veel slachtoffers maakte en nog maakt.  Toen indertijd Europa ging handelen met dat middenoosten, werd de ziekte ook hierheen geïmporteerd. “Elk voordeel hep z’n nadeel!” Om een bekend Nederlander te citeren.

In 1703 is de kapel na een storm ingestort en daarna afgebroken. Alleen het fundament van de kapel is nog aanwezig. De grafstenen die er nog staan, dateren uit de 19e en 20e eeuw. De begraafplaats is in 1960 gesloten. Wikipedia weet te melden dat in 2009 de begraafplaats van Stichting de Gasthuizen is verkocht aan de gemeente Zwolle voor het symbolische bedrag van 1 euro. De administratie van de begraafplaats is toen overgebracht naar het Historisch Centrum Overijssel. Sindsdien is de plek ook een gemeentelijk monument vanwege de nog aanwezige gedenktekens en het  fundament van de kapel.

In 2019 werd gestart met een opknapbeurt van de begraafplaats. De grafstenen werden schoongemaakt en waar nodig hersteld en de grafschriften opgehaald door de letters opnieuw zwart te maken. Daarnaast werd het aanwezige standaardhekwerk vervangen door een hekwerk in meer authentiekere stijl. Helaas is de begraafplaats niet toegankelijk voor publiek. Zij die er begraven liggen zullen het moeten doen met ons idee: “Over de doden niets dan goeds!”

07-11-2020

 

Katerveer


136 Katerveer bew

Vanaf de jaren vijftig tot ver in de jaren negentig was het dagelijks, om 09.10 uur op de nationale radio of draadomroep een opsomming van de waterhoogten in de grote rivieren de Rijn, de IJssel en de Maas te horen. Het waren rituele reeksen die bij velen herinneringen oproepen.  Het was een baken, een rots in de branding op de radio, want het was de eerste horizontaal geprogrammeerde radiorubriek. Wij maakten als kind er altijd een wedstrijdje van: cijfers raden in de min of de plus. Het waren fascinerende getallen en namen.  Namen als ‘Eefde IJssel’ en ‘Grave beneden de Sluis’ spraken tot onze verbeelding en die van veel luisteraars.  De waterstanden op de radio waren een service van Rijkswaterstaat aan binnenschippers, zodat die konden bepalen hoe zwaar ze hun schip konden beladen. Op 1 september 1996 stopte deze dagelijkse radioklassieker, toen Teletekst de getallenreeks overnam. En daar, zo ontdekte ik vandaag, wordt ook nog steeds het Zwolse Katerveer gemeld. Ik heb een en ander nagezocht omdat ik de foto vanmorgen bij dat Katerveer maakte. Een sluizencomplex lag er fotogeniek bij en uitnodigde tot het maken van vele foto’s. De sluis moest vroeger door de schippers die vanuit Zwolle, via de in 1819 gereedgekomen Willemsvaart de IJssel op wilden varen, gebruikt worden om het hoogteverschil daarvan met de Zwolse wateren “te overbruggen”. Ik zag er een binnenschip de sluis voorbijvaren, op weg naar de nieuwe sluis een eindje verderop. Het formaat van dat schip was dusdanig groot dat er wel drie keer een Katerveersluis in paste.  Toch heeft de Willemsvaart Zwolle veel goeds gebracht op de terreinen van handel en industrie, om maar eens wat te noemen.  Nu is de vaart eruit en is het een fijne plek voor hengelsporters en is zeker de moeite van het bekijken, bewandelen en fotograferen waard.
Het radioprogramma “De Waterstanden” werd een aantal keren per week gevolgd door “Moeders wil is wet” werd gepresenteerd door Mia Smelt bij veel huisvrouwen geliefd. Het had dan ook lang de bijnaam: “Moeders bil is vet”, dat geheel terzijde.

06-11-2020

 

Vernieuwd


135 Vernieuwd bew

Met Janny, mijn vrouw reed ik vandaag door Holtenbroek, de wijk waarin ze een groot deel van haar jeugd heeft gewoond. In de Lortzingstraat en later in de Frobergerstraat. “Hun deel” van de Frobergerstraat is, zo zei ze me, wel ongeveer hetzelfde als toen gebleven. Maar waar ze eerder woonde is, was vanmiddag, onherkenbaar. Op de foto van vandaag de Obrechtstraat nu in Holtenbroek I, zoals men dat deel van de wijk toen noemde. Het deel waar de wijk Holtenbroek mee startte, is ook zo enorm veranderd. Met vroeger een winkelplein, met kruidenier, fotograaf, groenteman, sigarenzaak, kapper en automatiek. Voor de boodschappen van toen moet je nu verderop in de wijk zijn of je geluk beproeven in andere wijken van Zwolle.

Zoals die straten veranderd zijn, zo is het met geheel Zwolle. En laten we wel wezen, vroeger was echt niet alles beter.  Holtenbroek I,  gestart in 1958, verpauperde aan het eind van de vorige eeuw.  Mensen stelden andere eisen aan hun woning, kortom er werd daarom gerenoveerd of afgebroken en vernieuwd. De Zeeheldenbuurt, Dieze en Dieze-Oost bijvoorbeeld voldoen daardoor nu grotendeels ook weer aan de eisen van de tijd.

De sfeer is er wel door veranderd. Men leefde men daarvoor veel met “de voordeur open” en was de sociale controle sterker, nu en misschien komt het ook wel door de moderne media, leeft men, naar mijn idee, meer dan toen op zichzelf. Dat is niet erg mits we elkaar maar niet vergeten.

Nu in deze Corona-crisis-tijd leren we weer, dat we ondanks de anderhalve meter en het mondkapje, niet zonder elkaar kunnen. Dat we het in ons eentje niet redden. Dat er zo nodig voor ons gezorgd moet worden en dat wij zo nodig een ander moeten ondersteunen. Misschien wordt ons leven, door Corona, net als zo’n woonwijk, gerenoveerd en worden we er door een gedragsverandering beter van.

Misschien is dat laatste ooit nog eens een reden om er een straat naar te vernoemen, alhoewel…….

5-11-2020

 

Opvang


134 Opvang bew

Het pand op de foto van vandaag bevindt zich op de hoek van de Drostenstraat en de Voorstraat in Zwolle en er is tegenwoordig een Arabisch Lunchcafé met de mooie naam “Saeed” (Gelukkig) in gevestigd. Dat wordt gerund door nieuwkomers in Nederland die daar de kans krijgen ons land kennis te laten maken met hun eet- en andere culturen.

Oorspronkelijk hoorde het bij de, tot in 1999 verheven basiliek, op de Ossenmarkt, toen nog gewoon Rooms Katholieke Kerk “Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming” genoemd. Terug naar de foto.

Daarop is aan de linkerkant van het gebouw een verlaagd gedeelte te zien, dat lang in gebruik is geweest als kosterswoning. Het verhaal daarbij wil ons laten geloven dat er een tunneltje was, tussen die woning en de kerk, zodat de koster makkelijk zijn werkplek kon bereiken.  Voor de duidelijkheid: “Lieg ik, dan lieg ik in commissie.” Eind vorig jaar kwam het pand te koop. Het Leger des Heils kon of moest het afstoten. De laatste jaren werd het door hen gebruikt om mensen die begeleiding bij het wonen nodig hadden, te huisvesten. Daarvoor is het heel lang gebruikt als noodopvang, ook wel noodlogies genoemd.  Ooit maakte ik de uitvaart van een, in die opvang, plotseling overleden man mee. De commandant van het Leger des Heils ging op zoek naar familie en vond zowaar enkele van zijn kinderen.  De pogingen hen bij de uitvaart te betrekken, mislukten jammerlijk. “Vader” had hen tijdens zijn leven zoveel narigheid bezorgd, dat zij hem nu hun aanwezigheid niet gunden. De commandant vertelde me dat zoiets vaker voorkwam. De man werd daarom op kosten van de gemeente begraven. Op de begraafplaats, zo vertelden medewerkers van de begraafplaats ons, hadden een paar kinderen, stilletjes achter wat struiken toegekeken hoe hun vader ter aarde werd besteld. Het bloed kroop toch waar het niet gaan kon.

Vorige week vertelde iemand, die al lang in Thailand woont, mij dat daar de dood als gewoon en onlosmakelijk van het leven wordt gezien. Men vindt het daar dan ook niet erg. De uitvaart wordt ook vaak met een maaltijd afgesloten, want de dood maakt “gelukkig”.  Saeed !

4-11-2020

 

Dellen


133 Dellen bew

Toen ik vanmorgen in Assendorp moest zijn, reed ik een stukje via de Groeneweg, en ontdekte opnieuw dat het pand van Stomerij Dellen-Wuijts, verdwenen is. In mijn herinnering waren er in Zwolle maar twee bedrijven die zich met het stomen en reinigen bezighielden. Palthe, een landelijke keten met, heel lang geleden, een filiaal aan het eind van de Diezerstraat. Dellen-Wuijts aan de Groeneweg 73 was echt een Zwols bedrijf. Het was eigendom van twee families, vandaar ook de dubbele naam. Bij het zoeken naar gegevens erover kwam ik een advertentie tegen in de Zwolsche Courant van de zomer van 1941, waarin ze meldden dat ze wegens vakantie gesloten waren. Twee decennia geleden was hun sluiting definitief. Het pand werd na enige tijd gesloopt en bleek de grond eronder enorm vervuild te zijn. De sanering van die grond heeft lang op zich laten wachten en bleek miljoenen te gaan kosten. De gemeente Zwolle meende dat het rijk de kosten wel op zich zou nemen en wachtte daarom lang met die sanering. Het feit dat er nu nog niets herbouwd is en er auto’s geparkeerd staan, betekent, denk ik, dat er weinig tot geen mensen zijn die happig zijn op dat lapje grond.

Ik heb me vaak afgevraagd hoe een stomerij - da’s toch met heet water? -  die grond zo kon vervuilen.  Tot ik me herinnerde dat mijn moeder me, als ik er een kostuum voor mijn vader heen moest brengen, me steevast de opdracht gaf te zeggen: “Graag stomen èn triploneren”, hoewel ik geen idee had wat dat laatste ging inhouden. Nu weet ik het wel. Na het stomen of het verven van kleding (hoezo vervuiling ?) kon die kleding met “triplon” na behandeld worden. Dat had, zo zei men 3 voordelen:
1. Een driemaal langere levensduur,
2. Het maakte alle stoffen, ook zijde, water- en vuilafstotend en
3. De kleding werd “motecht” gemaakt.

Gelukkig maar want, zoals de drogist zei tegen die dame die om twee ons mottenballen vroeg: “Mevrouw, denk toch eens na, motten zijn hele kleine diertjes, daar de ballen van en dan twee ons ?

3-11-2020

 

Speek


132 Speek bew

De Havezate in Zwolle is een zorgcentrum met de voordeur aan de Gombertstraat en “de achtertuin” aan de Zwartewaterallee. Het is medio 1972 opgeleverd en was oorspronkelijk - we dachten nog erg in zuilen - een humanistisch tehuis. Het is in 2009 deels vernieuwd dan wel gerestaureerd en is nu een onderdeel van Driezorg, een overkoepelende organisatie van meerdere zorgcentra.

Ik ken De Havezate eigenlijk alleen van de heer Speek. Toen Durk Algra in 1933 in Zwolle een koffiebranderij begon (nu Mocca d’Or) had hij zich daarvoor laten uitkopen door de directie van een toen middelgrote koffiebranderij in Bolsward. Van dat bedrijf nam hij “meneer Speek” (zo kende de hele familie hem) mee naar Zwolle en de man was jarenlang het enige personeelslid. Dankzij meneer Speek heeft de koffiebranderij de oorlog overleefd. Durk Algra en zijn zonen waren of ondergedoken of waren te druk met het dwarszitten van de bezetter.

Meneer Speek peuterde in die tijd bijvoorbeeld, de koffiebonen tussen de naden van de plankenvloer van de koffiezolder uit en had toen verscheidene kilo’s ongebrande koffie die in die jaren veel geld waard waren.  Als kind heb ik hem nog meegemaakt. Hij was de koffiebrander, hij maalde en verpakte en bracht op een bakfiets de orders naar Van Gend & Loos en de vrachtrijders op het Rodetorenplein en natuurlijk bij de Zwolse klanten. Wat me altijd is bijgebleven is de heerlijk smakende thee die hij zette in een klein groen geëmailleerd theepotje. Nooit weer zulke thee geproefd.

Hij woonde met zijn vrouw, zo ongeveer tussen De Havezate en “de zaak” die toen gevestigd was aan de Thorbeckegracht. Eenmaal weduwnaar verhuisde hij naar dat, toen pas in gebruik genomen, zorgcentrum.

Hij is een stille harde werker geweest, om het op z’n Zwols te zeggen: “Een speek in ’t wiel” dat de koffiebranderij is. En daarom alleen al, vind ik, moet “meneer Speek” herinnerd blijven.

02-11-2020

 

Kunst


131 Kunst bew

Jarenlang ben ik de stamhouder van ons familie geweest want ik was de enige kleinzoon met onze achternaam. Ik vond dat leuk. In Amsterdam heb ik een nicht die, volgens mij, minstens zo trots is op die achternaam. Zij weet ook veel van de historie van onze familie.  Aan haar moet ik tegenwoordig denken, als ik dit huis, aan de Thomas à Kempisstraat, passeer. Dat heeft natuurlijk een oorzaak. Mijn nicht moest begin van dit jaar, door een ernstige ziekte, een oog missen.  Voor iemand die veel leest, schrijft en bijvoorbeeld graag naar kunst, in welke vorm dan ook, kijkt, is dat een enorme handicap. Daarmee leren omgaan is niet makkelijk en in de familie kijken we dan ook met bewondering naar haar.

In het huis op de foto woonde, in een ver verleden, de groenteman Van der Kolk die jarenlang bij mijn ouders aan de deur kwam. Met een grote vrachtauto met blauwe cabine, en achterop een behoorlijk assortiment aardappelen, groente en fruit.

Hij woonde er met een redelijk groot gezin en had er, je kunt het je bijna niet meer voorstellen, ook nog een groentewinkeltje dat door zijn echtgenote bestierd werd.

Ook hij moest ooit een oog missen maar was al gauw met kunstoog terug want hij kon met het grote gezin niet te lang thuisblijven. Er moest wel het nodige brood op de plank komen. Van der Kolk zat zelden om een praatje en antwoord verlegen en werd, toen alles weer z’n normale gang had teruggekregen, door een klant gevraagd, hoe het er nu mee ging. “Nou wel goed mevrouw”, zei hij, waarop zij iets verder durfde te vragen.

 “Van der Kolk, “kun je er al weer een beetje mee zien ? “

Waarop hij antwoordde met “O ja hoor mevrouw, maakt u zich niet ongerust!  Ik ga u geen knollen voor citroenen verkopen !“

01-11-2020

 

AA-landen


130 Aa landen bew

In de eerste dertien jaar dat ik “in de bonen was”, die van de koffie om precies te zijn, werd in Zwolle de wijk Aa-landen gebouwd. Dat heeft toch niets met elkaar te maken, zult u zeggen. Voor mij wel, en dat hoop ik uit te leggen. De eerste woning werd opgeleverd in 1967 en de wijk was klaar in 1979. Veel van die woningen werden gebouwd door, wat nu heet, De Trebbe Groep, met het hoofdkantoor in Enschede. Wij leverden de koffie die voor de bouwvakkers gezet werd in de vele bouwketen. Voor het afleveren van koffie en thee aan Zwolse klanten maakten we gebruik van een Spykstaal electrowagen, van het type dat destijds ook door de PTT en menig bakker en melkboer werd gebruikt.  Alleen met die Spykstaal kon je de verschillende bouwprojecten niet bereiken. De driewieler met aandrijving op het enige voorwiel trok het niet op de zand- dan wel modderpaden van de verschillende bouwplaatsen. Daarom werd voor de bezorging op die plekken de hulp ingeschakeld van een van de medewerkers “met een auto van de zaak”. Ondergetekende dus. Ik heb in stilte heel wat gemopperd bij het zoeken naar het juiste bouwproject. Later herhaalde zich dat bij de aanleg van de woonwijken in Zwolle-Zuid.  Ik heb dan ook jaren beweerd dat ik nooit en te nimmer in de Aa-landen dan wel Zwolle-Zuid ging wonen. Tot ik mijn grote liefde ontmoette die in die Aa-landen woonde.  En nu woon ik er al ruim zevenentwintig jaar. ‘k Ben nog steeds verliefd op mijn Janny en ben zelfs gaan houden van mijn woonwijk. Er is dan ook veel moois te zien, getuige de foto van vandaag, in de buurt van de Maaslaan en de Verwoldsebeek.

De straatnamen in de wijk hebben namen van Nederlandse rivieren dan wel watertjes en liggen, wat betreft de namen, op alfabetische volgorde.  De Slingerbeek heeft trouwens officieel niet de letter “r” in de naam en de Puutbeek heet origineel, denkt men, Puntbeek.  Nog erger, de Vordensebeek blijkt, als water, in het geheel niet te bestaan. Soms droom ik nog dat de Aa-landen nog niet bestaan. Nu vind ik dat, na het wakker worden, toch wel een nachtmerrie.

31-10-2020

 

Spoolderberg


129 Spoolderberg bew

Veel Zwollenaren en nog veel meer niet-Zwollenaren komen er dagelijks langs, en realiseren het zich niet.  Ze passeren een berg, de Spoolderberg, nu iets meer dan glooiing in het terrein voor het kantoor van Vitens de waterleverancier in onze regio. De “berg”, ingeklemd tussen Oude Veerweg en Spoolderbergweg, is eigenlijk een zandduin en is in de loop der eeuwen grotendeels afgegraven. Bij weinigen is het bekend dat deze plek vaak een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van onze regio. De Spoolderberg wordt al in de boeken genoemd, omdat op 4 maart 1308 er, in de open lucht, vergaderd werd en er afspraken werden gemaakt om het Sallandse en omringende land rond de IJssel te vrijwaren van overstromingen, later kreeg Zwolle er zijn stadsrechten. Voorwaar geen onbelangrijke plek dus.

Ook in de openlucht beleefde ik er, rond 1959, mijn eerste ervaringen met de scouting, toen nog padvinderij genoemd. Ik werd welp bij de “Willem Lodewijkgroep”, waar Akela Gé Timmers de leiding had. Zij moet toen ongeveer dertig jaar geweest zijn en ze heeft die hobby ruim zesentwintig jaar volgehouden en heeft vele welpen zien komen en gaan. Voor de historici onder ons, die scoutinggroep is zich later de “Hopman Kippersgroep” gaan noemen naar de veel te vroeg en zeer gewaardeerde Wim Kippers.

Op het gras rondom die Spoolderberg vermaakten we ons een groot deel van de zaterdagmiddag. Tegenwoordig passeer ik de plek met enige regelmaat, en hoewel er een paar bankjes zijn geplaatst, zie ik er eigenlijk nooit iemand wandelen of zitten. Het beeld dat, ook op de foto van vandaag te zien is, stond ons destijds niet in de weg.  Wat het er wel doet, daar stel ik vraagtekens bij. De Gemeente Zwolle vertelt op hun website dat het uit 1995 stamt, gemaakt is door André Boone en het “Le Chêne” (De Eik) heet. Ik vind het knap bedenkelijk als over het beeld gezegd moet worden - de gemeente doet het op die website - en ik citeer: “Zonder uitleg is het beeld moeilijk op waarde te schatten. Vorm en inhoud zijn gebaseerd op geschiedkundige feiten.” Einde citaat. Voor mij dan ook einde verhaal.

30-10-2020

 

Bakker


127 Bakker bew

De winkel in het pand op de foto is al jaren de speciaalzaak Bonbonnerie Borrel.  Rechts ervan zit nu een broodwinkel. En dan te weten dat dit gele hoekpand in het verleden de winkel was van broodbakker Kamphuis. Een bakker die bekend stond om een aantal zaken. Allereerst, de kwaliteit van zijn brood die was alom bekend. Toen hij met zijn bedrijf stopte, ging één van zijn knechten, Rien Tulp, werken bij de grote concurrent Bakker Dragstra, die huis aan huis bezorgde met grijze elektrowagens. Dragstra had een echte broodfabriek in de Floresstraat. Rien Tulp vertelde aan wie het maar horen wilde dat hij zich daar niet verantwoordelijk voelde voor de broodkwaliteit. De hoeveelheid vet die door het deeg ging, om het brood “vers” te doen lijken, was hem een doorn in het oog. Dat we dat maar wisten.

Bakkertje Kamphuis, hij was wat klein van postuur en werd daarom  door velen zo genoemd, was ook bekend om zijn liefde voor de jachtsport. Hij woonde bij ons in de buurt en ik heb hem meerdere malen zijn trofeeën naar binnen zien dragen. Hij was opvliegend van aard, daar stond hij ook om bekend, maar was eveneens de man die altijd klaar stond om zijn medemens, als er moeilijkheden waren, bij te staan.

Hij kerkte zondags in de Oosterkerk en was één van de bakkers die bij toerbeurt het avondmaalsbrood leverden. De afspraken daarover werden een enkele keer, altijd per abuis, geschonden. Bakkertje Kamphuis had daar dan grote moeite mee, vooral omdat hij vond dat hij toch met kop en schouders boven zijn collega’s uitstak.

Toen ik vanmorgen deze foto maakte schoot me het verhaal van de vader van Rijk de Gooyer, ook broodbakker, te binnen. Hij leverde als enige bakker dat, zeg maar, kerkelijke brood. Tot zijn ergernis moesten ook daar andere bakkers de mogelijkheid van die leverantie krijgen. Bij de eerste avondmaalsviering met brood van een andere bakker sprak

De Gooyer Sr, zacht, maar wel zo duidelijk dat iedereen het kon horen: “Slecht gerezen!”

28-10-2020

 

Klooster


126 Kloooster bew

Ik vond het een vreemde ervaring de tuin in de wandelen van het ernaast gelegen Dominicanenklooster. Zo midden in de stad, in een drukke wijk, ineens zo’n rustgevend stukje grond met bomen waarvan een aantal, schat ik in, ouder zijn dan de tuin zelf. En ik zie in gedachten ook de kloosterlingen er lopen, al dan niet in stilte. 

Het eerste Dominicanenklooster werd zo’n 500 jaar gebouwd. Niet op deze plek. Het oude klooster vinden we nu in de binnenstad van Zwolle waar het in gebruik is als Stedelijk Conservatorium. De ernaast gelegen kloosterkerk herbergt nu Boekhandel Waanders.

Het huidige klooster, ontworpen door architect Keyser uit Maastricht is rond 1900 gebouwd door een Nijmeegse aannemer die de hele bouw op zich nam voor nog geen 350.000 gulden.  De eerste bewoners kwamen op 12-1-1901 en de kerk werd ingewijd op 19-8-1902.

In het klooster brak in 1933 brand uit waarna bij de restauratie er een verdieping bij op werd gebouwd. In de jaren vijftig van de vorige eeuw woonden er zo’n tachtig broeders.  Dat is tegenwoordig wel anders. Bij mijn weten wonen er nu nog zeven broeders en wordt het overgrote deel van het kloostercomplex verhuurd. In de jaren tachtig ben ik er ooit een dag te gast geweest. Ik mocht mee-eten en moest mee-afwassen, in een enorme keuken die uitsluitend naar afwasmiddel rook. Want toentertijd werd de maaltijdvoorziening geregeld door de keuken van het naast de kerk gelegen ziekenhuis dat van huis uit ook een Rooms Katholieke grondslag had. Het was een dag die ik me, denk ik, heel mijn leven zal heugen. De gastvrijheid, de rust en de humor, die combinatie zorgde daarvoor.

Vandaag kwam ik trouwens in die tuin ook een mededeling tegen die naar mijn ervaring niet in de jaren tachtig opgesteld kan zijn en die luidt:

“U bevindt zich in een privé tuin van de Dominicanen. Graag deze walnoten laten liggen. Ze zijn bestemd voor de paters.” Het zal tegenwoordig wel “nootzakelijk” zijn.

27-10-2020

 

Schadelijk


125 Schadelijk bew

In, zo schat ik, 1969 verhuisde Drukkerij Tijl, de uitgever van de Zwolsche Courant, van de panden aan de Voorstraat en Melkmarkt naar het pand aan de Blaloweg, te zien op de foto van vandaag.  Alleen de lijnen op de gevel daar, die de papierloop door de drukpersen symboliseerden, herinneren er nog aan. De Koninklijke Drukkerij Tijl heeft wel een record op haar naam staan, te weten 198 jaar lang zelfstandig een krant uitgeven. Ik ben ervan overtuigd dat veel stadgenoten, “de Zwolse” missen. Bij mij begon de vrees voor te grote veranderingen al toen de Zwolse van een avondkrant een ochtendblad ging worden. Alsof we er om gevraagd hadden. Integendeel, was er ’s nachts bijvoorbeeld een brand in de binnenstad, stond het dezelfde middag in de krant. De journalisten ervan werkten en woonden in of in de nabijheid van Zwolle, wisten dus waar ze over spraken en schreven. Nu weet menig redactielid niet eens van elke straatnaam in Zwolle hoe die gespeld dient te worden. 

Als ik een ochtendblad had gewild, had ik, eerlijk gezegd, niet voor een kloon van het Algemeen Dagblad gekozen. Nu ben ik, als was het een eendenkooi, erin gevlogen.  Zo lees ik berichten over steden en dorpen die niet bij de Zwolse leefwereld horen, en ik word doodgegooid (excusez le mot, maar het pas hier zo lekker) met overlijdensadvertenties uit bijvoorbeeld Apeldoorn en verre omgeving. En het meest bizarre, in dit kader, vind ik nog wel dat je dat soort advertenties nu duur moet betalen omdat ze ook in andere regio’s te lezen zijn, terwijl daar niet voor te kiezen valt. Berichten over het Zwolse verenigingsleven, toneeluitvoeringen en concerten zijn uit de krant verdwenen waardoor het lijkt alsof in deze regio cultureel niets te beleven is. Dat is jammer, zo niet schadelijk voor onze stad.

Of elke recensie trouwens positief zou werken, is maar de vraag. Zeker als men deze, over een toneelvoorstelling uit De Zwolsche van 1897, leest: “De vertooning was zeer aangenaam voor het oog, met uitzondering van de eerste akte, toe dikke rookwolken uit een der kachels het uitzicht belemmerden”.

26-10-2020

 

Weeshuis


124 Weeshuis bew

In 1960 brandde het Zwolse weeshuis in de Broerenstraat, om precies te zijn, het Hervormd Weeshuis, zo goed als tot de grond toe af. Alleen de zandstenen toegangspoort bleef staan. Omdat de jeugdzorg in die jaren sterk veranderde werd het weeshuis niet herbouwd en is de poort ter herinnering en versiering verhuisd naar de voordeur van de Emmanuels Huizen in de Praubstraat, links op de foto van vandaag. In de laatste jaren van het bestaan ving het weeshuis niet alleen weeskinderen op maar ook kinderen uit gezinnen waarvan de ouders de opvoeding niet kon bolwerken omdat of de financiën ontbraken of omdat het gezin te groot geworden was.

Op de poort na, en het straatnaambordje Weeshuisstraat daar waar het weeshuis ooit z’n plek had (foto rechts), is er weinig van terug te vinden anno 2020. Het is een goede zaak dat de opbrengst van het kapitaal van het weeshuis nu jaarlijks wordt uitgekeerd aan projecten in Zwolle, die de jeugd betreffen.

Wel kun je je afvragen hoe het kon dat kerkelijke instellingen zoveel bezittingen hadden. Het gaat echt om veel geld. Ongetwijfeld zal er ook voor het weeshuis op menig zondag gecollecteerd zijn en gaven arm en rijk een bedrag dat ze respectievelijk konden missen of meenden te moeten geven. Velen daarvan deden dat  omdat ze veronderstelden dat met hun geld de kinderen gevoed en gekleed werden. Ik kan me niet voorstellen dat zij wisten van de spaarzin die de bestuurders van destijds aan de dag legden.

De eerlijkheid gebiedt te melden dat er in Zwolle nog iets  anders te vinden is dat doet denken aan het weeshuis. Een restaurant aan de Assendorperstraat nummer 6, genaamd: “Het Weeshuys”  De keuken daarvan zal ongetwijfeld maaltijden bereiden die heel anders zijn dan vroeger in de keuken in de Broerenstraat.

25-10-2020

 

Haersterveer


123 Haersterveer bew

De huizenbouw en aanleg van snelwegen in Nederland met z’n vele viaducten heeft in de afgelopen decennia gezorgd voor een enorme vraag naar zand.  En daardoor ontstonden overal nieuwe watertjes, in de vorm van plassen dan wel meertjes. In Zwolle hebben we daarom bijvoorbeeld de Wijde Aa, de Wijthemerplas en de Milligerplas, om een paar voorbeelden te noemen.  De oudste is bij mijn weten de Agnietenplas die qua recreatie een prima aanvulling was op de camping die er al in de buurt lag.  Daarvóór gingen kampeerders en water minnende Zwollenaren recreëren in de nabijgelegen Vecht. Je ging dan de Haersterveerweg af en aan het eind bij het voet- en fietsveer was links van de weg een “strandje” ontstaan.   Dat strandje is na de komst van de plas in de vergetelheid geraakt. Het veer is er nog steeds, hoewel ook hier Corona ervoor gezorgd heeft dat het tijdelijk is gestaakt.  Het moet niet te lang gaan duren anders herstelt de natuur ook hier de oevers van de Vecht en wordt het onmogelijk het veer nog te gebruiken.

Haerst Veerpontbaas Jacob Versteegh 7V6A6047

Veerbaas Jacob Versteegh ...

’s Zomers maakten zo’n honderd personen per dag van het veer gebruik. Door scholieren die er een korte weg naar school of thuis door hadden en ook hier vaak door recreanten.  Bij velen van hen is de veerbaas Jacob Versteegh bekend. Al jaren bedient hij, samen met zijn vrouw en enkele vrijwilligers het pontje. Jacob, de tachtigjarige leeftijd begint te naderen, wordt in het buurtschap Haerst ook wel “de professor” genoemd, want hij is technisch ingenieur en is zeer met zijn tijd mee gegaan. De vrijheid op en rond het water is het op het lijf geschreven en daarom deed hij het technische werk dan ook in deeltijd. Nu het pontje niet kan varen, ontdekt hij alsnog weer andere vrijheden die hem door z’n vaste klanten vast niet misgund gaan worden. En, zoals ook op de foto van vandaag te zien is, als de natuur een handje helpt, wordt het afscheid makkelijker.

24-10-2020

 

Globe


122 Globe bew

Op school leerde ik al dat de Eerste Nederlandsche Globe Industrie in Zwolle was gevestigd. Dan denk je meteen aan een enorme fabriek met wereldbollen in vele formaten.  Niets was minder waar. Het bedrijf bleek gevestigd in één van het rijtje, toch wel bijzondere, huizen vlak bij die school, in de Veerallee, rechts op de foto van vandaag. Wel een onopvallend bedrijf. Als je het wist en je keek goed zag je een paar grote globes in de voorkamer staan. Later las ik dat het als het ware een klein familiebedrijf was, waar de bollen handmatig beplakt werden met de erbij horend formaat kaarten.

Al als jongetje van een jaar of zeven kreeg ik een globe, met een doorsnee van zo’n dertig centimeter. Nee, niet even zomaar tussendoor en ik vond het ook een heel bijzonder verjaarscadeau. Ik kende geen klasgenoten die ook zo’n ding in hun slaapkamer hadden staan.  Achteraf bleek dat het enige positieve van het apparaat was, dat het interessant stond in dat kamertje. Het bleek ook nog een exemplaar te zijn met een productiefout. Niet dat de noordpool op de plek van de zuidpool zat, dat niet, maar de plaknaden overlapten elkaar waardoor sommige landsdelen onzichtbaar waren.

Toen ik in de koffiebranderij ging werken ontdekte ik hoe een en ander was gegaan. Die Eerste Nederlandsche Globe Industrie was een koffieklant en mijn vader heeft eens een “handeltje” gedaan met de eigenaar. Voor wat koffie kreeg hij een wereldbol voor een schappelijk prijsje mee.

Trouwens toen ik de fouten op de globe eenmaal ontdekt had, was de lol er snel af. Temeer toen ik zelf bij het bedrijf op bezoek kwam en ontdekte dat er veel mooiere, grotere en preciezere te koop waren.  Op die van mij kon ik nog niet de route naar mijn grootouders in Bolsward, of die naar familie in Amsterdam uitstippelen. Mijn moeder heeft hem in een moment van opruimwoede weggedaan. Of mijn vader voor de globe met een foutje ook koffie met een afwijking heeft geleverd, vermeldt het verhaal niet. Ik vermoed van niet, daar was hij de man niet naar.

23-10-2020

 

Rondje


121 Rondje bew

Ondanks de afwezigheid van Corona, verveelden wij ons als pubers bij tijd en wijle stierlijk.  We groeiden op in de buurt van het Openluchtbad, waar veel voortuinen met muurtjes omheind waren. Die muurtjes waren ideale hangplekken om onze lusteloosheid duidelijk aan onze ouders te laten zien. Soms ontstond ineens het idee van de hardloopwedstrijd hoewel ook niet vaker dan eens per jaar. Dan liep je om de beurt een rondje vanuit de straat, via de Vondelkade, de Boerendanserdijk en aan het eind rechtsaf door Berkum. Net voor de grens van Berkum liep je dan over de brug over de Nieuwe Vecht. Zouden we dan naar rechts gekeken hebben, hadden we van het uitzicht, zoals op de foto van vandaag, kunnen genieten. Zelf kan ik me dat niet herinneren. Ik behoorde ook niet tot de snelle lopers en was helemaal niet de sportiefste van de buurt.  Een paar honderd meter de Kuyerhuislaan op, toen nog Watersteeg geheten, gingen we rechtsaf het Roodhuizerpad op. Nu is het voornamelijk een fietspad dat uitkomt op het terrein van het ziekenhuis. Toen was het vooral een zandpad dat ter hoogte van het Sportpark was verhard met sintels (een afvalproduct van steenkool dat overblijft na verbranding, bijvoorbeeld ten behoeve van stroomopwekking). Wij noemden het dan ook het Zwarte Weggetje. Je kwam dan, met ontzettend zwarte voeten, uit tegenover het Openluchtbad en daarmee was je dan ook snel weer op het eindpunt, dan wel beginpunt. Wellicht is het voor de zich thans vervelende jongere generatie ook een idee om dit weer te organiseren. Gezond is het in ieder geval en met de huidige mobiele telefoons kan iedereen exact zijn eigen tijd opnemen.  Wij waren afhankelijk van de enige jongen in de straat met een horloge met secondewijzer.  Ik kan mijn looptijden me niet meer herinneren.  Gelukkig heeft de tijd ze uitgewist.

22-10-2020

 

Groenstad


120 Groenstad bew

Gelukkig zijn er op sombere morgens, zoals die van vandaag, toch foto’s te maken die het aanzien nog wel waard zijn, zoals deze van vandaag.

Een rijtje bomen langs Blaloweg, schuin tegenover die bouwmarkt met de mijns inziens veel te grote reclamemast. Waarover, tussen twee haakjes, de Stentor vorig jaar al meldde: “Je kan er niets mee, koopt er niets voor, maar toch melden we het even: Hornbach Zwolle krijgt eerdaags een nieuwe reclamemast.”

Afgelopen dagen lees ik over nieuwbouwplannen, waarvan vaak ook nog hoge nieuwbouw langs de Zwartwaterallee, met de Blaloweg in het verlengde.  Ooit had, ik schreef er al eerder over, de gemeente Zwolle het megalomane plan om een hele strook grond aan de westkant van de A28 vol te bouwen met torenhoge gebouwen. De twee kolossen ter hoogte van Spoolde waren ooit de start van dit mislukte proces. En nu wil men 1300 woningen bouwen met hoogtes die tot 65 meter reiken. Alsof dat het summum van wonen wordt en of dat het voor de huidige bewoners in de buurt een grootse verbetering wordt. Weg het resterend groen, weg zelfs de mogelijkheid om meer groen aan te leggen, weg de nu nog prettige aanblik van dat stuk Zwolse ringweg. Zwolle heeft zich een aantal jaren uitstekend geprofileerd als Groenstad. Die wijze van plannenmakerij lijkt in het beroemde ronde archief te zijn verdwenen. Nu zal men wellicht ten stadhuize melden dat er inspraak zal zijn en dat er op de plannen zogenoemde zienswijzen kunnen worden ingediend. Ik weet niet hoe het u vergaat als u het leest ? In de praktijk worden de meeste van die bezwaren met een simpele pennenstreek van tafel geveegd.  Helaas is de man die Zwolle als Groenstad op de kaart zette, Gerard Mosterd, in juni jl. overleden. Hij zou vast bezwaar gemaakt hebben. En ook daarom zou het goed zijn als het gemeentebestuur een en ander nog eens goed in overweging nam.  En, vergeef me de woordspeling, laat het tegengeluid niet de mosterd na de maaltijd zijn.

21-10-2020

 

Nel


119 Nelbew

In de luwte van de prachtige Dominicanenkerk aan de Assendorperstraat, is jarenlang een opvang geweest voor dak- en thuislozen. Een initiatief van het op dit terrein immer te prijzen Leger des Heils. Het bevond zich in een bijgebouw van de kerk en de ingang ervan was de meest linker deur op de foto. Boven die deur hing een eenvoudig houten bordje met het opschrift: “Nel Bannink-huis”.

Nel Bannink (1916-1997), was haar hele leven vrijgezel, in haar werkzame leven huishoudster bij een Zwolse arts en ze kwam in 1939 in aanraking met het Leger des Heils. In 1947 werd ze heilssoldate en vanaf 1949 collecteerde ze elke vrijdag- en zaterdagavond in de binnenstad van Zwolle. Eerst bij de eethuisjes en restaurants, later op de avond ging ze de cafés af. Ze dronk geen druppel alcohol, een huisregel van het LdH, desondanks was ze een innemend persoon. Ze had een luisterend oor voor iedereen die haar aansprak, van burgermeester tot dronkenlap. Ze was nooit bang, ondanks de vaak volle collectebus. Ze genoot bescherming, zeker ook van de werkers in de horeca waar ze overal “Tante Nel” werd genoemd. En het is dan ook niet meer dan terecht dat na haar dood de dak- en thuislozenzorg van het Leger des Heils, naar haar genoemd is.

Nel bew 7365

Jarenlang had ik vanuit mijn werkplek in het Ziekenhuis De Weezenlanden uitzicht op die deur van het Nel Bannink-huis. Om 9.00 uur ’s ochtends moesten alle gasten weer de straat op (strenge vorst periodes daargelaten) en dan zagen we de, merendeel, mannen de straat weer opgaan. Vaak op zoek naar de dagelijkse slok of het hoognodige shot.

Rond de klok van half zes mocht men weer naar binnen. Voor die tijd zaten verscheidene van hen met de rug tegen het gebouw tussen de struiken en namen nog snel een paar pilsjes, want binnen mocht dat niet meer.  Hoewel ze bijna allemaal een chronisch geldtekort hadden, lieten ze hun lege flesjes in de struiken liggen. Tante Nel zou ze, huishoudelijk en spaarzaam als ze was, vast opgeraapt en ingewisseld hebben.

20-10-2020

 

Friesewal


118 Friesewal bew

De afgelopen jaren is in de binnenstad van Zwolle, het schiereilandje dat gevormd werd door de Friesewal en het laatste deel van de Thorbeckegracht, rigoureus veranderd. Nu is het volgebouwd met veelal prijzige appartementen. Daarvoor stond er naast een grote lakfabriek - links op de foto van vandaag is de herinnering daaraan nog net te zien - daarnaast een veevoerproducent, een expeditiebedrijf en onze koffiebranderij.

Er vloog toen wel eens door oververhitting koffie in de brand, in het huidige bedrijf op de Marslanden ook nog wel, maar dat bleef en blijft altijd eigenlijk altijd beperkt tot veel rookontwikkeling.  De medewerkers van de lakfabriek vonden het minder prettig als dat gebeurde. De hoeveelheid vluchtige stoffen bij hen aanwezig, zorgde voor trillende knietjes.

Heel anders was het op maandag 17 september 1979 toen in een van de magazijnen van de lakfabriek brand uitbrak. Dat mondde uit in een grote en gevaarlijke brand die nog steeds als zeer opmerkelijk bij de Zwolse brandweer in de boeken staat. Op YouTube is er zelfs nog een filmpje over weer te vinden.

In onze koffiebranderij hebben we zo snel mogelijk het productieproces stil gelegd er van uitgaande dat de stroom toch wel zou uitvallen. We hebben de administratie voor de zekerheid veiliggesteld en afgewacht wat er zou gebeuren. Als buurman van de lakfabriek zaten we eerste rang en er was genoeg te zien. De blikken verf dreven brandend in de stadsgracht om maar een voorbeeld te noemen.  De stroom viel uit, de telefoon bleef wonderwel functioneren hoewel de bel en lampjes op de toestellen niet meer functioneerden. Maar aan het klikken in de schakelkast hoorden we dat we gebeld werden en konden dan opnemen. Want hoewel de brand het radionieuws haalde, wisten onze klanten natuurlijk nergens van. Mijn oom Halbe die bij de Holland Amerika Lijn in Amsterdam werkte, hoorde wel het nieuws. Hij dacht onmiddellijk dat kan niet anders dan bij mijn broer en neef zijn, belde ons en zo kon ik hem live op de hoogte brengen van wat er gaande was. Anderhalf jaar later overleed oom Halbe plotseling.  Bij het zien van dit punt in de binnenstad word ik steevast aan hem herinnerd. Iets dat me goed doet.

19-10-2020

 

Veemarkt


117 Veemarkt bew

De IJsselhallen zullen naar verluidt binnenkort verleden tijd zijn. Net als de, door de Mkz-crisis in 2001, verdwenen handel in vee. En nog eerder het verhuizen in 1974 van Vleesverwerkingsbedrijf L. van der Bend dat gebruik maakte van het slachthuis, op de foto van vandaag, ongeveer gesitueerd op de plek waar de bomenrij staat. Als leerling op een van de scholen aan de Veerallee was er niets mooiers dan tijdens “vrije uren” op veemarktdagen rond te lopen tussen de boeren, de handelaars en de verkopers van de hulpmiddelen die boeren dagelijks gebruikten. Zaken die varieerden van gereedschap en klompen tot droge worst en gebakken vis. Het meeste gebeurde in de open lucht maar aan één kant van de markt was de horeca te vinden waar de (ver)kopen werden afgehandeld.

Ik kreeg in 1969 verkering met een dochter van een slager. Eén van de twee - de ander was slager Huijgen aan de Van Karnebeekstraat - nog zelf slachtende slagers van Zwolle.  Zij kochten hun te slachten vee niet bij de groothandel maar rechtstreeks bij een boer of op deze veemarkt. Waarschijnlijk om een witvoetje te halen vroeg ik hem al snel of ik een keer mee mocht naar de markt. Hij vond het prima, liep een poosje rond, deed hier en daar wat handjeklap en kocht zo een koe die hem wel zinde. Opvallend vond ik dat het handjeklap werd afgesloten met een slotklap en de zin: “En een gulden in gelag”. Daarmee was de koop gesloten en het borreltje bij de afrekening was voor rekening van de koper.  Toen ik weer thuiskwam, ’t was rond half negen in de ochtend, stond mijn moeder bovenaan de trap en riep me toe:” Alsjeblieft trek achter het huis je kleren uit en ga douchen, wat een lucht!” Nou zei ze altijd dat ze een neus als een hazewindhond had, maar mij leek het in dit geval pure suggestie. Want al die keren dat ik daarvoor over diezelfde markt had gebanjerd, alleen ze wist daar niet van, had ze er nooit een opmerking over gemaakt. Dat zijn nou van die dingen die je graag nog eens zou willen navragen. Maar helaas!

18-10-2020

 

Bergklooster


116 Bergklooster bew

Ik weet niet hoe het anderen vergaat maar ik mag graag rondwandelen op een begraafplaats.  Dat deed ik al ver voor ik er beroepshalve mee in aanraking kwam. Begraafplaats “Bergklooster” - vandaag voor een deel op de foto - is ontstaan op de plek waar ooit het klooster stond waar Thomas à Kempis zijn wereldberoemde boek “De Navolging van Christus” schreef. Naar men zegt, op de bijbel na, het meest gelezen boek ter wereld.

In de vorige eeuw leefde in Zwolle Jan Tulp (1914-1985) een man die verstandelijk niet goed kon meekomen met de wereld om hem heen. Wel kon hij geweldig orgel spelen, wist alles over de klassieke componisten en was gezegend met een absoluut gehoor.  Zo kreeg hij van een orgelbouwer bij een muzikaal jubileum ooit een bloemstuk met daarin een orgelpijp verwerkt. Jan kon het niet nalaten daar lucht door te blazen en bij het horen van de toon zei hij voldaan: E-mineur.

Op Bergklooster, zo kondigde hij ooit aan, wilde hij niet begraven worden want zo zei hij: “Daar klinkt de klok vals, ik wil daar niet bij liggen!”  Hij is dan ook op Begraafplaats “Kranenburg” ter aarde besteld. Tweeëndertig jaar na zijn dood hebben ze op “Bergklooster” een nieuwe luidklok in gebruik genomen.  Jan zal zich er ongetwijfeld niet druk meer over hebben gemaakt.

Zelf is mij toentertijd nooit opgevallen dat luidklok niet op toon was, ik hoorde dat simpelweg niet.  Wel mag ik graag “grafschriften” lezen. Een vroegere beheerder van “Kranenburg” hield niet van stenen met veel tekst. “Dan zijn het meer rouwadvertenties” zei hij me eens. Teksten als: “Hier rust mijn allerliefste vrouw” kunnen ook niet, want eigenlijk staat er dat de achtergebleven man meerdere echtgenotes had. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Gelukkig lezen we daar meestal overheen.  Dat wordt lastiger als er opvallende teksten op staan, zoals het in de Verenigde Staten wel gebeurt. Daar staat bijvoorbeeld op een steen: “Sorry dat ik niet voor je opsta!”

En persoonlijk vind ik dit wel een ijzersterke tekst, die daar ook te vinden is: “Ik had zo gehoopt op een piramide.”

17-10-2020

 

Naam


115 Naam bew

Shakespeare zei het al: “What’s in a name ?” We kennen en kenden veel namen voor buurten dan wel wijken in Zwolle. Een deel van Assendorp heet de Pierik, een deel van het Wipstrikkwartier wordt de Zeeheldenbuurt genoemd en de foto van vandaag is genomen in de Indische buurt.  Niet dat er allemaal Indische mensen woonden, nee, de straatnamen vinden hun oorsprong in de onze koloniale geschiedenis. Zo kennen we er bijvoorbeeld de Sumatrastraat, de Javastraat en de Borneostraat. De eerste 96 woningen werden er, het gebied heette “de Vlasakkers”, in 1907 gebouwd mede als gevolg van de woningwet die in 1901 was aangenomen.  De buurt is intussen al enkele malen aan de eisen van de tijd aangepast en ook nu is men er weer aan het renoveren. 

Terug naar de naam. Ik groeide op, zeg maar naast de Indische buurt. Alleen de Nieuwe Vecht lag er tussen die wij als kinderen nooit zo noemden.  Wij noemden het kanaal naar de weg die ernaast lag, de Vondelkade. Dus we schaatsten op de Vondelkade en we visten en vielen in de Vondelkade. Als we er zo over praatten, was er niemand  die ons verbeterde.

Naast de Pierik was in Assendorp ook een wijk waar veel personeel van de Nederlandse Spoorwegen huisde.  Met straatnamen als de Eendrachtstraat, de Commissiestraat en zelfs de Spoorstraat.  Dat deel van Assendorp kreeg dan ook de Zwolse (bij-)naam “de Spoor’azenbuurte”.

De eerlijkheid gebiedt ons wel dat we ons moeten realiseren dat de genoemde buurten eigenlijk allemaal zogenoemde “arbeiderswijken” waren en er een te groot verschil was tussen de woningen van het lagere en hogere personeel. Wel waren het heel sociale en gezellige buurten waar men veel voor elkaar over had en er werd vaak en veel gelachen. Want humor sleept mensen door moeilijke tijden heen.  In het midden van de vorige eeuw werd in die laatstgenoemde buurt het grapje over het veel “duurdere” Veeralleekwartier gemaakt als je half bakje koffie of thee voorgeschoteld kreeg: “Hé, wie bint ‘ier niet in de Veerallee!”

16-10-2020

 

Wipstrik


114 Wipstrik

Daar waar in Zwolle de Herenweg en Wipstrikkerallee samenkomen, dat werd in de negentiende eeuw een lommerrijke buurt genoemd en was favoriet bij wandelaars. Of dat in het najaar of winter ook het geval was vertellen de geschiedenisboeken niet. De kleuterschool, waar ik toch wel iets meer leerde dan gekleurde papiertjes tot scheepjes te vouwen, was gevestigd op de zolder van een schoolgebouw aan die Wipstrikkerallee. En we wandelden bij mooi weer vaak richting het punt op de foto van vandaag.

De Leo Majorlaan doorkruiste de Wipstrik, zo werd de naam van de weg meestal afgekort, nog niet. Op die plek stond een Rooms-Katholieke kleuterschool waar de kinderen les kregen van een paar nonnen nog in habijt met een grote kap met witte of zwarte sluier.  Als protestants jongetje vond ik dat maar niets. Ik had gelukkig van doen met onder meer Juf Groenenberg.  Een lievere Juf kon ik mij niet voorstellen.  Ze heeft zich tot aan haar pensionering gewijd aan het kleuteronderwijs. Haar sterkste kant was wel dat zij kinderen als volwaardige mensen zag. Later begreep ik dat ze didactisch een methode gebruikte waaraan een nadeel kleefde. We moesten altijd heel stil zijn in de klas. Zitten op een klein stoeltje achter een klein tafeltje. Veel beweging kregen we als kleuter niet.  Het gevolg was thuis te merken, als de school was afgelopen, dan moest alle opgekropte energie eruit en zat ons moeder opgescheept met een stel tierende kinderen.

Toch bleef iedereen Juf Groenenberg een lief mens vinden en het wekte jarenlang verbazing dat ze vrijgezel bleef. Ze woonde met een zus en broer samen in De Genestetstraat, bij ons in de buurt, en zo maakte ze tot haar dood deel uit van ons leven. Gisteren eindigde ik m’n verhaaltje met een woorden van de dichter Vondel. Ik kan vandaag er niet onderuit De Genestet te citeren: “ ’t Leven alleen is de school van het leven.”  Het leven dwingt me vandaag het woord Juf steeds met een hoofdletter de schrijven.

15-10-2020

 

Flat


113 Flat

In het weekend las ik dat onze burgermeester, die van Zwolle dus, woont in een appartement in de binnenstad.  Aan de foto’s te zien, woont hij gewoon in een huis vlakbij de Sassenpoort. 

Waar komt het vandaan de term “appartement”?

Deze weken is het 50 jaar geleden dat ik mijn eerste woning kreeg toegewezen.  Een flat aan de Obrechtstraat.

Als je in die tijd woningzoekende was, en weet wel, een hele net-naoorlogse generatie zocht met je mee, was je blij met een flat. Wilden wij aangeven waar wij in de Obrechtstraat woonden, zeiden we: “In de maisonnettes tegenover het evenemententerrein”. Daar waar anno nu de parkeergarage van Het Deltion College is. Wij waren er in die tijd mee verguld. Want een maisonnette was eigenlijk een woning met twee verdiepingen in een flat. En het uitzicht over Zwolle was subliem. Ik kon er de schoorsteen van onze koffiebranderij zien roken.  Maar dat ik in een appartement woonde, kon ik toen niet bevroeden. Net zomin als een student die ergens op een kamer zat, dacht dat zo’n duur verhuurd vertrek later een “studio” genoemd zou worden.  Onze flat kreeg, zoals zovele, later ook nog een chique naam. “Jacob Obrechtveste”.  Of komt het door de enorm gestegen huizen- en huurprijzen dat het te gênant voor woorden wordt om zoveel geld voor een heel normale woning te vragen ?  Of willen we niet meer zeggen dat we een flat of huurhuis wonen en klinkt appartement simpelweg beter ? Zeker is dat, zoals in veel gevallen in onze maatschappij, de vlag de lading zelden dekt.

Ons gezin breidde zich in de flat snel uit en daarom moesten we wel verhuizen. Toen ik vanmorgen de naam las, ontkwam ik niet aan de regels van de dichter Vondel: “Het Hemelse gerecht heeft zich ten lange leste, ontfermd over mij en mijn benauwde veste”.

14-10-2020

 

100


100 640px

Nee, het wordt geen verhaal over het tekort aan openbare toiletten in Zwolle. Hoewel dat onderwerp wel van meer aandacht van de gemeentebestuurders mag hebben.  Naar men weet hebben mannen er minder moeite mee, maar hoe voorzichtig je het ook doet, het blijft wildplassen. Voor de dames is er een groot tekort. Deze op de foto staat trouwens op de hoek van de Luttekestraat en Potgietersingel. Daarmee sluit ik het onderwerp af.

Vandaag gaat het over kamertje 100.

De afgelopen maanden schreef ik - als dit stukje ook op de website “Zwolle in beeld” wordt geplaatst - in mijn kamertje honderd en meer verhaaltjes naar aanleiding van een eerder op de dag gemaakte foto. Dat betekende dat ik in mijn kamertje honderd en meer titels en slotzinnen heb bedacht.  Maar bovenal dat ik in mijn kamertje honderd verhaaltjes over Zwolle heb geschreven. En wel op de kop af.  Reden voor mij om er mee op te houden. Niet met het schrijven. Ik ben namelijk geen historicus, wel zo ontdekte ik, al schrijvend, een verhalenverteller. Hoe eigenwijs het misschien mag klinken, ik verbaasde mezelf meermaals, omdat ik heel vaak wel een foto had gemaakt maar nog niet wist wat ik erbij zou vertellen. En toch lukte het elke keer weer. Vandaar de verbazing.  Daarbij opgeteld de reacties die ik kreeg, stimuleren enorm en ik was en ben er blij mee.

Ik blijf er dus mee doorgaan. We zullen elkaar, u als lezer, ik als verteller vast blijven ontmoeten. In een andere frequentie wellicht in een andere vorm, maar ik blijf een oprechte Zwollenaar, dus zal het vaak met die stad en z’n blauwvingers te maken hebben. Want Zwolle: Döör bint mi'j de stienen nog eigen !

25-06-2020

 

Loge


Loge 640px

Er mist een streepje boven de “e” denkt u misschien en dat zou terecht zijn als het gebouw op de foto de functie zou hebben behouden van vroegere eeuwen, namelijk dat van logement. Het pand staat al sinds 1554 in de gemeentelijke boeken. Toen heette de straat trouwens nog Pasmanstraat. Toen de familie Bloemendal het pand betrok kreeg de straat ook die naam.  We hebben het dus over Het Logegebouw van de Vrijmetselaars in Zwolle aan de Bloemendalstraat 11.

De Vrijmetselarij is afkomstig uit Engeland, waar het woord Lodge in de betekenis van ontmoetingsplaats voor leden van de vrijmetselarij vandaan komt en in Nederland veranderd is naar Loge. In Zwolle kwamen de leden al in 1764 voor het eerst bij elkaar en in de loop de tijden op heel veel goede en ook slechte, in ieder geval verschillende plaatsen. De oudste loge heet “Fides Mutua” en heeft lang gezocht naar een eigen vaste plek. Op 20 november 1867 passeerde uiteindelijk de koopakte en zo werd “Fides Mutua” voor fl. 5415,— eigenaar van Bloemendalstraat 11. O ja, ze moesten nog fl. 100,— bijbetalen voor het overnemen van de gasleidingen.

Intussen zijn er meer loges de gezamenlijke eigenaar. Naast “Fides Mutua” de loges “In Vrijheid Gebonden” en “De Arbeidsvloer”. In die loges probeert men - in mijn woorden - door gesprek en daarbij elkaar in eigen waarde te laten, door avonden - die volgens vaste patronen verlopen - te beleven en herbeleven, van elkaar en van jezelf te leren. Met het doel jezelf beter te leren kennen, beter mens te worden en daardoor de wereld iets te verbeteren.

Misschien was dat ook wel een drijfveer voor de aanschaf van dit gebouw. Want daarvoor werd vergaderd in de Nieuwstraat, met een bordeel al buren. Ken U zelve ?

24-06-2020

 

Skyline


Skyline 640px

De skyline van Zwolle is, in de ogen van het gemeentebestuur een aantal jaren een belangrijk issue geweest. Uit die tijd stamt ook het stelletje wolkenkrabbers dat je tegenkomt als je uit het zuiden via de A28 Zwolle nadert. Met het logo van een grote bank opzichtig on top. Alsof daarmee een stad aantrekkelijk wordt voor toeristen, het bedrijfsleven en de zorg, om maar eens wat te noemen.

Rond de skyline op de foto van vandaag, genomen op de Burgemeester Drijbersingel, zouden we vroeger de gasfabriek hebben zien staan, of de St. Michaelskerk in de binnenstad en zagen we vooral kleinschalige gebouwen als een verzorgingshuis, een veevoederfabriek en heel veel kleine middenstand. Zwolle had, vooral een regiofunctie met bijvoorbeeld veel winkels, en twee, wat kleinere, ziekenhuizen met ieder hun eigen manier van patiëntbenadering, waardoor de Zwollenaar en regio kon kiezen waar men “medisch”geholpen wilde worden. De binnenstad van Zwolle was nog niet het evenbeeld van de binnenstad van Leeuwarden of Amersfoort, om maar een paar willekeurige steden te noemen.

Want in geen enkele andere stad was een vestiging van Jülf Albers of van Heeger ten Brink, de herenmodezaak om maar weer eens wat te noemen. Gelukkig kennen we in Zwolle ook nu nog, en ook nu weer, heel specifieke gebouwen als Schouwburg De Spiegel of het Museum De Fundatie.  Gelukkig blijft de oude en vertrouwde “Peperbus”, de toren die onlosmakelijk bij de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming hoort, vanuit vele hoeken toch wel het belangrijkste herkenningspunt van Zwolle. Mijn moeder geboren en getogen in het Friese Bolsward kwam na haar huwelijk is Zwolle wonen en heeft zich er altijd “poerbêst” gevoeld. Kwam ze terug van een bezoek elders in het land en ze zag bij het naderen van Zwolle, die toren weer zei ze vaak: “Gelukkig, het Zoutvaatje!”

23-06-2020

 

Hopmanshuis


Hopmanshuis 640px

Toen onze koffiebranderij nog aan de Thorbeckegracht gevestigd was, waren we de overburen, of beter gezegd: achterburen, van het Hopmanshuis. Eigenlijk maar eventjes, zo’n zestig jaar. Want het huis staat er namelijk al sinds 1663 dus bijna driehonderd jaar langer. Gebouwd in opdracht koopman Claes Cock (ja, met C-o-c-k). Het pand lag er strategisch want aan de achterzijde stroomde de gracht langs de fundamenten en konden schepen aanmeren want het was èn de woning èn het pakhuis van Claes Cock (ja, met C-o-c-k). Zijn erfgenamen, met name Jannes Nauta, hopman van de stedelijke militie, liet het ingrijpend verbouwen. Waarschijnlijk is het pand toen aan de bijnaam “het huis met de negenennegentig vensters gekomen. In de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg het voor de eerste keer een horecafunctie als De Nieuwe Stadsherberg. Begin vorige eeuw werd het weer pakhuis en in 1930 dacht de gemeente aan sloop. Gelukkig is dat niet gebeurd. Wel werd er in 1961 een weg om het Hopmanshuis heen gelegd om de Jufferenwal te verbreden en aan te sluiten op de Buitenkant. (voor niet-Zwollenaren, de Buitenkant is een straatnaam in Zwolle). De kunstenaarsvereniging Palet had er een poos haar onderkomen, een projectontwikkelaar werd na de restauratie in 1974 eigenaar en de laatste jaren heeft het voornamelijk een horecafunctie.

In 1730 trouwens werd Jannes Nauta verdacht van homoseksuele handelingen, een in de ogen van zijn medeburgers gruwelijke wandaad. Om erger te voorkomen vertrok hij met stille trom. Twee andere Zwolse mannen werden door de magistraat wegens de verfoeilijke misdaad van sodomie ter dood veroordeeld en opgehangen. Waarmee maar weer bewezen wordt dat de goede en slechte resultaten van het heden hun wortels hebben in het verleden.

22-06-2020

 

Sportpark


Sportpark 640px

Het sportcomplex aan de Ceintuurbaan in Zwolle, de thuisbasis van de voetbalclub PEC Zwolle, heeft nu, voor mij de onbegrijpelijke, naam: “MAC³-Park Stadion”. Het werd tot de jaren tachtig van de vorige eeuw gewoon het Gemeentelijk Sportpark genoemd. Bij de opening in 1935 is het eigenlijk een renbaan waarbinnen een voetbalveld lag. Met een tribune waar 800 personen een plek konden vinden en aan de overkant, op een heuvel staanplaatsen. PEC was de eerste club die er speelde en is dat ook bijna altijd geweest. In 1958 even kort samen met de Zwolsche Boys, maar dat vond PEC niet prettig en verhuisde naar De Vrolijkheid. In 1970 kwamen ze terug en zijn er nooit weer vertrokken.

De Ceintuurbaan liep tot de jaren zestig van de Meppelerstraatweg tot aan de Brederostraat/Boerendanserdijk. Voor het Sportpark, met aan de overkant het Openluchtbad, lag een grote bestrate ruimte waar fietsen gestald konden worden. De rekken die nu nog steeds bij het zwembad gebruikt worden, zijn er de laatste overblijfselen van. Het terrein waar nu ook Ceintuurbaan ligt, tussen het zwembad en de Leo Majorlaan, was ruw terrein , wij noemden het “het landje”.   Het was een ideaal gebied voor jongetjes om er bijvoorbeeld kerstbomen te verbranden of hutten te bouwen en een goede mogelijkheid om illegaal het sportpark binnen te glippen en gratis naar een voetbalwedstrijd te kijken. Het er zien te komen was vaak spannender dan de wedstrijd die er gaande was. Wie zei ook weer: “Elk voordeel hep z’n nadeel?”

Jarenlang heeft er een loopbrug gelegen waardoor je ter hoogte van de Brederostraat veilig de Ceintuurbaan kon oversteken. Bij voetbalwedstrijden stonden daar ook altijd een aantal Zwollenaren op, om zonder toegangsbewijs, de wedstrijd te bekijken. Wel met heel veel commentaar op de Zwolse club en heel sportief bijna altijd een sigaar of sjekkie op de lip.

21-06-2020

 

Autowas


Autowas 640px

Mijn vader heeft zijn leven lang geweigerd een visitekaartje bij zich te hebben. Geen idee waarom. Wel vond hij zijn auto zijn visitekaartje en daarom moest die er altijd keurig uitzien.  Zo hadden zijn auto’s heel lang banden met een wit zijvlak, die dus ook echt wit moesten zijn. Driemaal raden wie wekelijks het haasje was om aan vaders ideaalbeeld van een auto vorm te geven? Juist!

Nou was het heel gewoon om destijds je auto, voor je eigen deur te gaan wassen, zo mogelijk met tuinslang en wasborstel (waar in de luxe uitvoering zelfs zeepstaafjes konden voor een lekker sopje), of je liep een keer of wat met een emmer op en neer naar de keukenkraan. Mijn vader wilde dat er alleen maar met koud water werd gewerkt, alleen de genoemde witte zijvlakken kregen een behandeling met groene zeep.

In onze straat woonden jongens die voor hun buurman, tegen betaling de auto wasten. Ik vond dat ik de beste autowasser van de straat was, maar kreeg er nog geen dubbeltje voor.

Toen kwam de eerste autowasstraat in Zwolle. En nog wel bij ons in de buurt, op de hoek van de Tesselschadestraat en de Betje Wolffstraat. Mijn teleurstelling was groot toen mijn vader besloot er geen gebruik van te maken. Er zouden krassen op de auto kunnen komen en nummerplaten verkleurden of raakten zoek. Dat het een onderdeel van Garage Smit was, de Opel Garage aan de Ceintuurbaan, toch lang een favoriet garagebedrijf voor hem, telde niet mee.  Hoe bijzonder kan het gaan. Die eerste wasstraat is er niet meer, en ziet er (zie foto) heel anders uit. Garage Smit is ook verdwenen en het pand veranderde in een hele grote autowasstraat.

Trouwens, amper achttien jaar oud, mocht ik op kosten van mijn vader mijn rijbewijs gaan halen. Totale kosten, ik weet het nog steeds, slechts fl. 132.50. Toch ben ik hem er nog steeds dankbaar voor.

20-06-2020

 

Lijntje


Lijntje 640px

Zo te zien niets bijzonders, een enkel spoor richting de verte. Maar ’t is wel het Kamperlijntje. Of het nog zo is, ik weet het niet, maar jarenlang was het ook het meest rendabele stukje spoor van Nederland. Op de plek van de foto, de spoorwegovergang in de Veerallee was tot 1970 zelfs een officiële stop, Station Veerallee dus. Het gebouw is in 2000 gesloopt. Het was de trein naar Kampen, maar bij het station daar, staan borden met het opschrift IJsselmuiden. Ja, sinds 2000 onderdeel van gemeente Kampen, maar daarvoor een zelfstandige gemeente. Toch lag het station altijd al op het grondgebied van Kampen. Vanuit die stad werd al heel lang geleden de brug over de IJssel aangelegd, en wettelijk werd het gebied met het bruggenhoofd “aan de overkant” daarmee grondgebied van Kampen.  Om daar zeker van te zijn en te blijven richtte, de garnizoensstad Kampen een wachtpost in aan die overkant, die ze de Buitenwacht noemden. En nu herinnert u zich vast de grote brand op 13 juli 2010 waarbij uitgaanscentrum De Buitenwacht bij het station van Kampen totaal is afgebrand.

Aan Zwolse kant was en is het Kamperlijntje een lastige hindernis voor het verkeer. Toen ik als puber naar mijn school in de Veerallee fietste, moest er vaak en soms erg lang gewacht worden, vooral als de trein vanuit Kampen kwam. Ver voor zijn aankomst bij “Station Veerallee” gingen de spoorbomen (met van die rammelende hekken eraan) al naar beneden. De trein moest nog stoppen, mensen uit- en instappen en dan pas reed de trein de weg over. Er werd vaak geprobeerd illegaal de spoorbaan over te steken.  Leerlingen werden meestal betrapt door de rector. Aardrijkskundeleraar Zuurbier was het wachten ooit ook zat. Hij smeet zijn fiets over spoorboom 1, klom er zelf over, hetgeen zich herhaalde bij spoorboom 2 en fietste door naar school. De rector keek toevallig een andere kant uit. Van de wachtende leerlingen kreeg hij applaus, dat wel!

19-06-2020

 

Thomas


Thomas 640px

De Thomas a Kempisstraat in Zwolle, ligt er voor lange tijd, zo goed als helemaal uit.  Niet voor het eerst, vast ook niet voor het laatst. In de tijd en door de tijd verandert er veel. Thomas a Kempis heette eigenlijk Thomas van Kempen en kwam uit het Rijnland. Hij werd bewoner van het klooster, waarvan de historie teruggaat naar1395. Dan wordt er een kapel opgericht “te Nemele in den berghe” waarvan de naam later veranderd in, u raadt het al, Nemelerberg. In 1399 wordt het Agnietenklooster opgericht, en zo weet u ook waar de naam van het Theehuis De Agnietenberg vandaan komt.

Het klooster was gewijd aan de zgn. Moderne Devotie, opgericht door Gerrit de Groote, ook wel Geert Groote genoemd (1340-1384). 
De belangrijkste volgeling van Geert Groote, en ook de belangrijkste bewoner van het Agnietenklooster was toch wel, hij is al genoemd, Thomas van Kempen (zie foto) die van 1406 tot zijn dood in 1471 in het Agnietenklooster werkte en woonde. Aan Thomas à Kempis wordt o.a. het boek "De Imitiatione Christi:" (over de navolging van Christus) toegeschreven, dat nu nog, na de Bijbel het meest verspreide boek kan worden genoemd. Eigenlijk is het troostboek een soort van omnibus, een verzameling van wat ze toen traktaten noemden, wellicht nog beter gezegd, de man z’n levenswerk.

’t Is mooi dat ze de uitvalsweg die richting het klooster liep naar Van Kempen hebben vernoemd.  Het heeft wel even geduurd want heel lang heette het De Nystad, later de Nieuwstad, de verzamelnaam voor de hele buurt. Zo bezien passen de renovaties van de Thomas a Kempisstraat goed in het geheel van veranderingen. We geven haar maar een bijnaam: De Vernieuwstraat.

18-06-2020

 

Brood


Brood 2 640px

Vanmorgen reed ik door de Fuchsiastraat toen me te binnen schoot dat op nummer 34 Herman Brood werd geboren. Maar ergens door opvallen doet het huis niet. Omdat ik toch in de Isala moest zijn, dacht ik, dan maak ik een foto van het kunstwerk dat Herman maakte in opdracht van de Maatschap voor Cardiologie en dat aan het ziekenhuis (toen nog De Weezenlanden) cadeau werd gedaan.

Gesteld kan worden dat een groot deel van de Nederlanders Herman Brood een geweldig artiest vindt, een ander groot deel vindt het een vreemde aandachttrekkende paljas.  Ik sta er, om een kunstsector-woord te gebruiken, ambivalent in. 

Ik was in 1997 aanwezig bij het vervaardigen van het schilderij op de foto. De voorbereidingen en gedoe erom heen namen veel meer tijd in beslag dan het maken van het schilderij zelf. Een wit schilderslinnen van geschat 120 x 180 cm lag op de vloer van de hal op Herman te wachten.  Een aantal bussen met acrylverf en enkele glazen Pisang Ambon en Blue Curaçao stonden klaar. Er kwam een heel gezelschap vreemde vogels binnen, met aan de leiding, op een levensgrote step, Herman Brood.  Die in een razend tempo, binnen 15 minuten, het schilderij maakte. Op de vraag van een van de aanwezigen of hij het ook met een blinddoek voor zou kunnen, zei hij iets als “jazeker” en liet zich een zwarte doek voor de ogen binden. Met één grote haal trok hij, met een spuitbus witte verf, een nog steeds zichtbare, streep dwars over de onderste helft van het doek en zette er tot slot een titel op: “Zoek Hart”. Raakte de drank in het geheel niet aan en vertrok onder luid applaus. Vier jaar later sprong hij van het dak van het Hilton Hotel in Amsterdam.  Nog steeds op zoek, denk ik.

17-06-2020

 

Miljoenste


Miljoenste 640px

Je zult maar een woning krijgen toegewezen, bent er erg blij mee want je hebt net je tweede kind gekregen en dan word je verteld dat de koningin op bezoek gaat komen. Dat overkwam in 1962 de familie Hendriks, omdat hun woning, Hogenkampsweg 139 in Zwolle, was uitgekozen om de miljoenste na-oorlogse nieuwbouwwoning te zijn.

Ter herinnering aan dit heugelijke feit, staat er voor de woningen een kunstwerk van Henk Krijger, dat als titel “Het Gezin” heeft meegekregen. Toen ik er vanmorgen een foto van maakte en weer thuiskwam, las ik op internet het bericht dat er de komende tien jaar 845.000 woningen moeten worden gebouwd om het woningtekort weg te werken. Je vraagt je wel af, wat is er dan met al die woningen gebeurd is, die sinds 1962 zijn gebouwd, maar dat terzijde.  Terug naar de miljoenste.

De gemeente Zwolle maakte er voor die tijd een grootste happening van.

Koningin Juliana werd ontvangen in Odeon, luisterde naar toespraken, reed naar de Hogenkampsweg, kreeg van de familie Hendriks een kopje thee, bekeek het huis en daarna vanaf het balkon een defilé. De bouwbedrijven uit de regio lieten in een stoet van 64 wagens, hun mooiste en modernste materieel zien. Of de majesteit daar heel erg in geïnteresseerd was? Zouden de organisatoren het zich hebben afgevraagd?  Ze vertrok wel na het defilé via de rondweg, zoals het toen werd genoemd, richting paleis Soestdijk. De overige aanwezigen werd in Odeon nog het een en ander aan “versnaperingen” aangeboden. Cabaretier Wim Kan, was gevraagd er enige woorden in zijn bekende stijl uit te spreken. Hij had voor de gelegenheid ook een klein gedichtje geschreven dat als volgt ging:

Het is geen huis, het is een flat, maar dat doet niets af aan de pret

’t Is er enkel neergezet voor het lopende buffet.

16-06-2020

 

Passiebloem


Passiebloem 640px

Hemelsbreed staat deze in 1776 gebouwde molen op nog geen 100 meter afstand van de straat waarin ik opgroeide. Heel lang heb ik niet geweten waarvoor hij, in het verleden, diende. Dat hij de passie niet tot bloem vermaalde, dat vermoeden was er wel. Nee, veel later hoorde, las en zag ik dat het een oliemolen is. Er vlakbij stond, zo melden de boeken, een tweede molen, de Roode Molen. Die is in 1934 afgebroken toen de Ceintuurbaan werd aangelegd. Beide molens werden in 1896 gehuurd door Koert Reinders uit Hoogezand, die eerder twee stoomoliefabrieken aan de Boerendanserdijk had overgenomen. De overeengekomen huurprijs voor beide molens was 460 gulden per jaar. In 1926 werd een nieuw contract opgemaakt, en ja, de huur werd zelfs lager, ging naar 400 gulden. Wat er met de laatste zin, van dat huurcontract bedoeld werd, is nog steeds opmerkelijk. Er staat namelijk: “Op gevoelens van de Schoonheidscommissie zal door ondergeteekenden geen acht worden gegeven”, het gebeurt nu nog, maar men zet het niet op papier. Het bedrijf produceerde veevoer, en bij zijn overlijden in 1917 werd Koert Reinders genoemd als een van de grootste industriëlen van Zwolle met 110 arbeiders in dienst. De fabriek werd in 1970 overgenomen door Golden Wonder en in 1989 afgebroken. In de loop van de tijd is de Passiebloem een aantal malen gerestaureerd. De laatste keer was in 2010 en 2011. Sindsdien wordt met hulp van vrijwilligers de molen gaande gehouden en wordt er soms ook “olie geslagen”. Sinds de invoering van het kadaster weten we dat de families Ovink, Visscher en Gorter eigenaar waren van de molen. De laatste Gorter was notaris. Hij verkocht in 1931 de boel aan de Gemeente Zwolle. Hij heeft, geheel in stijl, het nalaten nagelaten.

15-06-2020

 

Stroomberg


Stroomberg 640px

Het café in Zwolle bekend als “Stroomberg” bestaat al sinds 1861 en werd gestart door ene Marten Doggenaar en kreeg de naam “De Nieuwstad”. Genoemd naar de “Nijstad”, waar het gebied dat voor de Diezerpoort lag, mee werd aangeduid. Egbert Stroomberg nam een dikke twintig jaar later het café over. Naast kastelein was hij ook scheepstimmerman, dus bestond de klantenkring voor een groot deel uit (turf)schippers en voor het overige deel tramreizigers en paardenhandelaars en de naam van het café wijzigde als vanzelf.

In 1937 kwam er een slijterij bij die vanuit de Thomas à Kempisstraat en vanuit het café te bereiken is. Die slijterij is qua oppervlakte heel klein gebleven maar als slijter heeft Stroomberg in Zwolle nog vier andere locaties en zelfs eentje in Genemuiden. Sinds 1955 bestiert de familie Mensink, die een grote vaste klantenkring, heeft de zaak, dat mag wel gezegd worden, met succes. Schakers, kaarters, biljarters en vergaderaars vinden er hun vaste plek.

Zo kocht mijn vader er jarenlang het wekelijkse portie witte port en Beerenburg en betaalde die toentertijd met een betaalcheque. Bij een belastingcontrole van de administratie, vroeg de belastingman aan mijn vader; “Heet uw hulp in de huishouding mevrouw Mensink?”  Waarop mijn vader antwoordde met de wedervraag: “Hoezo?”

Het antwoord van de controleur was: “Ik vind hier een wekelijkse, dezelfde betaling aan een mevrouw met die naam, vandaar.”

Hij was duidelijk niet bekend met café Stroomberg en had daarom ook nooit het devies gezien dat er al heel lang boven de bar hangt: “Drinck als regel maetig, maar dan wel regelmaetig”.

14-06-2020

 

Apotheek


Apotheek 640px

In mijn jeugd was in de verste verten geen apotheek te vinden in het Wipstrikkwartier van Zwolle. We werden dan ook naar “Apotheek Ir. A.W.Vervloet” in de Diezerstraat gestuurd. Met het receptenpapiertje in mijn knuistje geklemd, - nee dat klinkt wat pathetisch, misschien wat Jugendstil achtig - moest ik er toch vaak tweemaal heen. Om het recept te brengen en later weer om de medicijnen op te halen.  En ik zag niet hoe mooi het hele pand eigenlijk was. Want ook het interieur had de stijl, die aan nu aan de buitenkant zo herkenbaar is.

De capsule en de doordrukstrip moesten nog worden uitgevonden dus werd er veel zelf bereid en kreeg je het in flesjes of in poedervorm mee. Daardoor rook het er naar een mengsel van lysol en ether, of iets dat daar op lijkt.  Gelukkig voor ons verhuisde de opvolger van Vervloet, ene Drs Cath, al snel naar de Thomas à Kempisstraat en kreeg dit pand een andere bestemming.  Wat ik zelf mooi en passend vind is dat het pand een naam heeft. Die staat op de daklijst: “Het Witte Kruis”. Dat doet mij ook weer aan vroeger denken. Nu slikken we onnoemlijk veel paracetamol, ten tijde van deze apotheek, kochten we buisjes “Chefarine 4” of doosjes “Witte Kruis” poeders om hoofdpijn, koorts of koezenzeerte te bestrijden.

Een eindje terug in Diezerstraat was in diezelfde tijd ook een drogist “De Oude Gaper”, waar ook vanuit allerlei laatjes, potten en flessen, van alles, zelfs wat je niet kon bedenken, te koop was. Een winkel van Sinkel dus, niet met de hoeden petten en damescorsetten maar wel met dropjes om te snoepen en pilletjes om te poepen.

13-06-2020

 

Theodorakapel


Theodora 640px

Er gaat bij slopen vaak iets mis. Maar Theodora was schijnbaar een bijzondere vrouw want hier is meer dan eens iets goed gegaan. In 1904 laat zij, Theodora Ludovica Vos de Wael als burgemeestersdochter, een legaat van vijfduizend gulden na aan de parochie Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming. Die stichten daarvan, op de plek van haar woning aan de Harm Smeengekade, een pension waar eerst vrouwen en later ook mannen liefdevol werden verzorgd door de Zusters van Carolus Borromeus. Dat groeide uit naar een klooster en weer later naar het verzorgingshuis De Nieuwe Haven.

Toen dat niet meer aan de eisen voldeed is er in 2011 achter het klooster nieuwbouw gepleegd (IJsselheem) en het oude hoofdgebouw is als appartementengebouw gerenoveerd. De restanten van het klooster werden gesloopt en gelukkig besloot men deze kapel voor de sloop te behoeden. De nieuwbouw in de buurt ervan is, zoals op de foto te zien is, in een bijpassend stijl ontworpen. Ook is de kapel weer een in het oog springend object geworden en wordt nog vaak voor vieringen door de bewoners van IJsselheem èn anderen gebruikt. Eerder al vond men sporen van het tegenhouden van een sloop. In 2007 werd in de Theodorakapel een Piëta gevonden. Het beeld van de treurende Maria met overleden Jezus in haar armen was verborgen achter een blinde muur, in een afgesloten nis. Het beeld is rond 1900 gemaakt door kunstenaar Bokhoven. Het verhaal gaat dat midden jaren zestig één van de arbeiders die in de kapel werkte het niet over zijn hart kon krijgen het beeld te vernietigen als gevolg van besluiten van het tweede Vaticaanse Concilie, ook wel bekend als de tweede Beeldenstorm. Juist vandaag de dag is er weer een beeldenstorm gaande, Het bovenstaande leert ons: “Bezint eer ge aan slopen begint.”

12-06-2020

 

Vidiveni


Vidiveni 640px

Sinds 2012 zit in het pand dat bij heel veel Zwollenaren bekend staat als dat van Dansschool Drenth nu een restaurant met de naam die doet denken aan “Veni, vidi vici” oftewel, “Ik kwam, zag en overwon”. De betekenis van die naam is, naar men mij vertelde, daar ook van afgeleid en men mag zelf bedenken wat er nu mee bedoeld wordt.  Uit ervaring weet ik dat als je er eenmaal ben geweest, je graag wilt terugkomen.

Zoals gemeld heeft er jarenlang een heel andere naam op de deuren geprijkt namelijk die van Dansschool Drenth. In het centrum van Zwolle waren in het verleden twee bekende dansscholen. Die van Wiering in de Kamperstraat en die van Drenth op de plek waar we het vandaag over hebben. Beide gestart in een tijd waarin ‘dansles”, het leren stijldansen, als een onderdeel van de opvoeding werd beschouwd.  Niet iedere dansschool leerling was er dan ook op geheel vrijwillige basis, hetgeen dan aan het gedrag te merken was.

Bij de familie Drenth was het dansen eerst hobby en later is het tot hun professie uitgegroeid. Tot Klaas Drenth in 2006 meldde dat het beter was dat die “ouwe knar” van de dansvloer verdween. Zoon Jan zet het bedrijf sindsdien in Epe voort.

Er staat nog een naam op de gevel, namelijk “Christelijk Volksonderwijs”, een instantie die zich vooral ten doel stelde het Hervormde onderwijs in Zwolle te bevorderen. De Oranjeschool, die er jarenlang, op diezelfde Jufferenwal, tegenover stond behoorde ook tot die organisatie. Zo hebben zij ooit kweekscholen opgericht, waarvan die aan de Ten Oeverstraat er eentje was. De originele oprichters, zouden, als ze nog leefden, er vast moeite mee hebben dat die pedagogische academie nu een Katholieke instelling is. Waarom ik dat denk? Zij vonden zich dubbel-christelijk. ’t Staat namelijk ook op de achtergevel.

11-06-2020

 

Bank


Bank 3441 640px

Dit pand, vandaag op de foto, is heel lang het onderkomen van een bank geweest. Net boven de voordeur staat het jaartal 1914. We hebben het over de bank Doijer & Kalff, op de hoek van de Van Nagellstraat en de Burgemeester Van Roijensingel in Zwolle. Zoals ze zelf zeggen: “Doijer & Kalff is opgericht als kleinschalige, onafhankelijke bank in 1825. Doijer & Kalff stond toen al bekend als betrouwbare, onafhankelijke bewaarder van kostbare bezittingen en specialist op het gebied van edelmetalen. De kernwaarden van Doijer & Kalff zijn nog altijd onveranderd: discretie, integriteit en persoonlijke aandacht”, einde citaat.

Ze bestaan nog steeds en zijn na zo’n zeventig jaar zakelijke avonturen - als “gewone bank” met ondermeer de Amro bank, - terug bij het begin met nu hun hoofdvestiging in Amsterdam. Ze doen, zeg maar in beheer en adviezen op het terrein van bezittingen en beleggingen.

Ontegenzeggelijk is hun eerste ‘hoofdkantoor” nu nog een mooi gebouw. Ik vraag me wel af, al zolang ik een beetje kennis heb van deze instituten, waarom er, door een aantal ervan, gekozen wordt voor pracht en praal, als het over hun huisvesting gaat. Ik had liever dat er ‘zuinig en effectief” met “mijn” geld werd omgegaan, daarom mogen de “voordeur en de voorpui” wel wat soberder.

Tegenwoordig is het helemaal andersom. Vestigingen herken je niet meer zo makkelijk als bank en ze verdwijnen als sneeuw voor de zon.  We moeten vooral thuisbankieren, hoeven dan wel geen of weinig rente te betalen, maar krijgen het ook niet en moeten voor elk wissewasje betalen. Misschien was het zakendoen met een andere Doijer toen plezieriger. Die startte, iets eerder al in 1814, ook in Zwolle, samen met ene Van Deventer een distilleerderij. Blijft de vraag: “Wie was zijn bankier?”

10-06-2020

 

Open


Open 640px

“Ben je in de kerk geboren?” Dat schoot door me heen toen ik vandaag de Dominicanenkerk hier in Zwolle binnen liep.  Dat kan sinds kort weer, na wekenlang dicht te zijn geweest naar aanleiding van de uitbraak van het Covid-19 virus. “Ben je in de kerk geboren?” was nooit een serieuze vraag maar meer kritiek op je gedrag, want als dat je gezegd wordt, laat je een deur open staan en hoor je beter te weten. Ik vind het elke keer een belevenis om door zo’n openstaande deur een poosje in een kerk als deze te zijn. Alsof je in een andere wereld bent. Even een kaars aansteken geeft ook een goed gevoel. Al met al, fijn dus dat het weer kan. Ik voeg me wel af waarom het bijna uitsluitend rooms-katholieke kerken zijn die hun deuren hebben open staan. Heel veel protestants-christelijke kerken zitten door de week op slot. Ik denk dat de katholieke traditie - vroeger gingen veel roomse christenen dagelijks naar de kerk - daar debet aan is. Op internet las ik van een orthodoxe protestantse groepering dat zij vindt dat als je ’s zondags niet in de kerk komt, je dat ook door de week niet hoeft te kunnen. Ja, Onze-Lieve-Heer heeft rare kostgangers, ook dat is een bekend gezegde. Het is jammer dat heel veel kerken definitief gesloten, soms gesloopt worden. Ze maken een wezenlijk onderdeel van onze cultuur uit. Als de religie uit het leven verdwijnt, sterker nog als veel wat te maken heeft met de spiritualiteit in het leven, ondergesneeuwd raakt door bijvoorbeeld de steeds groter wordende digitale invloed, krijgen we een saaie, te voorspelbare wereld. Hoeft de betekenis ook niet meer uitgelegd te worden van het gezegde: “Voor het zingen de kerk verlaten”.

09-06-2020

 

Raadhuis


Raadhuis 640px

Goed beschouwd was het een rare situatie, maar daarover zo dadelijk meer. Eerst wat verder terug in de tijd. In 1883 kocht wijnhandelaar A.P.J. Trip van twee eigenaren de grond en liet daar een villa en koetshuis op bouwen. We zien het op de foto en heeft als officieel adres: Ter Pelkwijkpark 18. Het pand werd in 1894 opgeleverd en vier jaar later verkocht voor het nu luttele bedrag van hfl 30.000, = aan Ir. J.A. Roetert Tak, werkzaam bij de spoorwegen. Elf jaar na zijn overlijden verkocht zijn weduwe het met verlies voor hfl 23.000, = aan de gemeente Zwollerkerspel. En dan ben ik terug bij het begin, want die gemeente nam het pand in gebruik als Raadhuis. Opmerkelijk een gemeente met het Raadhuis op het grondgebied van een andere gemeente.

De gemeente Zwollerkerspel was in 1803 opgericht en lag als een ring van dorpen en buurtschappen om Zwolle. Ze had zich aanvankelijk voor de administratieve werkzaamheden moeten behelpen met het huren van kamers. Eerst in 1875 kocht de gemeente Zwollerkerspel een eigen pand aan de Nieuwe Markt dat in 1904 werd geruild voor een pand aan de Melkmarkt. Met de aanschaf van het pand op de foto kreeg die gemeente pas voor het eerst een representatief onderkomen. Nu lag de stad Zwolle, wel centraal te midden van de gemeente Zwollerkerspel maar op den duur werd het een beknellende toestand, waaraan in 1967 een einde kwam toen de gemeente Zwollerkerspel werd opgeheven. Zwolle kreeg er in één klap 12857 inwoners bij, zo’n 1760 werden aan Genemuiden, Hasselt, Heino en IJsselmuiden “toebedeeld”.  De oud-Zwollenaar van nu moet zich wel realiseren dat de gemeente Zwollerkerspel toen, 13% meer grondoppervlakte had dan de Gemeente Zwolle nu. Doar ‘ebbie nie van terugge, of wel dan?

08-06-2020

 

Bootjes


Bootjes 640px

Sommige mensen vinden vissen, en ik doel dan op de hengelsport, iets van “Twee dooie pieren aan elke kant van de hengel”, voor anderen is het de sport van hun leven.  Voor hen was vroeger de periode van 1 april tot 1 juni een ramp, want dan mocht er in het geheel niet gevist worden. In de nacht van 31 mei op die eerste juni bleven veel vissers op zodat ze om 00.01 uur met hun zo geliefde bezigheid te konden beginnen. Er waren die nacht zelfs radioprogramma’s aan gewijd, die live vanaf de waterkant de ether in werden gestuurd.

De hele fanatieke visser heeft meerdere hengels en een scala aan accessoires, de buitencategorie heeft zelfs een boot. Ik heb het bewust over de buitencategorie want een hengel kun je meenemen vanuit huis, op de fiets of in de auto, een boot is een heel ander verhaal.  Gelukkig heeft de hengelsportvereniging van Zwolle daarvoor een oplossing. Ze hebben op drie plaatsen een botenhaven, waarvan die bij de Noorderkolk, dichtbij het Zwartewater, op de foto te zien is. Het is de grootste haven, geschikt voor 150 bootjes, in beide andere kunnen samen nog eens 30 boten liggen. Helaas is er meer vraag dan aanbod dus is er een wachtlijst. Ik kreeg vanmorgen, toen ik er was, een wat somber gevoel bij het zien van al die lege, stil liggende bootjes. Ik mocht namelijk een aantal jaren Bijzonder Ambtenaar van de Burgerlijke Stand zijn en vaak bracht het aanstaande bruidspaar enthousiast “het huwelijksbootje” ter sprake. Vanmorgen, bij de geschetste aanblik moest ik daaraan denken. Hoeveel van die besproken huwelijksbootjes zouden er nu stilletje liggen dobberen op de levenszee?  Met aan boord twee dooie pieren aan elke kant van …….. ?

07-06-2020

 

PI


PI 640px

Een wiskundige denkt nu gelijk aan 3,14 met nog een oneindige rij getallen er achteraan. Voor velen, denk ik minder boeiend, dan waar het vandaag over gaat, de PI Zwolle, de Penitentiaire Inrichting, in de volksmond de bajes of gevangenis in Zuid genoemd. Zo rond de millenniumwisseling is in Zwolle met de bouw begonnen en ik schat dat de eerste klanten er in 2004 hun intrek hebben genomen. Het complex, een aantal jaren later nog wat uitgebreid, bestaat uit een Huis van Bewaring, een Gevangenis en een Penitentiair Psychiatrisch Centrum waar, in totaal, ruim vierhonderd gedetineerden hun verplichte korte of langere tijd kunnen verblijven.  Onderweg er heen regende het even en moest ik denken aan het regeltje dat we vroeger opzegden:

”Als’t re gènt is’t verve lènd in de gé van génis van De vènter.” Ik zou er op zo’n saai moment wel eens binnen willen kijken maar dat schijnt geen eenvoudige zaak te zijn. Natuurlijk zijn er illegale methoden, die vallen in de categorie; Hoe kom ik het snelst in het ziekenhuis? Antwoord: Zonder uit te kijken de Ceintuurbaan oversteken.

Het personeel dat vroeger in de oude bajes van Zwolle heeft gewerkt, nu De Librije, kijkt nog vaak met weemoed terug. Omdat er maximaal zestig gedetineerden waren en alles dus veel kleinschaliger georganiseerd was.

Bij slecht weer was het daar trouwens helemaal slecht toeven. Je zàt er, bijna letterlijk, je straf uit want er was maar een kleine betegelde binnenplaats en een benauwd sportzaaltje op zolder.

Als de nieuwe bajes ooit een andere bestemming moet krijgen, is in het kader van de “nieuwe-anderhalve-meter-maatschappij”, een horecabedrijf ook wel weer een optie. Ruimte genoeg en zitplaatsen zat!

06-06-2020

 

Piet


Piet 640px

Piet was vanaf 1955 de buurman van mijn ouders. Had als gediplomeerd loodgietersknecht vanuit Scheveningen gesolliciteerd bij de Zwolse Gasfabriek. De overeenkomst tussen hem en mijn vader was een redelijk groot aantal dochters. Het grote verschil, mijn vader was a-technisch, sloeg met de zijkant van een nijptang een spijker in de muur, terwijl Piet twee enorm rechterhanden had. Als enige zoon van een a-techneut zocht ik mijn heil op klusgebied daarom bij Piet, die dat, zeg ik achteraf bezien, erg leuk vond, maar dat niet zo liet blijken. Hooguit met de zin: “Dat moet je anders doen” in plaats van kritiek te hebben.

Piet werd van onderhoudsmonteur, storingenman, kreeg eerst een brommer en een leren jas, daarna een Daf-33 in besteluitvoering, en nog later werd hij opzichter en in de avonduren leraar aan de ambachtsschool.  Het was in de tijd dat de gasfabriek, nog volop stadsgas maakte. Op de plek waar nu het parkeerdek Noordereiland ligt en waarvan de foto van vandaag, richting Hedon, is gemaakt.  Stadsgas werd gemaakt van steenkool hetgeen inhield dat de omgeving bepaald niet gevrijwaard was van kwalijk stoffen. Als er ooit nieuwbouw gepleegd gaat worden, zal er vast het een en ander aan bodemsanering gedaan moeten worden.

Het was in de tijd dat het gasbedrijf reclame maakte op hun VW-busjes met de zin: “Kookt, verwarmt en koelt met gas!”  Dat koelen met gas is nooit echt wat geworden, het koken en verwarmen des te meer. Door de komst van het aardgas verdween wel, na 122 jaar, de fabriek met de karakteristieke gashouders. Piet heb ik er nooit moeilijk over horen doen. Waarschijnlijk dacht hij daar net zo over als toen hij over zijn eigen naderend einde hoorde, waarover hij kort maar krachtig zei: “ Pech gehad!”

05-06-2020

 

Zuinig


Zuinig 640px

Eén van de straten, gebouwd in de jaren dertig, en waar ik twintig jaar later mijn jeugd doorbracht, is de Bilderdijkstraat in Zwolle. Die straat was eigenlijk in eerste instantie maar half afgebouwd. Van de andere helft lag het fundament er al, en ruim twintig jaar later bouwde een aannemer daarop voor Philips twee blokken rijtjeshuizen. Van een huidige bewoner hoorde ik dat verhaal en hij vertelde dat de nieuwbouw eigenlijk niet paste op dat oude fundament. Kortom een aannemer die vast en zeker tegen de regels in bouwde en er extra geld aan overhield.  Dat deed me denken aan een rij huizen in de Van Lennepstraat, daar vlakbij en op de foto van vandaag.

Toch al niet, voor huidige begrippen, zulke grote huizen maar toentertijd woonden er toch redelijke grote gezinnen in, zelfs met dertien kinderen. En het werden desondanks ruime huizen genoemd. De aannemer van de huizen aan de oneven kant, zo gaat het verhaal, besloot elk huis tien tot twintig centimeter smaller te bouwen dan in zijn bestek stond. Als je het eenmaal weet vallen de smalle gang en overloop op, is er een slaapkamer minder en heeft een andere slaapkamer een enorm loze hoek. Uiteindelijk hield hij op de hele rij zoveel ruimte over dat hij een extra woning kon bouwen en ook hij hield er dus ook extra geld aan over. Of het toezicht op de bouw tegenwoordig beter geregeld is, ik weet het niet. Die aannemers behoren bij de categorie “handige jongens”. Nog beter gezegd: “Het zijn jongens van de straat!”

04-0-2020

 

PvdA


PvdA 640px

De Ossenmarkt, het plein waarop de Basiliek staat met De Peperbus, is een toch wat desolaat plein in de binnenstad van Zwolle. Niets anders, dan de naam, doet herinneren aan de handel in vee die er vroeger heeft plaatsgehad. Lang werd er tegen de achterkant van bedrijven aan de Voorstraat, Luttekestraat en Kamperstraat aangekeken. De laatste decennia komt er langzaam verandering in. Zo had de firma Runhaar een winkel in zonwering aan de Voorstraat en (nog jaren daarna) een werkplaats aan de Ossenmarkt en wel op nummer 9, het pand op de foto van vandaag. Nadat Runhaar het pand overdeed aan een horecaonderneming kreeg het een oude naam terug, De Atlas, want ooit was er volgens de krant, een stoffig en donker vergaderzaaltje gevestigd.

Gevelsteen SDAP 7V6A9879

Op zondag 26 augustus 1894 werd daar de oudste voorloper van de PvdA opgericht. Een gedenksteen aan de gevel (rechts) herinnert er nog aan. Het initiatief daartoe ging uit van twee Zwollenaren en prominente socialistische politici uit die tijd, de meest bekende daarvan is toch wel Pieter Jelles Troelstra, waren er aanwezig. Hoewel de PvdA in Zwolle nooit een heel grote aanhang had, speelden hun politici vaak landelijke rollen. Nelleke Vedelaar, ooit wethouder in Zwolle is nu voorzitter en ook Margriet Meindertsma speelde tot 2011 een belangrijk rol in de Eerste Kamer. In het Zwolse college is heel lang plaats geweest voor enkele wethouders van PvdA-huize zoals Nooter, Witvliet en Dijkstra.  Wethouder Nooter is nog steeds bekend door het educatieve park “De Nooterhof”.  Ik kende hem ook als een bijzonder automobilist. Hij woonde bij ons in de straat en als hij wegreed ging dat héél voorzichtig. Wij als kinderen zeiden altijd: “Als hij bij de hoek is, stapt hij uit om te kijken of het veilig genoeg is om door te rijden”. Misschien wel vanuit de gedachte: ”Ik heb een educatieve voorbeeldfunctie.”

03-06-2020

 

Plein


Plein 640px

Je zou het niet meer zeggen, maar ooit stond het Van Nahuysplein in een kwade reuk. Van oorsprong lag er een zeventiende-eeuws bastion: de Sassenpoortenwal. Na het slopen van het vestingwerk zo rond 1850 verrezen er de eerste villa’s. Op de plaats van de gesloopte vestingmuur lag een verzameling krotwoningen die bij de Zwollenaren bekend stonden als De Kwade Negen.  Ze werden gezien als bron van besmetting en daarom werden ook zij gesloopt. In 1886 was alles klaar en doopte men het plein tot Potgieterplein. Amper zeven jaar later werd de naam alweer veranderd in Van Nahuysplein, naar de toenmalige burgermeester, voor wie een jaar eerder - naar aanleiding van zijn 25-jarig ambtsjubileum - de nu nog aanwezige fontein was geplaatst.

Vanuit de Sassenpoort gezien, staat in de rechter achterhoek van het plein een witte villa. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw bekend als het Zuster Schefferhuis, een particulier verpleeghuis. Toen het werd opgeheven verhuisden de “cliënten” naar de nieuwe afdeling B4 van het Ziekenhuis De Weezenlanden. Weer een aantal jaren later werd die afdeling opgeheven en werd er verhuisd naar het veel grotere en ruimere Verpleeghuis De Weezenlanden, dat pal naast het ziekenhuis was verrezen. Inmiddels is dat verpleeghuis “gefuseerd met “De Nieuwe Haven” waarna het een en ander weer is opgegaan in IJsselheem, de stichting waartoe nu, zeg maar, de Nieuwe Nieuwe Haven, aan de Burgemeester Vos de Waelstraat (nog steeds vlak bij de Veemarkt) deel uitmaakt. Als je als 70-jarige in het Zuster Schefferhuis terecht was gekomen, je was goed verzorgd en je had alle verhuizingen overleefd zat je dus nu, als 120-jarige in IJsselheem. Kwam de huidige burgermeester vast en zeker wekelijks bij je langs.

02-06-2020

 

Openluchtbad


Openluchtbad 640px

Het lag er op deze tweede pinksterdag zonnig maar ongebruikt bij, het Zwolse Openluchtbad. Ik kreeg de neiging om over het hek te klimmen en het water in te duiken. Want dat is een heel bijzonder gevoel, als enige zo’n groot leeg bad induiken. Ik mocht het in 1991 meemaken toen ik me had aangesloten bij “de bezetters van het openluchtbad”. De gemeente Zwolle had namelijk in haar wijsheid besloten dat Zwolle genoeg zou hebben aan het toen nieuwgebouwde overdekte “Hanzebad” en daarom werden de twee al jaren bestaande zwembaden gesloten. Het lapje grond waar dit bad van gebruik van maakt, zou, omdat het aan de ringweg om Zwolle ligt, veel geld op brengen. Dat vonden de bezetters een “kul-reden” en bij een stad met toen meer dan honderdduizend inwoners hoort toch ook een openluchtbad.  De gemeente nam de bezetters in eerste instantie niet zo serieus. Pas toen, de veel te vroeg overleden Paul Uil, bezetter van het eerste uur, uitvond dat een zwembad, ontworpen door architect Jan Gerko Wiebenga de monumentenstatus verdiende, moest de gemeente wel om.

Het zwembad werd daarna redelijke succesvol geëxploiteerd door vrijwilligers en wilde men er zwemmen moest men ook een aantal taken op zich nemen.

De Gemeente besloot na een aantal jaren toekijken, met ruime subsidies haar verantwoordelijkheid weer vaste vorm te geven, waarmee het zwembad zekerheid en nu een prima toekomst voor zich lijkt te hebben.

Mijn eerste zwemlessen kreeg ik hier in 1955, maar we werden, wegens het koude weer, al snel thuisgehouden. Toch heb ik er heel goed leren zwemmen. Waarmee maar weer bewezen is, mijn kleinkinderen moeten dit niet lezen, je ook zonder diploma niet gelijk kopje onder gaat.

01-06-2020

 

Telefoon


Telefoon 640px

Hij is niet meer weg te denken uit onze maatschappij, de mobiele telefoon, in de meeste gevallen een smartphone, waarmee je nog veel meer kunt dan telefoneren alleen. Toen ik in de jaren zestig met werken begon, bestonden er uitsluitend, telefoons met een kiesschijf van zwart bakeliet, niet te tillen zo zwaar. Later werden ze van een lichter materiaal, met een handgreep en in een onbestemde kleur groen gemaakt. De telefooncentrale van Zwolle was in die tijd gevestigd in het gebouw op de foto, Parkstraat 1. Het zat voor een heel groot deel vol met relais en schakelaars die al ratelend hun werk deden als men de telefoon gebruikte.

Mijn ouders, met een “eigen zaak”, hadden als een van de eersten in de straat telefoon en voor spoedeisende telefoontjes kwamen buren gewoon even langs. Iedereen kon meeluisteren als bijvoorbeeld met de huisarts gebeld moest worden. Dat iedereen kan meeluisteren, dat is niet veranderd met de komst van de smartphone. Heel veel mensen bellen er lustig en ongegeneerd op los, op straat, in supermarkten en in horecabedrijven, iedereen mag meeluisteren. Terwijl de wetgeving op het gebied van de privacy steeds strenger wordt. Vanmorgen nog hoorde ik een discussie over het gebruik van door telefoonproviders verzamelde data die gebruikt zou kunnen worden voor de bestrijding van Covid-19. Die privacywetgeving gaat dat zeer moeilijk maken terwijl wij Nederlanders met het grootste gemak zonder enige restrictie veel aan Google en Facebook c.s. toevertrouwen. Om over na te denken.

Vroeger was trouwens alles niet beter, dat wil ik er niet mee zeggen, ook in deze telefooncentrale werd, zo nodig afgeluisterd. En dan tot slot:
’s maandagsmorgens, zo rond de klok van half tien was het in deze centrale een hels kabaal. Dan ratelden vele, vele relais tegelijkertijd. Dan tilde “moeder-de-vrouw” de haak even van de telefoon, haalde een stofdoek over het apparaat en liet de kiesschijf een rondje maken.
Prrrt-prrr-prrrrrrrrrrrrrrt!

31-05-2020

 

Sluis


Sluis 640px

Vanmorgen moest ik even in Spoolde, een buurtschap van aan de rand van Zwolle en liggend aan de IJssel, zijn en zo kwam ik op de Nilantsweg terecht. Vroeger kwam ik er vaker, toen er nog een schoonzus en zwager woonden. Zwager Henk, bij iedereen daar bekend als ‘enke Boer, was geboren en getogen in Spoolde en woonde in het laatste huis, dus als het ware tegen het Zwolle-IJsselkanaal aan. Door, dat in de jaren zestig, gegraven kanaal werd het dagelijks leven in die hoek van Spoolde danig veranderd. Families die generaties lang elkaars buren waren geweest, moesten nu de fiets of auto pakken om, via de brug bij de Spooldersluis, bij elkaar op bezoek te  gaan.

Natuurlijk had het kanaal ook voordelen. ‘enke Boer bijvoorbeeld had een zuivelhandel en de via de sluis voorbijkomende schippers deden er nog vaak en graag even wat boodschappen. En de kinderen in de buurt hadden er heel mooi zwemwater bijgekregen, heel luxe, vlak bij huis. Staande op de dijk is het nog steeds een mooi gezicht. De overgang van kanaal naar IJssel en de schepen die er geschut worden, waardoor het ook een gebied geworden is waar veel gewandeld en gefietst wordt. De zwager en schoonzus hadden een grote tuin, liggend tegen de sluisdijk. Van die tuin werd door de familie dankbaar gebruik gemaakt als een van de katten het tijdelijke voor het eeuwige verruild had. Die kreeg “een eigen kuiltje” onder een van de bomen. Er werd dan ook nog wel eens gezegd, als we er op bezoek gingen: “Jongens, we gaan even naar de kattecomben!” We deden zwager en schoonzus ermee tekort, denk ik nu, maar als kattenhater vond ik het wel een passende term.

30-5-2020

 

Spoorbrug


Spoorbrug 640px

Van de ruim 135 jaar dat de “Hoge Spoorbrug” in Zwolle bestaat heb er meer dan de helft mogen meemaken. Toch is het aantal keren dat ik van de brug gebruik maakte, op de vingers van beide handen te tellen. Ook vanmorgen toen ik deze foto maakte was het er stil en zag ik niemand die dat deed. Toch is de niet weg te denken uit het Zwolse stadsbeeld, zeker niet uit het gebied rondom het station. Gebouwd in 1884, in drie boogdelen van elk ruim 35 meter, is de overspanning ruim 107 meter lang. In 1950 is de hele brug een stukje omhoog gebracht in verband met de elektrificatie van het spoorwegnet en in 1990 is de brug gerestaureerd en zijn de opritten vanwege de komst van de Van Karnebeektunnel veranderd.

Wonend in het Wipstrikkwartier hadden we weinig te zoeken in het buurtschap Schelle dat aan de andere kant van die brug lag. Eigenlijk kende ik de brug alleen maar als we er voorbij kwamen.  Dat was een paar keer in het jaar, Bijvoorbeeld als we als kinderen op de vrije woensdagmiddag, door slecht weer, het uurtje rust dat mijn moeder nodig had, dreigden te verstoren. De “busse van Skutte”, lijn 1 en lijn 2, kwam elk kwartier bij ons om de hoek langs en we “mochten” van ons moeder een rondje met de bus mee. We reden dan naar het station, bleven in de bus zitten en reden via Assendorp weer richting huis. Voor zo’n vijftig na-oorlogse centen had mijn moeder haar eigen uurtje.  En dan passeerden we, zoals gezegd deze brug, uitstappen kon niet, dus bleef de kinderwens bestaan om eens op die brug naar de treinen te kunnen kijken. Het had vanmorgen dus weer gekund, alleen was daar het maken van deze foto nooit gelukt.

29-5-2020

 

Rooie


Rooie 640px

In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er in Zwolle weinig kleine uitvaartbedrijven, wel twee grotere, de Monuta, gevestigd, in het pand op de foto, aan de Potgietersingel en de ZBV, de Zwolsche Begrafenis Onderneming, zetelend op de hoek van de Nieuwe Markt en de Samuel Hirschstraat, vlakbij de synagoge.   Bij de eerstgenoemde heb ik een aantal jaren mijn werkplek gehad en lag met grote regelmaat in de clinch met een toen heel bekende, dan wel beruchte, parkeerwachter Post, ook wel Rooie Post genoemd. Op de Potgietersingel was namelijk het merendeel van de parkeerplaatsen uitgegeven aan vergunninghouders, vooral aan de (advocaten)kantoren destijds veelal gevestigd in de Koestraat. Hetgeen inhield dat ’s avonds en in het weekend die plekken zo goed als niet gebruikt werden. Als Rooie Post wist dat er buiten kantoortijden een condoleance of uitvaart gepland stond, dat stond vaak in rouwadvertenties in de Zwolse Courant, en er dus vaak illegaal geparkeerd werd, kwam hij steevast een ris bekeuringen uitdelen. We hebben wat gemopperd dan wel gescholden op de man.

De twee uitvaartbedrijven mekkerden ook vaak en veel over en naar elkaar. Om in hun vaktermen te spreken, ze stonden elkaar naar het leven. Dat wisten ook veel Zwollenaren.  Zo was er een groepje mannen, allen al ver in de zeventig, dat er gewoonte van maakte om heel vaak te komen condoleren. Niet vanwege het meeleven maar om de gratis koffie.  Bij het weggaan van één van die semi-treurenden trof ik hem bij de deur.  Hij sprak voor mij de legendarische woorden: “Zo nu ga ik even naar de ZBV, daar is de cake lekkerder!”

28-05-2020

 

Paal


Paal 640px

“In het midden van ons landje ligt een stad die zeer bekoort,
Niet alleen door mooie singels maar ook door haar Sassenpoort.”

Het zijn de eerste twee regels van het Zwols stedelied, dat wij op de lagere school moesten leren in de zomer van 1958. Alle Zwolse lagere scholen waren gevraagd acte de présence te geven bij het heien van de eerste paal voor een geheel nieuw te bouwen woonwijk aan de noordkant van Zwolle. Voor de goede orde, het gebeurde op een plek in de nabijheid van de palen op de foto. Het Deltion College staat nu waar het eerste deel, Holtenbroek 1, van die nieuwe wijk destijds werd aangelegd.  Dat heien gebeurde op woensdag 17 september 1958 door Minister van Volkshuisvesting De Witte. Wij als leerlingen hadden voor die gelegenheid dat Zwols Stedelied dus moeten instuderen, elke week met alle leerlingen tegelijk op de zolder van de school, een lied met twee coupletten, een refrein en een melodie die eigenlijk al direct verbeterd had moeten worden. En zo wandelden we, op een niet al te warme septemberdag, van de Wipstrikkerallee naar het eind van Industrieweg, zo’n 3 kilometer, om ter plekke van het officiële deel niets te zien, maar wel uit volle borst dat Zwolse stedelied te zingen. Want, zo was ons verteld, we zouden de volgende dag in het radiojournaal te horen zijn.  En zo zat de volgende dag het hele gezin Algra om de luidspreker van de radiodistributie gespannen te wachten op het grote moment. En ja, daar werd met een deftige stem mededeling gedaan van de activiteiten van de minister.  Daarna klonk nog ongeveer 15 seconden van het door een paar honderd kinderen gezongen lied, en uit was de pret. Er is daarna nooit meer een gelegenheid geweest waar ik het lied kon zingen. Eén troost: Van minister De Witte heb ik ook nooit meer wat vernomen.

27-05-2020

 

Refter


Refter 640px

Ik wandelde vanmorgen vanaf de Sassenpoort de Sassenstraat in en op de hoek van de Nieuwe Markt, zag ik ineens een van de twee oudste gebouwen van Zwolle. Eerlijk gezegd wist ik het niet, dat van die oudste gebouwen. Ik las dat vanmiddag toen ik me erin verdiepte. In 1324 verwoestte een enorme stadsbrand het overgrote deel van de huidige binnenstad op dit pand “Het Refter” en de “Bethlehemse Kerk” na. Vandaar dat we nu spreken over de twee oudste panden van de stad. Gebouwd in, waarschijnlijk het jaar 1304 als respectievelijk eetzaal en kapel van een groot kloostercomplex.

Het Refter heeft in de loop der eeuwen veel functies gehad. Na de reformatie werd het lange tijd gebruikt als vergaderruimte voor de gilden, belangenorganisaties van mensen met dezelfde beroepen. Later werden er schermlessen in gegeven en diende het als kazerne voor Franse soldaten. In de laatste zeventig jaar bood het Refter onderdak aan de Handelsschool, vergaderingen van de PKN en de lokale VVV. Nu is het een horecabedrijf.

Het was de bedoeling dat ik, in navolging van mijn vader mijn opleiding, in de daar toen aanwezige Handelsschool zou gaan doen. Afgaande op de, meestal door vaders aangedikte, verhalen leek het me prima bij me passen en deed ik in het voorjaar toelatingsexamen. Met 13 andere jongens s en 1 meisje. Dat paste precies bij de verhalen die ik al kende. De verhouding in aantallen tussen jongens en meisjes. Ideaal voor een zoon die opgroeide met vijf zussen. Dat zou een bijzondere ervaring worden. Toen mijn vader van het aantal nieuwe leerlingen hoorde, “boekte hij mij nog tijdens de zomervakantie over” naar het Christelijk Lyceum in de Veerallee.

Hij kreeg een jaar later gelijk, de school werd wegens gebrek aan leerlingen opgeheven. Ik heb het nooit leuk gevonden in de Veerallee. U begrijpt het al: te veel meisjes!

26-05-2020

 

Brugwachter


Brugwachter 640px

Natuurlijk is het jammer dat beroepen verdwijnen. De stoker op de trein, maar ook de SRV-man, de broodventer, de lantaarnopsteker, de letterzetter, de kolenboer en de telegrambesteller om zo maar een paar, voor de vuist weg, op te noemen.

In Zwolle is de brugwachter ook verdwenen. Op de foto zijn onderkomen bij de Schoenkuiperbrug. Gelukkig verdween hij niet in heel Nederland. In Friesland bijvoorbeeld, zijn er, zeker tijdens het vaarseizoen, nog veel in actie te zien.  Ik schrijf daarom “gelukkig”.  Bij mij hoort bij het varen de romantiek van vrijheid, van roepen over het water, van wachten voor de sluis en wellicht een glaasje Beerenburg. En de brugwachter goed bejegenen. Zeker als er met een klompje aan een hengel wordt gewerkt. Ik weet wel, met romantiek kun je de bakker niet betalen, maar behaalde resultaten in het verleden zouden zeer wel de basis kunnen zijn van ons huidig levenspeil.

Niet alle brugwachters en schippers konden goed met elkaar opschieten. Toen de Vechtbrug, aan het begin van de Wipstrikkerallee, nog geopend kon worden, was er een binnenschipper - die bij Reinders Slaoliefabrieken moest lossen en lang had moeten wachten voordat hij aan de beurt was - die er de smoor behoorlijk over in had. Toen hij “het klompje” aangereikt kreeg, spuugde hij er een keer in en hield het tijdens het wegvaren net zo lang vast tot de brugwachter de hengel moest loslaten. De jeugd die voor de brug stond te wachten, joelde het uit. De schipper echter was vergeten dat hij de volgende dag op de terugreis weer met dezelfde brugwachter te maken kreeg. Ik heb daar maar niet op gewacht.

25-05-2020

 

Frankhuis


Frankhuis 640px

Door het, in de jaren zestig, graven van het Zwolle-IJsselkanaal raakte het buurtschap Frankhuis geheel afgezonderd van Zwolle. Het kwam in een hoek te liggen gevormd door dat kanaal en de wegen naar Kampen en Hasselt. Frankhuis kende zo’n veertig, vooral kleine (dijk-)huizen en tot ver in de jaren vijftig veel bedrijvigheid vooral door de aanwezigheid van één van de grotere woonwagenkampen “De Hanenrick”.  Als compensatie, voor het gegraven kanaal en de daardoor haperende wegverbinding, voer de eerste jaren een pontje en werd later deze brug aangelegd.  Een brug die, als je er eenmaal op staat een prachtig uitzicht geeft op de scheepvaart en omgeving, maar die, vooral voor fietsers lastig te nemen is, door de steile trappen. Hij wordt dan ook weinig gebruikt.  Begin jaren tachtig werden, langs de weg der geleidelijkheid, de grote woonwagenkampen gesloten. Het heeft dan ook jaren geduurd voordat de huidige situatie ontstond. Nu is het buurtschap een onderdeel van de nieuwbouwwijk “Stadshagen”. 
Er doet een verhaal de ronde dat het Sociaal Cultureel Planbureau in 1997 liet weten dat in het buurtschap Frankhuis bijna de helft van de huishoudens moest zien rond te komen van nog geen 14.000 gulden per jaar. Daarmee zouden in Frankhuis meer mensen onder de armoedegrens leven dan in de Rotterdamse drugswijk Spangen. Na een golf van publiciteit krabbelde het SCP terug. Het onderzochte postcodegebied zou te klein zijn geweest en er woonden toevallig veel woonwagenbewoners met een uitkering. Maar werd door die laatste groep nou zoveel armoede geleden? Veel buurtbewoners twijfelden daaraan, zoals een bewoonster van destijds tegen een journalist zei: “Als er nou enkel piepkleine woonwagens stonden?”

24-05-2020

 

Touwbaan


Touwbaan 640px

Misschien herinnert u zich, als Zwollenaar, dat aan het begin van de Van Karnebeekstraat een aantal jaren een bloemenwinkel heeft gezeten met de naam “De Touwbaan”.  Die naam is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Aan de overkant van de straat, daar waar nu het lange parkeerterrein (op de foto) ligt was vroeger een touwslagerij, ook wel lijnbaan en in Zwolle meestal touwbaan genoemd.  Op de touwbaan werd touw geslagen, dat wil zeggen er werd touw gemaakt door het ineen draaien van lange strengen. Doordat een aantal keren te herhalen kon een dikker touw worden verkregen.  Om letterlijk en figuurlijk “meters te kunnen maken” was daarom een behoorlijk lang terrein nodig. We kennen in Zwolle ook een Lijnbaan in de wijk “De Kamperpoort” waar al in de achttiende eeuw “touw geslagen” werd. In de Nederlandse taal is zelfs een oude uitdrukking: “Hij heeft en huis als een lijnbaan” wat zoveel wilde zeggen dat hij een huis met behoorlijke diepte in bezit had.

Touwbaan NL ZlHCO 1214 FD007089 1950bew

De touwbaan was in 1950 eigenlijk niets meer dan een lange verharde strook zand ...
(Bron: HCO - 1214 - FD007089)

Rond de eeuwwisseling eind 1900 waren er, zo kon ik terugvinden in de boeken, nog vier touwslagerijen in Zwolle, en nog redelijk dicht bij elkaar ook. Rond 1872 had ene H. De Vries Jzn  een touwbaan,  daar waar nu de huizen van de Rhijnvis Feithlaan staan. Aan de Thomas à Kempisstraat ter hoogte van nr.11 had de familie Meier er eentje en in de Vechtstraat op nr. 48 was een touwslagerij gevestigd die in een paar jaar tijd drie eigenaren versleet.

Derk van den Bos, die van de Touwbaan aan de Van Karnebeekstraat is er in 1966 officieel mee opgehouden. Als u er nu in de buurt bent, denkt u wellicht terug aan dit verhaal of u zegt zo dadelijk: “Ik kan er geen touw aan vastknopen!”

23-05-2020

 

Starfighter


Starfighter 640px

Het is voor veel jongens een droom: piloot worden. Brandweer- of politieman mag ook en misschien is profvoetballer ook wel een optie tegenwoordig. En het is bijzonder, tenminste ik denk het, dat het Deltioncollege meedraait in het opleidingstraject voor dit soort bijzondere beroepen. Hoewel, opleiding tot profvoetballer hier aan de Zwartewaterallee? Ik overvraag het Deltion daar waarschijnlijk mee.

Het is ook wel een beetje misleidend zo’n vliegtuig op je schoolterrein, alsof iedereen piloot kan worden voor dat type toestel.  Je moet er namelijk èn een goed stel hersenen èn een uitstekende lichamelijke gezondheid voor hebben, waardoor er uiteindelijke veel, zeer veel, kandidaten afvallen. Aan de andere kant is zo’n identified flying object ook bedoeld als aandachtstrekker en uitdaging. Want ook mens kan meer dan hij of zij zelf vermoedt.

De afgelopen tijd hebben we veel mensen met werk bezig gezien. Werk waarvan slechts weinigen het in het verleden spectaculair zouden noemen. U weet wel de mensen in de zorg, in de supermarkten, in de uitvaartzorg en noem maar op. En nee, ze worden niet zo goed betaald als de vliegenier van zo-even. Wonderbaarlijk, want we hebben de term cruciale beroepen ervoor uitgevonden, we hebben die mensen daarna ook met een straaljagervaart de hemel in geprezen. Meer dan terecht. Nu bijna iedereen weer met beide benen op de grond staat, wordt het tijd om hen allen cruciaal beter te gaan betalen. Als we daarmee wachten tot een volgende pandemie, dan zijn de lovende woorden van de afgelopen tijd gebakken lucht geweest. En daarin kan zelfs de allerbeste piloot niet vliegen.

22-05-2020

 

Philosofenallee


Philosofenallee 640px

De meeste kappers zijn wel praters, maar of het allemaal filosofen zijn is nog maar de vraag. Mijn eerste kapper, Wielink was zijn naam, had zijn “salon” rechts naast het pand met de dubbele deuren, vandaag op de foto gemaakt in de bovenstaande allee. Als kind, zeker in de jaren vijftig, was deze kapper knap indrukwekkend. Buiten dat hij moeilijk liep, omdat hij een klompvoet had, toen ook horrelvoet genoemd, werd er nog behoorlijk vaak geschoren en dat gedoe met messen langs kelen, vond ik beangstigend. De klant zou toch zomaar doorgebloed in de stoel kunnen liggen.  Je kwam toch al niet heel positief denkend bij de kapper binnen want je kwam bij de buurman langs. Die van de dubbele deuren, bij steenhouwer Luit die gespecialiseerd was in het maken van grafzerken.

Tegenwoordig worden de letters computergestuurd in de steen gegraveerd, toen ging dat nog met het handje, hamer en beitel. Ik kon er lang bij staan kijken, dat dan weer wel, want je zag langzaam en gestaag de hele tekst tevoorschijn komen. Ik vermoed dat het uurloon van de man niet hoog geweest kan zijn, anders was zo’n zerk niet te betalen. De kapper was ook niet duur, een haarcoupe had ook vaak veel weg van een bloempotmodel, vandaar ook dat scheren als bijverdienste. Ik zei het al, kappers waren nogal praterig, waarschijnlijk ook behoorlijk eigenwijs want de uitdrukking “Iemand knippen en scheren” betekent toch echt iemand de les lezen.

Kapper

In de kapsalon hing overigens een prent aan de muur van een bekend scheermiddelenfabrikant. Daar stond de volgende reclameleus op: “Wie scheert met verstand, Zeept in met “de Vergulde Hand”.” Jarenlang schoot, als ik er voorbij kwam, me die zin te binnen en ik dacht er vaak achteraan: “En als het moet, zelfs met een horrelvoet!”

21-05-2020

 

Watersteeg


Watersteeg 640px

Zo heette en noemden wij de Kuyerhuislaan in mijn jeugd. Oorspronkelijk had de Campherbeeklaan in Berkum ook deze natte naam en toen in 1967 Zwollerkerspel bij de gemeente Zwolle werd gevoegd verdween de naam Watersteeg geheel. Waarschijnlijk niet mooi genoeg voor de bewoners van de luxe huizen die er al stonden en later bij zouden komen. De Watersteeg, was een gewilde wandelroute voor de zondagmiddag en voor meer of minder verliefde stelletjes. Voor ons, de kinderen van de Wipstrikbuurt behoorden de Watersteeg en de kindertjesweilanden (daar waar nu ondermeer het ziekenhuis staat) tot ons speel-territorium. Het huidige Roodhuizerpad, nu een fietspad, was voor ons een sluipweggetje binnendoor en werd, vanwege de sintels waarmee het was verhard “het zwarte weggetje” genoemd. Kwam je daar de Watersteeg in kon je linksaf naar Berkum, rechtsaf richting Herfte. Deed je dat laatste, lag in de scherpe bocht naar rechts, in het bos, net zoals op de foto van vandaag, “De Kiekebelt”, rietgedekt en gebouwd in 1926. De naam betekent “uitkijkheuvel’ een soort van verdedigingswerk, waar de weg in een bocht van negentig graden omheen werd aangelegd. Zo kon de route naar Twente goed in de gaten gehouden worden.  De weg stond regelmatig onder water waarmee de naam Watersteeg” waarschijnlijk verklaard is. In mijn jeugd woonde in huize “De Kiekebelt” een neuroloog Van der Zwan. Even heb ik gedacht dat als ik voor zo’n beroep zou kiezen ik ook aan die steeg zou kunnen wonen. Het werd koffie en zo meer en ik werd heel gelukkig in de Aa-landen.

20-05-2020

 

Hanekamp


Hanekamp 640px

Tegenover mijn geboortehuis stond Herberg de Hanekamp aan de Wipstrikkerallee in Zwolle. Hij is in 1953 steen voor steen afgebroken en later in het Openluchtmuseum in Arnhem weer opgebouwd en is een bezoekje meer dan waard. De sloop, ik wist niets van herbouw, werd door mij gadegeslagen vanuit het zolderraam. Ook de start van de bouw van het nieuwe pand heb ik deels nog kunnen aanschouwen, toen verhuisden we. Het nieuwe gebouw op die plek bestaat tegenwoordig uit de winkel van De Graaf, landelijk bekend om de piano’s en vleugels, met daarboven drie lagen woningen. Het adres is niet meer aan de Wipstrik maar is nu Hanekamp 2-8.   Toen de bouw werd opgeleverd was op nummer 2: drogist Maarsen en van de Brink (later Bijsterveld), in het midden op 4 en 6: De Gruyter en geheel links op 8: de groentewinkel van Hovenga. Na een paar jaar, in 1960, kon De Graaf de winkel op nummer 8 huren en toen De Gruyter in 1975 vertrok en tot slot ook de drogist er mee ophield werd het één grote muziekwinkel.

Mijn grootouders waren een aantal jaren met veel plezier de eerste bewoners boven het middelste deel, hoewel het trappenhuis een beetje een bezwaar was. Natuurlijk kwamen wij er vaak evenals mijn ooms en tantes. Eén tante, die er zelfs enkele jaren bij inwoonde kocht ooit zes, zoals was aangeduid, onbreekbare glazen. Tegenwoordig noemen we dat pyrexglas. “We zullen even zien of ze onbreekbaar zijn, sprak tante en liet in het trappenhuis een glas twee verdiepingen naar beneden vallen. Het sprong als een autoruit in vele, vele kleine stukjes.  Waarmee bewezen wordt dat onze familie niet zo intelligent is als we eruit zien! Ik zal u voor zijn!

19-05-2020

 

Kapel


Kapel 640px

Het heeft een bijzondere vorm, dit kerkgebouw, ook wel de Kapel van de Vrije Evangelische Gemeente in Zwolle genoemd. Hij werd in de beginjaren ook wel het tentkerkje genoemd, de reden daarvoor moge duidelijk zijn.  Hij is, bij mijn weten in 1968 officieel in gebruik genomen,

Het is een geheel zelfstandige gemeente, gesticht in 1943, waarbij het aantal leden letterlijk van levensbelang is. De laatste jaren is er een groei in het aantal leden, waaruit ook de conclusie getrokken kan worden dat er een daling aan vooraf is gegaan. En ja, zo’n twaalf jaar geleden werd er zelfs overwogen te stoppen. Persoonlijk zou ik dat jammer vinden, kerkelijke variatie laat zien dat we allemaal verschillende mensen zijn. Gezien het aantal zitplaatsen in de kerk is het ledental niet reusachtig, dus zijn de lasten relatief zwaar. Zo moet het dak, en ik denk dat het dus ruim vijftig jaar oud is, hoognodig een onderhoudsbeurt hebben. Die is begroot op veel meer dan door henzelf kan worden opgebracht en daarom wordt naar financiële hulp gezocht. (veg.nl)

Ooit las ik dat de gemeenteleden van zichzelf zeggen: “We zijn vrolijk-orthodox.” Misschien daarom moeten ze wel de steun krijgen die ze verdienen. Lukt het niet, dan gelden misschien we de regels uit het liedboek voor de kerken: “Breek uw tent op ga op reis naar het land dat ik U wijs.”.

Misschien heeft de architect van destijds dit lied al laten meewegen in zijn ontwerp!

18-05-2020

 

IJsselbrug


Kleine Veer viaduct 640px

Vandaag reed ik over de Nilantsweg in Spoolde, een buurtschap dat bij Zwolle hoort en tegen de IJssel aan ligt. Opeens word je geconfronteerd met wat lijkt op een wel erg hoog viaduct.  Het is de toerit van de, zoals men hem in Zwolle noemt, nieuwe IJsselbrug, hoewel deze, als onderdeel van de A28 er alweer zo’n vijftig jaar ligt.  Eind jaren zestig ging ik bij de in aanbouw zijnde brug kijken samen met een zwager die toentertijd weg- en waterbouw studeerde.  We vonden het allebei indrukwekkend. Grote pijlers, met een hoogte van ruim dertien meter en een wegdek in een zogenoemde kokerconstructie. Daarbij zou de verkeersdruk op de Zwolle fors afnemen.

Dat het, voor die tijd, een bouwkundig huzarenstukje was, is ongetwijfeld waar. Maar als je de situatie anno 2020 bekijkt, schrik je, tenminste ik deed het. De verkeersdruk op de brug is in de loop der jaren ongekend toegenomen. Het aantal rijbanen is groter geworden, de vluchtstroken opgeofferd en als je nu “beneden staat” zie je vrachtauto’s vlak achter de glazen geluidschermen voorbij razen.  Je moet niet denken aan een ernstig ongeval waarbij, om maar iets te noemen, een tankauto betrokken is en die dwars door die schermen heen schiet. Want de huizen die er stonden, mochten gewoon blijven staan. Om over een veel sluipender gevaar, het fijnstof maar niet te spreken. Misschien wilden de toenmalige bewoners, met hun verkeersdrukte-kennis van toen, ook blijven, nu lijkt het heel onverantwoord. Misschien is dat stukje van het buurtschap voor de gemeente Zwolle economisch niet belangrijk genoeg om er een, voor deze tijd, goede oplossing voor te bedenken. Als ik er woonde zou ik, ondanks geluidschermen en wellicht oordopjes, ’s nachts vaak wakker liggen.

17-05-2020

 

Akke


Akke 640px

Het oude Sophiaziekenhuis aan de Rhijnvis Feithlaan wordt door veel Zwollenaren nog altijd zo genoemd hoewel het al in 1972 verlaten werd om nieuwbouw aan de Dokter van Heesweg te betrekken. In het deel dat op de foto te zien is, waren de operatiekamers gevestigd. Jaren reed ik er voor mijn werk in de koffiebranderij dagelijks een aantal keren langs, en werd mijn blik omhooggetrokken naar het uitstekende deel op de hoek. Naar daar waar het “moeilijke werk” werd verricht, die operatiekamers.  Meer dan de huidige, waren de ziekenhuizen ingericht op een langdurig verblijf van patiënten. Vroeger lag je voor een eenvoudige blindedarmoperatie minstens een week in een ziekenhuisbed tegenwoordig ben je na een openhartoperatie al na vijf dagen weer thuis. 

Beroemd van het “oude Sophietje” waren de grote zalen. Meer berucht dan beroemd was zaal 25, de mannenzaal. Niet elke hoofdzuster kon die zaal aan, de gezelligheid kon er wel eens uit de hand lopen. Zuster Zijlstra, een vrijgezelle verpleegster, die zoals haar naam al doet vermoeden, van Friese komaf was, had de zaak daar wel onder de duim. Ze hinkepinkte een beetje, maar met haar strenge gevatheid compenseerde ze dat, misschien door haar zelf niet zo ervaren, nadeel. Akke Zijlstra was een mens met een hart van goud. In haar privéleven betekende ze veel voor haar zus en zwager die met hun grote gezin op allerlei manieren door haar werden gesteund. Het zorgen voor anderen zat haar in het bloed.

Wij mochten in die jaren aan beide Zwolse ziekenhuizen koffie en thee leveren. Het verschil in gekozen kwaliteit was opvallend. Het Sophia koos voor veel goedkopere soorten dan het andere ziekenhuis. Dat kwam vooral omdat de gemeente voor veel kosten moest opdraaien.

Aan Akke kan het niet gelegen hebben!

16-05-2020

 

Recht


Recht 640px

Het Paleis van Justitie in Zwolle zien we vandaag op de foto. Maar of het die naam verdient? Bij het woord paleis doemen andere beelden bij mij op. Deze rechtbank staat hier sinds 1977. Het glazen deel aan de rechterkant is veel jonger en is nog maar een paar jaar in gebruik. Nee, het vorige gebouw, bij de Zwollenaren bekend als “De Rechtbank aan de Blijmarkt” had meer de allure van een paleis. In de opvatting van veel Zwollenaren is die allure verdwenen na de komst van reusachtige eivormige nieuwbouw waarin een tentoonstellingszaal van het Museum De Fundatie is gevestigd. Als u op Google de naam van het museum intikt, ziet u wat men bedoelt.  Dat voor rechtbanken zulke grote gebouwen met hoge zalen worden ontworpen, zal te maken hebben met de bedoeling de “klanten” van de rechtbank te imponeren.  Dat laatste lukt bij mij al niet sinds 1969 toen ik, met de officier van justitie Mr. Bins in “gevecht” was over het kunnen betalen van een boete. Ik wilde dat wel, alleen werd mij dat keer op keer onmogelijk gemaakt door administratieve blunders van rechtbankzijde. Na veel geharrewar bood Mr. Bins mij namens het personeel excuses aan. Ik kreeg een hand en mocht vertrekken. Toen ik bijna bij de uitgang was, klonk vanuit de hoogte vanaf een balustrade in de rechtbank: “Mijnheer Algra, U moet nog wel betalen, hoor!”
Ik weet nog, het ging om 35 gulden, dat ik dacht, “Ach wat kinderachtig, maar laat ik maar niet meer zeggen, want straks wordt de rechter linker!”

15-05-2020

 

Veemarkt


Veemarkt 640px

We kennen nu de Corona-crisis die heel de wereld treft. Alweer 19 jaar geleden heerste er opeens Mond- en Klauwzeer, een veeziekte, in Nederland die veel impact heeft gehad. Het werd in Engeland voor het eerst vastgesteld en kwam over naar Nederland. Ruim 300.000 zogenoemde eenhoevige dieren, in de buurt van de uitbraakplekken, werden hier preventief geruimd. De hele veehandel op markten werd stopgezet, en is, ondermeer door de opkomst van het internet, in die vorm niet weer teruggekomen. Jarenlang behoorde de veemarkt van Zwolle, die op deze plek in 1931 van start ging en zelfs een abattoir op het terrein had staan, tot de grootste drie van Nederland.  Helemaal toen in 1971 de IJsselhallen openden en een groot deel van de markt onder dak kwam. Bij de enorme aantallen vee, die wekelijks werden aangevoerd ontsnapte nogal eens een dier, dat vaak veel overlast veroorzaakte, of in de binnenstad of op de uitvalswegen in de buurt van de markt. Daarom moest om het hele terrein een hek komen.

Dat hek heeft nu voor de IJsselhallen wellicht grote financiële voordelen (een eigen afgeschermd parkeerterrein) maar geeft aan de hele buurt toch wel een getto-achtig uiterlijk. Daarnaast, en dat verwondert mij het meest, staat de gemeente allerlei zaken toe, zoals het stallen van bouwmaterialen en ander onduidelijk, met plastic en autobanden afgedekt, materiaal. Maar bovenal verloederen de panden aan de rand van de markt tot gelegenheden waar vroeger een bordje op gespijkerd zou worden met de tekst: “Onbewoonbaar verklaarde woning”. Waarom zien we die eigenlijk niet meer? Ik denk dat, zoals in veel gemeenten gebeurt, als de burgemeester of een van de wethouders vanuit zijn huis zicht zou hebben op dit “schoons”, er iets als renovatie allang gebeurd zou zijn.

14-05-2020

 

St. Jozephgebouw


St.Jozeph 640px

Wij veroordelen vanuit een overtuiging nogal eens de daden van mensen. Dat pakt niet altijd goed uit. Nog erger wordt het als de veroordeelden ook nog, al dan niet uit geloof of andere overtuiging handelden. Dat gebeurde vroeger ook al. Ook in Zwolle. De Rooms-katholieken bijvoorbeeld hadden het rond 1850 lang niet makkelijk. Zo hadden velen geen burgerrechten en moest er stiekeme kerkdiensten gehouden worden. Onder meer in een particulier huis op de hoek van de Nieuwstraat en de Rozemarijnstraat, toen nog -steeg genoemd. De schuilkerk werd “Onder de Boge” genoemd een naam die nu terug te vinden is bij het zo genoemde Aldo Eykplan, de nieuwbouw er vlakbij.

Toen scheiding van kerk en staat werd doorgevoerd mocht er een kerk gebouwd worden. Het werd de in 1848 gereed gekomen Michaëlskerk in de Nieuwstraat op de plek van de schuilkerk en staat nu bekend als het St,Jozephgebouw. De kerk werd met overheidsgeld gefinancierd en moest voldoen aan de eisen van het rijk vandaar dat het een waterstaatskerk wordt genoemd. Na de bouw van een nieuwe en mooiere Michaëlskerk (onnodig gesloopt in de jaren zestig) werd het gebouw overgedaan de RK-werkliedenvereniging en kreeg het de huidige naam. Door een bankdebacle moest het in 1892 van de hand worden gedaan en was het heel lang een pakhuis. In 1987 is het gebouw omgebouwd tot appartementencomplex.

Verderop in de Nieuwstraat staat het Pestengasthuys. Samen met de nonnen van de Congregatie “Onder de Bogen” werd in Zwolle de belangrijkste ziekenzorg gedaan. Die nonnen waren ooit de grondleggers van het Rooms Katholieke Ziekenhuis van Zwolle en vervulden nog lang een rol in het, in de Isala opgegane, ziekenhuis De Weezenlanden. En daarom citeer ik nog maar graag Toon Hermans die schreef:

Ik zie nog zuster Gracia
En zuster Aldegonde
Wanneer ze in de wind op ’t strand
Volop te wapp‘ren stonden
Als hemelvlaggen in de wind
Ik vond het zo apart
Daar tussen al die blote kleur
’t devote wit en zwart

Nu staan ze in hun jumpertjes
Wat grijsjes in de zon
En af en toe zegt iemand nog
Die juffrouw is een non

13-05-2020

 

Urbana


Urbana 640px

“Donkere wolken pakken zich samen boven “Urbana””, tenminste dat leek er vanmorgen op toen ik de foto maakte. Het lijkt er ook op als ik de krant mag geloven. De uitbater van het huidige bedrijf, Ben Schulte, ligt in onmin met de eigenaar van het pand. Er is sprake geweest van overname van het pand door “Loetje” een horecaketen gespecialiseerd in biefstukrecepten. Ik denk dat de naam Urbana dan zou verdwijnen. En dan te bedenken dat het ruim honderd jaar geleden als “buiten” werd gebouwd door notaris J van der Gronden. Zelf ben ik nog geen honderd, hoewel ik aardig op weg ben, maar ik ken Urbana wel heel mijn leven, als speeltuin, waar je ook wat kon drinken, later als feest- en danszaal. De familie Massier zwaaide er, nadat de villa in 1924 werd omgebouwd tot uitspanning en theetuin, de scepter. De heer Massier stopte ermee in 1973 en verkocht het geheel. Het raakte behoorlijk in verval tot in 1980 een Reimink, lid van de horecafamilie uit Lemelerveld het kocht, herbouwde en uitbreidde ondermeer met een bowlingbaan.

Zoals Urbana aan de rand van Zwolle ligt, zo hebben bedrijven van naam en faam hun plek gehad. Wat de denken van “De Vrolijkheid”, “Theetuin Thijssen”, onlangs nog op deze plek besproken, “De Jongejan” en “De Toerist”. Het zou mij een lief ding waard zijn als het de Zwolse gemeenschap zou lukken “Urbana” te behouden. Al was het alleen maar omdat er voor veel families mooie herinneringen liggen zoals verjaardagen en zilveren en gouden bruiloften. Zelf mocht ik er als Bijzonder Ambtenaar Burgerlijke Stand verscheidene huwelijke sluiten. En ik doe maar even alsof ik niet weet dat, zo laten de statistieken ons geloven, 30% daarvan al weer gescheiden is.

12-05-2020

 

Helden


Helden 640px

Op de foto van vandaag staat een van de Finse huizen in Zwolle. Finse huizen en scholen werden in de eerste jaren na de oorlog als bouwpakketten uit Finland aangeleverd in het kader van een Fins goodwillproject. Dit huis staat, met nog een paar in de zeeheldenbuurt, op de grens van vooroorlogse en naoorlogse bouw. De scholen zijn intussen gesloopt dan wel vervangen. De huizen bestaan, zoals u ziet, nog steeds. De zeeheldenbuurt ligt aan de zuidwestkant van de Wipstrikkerallee en werd vanaf 1920 gebouwd voor mensen die hun geld met hun handen verdienden. Aan de noordoostkant staan de huizen die vanaf 1930 verrezen voor de gegoede ambtenaren. Langs de genoemde allee bouwden de meest kapitaalkrachtige Zwollenaren hun villa’s. Als was het om “de buren” de ogen uit te steken.

Mijn lagere school lag ook aan de Wipstrik en ik moet zeggen, ik speelde eigenlijk liever bij mijn klasgenoten, uit de Ruyter- Bontekoe- en andere naar beroemde zeevaarders genoemde straten.  De sfeer was daar geheel anders dan bij ons in de schrijversbuurt aan de andere kant van de Wipstrik. Ik nam het verschil als vanzelfsprekend aan. Het zal gelegen hebben aan de wijze waarop de bewoners onderling met elkaar omgingen. In de ene buurt stonden de voor- en achterdeuren voortdurend open. In de andere buurt was de bel naast de voordeur erg belangrijk. Mijn schoolvriendjes van toen vertelden me later, veel later, dat zij spraken over onze buurt als “de betere kant van de Wipstrik”.  Ik vond het verschrikkelijk en leed bijna aan schaamte achteraf. Hoewel ik ook erg blij ben dat ze het niet voor me verborgen hebben gehouden. Het is eerlijk en schept duidelijkheid.  Voor mij zijn het nu de zeehelden van mijn school!

11-05-2020

 

Tachtig


Tachtig 640px

We lezen er weinig, zo niet niets over.  Dat het vandaag 10 mei 2020 tachtig jaar geleden is dat Nederland bij de Tweede Wereldoorlog werd betrokken.

Op de zonnige vrijdag 10 mei 1940 kwam de Duits inval voor de Zwollenaren als verrassing al waren er om 5 uur in de morgen waren er vliegtuigen te horen gevolgd door afweergeschut en zware explosies. Het (gemobiliseerde) Nederlandse leger liet om de opmars van de Duitsers te vertragen, de spoorbrug, de IJsselbrug en de Berkumerbrug de lucht invliegen en in de binnenstad de Vispoortenbrug en de Schoenkuiperbrug. Toch marcheerden ’s middags de Duitsers via de Luttekestraat, op de foto van vandaag, het centrum van Zwolle in. Wat daarna gebeurde, daaraan is de laatste weken gelukkig wel aandacht besteed.  Waarom schrijf ik dan nog dit verhaaltje? Hoe gek het ook moge klinken, vanwege mijn geboortedag, exact acht jaar na het uitbreken van die oorlog. Nee, het gaat me niet om felicitaties. De eerste jaren, zeg tot 1955, werd als men naar mijn geboortedatum vroeg heel vaak gereageerd met: ”Wat een nare dag om je verjaardag te vieren.”  Als kind van amper zes jaar vond ik dat vervelend, begreep het niet, ik was toch jarig? In die tijd hield de oorlog de mensen nog veel bezig. Men deed nog enorm aan wederopbouw en het verdriet was bij veel Nederlanders nog vers. Ze hadden vast moeite met vertrouwen hebben in hun toekomst. Heel begrijpelijk dus. Nu op 10 mei van dit jaar, met een crisis die ons hele leven beïnvloedt, is de toekomst voor velen ook onzeker. Toch heeft de tijd ons geleerd dat na rampzalige periodes het leven weer heel mooi kan worden. Misschien kan 10 mei jaarlijks wel als de dag van de hoop gevierd worden. Tenminste ik hoop van wel!

10-05-2020

 

Archief


Archief 640px

Als je zoekt naar de definitie van het woord archief kom je bijvoorbeeld deze tekst tegen: “Een archief is de bewaarplaats van belangrijke gegevens die zijn vastgelegd in documentvorm alsook de verzameling van documenten die voor een bepaald doel vervaardigd zijn.”

Dan is een presse-papier - dat stelt het kunstwerk op de foto voor - een passend symbool, tenminste tot 2001. Tot dan was hetzelfde gebouw, in een nog wat andere vorm, het Gemeente Archief van Zwolle. Nu heeft het een meer uitgebreidere functie gekregen, nadat het is samengegaan met het Rijksarchief van Overijssel tot het Historisch Centrum Overijssel (HCO). Dit soort archieven heeft, meen ik, als doelstelling het verzamelen van zoveel als mogelijk van en over de bevolking. Dat is goed, de geschiedenis leert ons veel. Maar als je dat te serieus meent en doet, kàn de relevantie in het geding komen.

Echte Zwollenaren zullen in de linkerbovenhoek van de foto het gebouw van de buurman, de Belastingdienst, aan de Burgemeester Drijbersingel herkennen. Ook een instelling die als doel heeft zoveel mogelijk gegevens te verzamelen over de burger, opdat op een rechtvaardige wijze belasting geheven kan worden. Tenminste dat denk ik. Tegenwoordig, in het kader van het leuker kunnen we het niet maken, meent men het ons makkelijker te maken met vooraf ingevulde aangifteformulieren. Ze zeggen er wel bij dat je dat, door hen ingevulde, moet controleren. Vul jij dan iets in dat zij niet wisten, corrigeren ze het met de mededeling dat zij het anders zien.  Meer een slogan van: Leuker kunnen we het niet maken, wel ergerlijk.  Ik weet wel, dit is maar één verhaal over het door de overheid omgaan met persoonlijke gegevens. Er zijn er vast meer. Ze kunnen er bij het HCO vast archiefkasten mee vullen.

09-05-2020

 

Flevo


Flevo 640px

Als “Ambachtskoele” was dit, als Flevogebouw bekendstaand, pand in 1898 ontworpen en gebouwd onder leiding van de Zwolse stadsarchitect van toen Van Essen. Als je eenmaal weet dat het als school ontworpen is herken je aan de ramen ook wel de structuur van het gebouw, iets met lokalen en dergelijke. Het was de voorloper - het was na dertig jaar al te klein - van het veel bekendere schoolgebouw aan de Mimosastraat. De in die tijd opgericht Dienst IJsselmeerpolders trok er toen in. Daar werden veel van de plannen ontwikkeld die eerst de Noordoostpolder deden ontstaan en nadat van de gemaakte fouten was geleerd, de Flevopolder. Zo was bijvoorbeeld bij de Noordoostpolder geen rekening gehouden met de daling van het grondwaterpeil in het ‘oude land” tijdens de drooglegging. Vandaar dat er om de Flevopolder een randmeer gekomen is.

Als kind reisde ik veel met mijn vader mee als hij probeerde koffie te verkopen dan wel te bezorgen. De Dienst IJsselmeerpolders was ook een afnemer en ik herinner me de enorme koolzaadvelden en daarbij behorende muggenplagen in het bijzonder. De polders horen nu onlosmakelijk bij ons landje en het gebouw werd later dan ook in gebruik genomen door de dienst “Stadsbeheer” van de Gemeente Zwolle. Voor de duidelijkheid daar vielen gemeentelijke diensten onder als Openbare Werken. Ik weet wel, grappen maken over de ambtenarij is niet gepast, maar toch.  Een goede kennis van me, altijd zelfstandig ondernemer was geweest, kreeg er op oudere leeftijd bij dat Stadsbeheer een baan. Deels als compensatie voor het verlies van zijn eigen bedrijf dat moest verdwijnen wegens reconstructie van een aantal straten in de stad. Toen ik hem vroeg hoe het hem er beviel, zei hij: “Prima, prima, prima, het harde werken heb ik wel afgeleerd!”  Dus toch!

08-05-2020

 

Zondags


Zondags 640px

Het heeft jaren geduurd voor ik wandelen leuk ben gaan vinden. Het komt misschien wel van het moeten wandelen in mijn jeugd. Vooral op zondag. Waarom juist dan? ’t Was voor een belangrijk deel tijdverdrijf, denk ik. De zondagsrust werd indertijd belangrijker gevonden dan vandaag de dag.

De verplichte wandeling ging, we woonden in de Wipstrikbuurt, bijna altijd richting Urbana. Woon je in de Aa-landen dan is een rondje Wijde Aa, vandaag op de foto, misschien nog wel die verplichte kost. Zondags wandelen daar, is mijn ervaring, meer mensen dan op andere dagen.

Wij zagen, als kinderen, niet hoe mooi het kon zijn onderweg, we zagen alleen maar de weg die we nog moesten gaan. En als we het toen al gekend hadden, zongen we mopperend het lied “Waarheen, waarvoor?”  We hoorden de vogels niet, we luisterden alleen naar elkaars chagrijn. En omdat we de zondagsrust wel erg respecteerden was uitblazen op een terrasje of een ijsje onderweg ook geen optie.

Bij ons in de straat woonde een, van de reumatiek stijf staande ruim tachtigjarige, weduwe wiens enige zoon, ver weg in Canada woonde. De hele straat noemde haar Tante Mienstra. Mijn moeder had haar als het ware geadopteerd en kookte bijvoorbeeld voor haar.  Zo’n tien jaar na het eerste paal heien in de toen nieuwe wijk Holtenbroek, meldde ze mijn moeder in vertrouwen dat zij Holtenbroek nog nooit gezien had. Waarop mijn ouders haar de zondag erna in hun auto zetten, met haar door Holtenbroek toerden, en via Hasselt en Rouveen weer thuiskwamen in Zwolle. Naar haar zeggen had ze een topmiddag gehad.

Bij het avondeten sprak mijn vader de voor ons legendarische woorden: “We hebben met tante Mienstra een grote fout begaan. We hadden haar ergens op een terras op koffie, gebak en een advocaatje moeten trakteren”.

Vanaf dat moment is die vorm van zondagsrust gelukkig uit hun en dus ook mijn leven verdwenen.  Amen.

07-05-2020

 

Tweederangs


Tweederangs 640px

Een achterafstraatje, zo worden dit soort straten wel genoemd. Een eindje weg van de belangrijke straten. Op de foto van vandaag zien we een stukje van de Langenholterweg, parallel aan de Thomas à Kempisstraat, die tegenwoordig volgens velen zo’n tweederangs straat is. Geheel ten onrechte natuurlijk Vroeger, begin vorige eeuw, was het een uitvalsweg van Zwolle en kwamen er de producten uit Langenholte Zwolle binnen. Langenholte en het gebied ten noorden van de Wipstrik, de Middelweg, Schelle en de Lure waren de leveranciers van tuinbouwproducten. Niet alleen voor Zwolle, ook gebieden als Twente en Salland behoorden tot de klantenkring. Tuinbouw was zo’n belangrijke economische pijler dat zelfs door twaalf plaatselijke tuinders een groenteveiling kon worden opgericht. En hoelang heeft Zwolle die niet gehad.

Belangrijke straten worden in de tijd soms minder interessant. De Kamperstraat, de Voorstraat, de Koestraat, het waren vroeger straten van betekenis, nu aanmerkelijk minder. Daar staat tegenover dat ander straten het tegenovergestelde meemaken. De Ceintuurbaan was vroeger doodlopend ter hoogte van het Openluchtbad en kijk nu eens. In de binnenstad veranderde de Kromme Jak van een beetje onguur steegje naar iets moois, a place to be, zeggen ze in de filmwereld.

Trouwens, Langenholte de buurt die ten noordwesten van de Agnietenberg ligt, had in 1946 een heus vliegveldje. Gelegen tussen de Brinkhoekweg en de Wijde Aa. Het had zelfs een naam. “De Koppels”. Wegens gebrek aan belangstelling hield dit vliegveld het nog geen jaar uit. Zouden ze deze laatste zin bij Lelystad Airport ook kennen? Of het woord “tweederangs”?

06-05-2020

 

Anne


Anne Haan 640px

Vader Haan hield van kinderen, daarom was hij ook onderwijzer en intussen ook een aantal malen vader geworden. Wellicht was hij ook rechtlijnig. Hij leerde zijn kinderen dat je als mens zelf verantwoordelijk bent voor de belangrijke keuzes in je leven.  En daarom had zoon Anne, 17 jaar oud en leerling machinist, geweigerd zich te melden bij de Arbeitseinzatz en zat hij met vele andere opgesloten in De Nieuwe Buitensocieteit, een film- en toneelzaal vlak bij het Station van Zwolle. Zo zal het misschien wel gegaan zijn. We hebben het over oktober 1944.

De Zwolse Courant van woensdag 13 oktober 2004 schreef zestig jaar na dato: "Eigenlijk was het een aanslag van niets. Er werden geen Duitse generaals gedood, er werd geen wapentransport vernietigd. De spoorlijn tussen Zwolle en Meppel werd vernield, dat wel, maar een dagje vlijtig doorwerken - wat de Duitsers wel was toevertrouwd - en het treinverkeer kon hervat worden. Toch moest er een daad gesteld worden, vond Brigadeführer Schöngart. Er moest bloed vloeien. Commandant Lütkenhus, die uiteindelijk de opdracht kreeg nam geen halve maatregelen. Hij liet op 13 oktober zeven mannen uit Zwolle en Zwollerkerspel oppakken, drie uit de gevangenis en vier uit de Nieuwe Buitensociëteit. Ze werden naar de schietbaan aan de Schrevenweg ( nu Haersterveerweg) gebracht en stierven daar voor het vuurpeloton. Anne Haan was de jongste van de zeven. Op de foto van vandaag staat het gedenkteken dat te vinden is aan de Haersterveerweg, tegen de A28 aan.

Anne 640px

Mijn vader vertelde mij erover ergens in de eerste tien jaar na de oorlog.

De familie Haan woonde bij hem/ons om de hoek. Mijn vader, vier jaar ouder dan Anne, weigerde zich ook te melden en dook onder in de buurt. Het heeft indruk op hem gemaakt, zodat hij het verhaal onuitwisbaar aan mij heeft overgebracht. Altijd nog moet ik aan dit verhaal denken als ik het huis van de familie Haan van toen voorbij kom. Jarenlang heeft die woning mij somber geleken. Het is denkbaar dat vader Haan na de 13 oktober 1944 de moed niet had om zijn leven op te pakken en daarom veel bij het oude heeft gelaten. De zinloze moordpartij moet bij hem een onvoorstelbaar verdriet veroorzaakt hebben. Dat werk je niet weg met een bevrijdingsfestival en popsterren in rondvliegende helikopters.  Daar past stilte bij, ook nu nog. Misschien moest het daarom wel zo zijn vandaag, na 75 jaar vrijheid.

05-05-2020

 

Fout


Fout 640px

Vanaf 1960 kreeg ik mijn gymnastieklessen in de gymzaal van het Gymnasium Celeanum, toen gevestigd in dit prachtige pand aan de Veerallee, vandaag op de foto. Dus net 15 jaar na het einde van de tweede wereldoorlog.  Niemand vertelde ons daar ook maar iets over wat er op vrijdag 2 oktober 1942 gebeurde en het duurde nog lang voordat het verhaal in Zwolle echt bekend werd.  Ik vind dat, sinds ik over de gebeurtenis van toen gehoord en gelezen heb, onbegrijpelijk.

Vierentachtig Joodse Zwollenaren werden vastgehouden in de gymzaal rechts op de foto. Dat waren voornamelijk vrouwen en kinderen van circa zestig Zwolse Joodse mannen die sinds de zomer van dat jaar gedwongen te werk waren gesteld in Nederlandse werkkampen in Overijssel en Friesland. Op zaterdag 3 oktober werd de hele groep onder het mom van gezinshereniging naar het doorgangskamp Westerbork gedeporteerd. Zeven personen wisten uit de gymnastiekzaal of kamp Westerbork te ontsnappen en overleefden in onderduik de oorlog. Alle overige mannen, vrouwen en kinderen werden naar de vernietigingskampen in het Oosten gedeporteerd. Slechts één van hen overleefde. In de gymzaal werden op de maandag na de deportatie ‘gewoon’ weer gymlessen gegeven.

Herdenking Monument Rozenboom 04102018 7V6A3762   Gevelsteen Delta Wonen 7V6A4216


Na de tweede wereldoorlog wisten wij Nederlanders, ook wij Zwollenaren heel goed aan te geven wie fout was geweest in de bezettingsjaren. En ik schrijf bewust ook wij Zwollenaren, want onlangs nog, anno 2020 zei er nog iemand tegen me; “Als ik geweten had dat ……… fout was in de oorlog dan had ik nu nog niets bij hem gekocht!”.  Ongetwijfeld waren er onder de fout-roepers ook mensen die het ook niet goed hadden gedaan, bijvoorbeeld omdat ze niets deden, onder het mom van dan kun je ook niets fout doen.  En er waren er die heel stilletjes veel goeds deden, maar die nog lang verdacht werden van fout-zijn.

Dat ons niets werd verteld in 1960 is een fout.  Zwijgen over het ons verleden is al fout.  Fouten uit het verleden verzwijgen is wellicht nog erger. We zijn en blijven hardnekkige foutenmakers terwijl we voortdurend worden gewaarschuwd dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst.

Vier en vijf mei zijn bij uitstek de dagen om over het verleden te spreken en opnieuw aan een toekomst te beginnen. Godfried Bomans had het er al over toen hij zei: “Elke weigering om een fout te herstellen heeft agressie tot gevolg.”    Daarom dus.

04-05-2020

 

Broek


Broek 640px

’t Is wonderbaarlijk, jarenlang ken ik de naam “Mastenbroek” als een poldergebied in de driehoek Zwolle-Kampen-Hasselt. Ik zette er fietstochten uit, ging er de glastuinbouw bewonderen en met Janny de lekkerste aardbeien uit de buurt kopen. Maar wat wist ik van de historie?

Vandaag besloot ik weer eens te gaan kijken in Stadshagen, een nieuwe wijk, voor een groot gedeelte gebouwd in die Mastenbroekerpolder.  Daarvoor moest ik de brug op de foto over, de brug over het Zwartewater, die het “oude Zwolle” koppelt aan het nieuwe stuk waar nu al zo’n 30.000 bewoners hun plek hebben gevonden. Reden genoeg me te verdiepen in de herkomst van de naam op de brug: Mastenbroekerbrug.

De polder heeft er na de ontginning rond 1400, daarvoor was het een drassig veengebied, eigenlijk onaangeroerd bijgelegen tot Zwolle met haar snode bouwplannen kwam.  En dan hebben we de naam Mastenbroek al voor de helft verklaard. “Broek” betekent in deze setting een drassig gebied.

Kunstwerken Mastenbroekerbrug 2017 7947   Kunstwerken Mastenbroekerbrug 2017 7950


De andere helft van de naam is wat onbekender.  Het toeval wil dat in het verhaal van gisteren over de theetuin kwam het woord “vetweiders” voorkomt.  Daar heeft het ook mee te maken. De polder werd eeuwen voornamelijk gebruikt als voeder-gebied van vee. Het zoeken naar de juiste voederplek, zo vertellen mij de historische boeken, werd “mast” genoemd. Ziedaar de combinatie. Mijn ouders, die samen tot 2001 in Westenholte woonden, gingen met grote regelmaat vissen in de polder en daar hoorde voeren bij. Hun visplekje vinden was voor hen een fluitje van een cent.

Als ze nu nog leefden zouden ze er een lieve duit voor over hebben als hen dat plekje nog aangewezen kon worden.

03-05-2020

 

Theetuin


Theetuin 640px

Aan het begin van de huidige Ruiterlaan ligt, iets hoger dan de omgeving, tussen het groen, een theekoepeltje.  Janny en ik wandelden er bij toeval vandaar de foto van vandaag. Het is een overblijfsel van “Theetuin Thijssen”, die zijn toptijd rond 1900 had.  Eigenlijk heette het bedrijf Uitspanning “Achter den Berge”, toepasselijk omdat het net achter de Spoolderberg te vinden was, maar de naam van de eigenaar Thijssen was meer bekend. De eerste eigenaar gokte op jagers en “vetweiders” als klanten. Vetweiders waren boeren die koeien fokten voor de slacht en die op andermans grond mochten grazen. Jagers kwamen er graag een borreltje halen met de smoes: “effen biesten kieken” en om de sterke verhalen van Thijssen.  Hijzelf was ook een verwoed jager en eindigde zijn verhalen meestal met: ‘mag’k barsten as ’t niet waor is”, waardoor hij vaak met zijn bijnaam “Mag’k barsten” werd aangeduid.

Theetuin Thijssen 2014 2877   Theetuin Thijssen 2014 2898

De volgende generaties bouwden de Theetuin het uit tot een bekend en gerenomeerd horecabedrijf, om maar een hedendaagse term te gebruiken. De aanwezige theekoepeltjes waren zeer geliefd. Ouders zaten er lekker rustig en voor de kinderen was er een speeltuin met schommel, wip en zweefmolen. De consumpties waren van een andere tijd. Begonnen werd met thee. Na een poos kwam de specialiteit van Thijssen op tafel. Schoteltjes dikke melk met kaneel en bruine suiker.  De concurrentie had het ook wel op de kaart staan maar de iedere Zwollenaar vond toch wel dat bij Thijssen de echte dikke melk werd geserveerd. Schuin er tegenover staat een huis te koop, gebouwd zo’n zestig jaar later, met ruimte genoeg om er in de tuin veel thee te schenken. Vraagprijs 1.350.000, — euro. Helaas gaan er dagen voorbij dat ik het niet in de zak heb. Even checken…. nee, vandaag ook niet!

02-05-2020

 

Twaalf


Twaalf 640px

De huisjes op de foto staan aan de Spinhuisbredehoek, een straat, de naam zegt het al, vlakbij de bajes, ofwel het Spinhuis, nu De Librije van Jonnie en Thérèse, in heel Nederland bekend.

De Spinhuisbredehoek is het eerste zijstraatje van de Thorbeckegracht, in de buurt van Het Pelserbrugje. Dat bruggetje is niet het eerste over de gracht. De buurtbewoners van de “Spinhuisbreehoek en Den Dijk (nu Thorbeckegracht)“ kregen in 1686 al het recht een voetbrug aan te leggen mits deze “van een wippe werd voorzien”.  Hij moest dus geopend kunnen worden. In een publicatie van augustus 1705 werd er als Pelserbruggetje” nog over gesproken. Daarna is het uit de boeken en de werkelijkheid verdwenen.

De huisjes op de foto zijn en lijken klein maar zijn riant vergeleken bij hetgeen er lang tegenover heeft gestaan.  Op de plek waar nu “Hästens” bedden verkoopt, stond tot 1931 een blok met 12 piepkleine woninkjes, ze werden De Twaalf Apostelen genoemd. De naam verwees naar de “apostolische armoede van de bewoners.”  En ik citeer: “Mochten die in hun armoede hebben overwogen van het pad der deugd af te wijken, dan was een blik door het raam richting Spinhuis, reden genoeg tot inkeer.”

Parkeerplaats Menno v Coehoornsingel 2001 DSC00182   Parkeerplaats Menno v Coehoornsingel 2001 DSC00188
Deze parkeerplaats (foto 2001) is opgeofferd voor de bouw van "De 12 Apostelen" ...

Na de sloop ontstond er een lege plek die jarenlang gediend heeft als parkeerterrein voor de bedrijven aan en de bewoners van de Menno van Coehoornsingel.  De luxe van de beddenwinkel van nu staat in schril contrast met de armoe in “De Twaalf Apostelen” van toen. Ik ken niemand die daar nog van wakker ligt.

01-05-2020

 

Lift


Lift 640px
Verkeerslichten, een ringweg, een stadion, roltrappen en liften, om die, als opgroeiende Zwolse jeugd in de jaren vijftig, te zien moest je eigenlijk naar de grotere steden in den lande. In Amsterdam kon je zo ongeveer het hele hierboven genoemde rijtje wel op één dag zien.  Waarom begin ik daar over?

De slopershamer gaat weer toeslaan in Zwolle. Dit keer moeten de woningen aan de Schuurmanstraat / Wiecherlinckstraat er aan geloven.  Het zijn flats met drie en zeven woonlagen.  Ze zijn in de jaren vijftig gebouwd en ik meen te weten dat de hoge flats de eersten waren waar de bewoners een lift ter beschikking kregen. Later werd in de geheel nieuwe wijk Holtenbroek meer van lift voorziene bouw gerealiseerd. Die eerste liften waren voor Zwolse jongetjes van rond de tien jaar oud een uitdaging. Tegenwoordig is elk appartementencomplex voorzien van deuren die pas opengaan na gebruik van een intercom, liefst met camera, toen kon je die flats zonder enige obstakel in- en weer uitlopen.  Voor een tochtje met de lift werd er zelf een einde omgereden want de Hanekampbrug bijvoorbeeld, moest nog worden aangelegd.

Lift 7V6A7990   Lift 7V6A7950

Terugkijkend kunnen we wel concluderen dat die jongetjes daar behoorlijk wat overlast hebben veroorzaakt. Waarvoor alsnog in ieder geval mijn excuses. Het neemt niet weg dat ik het spijtig vind dat die sloop plaatsvindt. De woningen zullen wel niet meer aan de huidige eisen voldoen en slopen zal goedkoper zijn dan verbouwen, vast wel. Maar als dat criterium de afgelopen eeuwen in Nederland de norm was geweest, was er weinig historisch meer te vinden. Om de Stalmeester van Wim Sonneveld maar eens te citeren: “Er is al genoeg waardevols naar de kloten gegaan de laatste tijd.”

30-04-2020

 

Philips


Philips 640px

Zoals in veel plaatsen in Nederland had ook Zwolle een Philips-vestiging. Tot ver in de regio bekend vanwege de ligging aan de Ceintuurbaan, een belangrijke invalsweg. Philips begon in Zwolle 1946 en telde in de hoogtijdagen (1975) tussen de duizend en elfhonderd werknemers. Er werden voornamelijk condensatoren gemaakt. Men zei daar altijd: “Overal waar een stekker aan zit, zit een condensator in.”  Philips was in elke Nederlands gezin de leverancier van veel. Veel consumentenelektronica, je kon het zo gek niet bedenken of ze maakten het wel, nu vooral medische apparatuur. 

Als je eenmaal een vaste baan had bij Philips werd je lid van de Philipsfamilie.  Ze hadden een eigen bibliotheek, eigen scholen, een eigen sportvereniging (PSV) en natuurlijk de personeelswinkel. Ze hadden zelfs eigen woningen, die beschikbaar waren voor woningzoekend personeel. In Zwolle was dat een heel stuk van de Bilderdijkstraat. Zelfs de bedrijfskantine, die op de plek stond waar nu McDonalds staat, had in het weekend een sociale functie. Hij fungeerde als kerkzaal. Niet dat het bedrijf evangelische doelstellingen had, maar het kwam de Hervormde Kerk te hulp die geen eigen kerkgebouw in dat deel van Zwolle had staan. Zo zag je, rond 1960, zondagsmorgens hele gezinnen het Philipsterrein opwandelen. Niet met een broodtrommeltje, wel met een psalmboek.  De betrokkenheid van Philips in het dagelijks leven kon heel ver gaan. Een bij Philips in Eindhoven werkzaam familielid had, ik heb het met eigen ogen mogen aanschouwen, een wc-bril waarop aan de onderkant het Philips logo stond. D’r stond nog niet: “Let’s make things better” bij.

29-04-2020

 

Bami


Bami 640px

Voor zover ik me kan herinneren was het eerste Chinese restaurant in Zwolle dat van de familie Tiën. Het heette “Shanghai” en had zijn plek in de straat die officieel “Eiland” heet.  Mijnheer Tiën was van Chinese afkomst en trouwde met een rasechte Zwolse, dus dat hij juist in onze stad een zaak begon, mag geen verbazing wekken.  Het begon klein, met een paar tafeltjes, gedekt met papier waarover doorzichtig plastic lag. Verder een kleine bar waarachter de keuken lag. Vader Tiën stond in die keuken, moeder achter de bar. “Het buiten de deur eten” was nog niet zo in zwang.  Het grootste deel van de omzet bestond daarom in de jaren ’55 - ’65 uit afgehaald eten. De keuze in die afhaalmaaltijden was beperkt. Je kon vooral kiezen tussen bami, bami en bami. Je bestelde gewoon voor het vereiste aantal eters thuis en, belangrijk, je nam zelf een pan mee. Daarom is het wel bijzonder dat je bij de huidige gebruiker van het pand juist pannen in alle maten en soorten kunt kopen.

Het restaurant groeide, zeker de eerste jaren, tegen de klippen op en men betrok zelfs het pand van de buren. De tweede generatie Tiën nam het over en zoon Jantjong maakte het bedrijf en zichzelf, dankzij televisieoptredens, landelijk bekend. Het aantal horecabedrijven op, zeg maar, Aziatische basis is na een enorme groei behoorlijk teruggelopen.  Daarom hebben velen een switch gemaakt naar de sushi-keuken.  Restaurant “Shanghai” is geheel van de kaart verdwenen. Wat gebleven is, zijn de bijzondere, vaak bloemrijke namen waarmee in die sector bedrijven zich tooien. Hoewel ik nog altijd twijfel of de voorloper van Restaurant “Taiwan”, ook in de binnenstad, serieus was toen hij de naam van destijds bedacht: “Tong Au”.

28-04-2020

 

Simon


Simon 640px

Vanmorgen moest ik wegens een blokkade van de Thomas à Kempisstraat, voor mij onverwacht een andere kant op dan bedoeld. En zo belandde ik op het Simon van Slingelandplein in de wijk Dieze-Oost van Zwolle. Een driehoekig plein met aan twee zijden een rij winkels met woningen erboven.

Op een van de etalageruiten staat een foto gemaakt door Dolf Henneke. Dat kon niet missen, die foto werd mijn foto van vandaag. In de tijd van Dolfs foto was er ondermeer een kledingzaak, een slager, een fietsenwinkel een warenhuis van Nico de Heus dat leek op de Blokker van nu, de leeszaal, zoals wij het filiaal van de Bibliotheek noemden en kapper De Ridder. Nog steeds is in datzelfde pand een kapperszaak, gevestigd. Wij gingen vrijwillig naar de leeszaal maar moesten verplicht naar De Ridder.  Dat zal wel gemoeten hebben omdat de kapper dezelfde kerkelijk signatuur had als die van mijn ouders. Het was zo’n kapsalon waar voorin een klein deel was gereserveerd voor de heren. Daarachter was een veel groter gedeelte bestemd voor de dames. Kapper de Ridder knipte de mannen en hoewel je het misschien niet verwacht, er werd veel gepraat, soms meer dan bij de dames. Wellicht kwam die onverwachte zwijgzaamheid daar wel door de overdaad aan geluid die de droogkappen en andere apparatuur van destijds veroorzaakten.  De communicatie met Kapper de Ridder verliep, zoals nu nog steeds bij elke kapper, via de spiegel, want hij stond het merendeel van de tijd achter je.  Ik kon hem soms slecht verstaan, en jammer genoeg lukte het liplezen dan via de spiegel zelden, want de man had altijd een stomp sigaar tussen die lippen. Bij het horen van de typisch Zwolse bijnaam: ”De Kolde Segaere” moest ik altijd aan die kapper denken, tot ik in 1987 hoorde dat het de toen overleden Hendrikus Burgman was.

27-04-2020

 

Geuren


Geuren

Als je in de jaren zeventig op dit plekje in Zwolle stond, kon het gebeuren dat je een mix van geuren rook.  Van rechts kwam meestal de geur van gebakken koekjes, want daar stond Boom’s banketfabriek en in het najaar die van speculaas. Van linksvoor kwam de lucht van verf en ’s morgens meestal het aroma van vers gebrande koffie van respectievelijk Schaepman’s lakfabriek en van de nu nog enige koffiebrander in Zwolle.

Nu wonen rechts veel studenten en starters op de woningmarkt. Daar waar koffie en verf een rol speelden, wonen vooral mensen die de startersfase zijn gepasseerd. De geuren zijn opgelost, hoewel al die extra bewoners vast ook hun eigen luchtjes hebben meegenomen, maar die wellicht minder pregnant zijn. Ook op andere plaatsen in de stad zijn de geuren van bedrijven verdwenen. Sommige mensen vinden dat jammer, voor anderen is het letterlijk en figuurlijk een verademing.  In de Indische buurt bijvoorbeeld is de specifieke lucht van de azijnfabriek van Schaapman en die van de productie van Reinders slaolie niet meer te ruiken.

Dijkstraat Vishandelaar Bastiaan1

Vishandel Marten Bastiaan in 2001 ...

Bij de Schuttevaerbrug, in de buurt van de plek op de foto, stond jarenlang een viskraam van de firma Bastiaans. Die hadden bij mijn weten meerdere kramen. Als reclamespreuk stond aan de bovenkant van de kraam: “Waarom heeft Bastiaans zulke lekkere vis? Omdat ze in Reinders slaolie gebakken is!” Schrijver dezes woonde, in zijn jeugd, letterlijk onder de rook van Reinders. Misschien is juist dat de reden dat hij nog steeds geen visliefhebber is.

25-04-2020

 

Verdwenen


Verdwenen

Als je, zoals ik de laatste tijd doe, je bezighoudt met je woonplaats ontdek je heel sterk wat er zoal veranderd is.  Hier in Zwolle heeft het gemeentebestuur in het verleden helaas gedacht dat verbeteren door slopen een mogelijkheid was.  Maar ook door heel andere oorzaken is er veel verdwenen. 

Sommige zaken nog maar pas zoals “De Vrolijkheid”. Om in de horecasector te blijven, “Restaurant Suisse” is ook opgegaan in een nieuwbouwproject net als “De Toerist” en wat langer geleden “Hotel Van Gijtenbeek”. Wat ook door velen node gemist wordt is een warenhuis als Vroom en Dreesmann en in het bedrijfsleven zaken als - het handelsgebeuren van - de Veemarkt, het Vervoerscentrum, ook wel bodecentrum genoemd, de Groenteveiling en voor sommigen hun heel persoonlijke ervaringen in het Rooms Katholieke Ziekenhuis of in het Stilobad. Ongetwijfeld valt er meer op te noemen.

Vrolijkheid 2016 3042 1100pxjpg

Begrijp me goed, ik wil niet beweren dat daar per definitie veel goeds mee verloren is gegaan, maar veel van wat hierboven genoemd wordt, heeft in het leven van veel Zwollenaren een belangrijke rol gespeeld. Herinneringen zijn mooi maar als ze, als het ware bijna nog fysiek kunnen worden herbeleefd, hebben ze, zeker bij oudere en eenzaam wordende mensen, veel betekenis. Mocht u trouwens nog niet ontdekt hebben welk bedrijf heeft gestaan op de plek die ik vandaag heb gefotografeerd, dan citeer ik als oplossing graag een couplet uit een versje van Toon Hermans voor u.

De lik heeft zijn doorn, de ledi zijn kant,
De neus heeft zijn hoorn, de oli zijn fant,
De loem heeft zijn pia, de abri zijn koos,
De Santa... Lucia en Van Gend heeft zijn …

24-04-2020

 

Zeikerd


Zeikerd

Met de herinrichting van de Brink in Zwolle is het nu, anno 2020 misschien wat lastig, maar het is leuk om het Blekerswegje eens op te wandelen. Ooit zat helemaal aan het eind Autospuiterij Kappel. Iets eerder het Gereformeerde Rusthuis dat later de naam “De Nijstad” aangemeten kreeg. Toen de bewoners verhuisden naar “De Wissel” nu “Berkumstede”, trok de Gemeentelijk Sociale dienst in het pand. Vandaag de dag is het gesloopt en staan er appartementen.  Ter plekke ligt nog, in het wegdek, 35 meter tramrails van en ter herinnering aan de tram van Dedemsvaart naar Zwolle.

Blekerswegje 10032005 DSC00808   Blekerswegje 10032005 DSC00790   Blekerswegje 21022005 DSC00490
Sloop en bouw aan het Blekerswegje in 2005 ...


De Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij (afgekort DSM) werd in 1885 opgericht en beëindigd in 1947. Die tram kwam via de Meppelerstraatweg en Thomas à Kempisstraat de stad in. Via de Diezerkade en de Stenen Pijp werd de binnenstad bereikt. Op de plek van de foto kon men overstappen op de boot naar Amsterdam, die via de Thorbeckegracht en de Willemsvaart de IJssel bereikte. Hoe vaak die boot die reis per week maakte, heb ik niet kunnen achterhalen. Wel heb ik ooit gehoord dat de reis met de nachtboot vooral bestond uit, samen met de medereizigers in het vooronder zitten, bij het licht van een kaarslamp, terwijl het er warm en benauwd was.  Er zal onderling daarom ook niet veel gesproken worden.  Er is een echt Zwolse uitdrukking die luidt: “Ze emmen der iene neudig op de nachtboot”, of te wel iemand die zeurt en zevert.  Welke type men precies bedoeld, dat staat boven dit stukje.

23-04-2020

 

VIVO


VIVO 640px

Vandaag reed ik via de wijk waarin ik ben opgegroeid naar het ziekenhuis aan de Ceintuurbaan.  Die wijk wordt begrensd door die Ceintuurbaan, de Wipstrikkerallee en de Vondelkade. Ook wel de schrijversbuurt genoemd.

Het overgrote deel stamt uit de jaren dertig en er is een nieuwer deel uit de jaren zestig en zeventig.  Op de hoek van de Tesselschadestraat en de Genestetstraat staat dit pand.  

Aan de kleurverschillen tussen de stenen van de voorpui is te zien dat er vroeger een groot raam in zat. Het was namelijk de VIVO-winkel van Frits van ’t Spijker (vivo = vrijwillige in- en verkooporganisatie).  En ik realiseerde me dat er in die wijk, begin jaren zestig, heel veel kleine winkels waren.  Zo was er een straat verder een groenteboer, op het Herfterplein een warme bakker en een slager, in de Huygensstraat een kruidenier en een melkhandel, in de Brederostraat een grotere kruidenierswinkel, twee sigarenzaken en een kapper en op de hoek van de Vondelkade en Tesselschadestraat een kruidenier, later automatiek/cafetaria.  De kapper is er nu nog en ongeveer in het midden van de wijk staat een kleine Spar supermarkt.

Bij die VIVO-winkel van Frits moest ik van mijn ouders, op een zondag - we hadden onverwacht extra eters gekregen - bij de achterdeur gaan vragen of hij ons om die reden aan een blik sperziebonen kon helpen. Natuurlijk kreeg ik ze mee, maar we mochten ze de dagen daarna niet afrekenen want, zo zei Frits: “Mensen in nood help je gewoon!”  Hij leerde ons gelijk af om zoiets ooit weer te doen.

Nu ik het bovenstaande nog eens lees, kan ik niet anders concluderen dan dat de meerderheid van die winkels van een kruidenier waren.  Mentaliteitskwestie ?

22-04-2020

 

Fenix


Fenix 640px

Wie Zwolle van, zeg voor 1995, goed gekend heeft weet dat in de wijk Kamperpoort zeepfabriek De Fenix haar plek had.  Die fabriek is groot geworden met het maken van Azon (een bleekmiddel) en Abro (vloeibare zeep, genoemd naar één van de directieleden A. Broek) en later het nu nog bekende Dubro (Dubbel Broek oftewel tweemaal zo sterk). Unilever nam het bedrijf over en nog meer bekende producten als Glorix, en Robijn verlieten het pand. In 1997 werd het bedrijf gesloten en in 2006 is begonnen met de sloop. Intussen is bijna de hele wijk gesloopt en herbouwd. De naam De Fenix is daar terug en te vinden op het Gezondheidscentrum in die wijk.  Terug naar de oude Fenix.

Reclamebord Abro 570   Reclamebord Azon 570

Eind jaren vijftig bedacht het bedrijf een reclameactie die de verkoop van Abro fors zou verhogen. Er werden aan elke fles Abro drie plastic kralen toegevoegd. Deze kralen konden aan elkaar geregen worden tot een armband of halsketting. Mijn moeder kocht geen Abro (in die tijd verkocht mijn vader naast koffie nog producten van de Klokzeepfabriek in Heerde) dus moesten mijn zusjes andere wegen bewandelen om die kralen te bemachtigen.  In heel veel lege retourflessen zaten vaak nog kralen, die De Fenix er uit spoelde en die daardoor in het riool en uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht kwamen. Mijn oudste zusje vernam dat en ging naar de Diezerpoortenbrug, aan het eind van de Diezerstraat, want daar kon en kun je nu nog je via een trapje het water van de stadsgrachten bereiken en zo viste ze menig kraaltje uit het water. 

Kamperpoort Buurtmuseum 19092017 7V6A1363

Pas onlangs vertelde zij me dit verhaal, en nog was ze, zo leek wel, er trots op dat dat haar gelukt was. Het heeft toch zo’n zestig jaar geduurd voordat ze het mij, haar enige broer, vertelde dus voor de zussen zal dit wellicht groot nieuws zijn.

21-04-2020

 

Muziek


Muziek 640px

Wie kent het plaatje niet van het hondje dat je bijna hoort denken: “Hé, daar zit muziek in !“, het logo van het platenlabel “His master’s voice”. Het is nu te vinden op de zijgevel van een kleine platenzaak Minstrel Music, op de hoek van de Assendorperstraat en de Commissiestraat, hier in Zwolle. Een platenzaak, want, hoewel ik er niet binnen ben geweest, denk ik dat er enkel elpees worden verkocht, of zoals het nu heet muziek op vinyl.

Lang geleden werd er uitsluitend muziek op vinyl verkocht. Voor populaire muziek, en de gedrukte Veronica Top-40, ging men naar Van der Wal, voor klassieke muziek naar Ansingh en voor geestelijke muziek naar Ganzevoort, alle drie in de Diezerstraat. Later kwamen daar zaken als de Artist, Fox, Plato en Free Record Shop bij, om de meest bekenden maar te noemen. Intussen is er veel veranderd, de Compact Disc kwam en is bijna verdwenen. We streamen de muziek nu langs de digitale weg. Veel romantiek rond het aanschaffen van muziek is daardoor jammer genoeg ook verdwenen.

Voor veel Zwolse jongeren was het een zeer romantisch moment in november 1965. “De Artist” aan de Voorstraat - ze waren bijna de directe buren van Café Stapp’s Inn - verhuisde naar de Luttekestraat. Ik meen naar het pand waarin nu makelaardij Voerman Greve is gevestigd.  Om het geheel bijzonder te maken boekte de eigenaar van “de Artist”, Henk Boelens,  een popidool  van destijds, Dave Berry die een nummer 1 hit had met “This Strange Effect”. Die zou de winkel openen.

Zeldzaam veel jongeren spijbelden van school en verdrongen zich in het smalle stukje Luttekestraat, waar de overige winkeliers met angst en beven keken naar hun op springen staande etalageruiten. Gelukkig is het allemaal net goed gegaan. Het werd als heel bijzonder gezien want het haalde zelfs het journaal. En wat werd er in november 1965 aan Dave Berry betaald?  Achthonderd gulden!  Het lijkt nu niet zoveel. Toen was wel achtmaal het minimum jeugdloon per week.

20-04-2020

 

Geestig


Geestig

Soms lopen de dingen anders dan je had gepland toen je aan de dag begon. Dat kennen we allemaal wel, denk ik. Zo ook bij mij. Ik reed vanmorgen op deze prachtige zondag weer richting huis, nadat ik de dagelijkse foto had gemaakt. Ik zat te denken, het kwam waarschijnlijk door het stralende weer, aan de aanstichters van de branden waarmee die hopen de zendmasten voor telefoon en beveiligingssystemen plat te leggen. Want zij denken dat het Corona-virus ontstaat door de straling van die masten. Hoewel dat nergens is aangetoond, menen zij tot bovenstaande daden te mogen komen. Ergens, dacht ik, is er in hun geest iets mis.

Juist op dat moment passeerde ik de Algemene Begraafplaats aan de Meppelerstraatweg hier in Zwolle en zag een boom staan in een prachtige kleur en daarom is het nu een andere foto dan ik eerder bedacht.

Alg Begraafplaats DSC00117   Alg Begraafplaats DSC00118 

De boom staat naast de voormalige beheerderswoning, die jaren heeft leeggestaan, nadat de beheerder is vertrokken. Er was te weinig werk voor hem, want nieuwe graven kwamen er niet meer bij, vandaar.  De laatste decennia wordt de woning, bijvoorbeeld als anti-kraak, verhuurd.  Het is al even geleden dat zo’n huurder mij vertelde, een jongeman die er met zijn vriendin in mocht verkeren, dat hij het griezelig vond, dat wonen daar. “Niet”, zo zei hij me, “dat ik bang was maar elke avond hoorde ik op het zoldertje geluiden alsof er iemand liep!”.  Ik heb hem schijnbaar ongelovig aan gekeken, want zei hij me: “Echt waar, ik ben niet gek!” Daarbij straalde hij alsnog onrust uit.

Ik denk dat we blij mogen zijn dat hij destijds de boel niet in de hens heeft gestoken.

19-04-2020

 

Huisarts


Huisarts

Verliet je in vroeger dagen Zwolle via de Luttekestraat, stond op het kruispunt met de Blijmarkt en de Kamperstraat, de eerste verkeerslichteninstallatie van Zwolle. Jarenlang een bekend fenomeen want winkeliers in de nabijheid adverteerden zelf met het zinnetje: “Bij de verkeerslichten”. Hoe verwarrend zou het zijn als men zo'n zin nu nog steeds zou gebruiken. Ging men daar rechtdoor, dat deel van de straat in waar nu Restaurant Poppe (vroeger Hoefsmid Poppe) aan staat, kon je rechtsaf de Eekwal op. Dat stukje straat rechtdoor werd vroeger Nieuwe Haven genoemd, maar de winkeliers aldaar hadden toch liever dat zij tot het verlengde van de Luttekestraat gingen behoren.

Op die Eekwal stonden in de eerste helft van de 19e eeuw leerlooierijen. Voor dat leerlooien had men eek (gemalen eikenschors) nodig vandaar de naam. Maar het geheel die Eekwal zag er armoedig uit. De Gemeente Zwolle, liet daarom het buurtje slopen, de wal deels afgraven en met liet het bouwen van mooie herenhuizen toe. Zo ook het pand op nummer 1 en vandaag het onderwerp op de foto.  Jarenlang was daar een huisarts in gevestigd. In de jaren vijftig was hij ook de huisarts van ons ouderlijk gezin, en gelijktijdig goede kennis van mijn ouders. 

Het was nog in de tijd dat huisartsen visite reden dus bij de mensen thuis kwamen. Was bij ons een ziek gezinslid bezocht, was het eerste wat de man daarna deed, op een stoel neerploffen en een sigaret van mijn ouders bietsen en opsteken. En dan even een sterk verhaal vertellen.

Dat roken vonden we allemaal heel gewoon. Tot in de jaren negentig was er in een van de Zwolse ziekenhuizen zelfs een longarts die in zijn spreekkamer een stief sigaartje rookte.  Het verhaal ging dat hij steevast aan zijn patiënten vroeg: “Hoest met de familie?”  Maar dat zal ook wel een sterk verhaal zijn.

18-04-2020

 

Frans


043 Frans 640px

Ik durf vanaf deze plek wel te beweren dat er weinig Zwollenaren, zonder te hoeven nadenken of zoeken, vanuit hun woonplek naar de Schoutenstraat kunnen fietsen. Ik zeg fietsen want er met de auto komen is lastiger. Onder de schaduw van de Sassenpoort ligt aan die Schoutenstraat, voor de duidelijkheid, tussen Sassenstraat en Wolweverstraat, de Waalse Kerk. Een welhaast bekender gebouw aan diezelfde straat en iets meer in het zicht is de Synagoge. En als ik dat zeg, klinkt er vast iets van: O. Ja, daar !

De in aanvang aan Sint Geertruid gewijde kapel is rond 1360 gesticht. Pas in 1686 werd het een Waalse Kerk nadat de Hugenoten (Walen) voor geloofsvervolging in Frankrijk vluchten en er in mochten kerken. Vandaar dat er nu nog steeds kerkdiensten in de Franse taal worden gehouden.

De Franse taal is voor mij persoonlijk altijd een probleem geweest. Ik geef nog steeds de schuld aan mijn eerste lerares Frans.  Om het in die taal uit te drukken: Ik vond het een serpent. Achteraf komt dat natuurlijk door mijzelf. Desondanks vind ik het nog steeds een taal met regels waarop uitzonderingen zijn waarop opnieuw uitzonderingen zijn. Ik kan mij niet voorstellen dat men het leren van de Franse taal leuk dan wel boeiend vindt.

De Waalse kerk heeft een opvallend detail. Het achtkantige traptorentje aan de linkerkant van de voorgevel maakt het geheel wat asymmetrisch. Alsof de verhoudingen niet geheel correct zijn. Net als bij Dick Algra en de Franse taal.

17-04-2020

 

Burgemeester


042 Burgemeester 640px

Namen en straatnamen zijn vaak of een bron van ergernis of van vermaak. Zo hebben we in Zwolle ook een Kalverstraat, maar de “nette” Zwollenaar wil er niet gezien worden vanwege de aanwezigheid, veel meer is er ook niet te vinden, van een privéclub. Dat daarmee het begrip kalverliefde is verklaard is geheid een misverstand.

De naam van de kerk, op de foto van vandaag, is gepast als we kijken naar de functie van het gebouw. De naam wordt leuk als we bedenken dat destijds de Burgemeester Drijbersingel genoemd is naar de ontwerper van de kunstmatige wereldtaal Esperanto: Zamenhof, velen zullen het nog weten: De Zamenhofsingel.

Esperanto Zamenhof 27032001 DSC00411 640px   Esperanto+Zamenhof DSC00187 640px
Bij de brug, de "Stenen Pijp" staat aan de rand van de gracht een herdenkingsteen aan L.L. Zamenhof.
Tevens is bij de rotonde Rembrandtlaan/Burgemeester Drijbersingel de bovenstaande plaquette geplaatst ...

Aan het begin van die singel staat aan de waterkant nog steeds een forse steen met een maquette die daaraan herinnert. De combinatie van Samenhof en Zamenhof was leuk maar het bijzondere verdween toen de singel in 2001 werd omgedoopt en de huidige naam kreeg. 

En dan te bedenken dat Drijber in 1959 juist die eerste naam heeft voorgesteld. Veel Zwollenaren vroegen zich destijds dan ook af of Drijber geen straat in Stadshagen kon krijgen. Het college hield de poot stijf, want zeiden ze: Burgemeesters verdienen waardige straten.  Je kunt je afvragen, bijvoorbeeld als bewoner van Stadshagen, wat je daarvan vinden moet. Zeker als je bedenkt dat er ook Zwolse burgemeesters zijn geweest die nimmer zijn vernoemd. Voor hen kun je zelfs de regels uit het lied “Jacob Olle” van Herman van Veen niet zingen: “Er is een pad naar hem genoemd. Want een straat kon er niet af.”

16-04-2020

 

Kamperweg


Kamperweg 640px

In mijn middelbareschooltijd (begin jaren zestig) begon de weg van Zwolle naar Kampen naast mijn school in de Veerallee, rechts vergezeld door het aloude en zeer bekende Kamperlijntje. Het was een heel gewone tweebaansweg, soms aan beide kanten, soms maar aan een kant een fietspad. Eenmaal Zwolle uit liep de weg dwars door Westenholte, even later door ’s-Heerenbroek. Enkele kilometers verder liet de weg Wilsum, op enige afstand, links liggen en eindigde bij het Station van Kampen in IJsselmuiden.

Kamperlijntje 9219   Kamperlijntje 2011 2922 

Er reed zoals gezegd een trein, er reden bussen en als je wilde kon je met je auto ook via Wezep en De Zande Kampen bereiken.  Van het Zwolse deel van de weg van destijds zijn hier en daar nog stukjes terug te vinden, waarbij de meeste delen onherkenbaar geworden zijn.

Westenholterbrug 9222 640px

Mijn ouders hebben vanaf 1987 samen nog zo’n kleine 15 jaar heel prettig in Westenholte gewoond dat nu ten zuidwesten van een drukke ringweg ligt.  Of ze de architectonisch mooie fietsbrug die over die weg heen ligt nog hebben meegemaakt, is te betwijfelen. Vanmorgen maakte ik daarop de foto van vandaag, richting Kampen.  En hoewel er tegenwoordig langs twee verschillende sporen treinen richting Kampen rijden en de N50 vanaf de A50 een snelle verbinding vanuit het zuiden is, lijkt het - tenminste buiten Coronatijd - er niet rustiger op geworden. Tenminste ik tel nu wel acht rijstroken. Je zou je kunnen afvragen: “Zijn we hier niet wat doorgeslagen?” Als ik dat van die acht stroken nu aan mijn, van oorsprong Friese, moeder zou kunnen vertellen, zou ze reageren met: “Èh, nee wol!”

15-04-2020

 

Dictee


Dictee Rhijnvis Feith 640px

“De oude vrouw kauwde benauwd op rauwe postelein.” is een bekende zin om te gebruiken in een dictee in de Nederlandse taal. Hier in Zwolle kunnen we hele mooie dictees maken met bijvoorbeeld straatnamen. Wat te denken van Keucheniusware, Terborchstraat, Philosofenallee en Rhijnvis Feithlaan.

Over de laatste wilde ik het even hebben vandaag. Niet over de straat maar de man Rhijnvis Feith, die, als ik de boeken mag geloven in heel Nederland bekend moet zijn geweest. In zijn tijd (1753-1824) was hij een bekend schrijver op velerlei gebied. Zo schreef hij het bekende lied: “Uren, dagen, maanden, jaren, vlieden als een schaduw heen”.  Met vrouw en negen kinderen woonde hij ’s zomers op zijn buiten “Boschwijk” aan de Heinoseweg  Zalné, ’s winters woonde hij in de binnenstad en wel in de Bloemendalstraat.  Hij overleed op 7 februari en werd begraven in de Grote Kerk. Goed een jaar later werd hij herbegraven op de net aangelegde Algemene Begraafplaats aan de Meppelerstraatweg. Daarmee werd een wens van hem vervuld want hij vond al heel lang, en was een van de ondertekenaars van een petitie ertegen, het begraven in de kerk een onhygiënische toestand. In menig kerk rook het, zoals ik iemand eens mooi heb horen zeggen, naar het stilstaande leven.

Het grafmonument is, nu nog zoals de foto bewijst, te vinden op die begraafplaats.  Een kleine week na zijn dood stond er, naar aanleiding van de melding in de Staatscourant van zijn overlijden een artikel in de stadscourant van Zwolle. Een en ander in zulk een lovende en hoogdravende taal dat het heel goed en heel lang als tekst voor een dictee Nederlands gediend zou kunnen hebben.

14-04-2020

 

Veranderd


039 Veranderd 640px

Er is in Zwolle, zoals in de meeste gemeentes, vanaf de jaren zestig veel veranderd. Zo lag er, vanuit het centrum gezien, achter het station een groen gebied, De Assendorperlure, en daar kocht men hetgeen men tegenwoordig in tuincentra haalt.  Dan was daar het dorp Ittersum en dan werd alles, tot aan de IJssel  agrarisch.

Nu is alles anders, daar waar de plantjes werden verkocht, staat nu het Stadskantoor, het politiebureau, veel kantoren en ligt er een woonwijk. Met allemaal mensen anno nu. Mensen met kantoorbanen, werkers in de zorg,  bouw en aanverwante sectoren  en iedereen met computers en mobiele telefoons.  Heel anders dan toen in die jaren zestig.  Mijn vader vond het bijvoorbeeld de plicht van elke Hollandse jongen dat hij leerde wat galant zijn betekent. Omdat ik zijn enige zoon was, naast vijf dochters, was ik op dat les-terrein, laat ik zeggen, het haasje.  Zo moest ik ook de vriendin van een van mijn zussen ’s avonds op de fiets begeleiden als ze naar weer naar huis wilde. Voor de goede orde, destijds woonden wij aan de noordkant van Zwolle (veel noordelijker kon het niet) en zij woonde in het genoemde Ittersum aan de Zwarteweg, de zuidkant dus. Wat het vervelend maakte was dat ik haar mijn type niet vond. Dat bleek alras geheel wederzijds. Ik heb mijn vader een paar maal gevraagd mij om die reden van mijn taak te ontheffen hetgeen hij onmiddellijk weigerde.  

Toen ik vanmorgen de foto maakte van die Zwarteweg in Ittersum kon ik niet anders constateren dat daar weinig is veranderd. Evenals mijn gevoelens voor die vriendin en ik prees mij gelukkig.

13-04-2020

 

Ziekenfonds


AZZ Gebouw Badhuiswal 14042020 7V6A5486

In Nederland kennen we sinds 1941, ingevolge het Ziekenfondsbesluit, een verplichte ziektekostenverzekering voor loontrekkers met een inkomen onder een bepaalde grens.  Dat is niet mijn woordkeuze, zo staat het omschreven.  In gewoon Nederlands: Iedereen in loondienst met een niet te hoog inkomen was verplicht verzekerd. In Zwolle was dat jarenlang bij het AZZ, het Algemeen Ziekenfonds Zwolle dat vanaf 1952 kantoor hield aan de Badhuiswal 3. Vanwaar die straatnaam, vroeg ik me vanmorgen bij het fotograferen af. Na enig zoekwerk vond ik dat die straatnaam sinds 1860 in Zwolse zwang is. Daarvoor werd het Diezerpoortenbolwerk genoemd.

Op dat bastion werd in 1827 door dokter E.T. Schaepman, voor de somma van16000 gulden, een badhuis gebouwd waar men vanaf 1842 kon kiezen uit vele heilzame baden. Toen de dokter stopte, hield ook het badhuis op te bestaan en werd het een woonhuis. Ook nu wordt het, bij mijn weten weer bewoond.  

Ten tijde van het AZZ was er behoorlijk verschil in omgang van de zorgsector met verplicht verzekerden en de zogenaamde vrijwillig verzekerden.  De laatsten konden bij de meeste huis-, tand- en oogartsen op afspraak terecht. De eersten konden in de wachtkamers gaan zitten en soms uren wachten.

Er was zelfs een huisarts die - en het moet gezegd, hij kon heel komisch uit de hoek komen - een bordje in zijn wachtkamer had hangen met de tekst: “Ziekenfondskwitantie verget’n ? Gao maor weer op huus an !”  Of het gemeend of humoristisch was bedoeld, we kunnen de man er niet meer naar vragen.

12-04-2020

 

Porsche


Administratie Rijkspolitie 14042020 7V6A5389

In dit pand aan de Wipstrikkerallee was toendertijd een deel van de administratieve sector van de Rijkspolitie gevestigd ...

“Wat zit er aan de koffiekan ? Een tuu-u-te ! “. Dat zongen we als kinderen als er een politieman door de buurt fietste. Die hadden we in Zwolle en omgeving in twee soorten. Trouwens in geheel Nederland. De grotere gemeentes, die het zich financieel konden permitteren hadden een eigen gemeentelijk politiekorps, de kleinere gemeentes waren aangewezen op de Rijkspolitie. Tenminste tot 1993. Want toen werd de Gemeentepolitie samengevoegd met de Rijkspolitie. Het pand op de foto, daarin was een deel van de administratieve sector van de Rijkspolitie gehuisvest, bijzonder omdat Zwolle sinds 1967 al een redelijk groot eigen korps gemeentepolitie had.

Stadhuis Zwollerkerspel 2003 DSC00081   Stadhuis Zwollerkerspel 2003 DSC00097 
Het oude stadhuis van Zwollerkerspel aan de Wilhelminasingel, hoek Terpelkwijkpark, in 2003 ...

Voor 1967 had Zwolle óók het gemeentehuis van een andere gemeente binnen haar stadsgrenzen. Dat van Zwollerkerspel. Tot dat jaar lag om de stad Zwolle een ring van dorpen die gezamenlijk een andere gemeente waren. Een gemeente die ook afhankelijk was van de Rijkspolitie, vandaar dat ik vandaag deze foto in Zwolle kon maken.

In het genoemde jaar 1967 werd een gemeentelijk herindeling doorgevoerd want Zwolle kwam letterlijk en figuurlijk knel te zitten, Daarom werd toen het grootste deel van het Kerspel bij Zwolle gevoegd.

De Rijkspolitie heeft dus nog jaren bestaan, met bekende landelijke diensten. Bekend daarvan was de zogenoemde Porschegroep, waar politiemannen, in witte, leren, jassen en helmen. probeerden de Nederlandse automobilist fatsoen bij te brengen. We hadden lang een buurman die dat vak uitoefende. Zo nu en dan stond er even zo’n witte Porsche in de straat. Die dan in een mum van tijd omringd werd door een grote schare kinderen. De twee zoontjes van die politieman stonden daar dan trots tussen. Zij behoorden trouwens tot de groep “risicovolle belhamels”.

Ik vermoed, terugkijkend, dat vader daar de oorzaak van was.

11-04-2020

 

Toelast


Gevel Kamperstraat 10 5371 Pan

Kamperstraat 10 is bij veel Zwollenaren bekend (geweest) als het kerkelijk bureau van de Hervormde Kerk. Dat was het ook vanaf 1959. Daarvoor was het, dat staat ook nog op de gevel, het Catechisatie Gebouw (van de) Nederd. Hervormde Gemeente. Er werd zo’n 25 jaar catechisatie (uitleg over de Heidelbergse Catechismus) gegeven aan zo’n 2000 jongeren per week. In mijn jeugd heette dat in de volksmond: kattebak.

Voordat het pand in bezit kwam van de Hervormde Kerk was was het een aantal jaren de Christelijke HBS met bij de start 28 leerlingen en een schoolbestuur met ondermeer 7 predikanten. Klaarblijkelijk was één vertegenwoordiger namens onze lieve heer, in het bestuur ontoereikend. Desondanks is die school uitgegroeid tot het Christelijk Lyceum nu bekend onder de naam Carolus Clusius College aan de Veerallee.

Het pand in de Kamperstraat, vroeger de Voorsterstraat uitvalsweg richting Kampen, is in de boeken van Zwolle te vinden sinds 1672. Er hebben verscheidene rijkere families in gewoond, er zijn verscheidene beroepen in uitgeoefend, van advocatuur, praktijk voor heilgymnastiek en massage tot borstelfabricage.

Oorspronkelijk had het de naam De Toelast, een heel oude naam voor wijnvat, want er werd een herberg in gevestigd, De sfeer is er later duidelijk veranderd.

Kort na 1960 is gestopt met het centraal catechisatie geven. De meeste dominees deden dat liever in of nabij hun wijkkerk. Zelf heb ik het, ik volgde het zo’n vier jaar, nooit als zinvol ervaren. Nee kattebak was niet mijn ding.

Waarom niet ? Hebt u er ooit eentje schoongemaakt ?

10-04-2020


Lucht 


Vechtbrug 30062001 DSC00214

Deze brug over De Nieuwe Vecht, op de foto van vandaag, is de Zwolse Vechtbrug, gelegen, tussen de Vechtstraat en de Wipstrikkerallee en heeft in 1989 zijn huidige vorm gekregen. Rond 1900 was het een smalle ophaalbrug. In de jaren dertig werd die vervangen door een bredere klapbrug en nu is het een zogenoemde vaste brug. Voor het rijdend verkeer veel handiger, het echte scheepvaartverkeer is er mede door verdwenen.

Vechtbrug Kruising Vondelkade Wipstrikkerallee 082 640px   Winter   Bankje   Vechtbrug 9003 640px 
Rechts het rioleringsgebouw met het sigarenwinkeltje in de jaren '50/'60 ...
(Foto: Collectie Veilinghuis De Voorstraat)
  Op de plek van het rioleringsgebouwtje is nu een bakje gesitueeerd ...

Wat bij de vernieuwing ook verdween is het gebouwtje dat op de plek stond waar nu het bankje te vinden is. Dat pand had een drieledige functie. Allereerst vond de brugwachter met hengel en klompje er onderdak. Precies op het hoekje zat een piepklein sigaren- en sigarettenwinkeltje. De eigenaar moest, om achter de anderhalve meter brede toonbank te komen, de helft van het bovenblad van die toonbank omhoog klappen. Zittend op een kruk kon hij daar bij elk pakje of doosje sigaren dan wel sigaretten. Mijn vader stuurde mij - hooguit 6 jaar oud - er een enkele keer naar binnen om een pakje Caballero (twintig stuks) voor hem te kopen. Daarvoor kreeg ik zegge één gulden mee. Ik kreeg dan zelfs nog twintig cent terug. Zowel die prijs als de verkoop aan zulke jonge kinderen is niet meer voor te stellen.

De derde en meest spannende afdeling van het gebouw was de riool-overslag. Achter dubbele openslaande deuren stond een grote zuigperspomp die continue welriekende stoffen het hoofdriool in perste. Het geheel vereiste enkele malen per jaar onderhoud en daar stonden wij natuurlijk als jongste buurtbewoners letterlijk en figuurlijk met de neus bovenop. Dat feest duurde niet lang want ons moeder kreeg er meestal snel lucht van !

09-04-2020


Bakker


Kranenburg 8966

Misschien mag je het als geboren en getogen inwoner niet zeggen, toch doe ik het: Zwolle heeft een van de mooiste begraafplaatsen van Nederland. Ooit was het een landgoed waarop, genoemd wordt 1471, de Havezathe Kranenburg is gebouwd. De opdrachtgever voor die bouw was de familie Campherbeek die ook de eerste bewoners waren. Later opgevolgd door families met, net als Campherbeek, bekende Zwolse namen als Mulert en Vos de Wael. Aan deze namen is tegenwoordig menig Zwolse postcode gekoppeld.

Archeologie Kranenburg 2001 DSC03165

Restanten Havezathe Kranenburg, na het archeologisch onderzoek in 2005 ...

In 1844 zijn alle gebouwen gesloopt alleen de toegangspoort is in zijn originele vorm bewaard en is ook de toegang tot de begraafplaats Kranenburg, zij het dat deze verplaatst is toen de A28 is aangelegd. In 1933 is het als gemeentelijke begraafplaats in gebruik genomen en als je de begraafplaats op wandelt verwacht je eigenlijk snel, ergens achter de vijver een mooi huis te zien opdoemen. Helaas dat niet , maar door de wijze waarop het geheel is, en de nieuwe gedeelten nog steeds worden, aangelegd is het wandelen er elke keer een rustgevend en meditatief genoegen.

Kranenburg 8691

Ik kom en kwam er vaak, verscheidene jaren beroepshalve en elke keer als ik het terrein op wandel moet ik aan bakker Boss (ja, met dubbel s) denken. Hij bezorgde bij mijn ouders thuis dagelijks het brood, meestal rond het middaguur en at op zaterdag regelmatig een kopje soep mee. Hij ging ooit op familiebezoek in Canada en toen hij terug was, vertelde hij bij zijn kopje soep dat hem in dat Canada een baan was aangeboden met 600 man onder zich.

Bladeren aanharken op de begraafplaats. Deze functie op Kranenburg zou een goede promotie zijn geweest.

08-04-2020


Bieb


Stadkamer 14042020 7V6A5505

Dat je, omdat er eigenlijk geen zelfslachtende vleeschhouwers meer zijn, je winkel omdoopt van slagerij naar vleesspecialist, daar kan ik me iets bij voorstellen. Het wordt, tenminste in mijn ogen, iets vreemder als de dierenwinkel, zelf onveranderd, ineens “Pets & Co” gaat heten.

U weet vast allemaal dat relatiemanager vroeger gewoon de verkoper of wel de vertegenwoordiger van een bedrijf was, die zijn klanten met regelmaat probeerde te bezoeken en zijn waren te slijten. Maar weet u op welke afdeling u werkt als uw werkplek bij het Human Resourcemangement is ondergebracht ? Juist ja, bij personeelszaken. Waarom moet dat in het Engels ? “Waar heb dat nou voor nodig?” zou Wim T. Schippers zeggen.

Stadkamer 14042020 7V6A5536

Toch kan het nog vreemder. Als kinderen naar hun ouders roepen: “Ik ga even naar de bieb” dan weet iedere vader of moeder wat ze gaan doen. Ze gaan even naar de bibliotheek. Als Zwollenaar vraag ik me af, wat is er mis met dat woord. Een woord dat we kennen sinds we het geschreven woord bestaat, Er is een synoniem voor, het puur Nederlandse woord “boekerij” alleen wordt dat nooit gebruikt. Sterker nog, we kennen het woord bibliotheek in vele vormen, om er eens paar te noemen: blindenb… , campingb…., erfgoedb…, gevangenisb…, huisb…. en tot slot schoolbibliotheek. En wat doen we in Zwolle ? Daar noemen we dè bibliotheek en de filialen: “Stadkamer”. Ook nog kort voordat de hoofdvestiging gaat verhuizen naar een ander pand. Wie weet is er ergens in de Zwolse bibliotheken nog een boekje te vinden waarin wordt uitgelegd dat het niet zinvol is om te veranderen om het veranderen.

07-04-2020

 

Turf 


Dokterspraktijk Turfmarkt 14042020 7V6A5454

Tweemaal per jaar wandelden wij, onze lagere schoolklas naar deze plek in Zwolle. Niet naar deze onlangs ver-herbouwde watertoren, nu bestaand uit 21 wooneenheden, maar na het lage gebouw aan de voet er van, vroeger een afdeling van de GGD, namelijk de schooltandarts. Zo’n wandeling die ongeveer een half uur bedroeg vond ik een ware martelgang, alsof je de hel ging bezoeken. In het gebouw was geen wachtkamer maar een schoollokaal ingericht waar de onderwijzer of juf probeerde je nog het een en ander bij te brengen. Alsof dat lukken zou in de paar uur dat je als klas er zat en er steeds twee of drie klasgenoten werden weggeroepen voor controle van hun gebit. Soms hadden mijn tweelingzus en ik geluk, waren we, doordat onze achternaam met een A begon, als eersten aan de beurt. Helaas begon het oproepen ook vaak bij de Z en dan was het zenuwachtig wachten tot bijna het eind van de morgen.

De tandartsboren werden nog door elektromotoren met snaren, katrolletjes en “elleboogconstructies” aangedreven waarbij de snelheid dusdanig laag was dat het en pijnlijk kon zijn en lang duurde als de bijna altijd ontstane gaatjes gevuld moesten worden.

Turfmarkt Watertoren 03032003 133

Achteraf bezien moeten het heel bijzondere tandartsen geweest zijn. Gezien met de kennis van nu, moet het toen wel haast een roeping geweest zijn als je het vak van schooltandarts koos. Ze waren vast heel gemotiveerd en deskundig. Helaas herkenden wij het niet. Misschien is intussen de vraag gerezen waarom er Turf boven dit verhaaltje staat. Nee, de gaatjes werden niet met turf gevuld. De Watertoren en de schooltandarts waren aan de Turfmarkt gevestigd. Hoewel er nog tot 1980 turf gestoken is in Drenthe heb ik op deze plek nooit zo’n bruine brok gezien laat staan dat ik er op een turfje meer of minder heb gekeken.

06-04-2020

 

Alsof


Shel Tanktation Ceintuurbaan 17082001 DSC00374

Nee het is niet de bedoeling te laten zien wat de prijs van de benzine hier is. Van mij mag die trouwens nog wel wat lager, maar dat terzijde. Deze benzinepomp, brengt mij elke keer, en ik kom er vaak langs, ver terug in de tijd. Mijn vader is jarenlang, van 1952 tot 1964, een fervent Opelrijder geweest en was daarom klant bij Garage Smit (Nu Effe Wassen) hier aan de Ceintuurbaan in Zwolle. De benzinepomp aan de overkant van de weg, hoorde bij die garage en werd voor het overgrote deel van de tijd bemand door meneer Baltes (aan voornamen noemen deden we nog niet). Meneer Baltes werd door veel klanten op handen gedragen. Want het leek er op dat het service verlenen hem op het lijf geschreven was. Hij deed dat echter niet meer of minder dan elke willekeurige andere pompbediende. Het kwam door zijn loopje. Hij liep met kleine snelle pasjes waardoor het leek of hij hard liep en dat speciaal voor jou deed. Toen de Ceintuurbaan verbreed werd, kwam de pomp weer in handen van moedertje Shell. Meneer Baltes verdween voor ons uit het zicht.

Shel Tanktation Ceintuurbaan 17082001 DSC00413   Shel Tanktation Ceintuurbaan 17082001 DSC00422

Mijn vader regelde in diezelfde tijd het eerste vakantiebaantje voor me. Twee weken werken bij deze Garage Smit. Helpen bij het doorsmeren en olie verversen, iets wat destijds nog bij elke auto met grote regelmaat moest gebeuren. Met de betaling zou het wel goed komen, sprak mijn vader optimistisch. Ik ga het hier niet verklappen hoeveel het was. Het viel me vies tegen, dat wel. Toch heb ik altijd graag veel en hard mogen werken. ’t Was alleen maar goed dat meneer Baltes me had geleerd om juist dààr een beetje te doen alsof.

05-04-2020


Stroom 


Elout van Soeterwoudeschool 7V6A5381 Pano 640px

Voormalige Elout van Soeterwoudeschool aan de Wipstrikkeralle ...

De kleuterschool die ik mocht doorlopen was gevestigd op de zolder van de toenmalige Zwolse lagere school met de boeiende naam: Elout van Soeterwoudeschool aan de Wipstrikkerallee. Twee lieve leidsters, juf Wijnberg en juf Groenenberg probeerden ons de beginselen van het knippen en plakken bij te brengen, in computertaal tegenwoordig Copy/Paste genoemd. Met mijn tweelingzus vormde ik mee aan een solide basis van een grote klas, de gevolgen van de naoorlogse geboortegolf. Natuurlijk liep het die kleuterleidsters, qua drukte, wel eens over de schoenen. Daarom namen ze ons, bij mooi weer, mee voor, zeg maar, buitenschoolse opvang. Ook wel wandelen genoemd. We liepen de Wipstrik uit richting de Weteringbrug, in de volksmond de Hoge Brug genoemd, en wandelden er over. Dan liepen we met een rechtsom draaiende bocht naar beneden, naar het punt waar je via een speciaal, tijdens de bouw van de brug aangelegd, pad onder de brug door kon wandelen. Vandaag deed ik dat weer en maakte toen, net onder de brug door, de onderstaande foto's. Wat we destijds zagen was een wereld van verschil met het uitzicht van tegenwoordig.

Onderdoorgang Weteringkade 14042020 7V6A5546   Onderdoorgang Weteringkade 14042020 7V6A5550 

En wel omdat we, voor kleuters, een imposant gebouw zagen, de Oude IJsselcentrale. Het punt waar destijds alle elektriciteit voor Zwolle en omstreken werd opgewekt. In 1955 werd die fabriek gesloten toen de Nieuwe Centrale Harculo in gebruik werd genomen. De oude fabriek was in 1963 geheel verdwenen en sinds kort bestaat ook de Centrale van Harculo niet meer.

b IJsselcentrale Weteringkade NL ZlHCO 464 2 FDHEEMAF001060

Oude IJsselcentrale aan de Weteringkade (Almelose kanaal) ...

Op mijn serieus bedoelde vraag aan mijn vrouw Janny “Weet jij waar tegenwoordig de stroom wegkomt?”, antwoordde ze me zojuist: “Uit het stopcontact!” ’t Gebeurt niet vaak maar ik stond met de mond vol tanden.

04-04-2020

 

Fietsenstalling


Stationsplein Fietsenstalling 16032020 7V6A3917 Pano

Vanmorgen maakte ik een foto van de in aanbouw zijnde fietsenstalling onder het plein voor het station van Zwolle. Jarenlang was het een plein waar veel activiteit was. Wellicht was het een van de drukste punten van de Overijsselse hoofdstad. Hotel Van Gijtenbeek, met zijn vele al dan niet vergaderende gasten, helaas in 1979 gesloopt. De stadsbussen, vroeger van de firma Schutte en het Autobusstation met z’n wachtkamer en automatiek voor de passagiers en personeel van de streekbussen. Nu is dat plein een enorme bouwput waaruit straks iets moois moet gaan verrijzen en het merendeel van de nu in de nabijheid van het station geparkeerde fietsen zal laten verdwijnen. De in aanbouw zijnde stalling wordt driemaal zo groot als de huidige, zo vertelde een van de medewerkers me vol trots en keek er naar uit om er te kunnen werken. Dat was duidelijk aan zijn lichaamstaal te zien.

Informatiedoek Stationsplein 640px

Even later zag ik een reclamebord voor die nieuwe fietsenbewaarplaats staan waardoor in één oogopslag duidelijk wordt wat de bedoeling is. Dat is de foto van vandaag dus geworden.

Toen ik terug wandelde kwam ik een moeder tegen met een ongeveer zesjarig meisje, dat haar melktandjes heel zichtbaar aan het wisselen was voor haar definitieve gebit. Aan haar manier van doen was duidelijk te merken dat ze er eigenlijk trots op was.

Ik weet niet of of ze de opmerking die me te binnen schoot, en ik nog net ongezegd kon houden, had gewaardeerd. “Kind, wat heb jij een mooie fietsenstalling!”.

03-04-2020


Harm 


Buitenkant 2014 4536   Buitenkant 2014 4574 

Ruim vijftien jaar had ik mijn werkplek aan het eind van de Thorbeckegracht (daar waar nu een nieuwbouwpand staat dat met Tweeling wordt aangeduid). En dit was ons uitzicht. Een deel van de stadsmuur, café de Tagrijn, de Peperbus en geheel rechts het Hopmanshuis. Samengevat: De Buitenkant, een straat gelegen tussen de Vispoortenbrug en het Rodetorenplein. Net als de Thorbeckegracht een straat met een en al bedrijvigheid. De zomerkermis was altijd op het genoemde plein. Het Hopmanshuis was vanaf zijn bouw in 1663 handelshuis, daarna het huis van Jannes Nauta de hopman van de stedelijke militie rond 1725 en daarna van kantoor en tentoonstellingsruimte tot makelaar- en horecahuisvesting. Net buiten beeld, links tegen de stadsmuur gebouwd zat het bedrijf van de familie Huisman.

Huisman 26042018 7V6A6256

Zij verkochten alles, je kon het zo gek niet bedenken, wat de scheepvaart maar nodig kon hebben. Van een klein vlaggetje tot vuistdikke kabels en vooral veel brandstof. De laatste Huisman, wij in de buurt noemden hem allemaal bij de voornaam Harm, is een paar jaar geleden gestopt. Een immer gestaag doorwerkende, weinig spraakzame, sigaar rokende man die op iedere technische vraag een kort en bondig antwoord had. Juist op het moment dat ik probeerde een foto te maken kwam een olietankertje met juist zijn naam voorbij varen. Ik heb het als een groet beschouwd en een kleine buiging gemaakt.

02-04-2020


Ronald 


Ronald Westerhuis HEB LIEF 09042020 7V6A5147 640px

Over toeval gesproken. Ik heb m’n dagelijkse verhaaltje geschreven, wil het op Facebook plaatsen, is Ronald me net voor. Toch maar geplaatst want het gaat aldus:

Sinds een paar jaar zit Ronald A. Westerhuis in de kring van mensen die ik wat meer van nabij ken. Als je zijn naam op Google intikt zijn dit zo ongeveer de eerste regels die je leest: Ronald Anthonie Westerhuis (Tiel, 7-11-1971) is een Nederlandse beelden kunstenaar met Zwolle als thuisbasis. Hij is internationaal actief als maker van landschapskunst en abstracte sculpturen. Zijn werk is te vinden in de openbare ruimte. Musea en particuliere kunstcollecties. Einde citaat.

Ik vind het een bijzonder mens. Niet alleen vanwege zijn kunst maar ook vanwege zijn manier van in het leven staan.Een mens van uitersten. Zo werkt hij in Zwolle, zo werkt hij in Sjanghai. Zo maakt hij meters hoge objecten, zo is het veel en veel kleiner en past het bij wijze van spreken in je woonkamer op tafel, onder het motto: Size doesn’t matter.

Ronald Westerhuis HEB LIEF 09042020 7V6A5136 640px

Ook is hij de maker van het gedenkteken voor het Nationaal Monument MH17 dat 17 juli 2017 bij Vijfhuizen in gebruik werd genomen. Het verhaal dat daar bij hoort, hoe het is gegaan bij het maken van de keuze welke kunstenaar het zou maken, heeft hij mij eens gedaan. Hij deed dat zeer bescheiden en toch was het zeer indrukwekkend vooral omdat het om zo’n beladen onderwerp gaat. Vanmorgen reed ik langs zijn werkplek, een grote industriële hal. Aan de voorwand hangt nu dit metersgrote witte doek met tekst. De man nader leren kennen, door ook bijvoorbeeld ook eens bij Google te kijken, is zeker de moeite waard.

Zijn credo zegt ons dezer dagen genoeg: HEB LIEF.

01-04-2020

 

Verlaten


 Het Nieuwe Verlaat Zwolle DSC08686 640px

Het zou een zin in een spannend boek kunnen zijn: “Door omstandigheden kwam ik er verlaat aan en ook het huis op nummer vier, aan de weg met onbegrijpelijke naam “Tussen de Verlaten” oogde onbewoond en dat bleek even later, was dan ook geheel verlaten.”
Neen, geen boek, laat staan spannend. Wel een zin met meerdere betekenissen van een en hetzelfde woord. Op de foto deels te zien, een sluisje. Een verlaat is een schutsluis voor de kleine scheepvaart. Deze is Zwolle is te vinden aan begin van de Nieuwe Vecht, een verbinding die is gegraven om per schip vanuit de Overijsselse Vecht makkelijker in het centrum Zwolle te komen dan met een omweg via het Zwartewater. Als je nu de sluis bekijkt kun je niet anders dan constateren dat het binnenschip vroeger een zeer beperkte omvang had. Nadat de Ceintuurbaan is aangelegd is er van doorgaand scheepvaartverkeer geen sprake meer geweest. Voor degenen die maar een beetje bekend zijn met Zwolle, de Ceintuurbaan is dat deel van de ringweg om Zwolle waaraan het Isala Ziekenhuis haar plek heeft gevonden.

Nieuwe Verlaat DSC00055   Nieuwe Verlaat DSC00057

De sluis is in 1987 gerestaureerd en is een favoriete plek voor wandelaars en heel veel hengelaars hebben er een plekje gevonden voor hun visbootje. Zo wordt er dus nog steeds gevaren en worden er spannende, en vooral sterke verhalen verteld als de hengels weer worden opgeborgen. En inderdaad, daarna ligt de boel er meestal wat verlaten bij.

31-03-2020

 

Ambachtsschool


Ambachtsschool 15042020 7V6A5844

Na de invoering van de Mammoetwet, waarin het onderwijs, volgend op de lagere school, geheel opnieuw werd geregeld, verdwenen er heel wat schooltypes. Bijvoorbeeld de HBS, de MULO/ULO, de Kweekschool en het Nijverheidsonderwijs. Onder die laatste categorie vielen, de door velen bezochte, Huishoudschool en de Ambachtsschool. Beide schoolvormen hebben veel betekent voor de mensen die geen mogelijkheid hadden om door te leren, maar zo toch de kans kregen een volwaardige functie in de maatschappij te verkrijgen.

Ambachtsschool 15042020 7V6A5857   Ambachtsschool 15042020 1418 

Het is jammer dat er door sommige mensen werd neergekeken op deze vorm van onderwijs. Misschien kregen daarom deze scholen toen andere namen zoals LHNO en LTS. Wat dat aangaat is er trouwens weinig veranderd in de loop der tijd. Ook nu nog wordt er welhaast afkeurend gekeken naar sommige schooltypen. En dan te bedenken dat een term “ambachtelijk bereid” tegenwoordig juist zoiets als “van hoge kwaliteit” betekent.

Flevogebouw 21082018 1084 Pano

De Ambachtsschool op de foto, vinden we op de hoek van de Mimosastraat en de Hortensiastraat, is gebouwd (in de stijl van het Nieuwe Bouwen) tussen 1932 en 1934 en verving de vorige school aan de Menno van Coehoornsingel (Flevo Gebouw). Er zijn toen prachtige glasramen aangebracht die nog steeds de moeite van het bekijken waard zijn. In 1985 verhuisde de LTS naar de Russenweg en brak een onrustige tijd aan voor dit leeggekomen schoolgebouw. In de jaren negentig werd het gekraakt, naar zeggen om verloedering tegen te gaan. Nu hebben zich Kunst, Cultuur en Ambacht zich er verenigd in DOAS de afkorting van De Oude Ambachtsschool. Het mooie is toch wel dat het oude ambacht er in al zijn vormen een plek heeft gekregen en er te bewonderen valt.

30-03-2020

 

Smid


Thomas a Kempisstraat 38 Travalje 7V6A0650

Tussen mijn geboortehuis en deze smederij ligt amper een halve kilometer loopafstand. Vandaar dat ik wel kan zeggen dat er ik er mijn hele leven al langs heb gelopen en gereden. Nooit heb ik er enige activiteit waargenomen. Wel heeft een pottenbakker er een verkooppunt gehad. Eerlijk gezegd zag je ook toen geen bedrijvigheid. Nee, er zijn zelfs jaren geweest dat prikkeldraad er voor moest zorgen dat het geheel niet naar de vernieling werd geholpen. Nog niet zo lang geleden is het gelukkig in volle glorie hersteld.
Een echte Zwollenaar zou nu beginnen over smederij Poppe, in het laatste deel van de Luttekestraat (vroeger Nieuwe Haven genoemd), waar tot in de jaren zestig nog paarden beslagen werden.

Maar terug naar de foto. Als ik er als kind langs fietste, moest ik vaak aan de vader van Sietse en Wietse, van De Kameleon, denken. Zo’n vader wenste je, als jongen, diep in je hart. Groot en sterk, die een boot voor je maakte en met de zeer passende achternaam, voor een smid in ieder geval: Klinkhamer.
Knap bedacht door schrijver Hotze de Roos. Zulke namen worden aptoniemen genoemd en zijn namen die aansluiten bij hetgeen de dragers van die namen in het dagelijks leven doen.
Altijd leuk er een paar van te noemen: Mevr. Hennie de Haan, voorzitter van de Ned. Vakbond van pluimveehouders. Dokter Schimmel is orthopeed in Leeuwarden, tandarts Wortel praktiseert in Woerden en Jac van Geloven was 60 jaar priester. Men zegt dat dit alles op waarheid berust. Zo niet dan heb ik weer eens, zoals dat heet, in commissie gelogen.

29-03-2020

 

Spugen


Plantagekerk 2006 DSC07708

Net toen ik op het punt stond het gebouw van de rechtbank in Zwolle te fotograferen, keek ik even achterom en zag aan de overkant van het water deze kerk. En er schoot mij iets te binnen dat ik ooit gehoord had over dit gebouw.
Het is De Plantagekerk, in gebruik genomen in 1875 en dankt de naam aan het vele groen in de buurt. Zo ongeveer alleen het grasveld en de daarop staande bomen herinneren daaraan.

Dat grasveld, waarop ook het Zwolse monument voor gevallenen staat, is een veel bezochte plek om zich bij mooi weer wat te ontspannen. Vandaag was er niemand te zien. De temperatuur was daar mee aanleiding toe en bovenal het verzoek, in deze dagen van de Corona-crisis, om zo veel mogelijk thuis te blijven. Eén van de raarste gevolgen van die crisis had mij bij de rechtbank gebracht. Want hoe geestelijk in de war moet je je zijn om handhavers van de maatregelen ter bestrijding van die crisis te bespugen en te roepen dat je besmet bent met Corona. Of ben je niet in de war, maar ben je gewoon een hufter. Ik ben daar nog niet uit. ’t Is goed dat er snelrecht op wordt toegepast.

Plantagekerk 14042020 1155

Het is wel frappant, ik heb het uit overlevering, dat er vroeger in die Plantagekerk waar veel en fel gediscussieerd is over allerlei geloofskwesties, het nimmer uitmondde in hufterig gedrag. Toch hingen er bordjes aan de muur met de tekst: “Gelieve niet te spuuwen”. Dat had te maken met het tabak kauwen, in Zwolle meestal “proem’n” genoemd.

28-03-2020

 

Hoog


Hoogbouw Zwolle 640px

’t Zijn niet de mooiste gebouwen die Zwolle rijk is, deze kantoorkolossen. Als je, vanuit het zuiden, Zwolle via de A28 nadert, zie je ze staan, als onnodige blikvangers. Tenminste dat “onnodig” vinden nogal wat Zwollenaren.
Het was de start van een, laat ik het noemen, megalomaan project dat de bouwkundigen en planologen van Zwolle aan het begin van deze eeuw hadden. Langs de hele westzijde van die A28 zou zulke hoogbouw moeten verrijzen. Dat zou Zwolle opstuwen in de vaart der volkeren. Men had waarschijnlijk nooit nagedacht over welke volkeren ze bedoelden, want het hele project is letterlijk nooit van de grond gekomen. Op deze vier na, die tegenwoordig vaker leeg staan dan verhuurd worden.

Waarom willen wij mensen altijd meer, moet het groter, moet het verder, moet het sneller, moet het duurder moet het hoger. Toen de babyboomers geboren werden, kort na de tweede wereldoorlog, was er van alles veel minder en de keuze in dat alles eigenlijk veel beperkter. Waren ze minder gelukkig ? Wie het weet mag het zeggen. Dat het ons decennialang steeds beter is gegaan heeft ook voor veel goeds gezorgd. Daar mogen we ons gelukkig mee prijzen. Als we ons dat laatste goed realiseren is dat alleen al reden om te checken of het niet genoeg is geweest. Vandaag doen dat, denk ik meer mensen dan ooit.

Maar ’t gaat niet helpen, zegt u? Dan denk ik toch maar even aan een uitspraak van Herman Finkers: “Wie niet gelooft in wonderen, is geen realist.”

27-03-2020

 

Stil


Stilte Dick Algra 640px

’t Is onnatuurlijk stil op straat dezer dagen. Dat hoef ik niet uit te leggen. Het geeft mij onbedoeld de gelegenheid om mooie foto’s te maken zonder gestoord te worden door achter elkaar aan rennende honden, door het rode-licht-fietsers of door ander fotografisch ongemak. Ik denk wel eens dat de mooiste foto’s van de bewoonde wereld worden gemaakt op zondagmorgen als er ter kerke wordt gegaan of uitgeslapen.

Ik heb er moeite mee, bij het zien van deze foto, om me te realiseren dat op andere momenten het hier wemelt van de mensen. Op het ijs bij een temperatuur ver onder nul, of in bootjes en waterfietsen of luierend op de oevers van de stadsgracht.

En dat alles onder het wakend oog van De Sassenpoort, de enige nog bestaande stadspoort van Zwolle. De toren is de moeite van het bezoeken waard. Je kunt dan ontdekken hoe dik de muren er zijn en de gaten zien waaruit kokend pek werd gegooid als de stad werd aangevallen. Tegenwoordig kun je de grote ruimtes in de toren afhuren voor een feestje, een trouwerij of het inrichten van een tentoonstelling. Als je het helemaal leuk wilt hebben komen vrijwilligers, uitgedost als 16e eeuwse poortwachters, het geheel voor “pek en bonen” opluisteren.

Sassenpoort Uitvoering inrijverbod 0728

Werkzaamheden in juni 2010. Vanaf dat moment zijn alleen voetgangers welkom onder de poort ...

Om beschadiging en aantasting door uitlaatgassen tegen te gaan, is het sinds 2010 niet meer mogelijk onder de poort door te rijden. Hoewel dezer dagen, ik liet het u hierboven al weten, lijkt dat een erg overbodige maatregel.

25-03-2020

 

Geur


Thorbeckegracht 2016 7V6A6137 Pano 1100

Eigenlijk was de foto niet de aanleiding voor het verhaal vandaag. Vanmorgen kocht ik bij de supermarkt een potje kerrie. We zijn er allebei, Janny en ik, liefhebber van. Bij mij komt dat, denk ik, vooral door de geur. Die toch wel bijzondere geur waarde vroeger rond aan het begin van de Thorbeckegracht. Daarom ben ik gelijk maar doorgereden naar die plek.

Op de foto is links een rij, in mijn ogen saaie, panden te zien. Daar stond tot tot begin jaren zeventig een veevoederbedrijf van de familie Marsman. Daarnaast was het pand van Ten Doesschate, met ondermeer een specerijenafdeling, tegenwoordig bekend onder de merknaam Euroma. Als je er langs liep waande je jezelf in warme oosterse oorden. Aan het begin van de gracht dus een welhaast tropisch product en aan het eind ervan opnieuw, daar rook het naar koffie. En beide bedrijven werden geflankeerd door veevoerproducenten.

Thorbeckegracht Dick Algra 640px

Als je na het “kerriesnuiven” doorliep, kreeg je aan je rechterkant het schildersbedrijf van Klappe. Daar maakten ze ondermeer de metershoge reclameborden voor Bioscoop De Kroon, in het hartje van de binnenstad.
Op veel van die reclames stonden vaak, laat ik zeggen, “tropisch aangeklede personen”. Maar dat is een heel ander verhaal.

23-03-2020

 

Brug


Schoenkuipenbrug 2001 DSC00124

Zoals een echte stad betaamt had Zwolle vroeger stadsmuren, bastions, poorten en een stadsgracht. Die laatste ligt nu als een sieraad om het oude centrum. Toen ik in de zestiger jaren naar school fietste passeerde ik vijf bruggen en tenslotte de spoorwegovergang voor de trein naar Kampen. De brug op de foto heet de Schoenkuiperbrug, dateert uit 1907 en is genoemd naar de schoenmakers die hier in de zeventiende eeuw hun looikuipen hadden. Het is nog de enige draaibrug van onze stad. We hadden er vroeger meer. Het Kerkbrugje was er een, de Keersluisbrug en de spoorbrug van het eerder genoemde Kamper lijntje, over de intussen gedempte Willemsvaart, waren ook van dat type.

Bruggenwachter Schoenkuiperbrug in actie 2001 10

Als kind had ik bewondering voor de brugwachters van die draaibruggen. Zij kregen die gigantische gevaarten toch maar mooi in beweging, bleven op de brug staan als de schepen voorbij voeren. Er werd een hengel met daaraan een klompje uitgegooid ter dekking van de kosten en dan werd de brug weer dicht gedraaid. Het duurde ook wel eventjes voordat je weer kon doorfietsen. De meeste bruggen in Zwolle zijn vervangen door “vaste” bruggen. Mijn fietstocht naar school duurde meestal een kleine twintig minuten. Door alle bruggen kon dat knap uitlopen. Wat dat betreft kan de scholier van tegenwoordig bijna nooit meer met de smoes aankomen dat de brug open stond. Alhoewel, in mijn tijd werd daar op school ook niet in getrapt.

22-03-2020

 

Opleving


Opleving Dick Algra 640px

De laatste weken ga ik elke dag even de deur uit om een foto te maken. Die foto is de aanleiding voor, zeg maar, mijn verhaaltje van die dag. Zonder te mopperen kan ik zeggen dat het weer mij niet mee zit. Nog maar weinig zon gezien terwijl ik onderweg was.

Wel zie je dat er op veel plaatsen in Zwolle gebouwd wordt. Ik schreef er al over, daar waar het ziekenhuis Locatie Weezenlanden stond, in Stadshagen en op het stationsplein om maar een paar voorbeelden van de laatste dagen te noemen, Bij veel van die bouwklussen wordt vaak overlast veroorzaakt. Mensen moeten soms hele einden omrijden en winkeliers hebben af en toe verminderde omzet. We kennen die problemen allemaal wel. We doen ze bijna altijd af met: ”Dat hoort erbij, zo is het leven”. Daaruit zou je, hoe vreemd het ook moge klinken, ook kunnen concluderen dat ziektes als het Coronavirus er ook bij horen, zo is het leven. Het komt alleen enorm hard aan en vraagt duidelijk om ingrijpende maatregelen en levensmoed. Vooral dat laatste. Waarom? Het leven kent gelukkig ook heel mooie kanten.

Tijdens het zonloze rondje van vandaag kwam ik deze bloeiende boom tegen. Op de hoek van de Stationsweg, vlak bij de grote bouwput. Hij staat naast bomen die nog staan te somberen. En juist daarom vond ik het zo’n hoopvol teken.

20-03-2020

 

Klooienberg


Klooienberg Dick Algra 640px

Het lijkt wat ongeloofwaardig, maar deze boerderij staat staat midden in Zwolle, zij het aan de oever van het Zwartewater. Als u goed kijkt, ziet u op de achtergrond het markante brugwachtershuis naast de Twistvlietbrug.
Aan de ene oever ligt de redelijk jonge wijk Stadshagen, aan de andere de wijk Holtenbroek.
De eerste paal voor die wijk werd in 1958 geslagen, als jongetje van tien jaar was ik er bij en ja, toen stond deze boerderij er al lang. In de 17e eeuw komt de naam al voor in de annalen, en nu wordt het de Wijkboerderij, of kortweg de Klooienberg genoemd.

Klooienberg 6802   Klooienberg 6805 

Sinds het bestaan van Holtenbroek had deze boerderij een sociale functie en was het middelpunt van veel activiteiten. Kinderen die echt in een drukke nieuwbouwwijk woonden, maakten daar kennis met de levende have die er rondliep. Geiten, kippen, noem maar op. Maar ook werd er vergaderd en bijkomsten van andersoortig pluimage gehouden. Hobbyclubs, kinderopvang, buitenschoolse opvang. En er ontstonden verliefdheden, er werden trouwfoto’s gemaakt, kortom alle facetten van het leven kwamen en komen er voorbij.

Soms, dat moet worden gezegd, lijkt het er op dat er wat aangeklooid wordt, maar dat heeft wellicht meer met de naam te maken dan met de bezieling waarmee er gewerkt wordt.

19-03-2020

 

Nieuwbouw


Groot Wezenland 14042020 7V6A5679

Ik heb de laatste twintig jaar van mijn werkzame leven, zoals men dat zo mooi pleegt te zeggen, mogen werken in het Ziekenhuis De Weezenlanden, aan de rand van de binnenstad van Zwolle.

Een ziekenhuis met een eigen sfeer die mede werd bepaald door het feit dat het, vroeger een ziekenhuis, gerund door nonnen is geweest. Toen er later gefuseerd werd met het Sophia Ziekenhuis aan de Ceintuurbaan, kreeg het geheel de naam Isala klinieken. Toch bleef er een sfeerverschil tussen beide locaties bestaan. Pas na de nieuwbouw en de opheffing van de locatie in de binnenstad werd dat anders. Gelukkig maar.

Groot Wezenland 14042020 7V6A5688

Nu staan er nieuwe woonhuizen, gebouwd in een stijl die past bij de singel, die past bij de achterliggende wijk Assendorp en toch bloedt mijn hart nog steeds als ik er langs rijd. Want ik heb er zo prettig gewerkt, er fijne collega’s gehad en me er bovenal heel erg thuis gevoeld.

Als de geest van nonnetjes nog steeds op deze plek rondwaart, en waarom zou dat niet, gaan de mensen die er vertoeven een geweldige tijd tegemoet.

18-03-2020

 

Randstad


Randstad Dick Algra 640px

Wij, die Nederlanders die niet in de Randstad wonen, begrijpen vaak niet waarom de randstedelingen zo vaak denken dat hun leefomgeving voorop loopt in welhaast alles. Cultuur, wetenschap, media, etcetera.

Jazeker, de Randstad heeft wat meer universiteiten, de politiek meent daar het heil te vinden maar men loopt ook voorop met de aanleg van asfalt. Het toch al kleine “groene hart” versteend meer en meer, Schiphol moet nog meer kunnen groeien en, hoe wonderbaarlijk, juist dat schijnen sommige politieke partijen bijna de belangrijkste zaken te vinden.

Kom je bij ons aan de rand van de stad of van het dorp vindt je daar niet alleen een groen hart, je vindt daar ook groene longen. Luttele kilometers, vanuit het centrum gerekend, staan we hier in de natuur, ademen we haar zuivere lucht in, kijken naar haar mooiste kunst, luisteren naar haar mooiste muziek en komen op de meest frisse ideeën. Zo ook vandaag.

Blijf ik wel met een niet onbelangrijke vraag zitten. Welke boer heeft toch de tekst bedacht van : “Schaapje, schaapje wat heb je witte wol”. Die moet echt hoognodig naar een opticien.

14-03-2020

 

Bajes


Deurbeslag cachot 2004 DSC03486

De bajes of de gevangenis. Zo noemden wij dit pand dat daarom ook een plek heeft aan het Spinhuisplein In Zwolle. Die straatnaam vertelt het ons al, oorspronkelijk was het een vrouwengevangenis, een spinhuis maar de laatste decennia van haar bestaan was het veel meer een huis van bewaring.
Als Zwollenaren kenden slechts weinigen het verschil tussen een gevangenis en een huis van bewaring vandaar onze naamgeving. Het pand zag er als een bijna onneembare vesting uit. Het is dan tegenwoordig ook een raar gezicht dat overdag de voordeur altijd uitnodigend open staat.

Librije's Hotel 2014 1785

Dat komt doordat Johnny en Therese Boer er sinds 2015 hun, welhaast wereldwijd bekende sterrenrestaurant De Librije in hebben gevestigd. En zo is er sinds de bouw van het pand in 1739 en het heden veel veranderd. Zat men er vroeger letterlijk op water en brood, nu heeft men de keuze uit een zeven of tien gangen menu. Nu is men blij als je er naar binnen kunt gaan. Vroeger was het omgekeerde het geval.

Toen ik als kind langs de bajes naar school fietste hoopte ik er nooit terecht te komen. Misschien ligt daar wel de oorzaak dat ik er ook nu nog nooit een hap gegeten heb.

13-03-2020

 

Gewichtig


Gewichtjes vrij Dick Algra

Uit de erfenis van mijn ouders is deze set koperen gewichten bij mij terecht gekomen. Ze komen uit de koffiebranderij & theehandel, die mijn opa Durk Algra in de jaren dertig in Zwolle begon. Zelf heb ik er ook jaren kunnen werken en deze gewichtjes gebruikt. Als ik het houten blok oppak, meen ik soms nog de gemalen koffie te ruiken die er meestal aan kleefde.

Elk jaar kwamen instanties als het IJkwezen en de Keuringsdienst van Waren langs om te controleren of we wel het goede “gewicht in de schaal legden”.

Soms werden we gevraagd naar het IJkkantoor an de Govert Flinckstraat te komen. Dan werden aldaar de gewichten herijkt en werd er een ijkmerk in geslagen zodat de klanten konden zien dat er met juiste gewichten werd gewerkt en het zuivere koffie was. Veel van hen kwamen zelden of nooit kijken. Als ze het al deden waren ze meer geïnteresseerd in het koffiebranden dan in het afwegen van de koffie. Dat vertrouwden ze wel. In de huidige koffiebranderij Mocca d’Or, die dezer dagen op de oude vertrouwde plek een heel nieuw gebouwd pand heeft betrokken, wordt met afweeglijnen en inpakrobots gewerkt. Koperen gewichtjes komen er niet meer aan te pas. Mijn opa Durk liet aan de muur achter de eerste afweegmachine een bordje met een spreuk ophangen. Het had als tekst: “Vertrouwen is de grondslag van ieder goed bedrijf.” Ongetwijfeld geldt dat nog steeds.

15-03-2020

 

Rust 


Bordewijk Rembrandlaan 14042020 7V6A5482

Vanmiddag parkeerde ik, bij Poppodium Hedon in Zwolle, recht tegenover dit huis. Nu een woonhuis, in het verleden een sigarenwinkel. En die winkel is jarenlang, bestierd door Ine Bordewijk. Die, meen ik bijna zeker te weten, de zaak weer van haar vader had overgenomen. De naam Bordewijk is nu nog steeds te vinden op de voormalige etalageruit.

Het was echt een sigaren- en sigarettenwinkel oude stijl. Geheel in bruin uitgevoerd. Met een “eeuwig brandend vlammetje” vanuit een fantasievolle toonbankaansteker met sigarenpuntknipper.

Bordewijk Rembrandlaan 14042020 7V6A5479

Ik kocht er mijn rookwaar, zoals dat heette. En ik rookte wat af. Coopvaert pijptabak, Samsonshag en Chesterfield kant en klare sigaretten.

De winkel straalde rust uit. Rust die ook werd bedoeld met de reclamekreet: “Een tevreden roker is geen onruststoker”.

Ine Bordewijk, vanachter de toonbank, straalde eenzelfde rust uit. Ze heeft haar winkel jaren geleden al gesloten. Dat ze die winkel nooit moderniseerde typeerde haar. In mei 2019 overleed ze op bijna tachtigjarige leeftijd. Altijd vrijgezel gebleven. Maar ik weet zeker dat ze voor velen een rustpunt en baken in de tijd is geweest.

12-03-2020

Facebook - Like Zwolle in Beeld

Cookies